Palestijnse verkiezingen

 

Palestijnse verkiezingen

 

Briefing paper – April 2021

Samenvatting

 

Op 15 januari 2021 kondigde de Palestijnse president Abbas de organisatie van Palestijnse parlements- en presidentiële verkiezingen aan. Aangezien deze verkiezingen, die zullen worden aangevuld met de benoeming van een nieuwe Palestijnse Nationale Raad (PNC, Parlement van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, PLO) onder bezetting plaatsvinden, volstaan ze niet om te kunnen spreken over een “democratie”. Niettemin bieden de komende verkiezingen kansen voor de realisatie van de rechten van het Palestijnse volk en voor de hervatting van een vastgelopen vredesproces.

Om deze kansen te grijpen, schuift het Midden-Oostenplatform van 11.11.11 en CNCD-11.11.11, samen met zijn Palestijnse partners, de volgende aandachtspunten naar voren: erkenning van de uitslag; deelname aan de verkiezingen van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem en van Palestijnse gevangenen; eerbiediging van de democratische beginselen; de vertegenwoordiging van jongeren en vrouwen; en de impact van de Covid-19-pandemie op het verkiezingsproces.

De Palestijnse verkiezingen kunnen, als zij gehouden worden, een game changer zijn. Het is dan ook belangrijk dat België en de Europese Unie er de nodige aandacht aan besteden, en actie ondernemen om te anticiperen op de mogelijke gevolgen van deze verkiezingen.

Aanbevelingen

Gezien de belangen die op het spel staan, en om de kansen te grijpen die de Palestijnse verkiezingen bieden, vragen wij de EU en België om:

·         Een Europese waarnemingsmissie op te zetten voor de Palestijnse parlementsverkiezingen van mei 2021, alsook voor de presidentsverkiezingen van juli 2021.

·         Vóór de verkiezingen duidelijkheid te verschaffen over de voorwaarden voor volwaardige relaties met een toekomstige Palestijnse regering, zodat de resultaten van de parlements- en presidentsverkiezingen erkend kunnen worden en de financiering van de Palestijnse Autoriteit (PA) niet in het gedrang komt.

·         Druk uit te oefenen zodat Israël de Palestijnse verkiezingscampagne en de verkiezingen in Oost-Jeruzalem laat plaatsvinden en opdat Israël de verblijfsvergunningen van Palestijnse kandidaten of verkozenen niet stopzet of intrekt.

·         Israël onder druk te zetten om alle Palestijnse politieke gevangenen vrij te laten, met name de leden van de Palestijnse Wetgevende Raad (PLC), of ten minste toe te staan dat er in Israëlische gevangenissen verkiezingen kunnen worden gehouden en dat politieke gevangenen zich verkiesbaar kunnen stellen.

·         Aangezien het houden van verkiezingen afhankelijk is van de mate waarin de Covid-19-epidemie woedt, druk uit te oefenen op Israël om de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza gelijkwaardige toegang te geven tot vaccins, overeenkomstig Israëls verplichtingen als bezettende macht.

·         Er op toe te zien dat de Palestijnse Autoriteit (PA) en de de facto regering in Gaza de verkiezingscampagne en de verkiezingen vrij en veilig laten verlopen.

·         De PA aan te moedigen om de vertegenwoordiging van jongeren te verhogen en toe te werken naar een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen op kieslijsten, ten minste overeenkomstig de door de PLO vastgestelde normen.

·         Er voor te zorgen dat de PA en de de facto regering in Gaza het resultaat van de verkiezingen, de vierjarige ambtstermijn van de volgende gekozen Wetgevende Raad en de burgerlijke vrijheden eerbiedigen.

·         De Verenigde Naties en in het bijzonder de UNRWA, op te roepen de nodige acties te ondernemen opdat Palestijnse vluchtelingen in de bezette Palestijnse gebieden en daarbuiten kunnen deelnemen aan de verkiezingen.

 

 

 

 

Palestijnse politieke structuren[1]

Op 15 januari 2021 kondigde de Palestijnse president Mahmoud Abbas de organisatie aan van verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad (22 mei) en het presidentschap van de Palestijnse Autoriteit (PA) (31 juli), alsook de vorming van een nieuwe Palestijnse Nationale Raad (31 augustus). Deze aankondiging is belangrijk gezien de terugkerende onenigheid tussen Fatah en Hamas over dit onderwerp in de afgelopen jaren.

Om de Palestijnse politieke structuren te begrijpen, moet eerst een onderscheid worden gemaakt tussen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en de Palestijnse Autoriteit (PA). De PLO, die in 1964 werd opgericht, is de enige organisatie die het gehele Palestijnse volk (inclusief de Palestijnse vluchtelingen) vertegenwoordigt, met uitzondering van de Palestijnse burgers van Israël. Hamas en de Islamitische Jihad maken echter tot dusver geen deel uit van de PLO en zijn er derhalve niet in vertegenwoordigd, hoewel zij als waarnemers worden aanvaard. De PA werd in 1994 onder de Oslo-akkoorden opgericht om de Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden (d.w.z. Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem) te besturen.

De Palestijnse Wetgevende Raad (PLC) is de wetgevende arm van de PA. De PLC heeft al verkiezingen gehouden in 1996 en 2006. De PLC is echter niet meer bijeengekomen sinds de interne oorlog tussen Hamas en Fatah in 2007. Op 12 december 2018 vaardigde het Grondwettelijk Hof een decreet uit tot ontbinding van de PLC en tot het houden van parlementsverkiezingen binnen 6 maanden, verkiezingen die steevast zijn uitgesteld. Sinds 2007 regeert de Palestijnse president Abbas dus met presidentiële decreten. In de Gazastrook zijn ook vele wetten en verordeningen aangenomen door de “Reform and Change Party”, de partij van Hamas binnen de PLC.

Na de dood van Yasser Arafat in november 2004 werd Mahmoud Abbas bij besluit van het Uitvoerend Comité voor het eerst verkozen tot president van de PLO. In januari 2005 werd hij vervolgens met 62% van de stemmen verkozen tot president van de Palestijnse Autoriteit. (met Mustafa Barghouti van de Onafhankelijke Palestijnse Lijst was de belangrijkste tegenkandidaat). In 2009 werd de presidentiële ambtstermijn van Mahmoud Abbas door het uitvoerend comité van de PLO verlengd. Het presidentschap van de PA is het belangrijkste uitvoerende orgaan dat verantwoordelijk is voor het bezette Palestijnse gebied.

De Palestijnse Nationale Raad (PNC) is de wetgevende autoriteit van de PLO. De laatste vergadering van de PNC vond plaats in april-mei 2018 in Ramallah om een nieuwe Palestijnse Centrale Raad (PCC) te kiezen, alsook het Uitvoerend Comité (EC) van de PLO. Deze bijeenkomst werd geboycot door het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), alsook door Hamas en Islamitische Jihad. De aankondiging van president Abbas in januari omvat de vorming (niet de verkiezing) in augustus 2021 van een nieuwe PNC, waarin Hamas zou worden opgenomen.

De parlements- en presidentsverkiezingen zullen worden georganiseerd krachtens de kieswet van 2021, die bij presidentieel decreet werd afgekondigd. Deze wet wijzigde de kieswet van 2007 en schrapte onder meer de verplichting voor kandidaten om de PLO te beschouwen als “de enige legitieme vertegenwoordiger van het Palestijnse volk”. De kandidaten moeten wel nog steeds de basiswet van 2003 en de PLO blijven erkennen. De gemeenteraadsverkiezingen zullen wel nog gehouden worden op basis van de wet van 2007.

Sinds 2005 worden de Palestijnse verkiezingen geleid door de onafhankelijke Centrale Verkiezingscommissie (CEC), voorgezeten door Hanna Nasir. De CEC bestaat uit negen commissarissen die bij presidentieel decreet worden benoemd.

Op 9 februari 2021 bereikten vertegenwoordigers van de verschillende Palestijnse partijen, waaronder Fatah en Hamas, tijdens een bijeenkomst in Caïro een “tussentijds akkoord” over de voorwaarden voor de komende verkiezingen, waaronder eerbiediging van de resultaten, een verbod op de aanwezigheid van milities bij de stembureaus en de oprichting van een “onafhankelijk verkiezingstribunaal”.

Beperkingen en risico’s

Hoewel de aankondiging van Palestijnse verkiezingen op internationaal niveau positief werd ontvangen, is het ook belangrijk om te wijzen op de risico’s van het toekennen van een te groot belang aan deze verkiezingen.

Ten eerste is het van belang eraan te herinneren dat de Palestijnse verkiezingen zullen plaatsvinden in de context van de Israëlische bezetting. De Palestijnen hebben geen soevereiniteit over hun grondgebied, en de Palestijnse Autoriteit is hooguit een administratieve macht met beperkte bevoegdheden en middelen. Ze werd opgericht via de Oslo-vredesakkoorden (1993), die anno 2021 als een “dood” proces worden beschouwd. Voor de totstandkoming van een echte democratie in Palestina moet er dus eerst en vooral een einde komen aan de Israëlische bezetting.

Ten tweede zullen er, zoals aangekondigd, geen verkiezingen worden gehouden voor de vernieuwing van de Palestijnse Nationale Raad. Verkiezingen zouden echter een antwoord zijn geweest op de vele oproepen tot revitalisering en democratisering van de PLO. De PLO is in feite het orgaan dat de grootste legitimiteit geniet onder de Palestijnse bevolking, aangezien de Palestijnse vluchtelingen er deel van uitmaken. Maar sinds de Oslo-akkoorden heeft de PLO aan belang verloren tegenover de PA, mede door de sterke focus van internationale donoren op de versterking van de PA. Vandaag gaan er veel Palestijnse stemmen op voor verkiezingen voor de Palestijnse Nationale Raad. In het presidentieel decreet van 15 januari is echter sprake van vernieuwing van – niet: verkiezingen voor- de PNC.

Kansen en opportuniteiten

De voor 2021 aangekondigde Palestijnse verkiezingen kunnen om verschillende redenen ook als een kans worden gezien.

In de eerste plaats moet worden onderstreept dat Fatah en Hamas vooral lijken ingestemd te hebben met de organisatie van verkiezingen omwille van de internationale context (de verkiezing van Joe Biden als president van de Verenigde Staten, de normalisatieakkoorden tussen Israël en de Arabische staten en de verzoening tussen Qatar en Saoedi-Arabië) en hun interne moeilijkheden. Initieel was het echter onduidelijk of de Palestijnse publieke opinie hier wakker van lag, en of er sprake zou zijn van een grote mobilisatie van kiezers. Zoals Hugh Lovatt, expert op het gebied van de Palestijnse politiek bij de denktank ECFR[2], opmerkte: “Het enthousiasme van de kiezers zal voor een groot deel afhangen van de vraag of de komende verkiezingen iets anders blijken te zijn dan een poging om de bestaande politieke orde te legitimeren”. Tegen alle verwachtingen in kondigde de CEC een registratiepercentage van 93% aan, waarbij 2,6 miljoen Palestijnen (op een totaal van 2,8 miljoen kiesgerechtigden) zich lieten registreren. Hieruit blijkt dat de Palestijnse samenleving de verkiezingen ziet als een kans op verandering.

Ten tweede kunnen de verkiezingen voor de PLC democratiseringsprocessen in de Palestijnse politieke context nieuw leven inblazen en zorgen voor de vernieuwing en legitimatie van Palestijnse instellingen. Verkiezingen kunnen ook bijdragen tot een sterkere scheiding der machten tussen de uitvoerende macht enerzijds, en de wetgevende en rechterlijke macht anderzijds. Wetten en wetgeving die al meer dan 14 jaar hangende zijn, kunnen dan door de PLC worden goedgekeurd, terwijl presidentiële decreten die het afgelopen decennium kracht van wet kregen overeenkomstig artikel 43 van de basiswet door de nieuw verkozen PLC in haar eerste zittingen, kunnen worden herzien, goedgekeurd of herroepen. De rehabilitatie van de PLC zou dus de verantwoordingsplicht van het Palestijnse leiderschap en de transparantie van politieke besluitvormingsprocessen kunnen verbeteren.

De verkiezingen zouden ook de politieke wil kunnen versterken om de internationale verdragen en overeenkomsten waartoe de staat Palestina is toegetreden na te leven, met name de internationale verdragen die betrekking hebben op de mensenrechten en de rechten van de vrouw. De politieke rol van maatschappelijke organisaties die werken rond concrete kwesties zoals gezondheid, vrouwenrechten en sociale bescherming zal ook worden vergemakkelijkt. Veel wetsvoorstellen, die al jaren in behandeling zijn, hebben immers gevolgen voor kwetsbare groepen en vrouwenrechten, onder meer inzake gezinsbescherming, het wetboek van strafrecht en de wetten inzake de gezinssituatie. De verkiezing van een nieuwe PLC zal vrouwen- en mensenrechtenorganisaties de gelegenheid geven te lobbyen voor de goedkeuring van nieuwe wetten die deze kwetsbare groepen beter beschermen. Tegelijk bestaat ook de kans dat de komende verkiezingen zouden kunnen leiden tot een meerderheid van conservatieve krachten in de volgende PLC, wat negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de individuele vrijheden, de juridische hervormingen en de gelijkheid van mannen en vrouwen in bezet Palestijns gebied. Ongeacht de specifieke uitkomst van de verkiezingen, bieden deze de Palestijnse burgers alleszins een kans om zich te verzetten tegen de Israëlische bezettingspolitiek en om hun rechten te verwerven[3].

Ten derde bieden deze verkiezingen hoop op een intra-Palestijnse verzoening. Sinds de overwinning van Hamas in de verkiezingen van 2006 en de gedwongen verdrijving van Fatah uit de Gazastrook in 2007, zijn er talrijke (onsuccesvolle) pogingen tot verzoening tussen beide groepen geweest. Ook al bestaat er nog steeds een risico dat de spanning tussen Fatah en Hamas nog verder zal toenemen, toch lijken hun belangen hen vandaag in de richting van een meer duurzame verzoening te leiden. Fatah wil zijn democratische goede wil tonen aan de internationale gemeenschap, terwijl Hamas hoopt op een versoepeling van de door Israël opgelegde blokkade en (op lange termijn) op een herontwikkeling van de Gazastrook.

Uitdagingen

Om bovenstaande risico’s zoveel mogelijk te voorkomen en de kansen die zich voordoen ook effectief te benutten, dienen de Europese Unie en haar lidstaten zorgvuldig met een aantal uitdagingen om te gaan.

Erkenning van de uitslag van de stembusgang

Hoewel de EU een waarnemingsmissie naar de verkiezingen van 2006 stuurde en verklaarde dat deze stembusslag eerlijk verliep, heeft zij de resultaten nooit erkend vanwege de overwinning van Hamas. Onder druk van de Verenigde Staten en op basis van de drie door het “Quartet”[4] opgestelde condities (erkenning van Israël, goedkeuring van alle eerdere vredesakkoorden en afzien van alle vormen van geweld), schortte de EU haar steun aan de Palestijnse Autoriteit op en stelde ze een “no-contact-policy” in jegens de verkozen Hamas-regering.

Om dit internationale embargo te omzeilen, vormde premier Ismael Haniyeh (Hamas) in maart 2007 een nieuwe regering, bestaande uit leden van Hamas, Fatah en kleinere politieke groeperingen en een aantal onafhankelijke figuren. Als minister van Buitenlandse Zaken werd gekozen voor Ziad Abu Amr, een onafhankelijke figuur, om zo internationale contacten mogelijk te maken. Hoewel deze benoemingen het mogelijk maakten de internationale contacten met niet aan Hamas gelieerde leden van de regering te hervatten, bleef de internationale financiering geblokkeerd.

In 2017 herzag Hamas, onder druk van haar meer gematigde vleugel, bovendien zijn algemene beginselen[5], in een poging om de banden met de EU te hernieuwen. De EU negeerde echter deze ontwikkeling, hetgeen ertoe bijdroeg dat de gematigden in diskrediet werden gebracht ten gunste van de “hardliners” binnen Hamas[6].

De door de EU ingestelde “no-contact-policy” is in strijd met de doelstellingen van de EU in de regio. Ze leidde in 2007 mee tot een breuk tussen Hamas en Fatah en droeg bij tot de legitimatie van de illegale Israëlische blokkade van de Gazastrook. Dit alles leidde tot een catastrofale “de-ontwikkeling” van Gaza, een proces dat reeds grondig was aangewakkerd door verschillende Israëlische militaire offensieven in 2008-2009, 2012 en 2014. Het is daarom van essentieel belang dat de EU de voorwaarden voor haar financiering van de PA en de regels voor haar engagement met een nieuw verkozen Palestijnse regering vóór de Palestijnse parlementsverkiezingen van mei 2021 herziet, om niet opnieuw de fout te maken die in 2006 werd gemaakt. Tot dusver heeft de EU zich echter enkel beperkt tot het toejuichen van de aankondiging van de Palestijnse verkiezingen, zonder zich ertoe te verbinden de resultaten te respecteren[7]. De EU heeft ook nog niet gereageerd op het Palestijnse verzoek om een verkiezingswaarnemingsmissie te sturen (hoewel het ernaar uitziet dat positief gereageerd zal worden op dit verzoek).

De verkiezingscampagne en verkiezingen in Oost-Jeruzalem

Bij de start van het verkiezingsproces benadrukte de Palestijnse President Mahmoud Abbas het belang van het voeren van verkiezingscampagnes in alle delen van bezet Palestijns gebied, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Voor de Palestijnse facties is er geen sprake van het houden van verkiezingen zonder de deelname van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Tot dusver heeft de Israëlische regering nog geen commentaar op deze kwestie gegeven. Indien Israël het houden van verkiezingen in Oost-Jeruzalem verbiedt, zou dit de Palestijnse partijen in een lastig parket kunnen brengen, gezien hun aandringen op het opnemen van het gebied en zijn Palestijnse inwoners.

Ter herinnering: in 2006 verzette Israël zich aanvankelijk tegen de organisatie van verkiezingen in Oost-Jeruzalem, wegens de deelname van Hamas aan de verkiezingen. Israël had kandidaten ook verboden campagne te voeren in Oost-Jeruzalem en arresteerde verschillende kandidaten die het verbod hadden genegeerd. Onder internationale druk mochten de parlementsverkiezingen in Oost-Jeruzalem plaatsvinden, maar Israël stond slechts een beperkt aantal Palestijnen uit Oost-Jeruzalem toe om in de stad te stemmen. Postkantoren werden voor de gelegenheid omgetoverd tot stembureaus. Weinig Palestijnen brachten uiteindelijk hun stem uit in de stad, omdat ze vreesden dat zij zouden worden geregistreerd door de Israëlische politie die bij de stembureaus aanwezig was. Ze gaven er de voorkeur aan om zich naar stembureaus op de Westelijke Jordaanoever te begeven. De Israëlische autoriteiten droegen de stemmen in Oost-Jeruzalem over aan de PA.

Het recht van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem om deel te nemen aan de verkiezingen voor de PA is vervat in artikel 2 van de interim-overeenkomst van Oslo. De “modus operandi” via de postkantoren, zoals uiteengezet in bijlage 2 van de overeenkomst, stelt de Israëli’s en de Palestijnen in staat hun standpunten te handhaven totdat de kwestie-Jeruzalem in een definitief akkoord is geregeld[8]. Nu de Israëlische verkiezingen van 23 maart achter de rug zijn, moet van de Israëlische regering de toezegging worden verkregen dat de verkiezingen zullen gehouden worden. De kandidaten moeten ook de toestemming krijgen om campagne te voeren in Oost-Jeruzalem.

Deelname van politieke gevangenen

Regelmatig worden Palestijnse politieke leiders gearresteerd en vastgehouden. Dat maakt deel uit van een voortdurende Israëlische poging om Palestijnse politieke processen – en daarmee de Palestijnse politieke soevereiniteit en het recht op zelfbeschikking – te verhinderen[9]. Geregeld gaat Israël over tot arrestaties van leden van de Palestijnse Wetgevende Raad. In 2002 arresteerde het Israëlische leger Marwan Barghouti, lid van de PLC sinds de verkiezingen van 1996. Hij werd veroordeeld tot vijf levenslange gevangenisstraffen voor de moord op vijf mensen en het aanzetten tot geweld tegen Israël. Zijn vrijlating wordt vaak besproken omdat hij een van de enige geloofwaardige vervangers is van Mahmoud Abbas binnen Fatah.

In de aanloop naar de verkiezingen van 2006 waren leden van de PLC en toekomstige verkiezingskandidaten het slachtoffer van een arrestatiegolf. De arrestaties werden voortgezet en zelfs geïntensiveerd na de verkiezingen, waarbij de Israëlische autoriteiten vooral het blok van “Verandering en Hervorming” (het politieke blok rond Hamas) viseerden. Israël verhinderde nochtans niet de deelname van deze politieke groep aan de parlementsverkiezingen, die pas in februari 2007 buiten de wet werd gesteld.

Sinds 2006 gaan de arrestaties van leden van de Palestijnse Wetgevende Raad door. Hun proces wordt gevoerd in militaire rechtbanken en zonder enige garantie op een eerlijk proces. Israël verhindert ook dat sommige leden van de PLC de bezette Palestijnse gebieden verlaten. Israël heeft ook de verblijfsvergunningen van Palestijnse parlementsleden in Oost-Jeruzalem ingetrokken, hen onder dwang naar andere delen van de Westelijke Jordaanoever gedeporteerd en hen de toegang tot Jeruzalem ontzegd[10].

Bij de aankondiging van de aanstaande verkiezingen heeft de CEC Israël verzocht de verkiezingen ook in de gevangenissen te kunnen laten doorgaan, met de hulp van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC). De stem van de gevangenen is inderdaad belangrijk, evenals hun mogelijkheid om zich verkiesbaar te stellen. Naast de 12 leden van de PLC die nog steeds gevangen zitten (van wie 9 in “administratieve detentie”) [11], hebben verschillende Palestijnen die in Israëlische gevangenissen zitten, zich kandidaat gesteld voor de volgende parlementsverkiezingen[12].

Eerbiediging van democratische beginselen

Democratie gaat verder dan louter de organisatie van verkiezingen. Eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is een noodzakelijke voorwaarde voor een democratische samenleving. Zoals uiteengezet in het door 11.11.11 en CNCD-11.11.11 in januari 2020 gepubliceerde rapport “Occupation and shrinking space”[13], leiden de Israëlische bezetting en kolonisatie tot massale schendingen van de mensenrechten van Palestijnse burgers. Daarnaast vormen de autoritaire excessen van de Palestijnse autoriteiten – zowel door de PA op de Westelijke Jordaanoever als de de facto Hamas-autoriteit in Gaza – eveneens een ernstig gevaar voor de rechten en vrijheden van de Palestijnen die in bezet Palestijns gebied wonen. Zoals Yara Hawari, senior beleidsanalist bij de Palestijnse denktank Al Shabaka, opmerkt: “Als je een samenleving hebt die politiek volledig verstikt is, en waar politieke oppositie regelmatig wordt gestraft, dan is het al opgetuigd”[14].

De cybercriminaliteitswet van 2017 (die in mei 2018 werd aangepast) is een duidelijk voorbeeld van deze “drive to authoritarianism” van Palestijnse politieke leiders. De vaagheid van de wet laat de PA toe om de wet te misbruiken om kritische Palestijnse stemmen het zwijgen op te leggen[15]. De vervolging van de mensenrechtenactivist Issa Amro wegens uitlatingen tegen de PA op sociale netwerken is hier slechts één van de vele voorbeelden van[16].

De kwestie van de scheiding der machten is ook binnen de Palestijnse Autoriteit van cruciaal belang. De presidentiële decreten die president Abbas op 11 januari 2021 heeft uitgevaardigd om de justitiële sector te hervormen, breidden de greep van de uitvoerende macht op de rechterlijke macht uit[17]. De regeling die Hamas en Fatah in Caïro hebben getroffen voor een “onafhankelijke verkiezingsrechtbank” is een antwoord op de vrees van Hamas dat president Abbas zijn greep op de rechtbanken zal gebruiken om de resultaten van de stembusgang ongeldig te maken.

De door Abbas ingevoerde hervorming van de kieswet vereist ook dat de kandidaten afzien van elke professionele functie – zelfs indien er geen sprake is van een belangenconflict-, hetgeen de toegang tot de kieslijsten de facto beperkt tot rijke mensen, renteniers of beroepspolitici. Bovendien moet elke lijst 10.000 dollar verzamelen om te worden ingediend, wat in de huidige economische context enkel mogelijk is voor politieke groepen die kunnen rekenen op rijke financiers. Het Palestijnse maatschappelijk middenveld dringt erop aan dit bedrag te verlagen tot 100 dollar.

Ten slotte wijzigde de “wet bij decreet nr. 7” van 2 maart 2021 de vorige “wet nr. 1 van 2000 betreffende liefdadigheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties”, waardoor de uitvoerende macht veel meer mogelijkheden krijgt om zich te bemoeien met de werking van maatschappelijke organisaties. Volgens de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq “is de wet bij decreet tot wijziging van de wet op de maatschappelijke organisaties in strijd met artikel 20 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 22 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarin het fundamentele recht op vrijheid van vereniging wordt benadrukt en de onafhankelijkheid, activiteiten en financiële middelen van maatschappelijke organisaties worden beschermd[18]”. In een petitie die door 120 Palestijnse maatschappelijke organisaties is ondertekend, wordt opgeroepen tot de onmiddellijke nietigverklaring van deze wet[19].

Vertegenwoordiging van jongeren en vrouwen

Hoewel de jeugd een meerderheid van de Palestijnse samenