Filipijns president Duterte roept openlijk op tot bloedbad: 9 activisten vermoord en 6 arrestaties

“Dood aan alle communisten”, riep Duterte tijdens een persconferentie. Politie en leger krijgen zo een vrijgeleide om activisten op te jagen, te arresteren en om het leven te brengen. Maar de bevolking geeft niet zomaar toe aan de repressie.

Manny Asuncion wordt samen met 17 collega’s ontslagen omwille van een defecte machine in hun fabriek. Manny brengt de zaak voor de rechter, tevergeefs. Hij beseft dat hij niet alleen is, dat ook veel andere arbeiders uitgebuit worden. Hij besluit het op te nemen voor zijn medestanders en activist te worden. Hij wordt een van de regionale coördinatoren van de Filipijnse volksbeweging BAYAN in de provincie van Cavite, waar ook een grote vrijhandelszone ligt.

Op zondag 7 maart valt de politie om 5 uur ’s ochtends binnen in het huis waar Manny verblijft. Hij zegt dat hij mee zal werken als de politie een huiszoekingsbevel kan tonen. De politie sleurt zijn vrouw naar buiten en duwt hem op de grond. Zijn vrouw hoort geweerschoten. Een paar minuten later is Manny dood, zes kogels in zijn lichaam.

In een andere provincie, ten zuiden van Manila, vallen de politie en het leger het huis binnen van Ana Marie Lemita en Ariel Evangelista. Beide zijn lid van een organisatie die opkomt voor de vissersgemeenschappen in de provincie Batangas. De dorpen staan onder grote druk. Men wil de dorpelingen onteigenen voor toeristische projecten. Ana Marie en Ariel worden in hun huis vermoordt. Hun tienjarige zoon zit verstopt onder het bed en heeft alles gehoord. Hij overleeft het.

Bloody Sunday op bevel van de president

Sinds president Duterte aan de macht is (2016) is er een klopjacht bezig tegen activisten. Onder het mom van de strijd tegen terreur geeft de president de politie en het leger de opdracht het heft in eigen handen te nemen.

In de Filipijnen is al jarenlang een gewapende strijd aan de gang, vooral op het platteland, waar communistische “rebellen” het opnemen tegen grootgrondbezitters, multinationals en het leger. President Duterte noemt de progressieve organisaties die opkomen voor de rechten van de bevolking “terroristen” en geeft politie en leger een vrijgeleide om hen aan te pakken.

Tijdens een persconferentie op 5 maart zei Duterte: “Dood aan alle communisten”. Twee dagen later komen 9 activisten om het leven en worden 6 andere gearresteerd. Verschillende internationale mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en de Filipijnse mensenrechtenorganisatie Karapatan hebben de uitspraak van Duterte duidelijk veroordeeld.

Arbeiders, boeren en inheemse volkeren in verzet

Ondanks de repressie laat het volk toch zijn stem horen. Tijdens de 35e herdenking van de volksopstand die de dictatuur van Marcos ten val bracht, in februari, ging het volk massaal de straat op met de slogan: “Nee aan Duterte’s dictatuur en dynastie”.

De boodschap van de activisten is duidelijk : ze zijn geen terroristen maar arbeiders, boeren en inheemse volkeren die opkomen voor een verhoging van hun loon, voor land om te kunnen telen, voor voedsel. De toegang tot land is een groot probleem. 80% van de landbouwgrond in de Filipijnen is in handen van 54 landeigenaren. Bewoners en gemeenschappen protesteren tegen grootschalige mijn- en damprojecten van grote multinationals om de vernietiging van het milieu tegen te gaan en hun leven te beschermen.

De eisen van de bevolking zijn eenvoudig. Ze willen kunnen overleven: drie keer per dag eten, kunnen leven en slapen en hun kinderen naar school kunnen laten gaan om te studeren. In plaats van daar een prioriteit van te maken, organiseert de regering liever een heksenjacht in naam van de strijd tegen terreur.

We voorzien een protestactie op donderdag 8 april om 17u. Meer informatie volgt.

Dit artikel verscheen ook op de website Solidair.org

Filipijns president Duterte roept openlijk op tot bloedbad: 9 activisten vermoord en 6 arrestaties
Schuiven naar boven