Filipijnen: “Het volk verenigt zich tegen de angst die president Duterte wil installeren”

Lengua vecht voor de vrijlating van twee politiek gevangenen die haar dierbaar zijn, haar vader en haar man, en die beiden sinds begin 2018 gevangen zitten. Wij hadden met haar een gesprek.

“De Staat vervolgt mensen die de vakbonden willen versterken.”

Ze moet haar zoon van 9 jaar alleen opvoeden, maar dat belet Eleanor “Lengua” De Guzman niet om te strijden voor de mensenrechten. Haar vader is raadgever bij de intussen opgeschorte vredesonderhandelingen tussen de Filipijnse regering en het Nationaal Democratisch Front van de Filipijnen, en haar man, Marklen Maojo Maga, is vakbondssecretaris van de KMU, een Filipijnse progressieve vakbond. Allebei zitten ze in de gevangenis.
Lengua was vroeger studentenleidster, later werd ze benoemd tot secretaris voor de mensenrechten voor de vakbond KMU (1 meibeweging). “Sinds mijn man en mijn vader zijn aangehouden, zet ik me elke dag in voor de verdediging van de mensenrechten. Ik probeer de campagne voor de vrijlating van alle politieke gevangenen uit te breiden.”

Waarom werd uw man aangehouden?

Eleanor “Lengua” De Guzman: Mijn man is sinds 2007 secretaris van de KMU-vakbond. Toen we aan de universiteit studeerden, waren we allebei actief in de studentenbeweging. Marklen was daarna heel actief in de vakbond van de industriële sector in Manilla, de hoofdstad van het land.

Als geëngeerde vakbondsman en als organisator van de stakingen in de sector van het openbaar vervoer, die de regering Duterte echt pijn deden, werd hij het mikpunt van de Staat. Ze staken allerlei bewijzen tegen hem in mekaar om hem het zwijgen op te leggen. Hij werd op klaarlichte dag ontvoerd terwijl hij met zijn vrienden aan het basketten was. Ze lieten hem foto’s zien van een wapen en van munitie en zegden dat die van hem waren en ze beschuldigden hem van een moord in Agusan del Sur, een stad waar hij nog nooit is geweest!

De Staat vervolgt mensen die de vakbonden willen versterken en de KMU is in het bijzonder geviseerd omdat die actief is in de stakingen en bij de massacampagnes voor loonsverhoging en voor vaste contracten. Dat is de ware reden waarom hij is aangehouden.

De aanhouding van andere syndicalisten verliep volgens dezelfde manier van werken: de ordediensten vinden zogezegd wapens of explosieven in het huis of het kantoor van een activist en dan beschuldigen ze hem van zware misdrijven. In het staatsapparaat zijn er eenheden die zich speciaal bezighouden met het fabriceren van valse bewijzen om de activisten van zware feiten te beschuldigen, maar in werkelijkheid worden ze vervolgd om politieke redenen. Omdat hun engagement voor de boeren, voor de vrouwen, voor de arbeiders, de overheid niet bevalt.

Als het over de Filipijnen gaat, horen we vooral over de gewelddadige oorlog tegen drugs van president Duterte. Is er een verband met deze aanvallen?

Eleanor “Lengua” De Guzman: Deze oorlog is in feite een oorlog tegen de armen in de grote stadszones van het land en tegen de boeren en de oorspronkelijke bewoners op het platteland. Duizenden armen sterven door politiekogels of ongeïdentificeerde eskaders, eenvoudigweg omdat ze ervan verdacht worden kleine gebruikers of kleine drugdealers te zijn. In deze oorlog tegen de drugs zijn al 20.000 doden gevallen. Ondertussen vervolgt de Staat de grote trafikanten nauwelijks. Duterte verbeeldt zich dat hij “vrede en orde” kan opleggen via de militarisering van het land, maar zijn regering is betrokken bij talloze mensenrechtenschendingen.

Duterte versterkte zijn autoritarisme door de staat van beleg af te kondigen op het hele eiland Mindanao, zogezegd om gewapende islamitische groepen, die zich beroepen op IS, uit te schakelen. Het leger heeft het eiland intensief gebombardeerd en dat heeft miserie gebracht voor de hele bevolking. En we vrezen meer en meer dat dit zich over het hele land gaat uitbreiden en dat Duterte de noodtoestand en de staat van beleg in heel het land zal afkondigen.

“Het volk is niet vergeten – en wil niet vergeten – wat er is gebeurd in de duistere tijd van de staat van beleg onder de dictatuur van Marcos.”

Het volk is niet vergeten – en wil niet vergeten – wat er is gebeurd in de duistere tijd van de staat van beleg onder de dictatuur van Marcos – die de Filipijnse maatschappij in de jaren 1970 en 1980 terroriseerde. Want de oorlog van Duterte tegen “de binnenlandse vijand” gaat niet alleen over gewapende groepen maar ook boerengemeenschappen en gemeenschappen van oorspronkelijke bewoners die zich organiseren en strijden voor hun rechten. Zij zijn de belangrijkste slachtoffers van dat geweld. In deze oorlog zijn onlangs nog negen boeren uit de suikerrietsector in de stad Sagay vermoord. Enkele weken daarna is hun advocaat, de betreurde Benjamin Ramos, gedood door twee huurmoordenaars op een motor.

Ben is al de 34ste advocaat die vermoord werd in 2018. “Wie zal nu de advocaten verdedigen?” vraagt de vereniging van progressieve advocaten (NUPL), waarvan hij lid was,  zich af. “Het zijn onze cliënten die ons zullen verdedigen. Het volk en de volksorganisaties zullen het doen. En wij, advocaten van het volk, zullen ons niet laten intimideren, wij zullen onze ogen niet sluiten, wij gaan niet terugdeinzen, we zullen onze blik niet afwenden en we zullen ons standpunt blijven verdedigen. Wij zullen daar blijven in de loopgraven om diegenen die weerloos zijn te verdedigen.”

Gaat het Filipijnse volk dit laten gebeuren?

Eleanor “Lengua” De Guzman: Natuurlijk niet! Maar de omstandigheden zijn moeilijk. Duterte moedigt iedereen aan die kleine drugtrafikanten doodt en geeft hen zelfs een premie. Dat houdt de straffeloosheid van de moordenaars natuurlijk in stand. Met de toenemende militarisering wordt het voor het volksverzet bijzonder gevaarlijk…

En toch blijven de volksorganisaties alert. Ze voeren verzet tegen de straffeloosheid, tegen het antisociale beleid van de regering, maar ook in de solidariteit met de advocaten, de boeren en andere mensenrechtenactivisten wier rechten worden geschonden. In plaats van geïntimeerd te geraken, zien we onder het volk het tegenovergestelde gebeuren. Het deinst niet terug voor de repressie. Het begint zich te verenigen, niet alleen de activisten onder elkaar, maar ook de verschillende sectoren van de bevolking. De boeren natuurlijk, de middenklasse, maar ook de intellectuelen en de kunstenaars die slachtoffer zijn van de censuur. Ze hebben zich verenigd om zich te verzetten tegen de tirannie van Duterte. Er heeft zich een groot front van verzet gevormd.

Er is strijd op straat, de advocaten verdedigen onze gevangenen voor de rechtbanken, progressieve parlementairen doen goed werk in het congres, door bijvoorbeeld druk uit te oefenen om de vredesgesprekken te hervatten. Al die vormen van strijd tonen dat het verzet tegen Duterte toeneemt.

Ik denk trouwens dat we aan het begin staan van een nog grotere eenheid onder het volk om zich te verzetten tegen het beleid van Duterte. Weet u, de strijd zit in ons verankerd. En wij passen ons aan alle omstandigheden waarin we terecht komen, hoe moeilijk ze ook zijn. Ook in de gevangenissen. Daar zijn de omstandigheden onmenselijk en toch hebben de activisten nog altijd de kracht om hun sensibiliserings- en organisatiewerk onder de gevangenen voort te zetten.

Wij zullen nooit ophouden te strijden zolang de rijkdommen van het land niet ten goede komen aan alle werkende mensen op de Filipijnen.

Dit artikel werd overgenomen van ngo Viva Salud.

Filipijnen: “Het volk verenigt zich tegen de angst die president Duterte wil installeren”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven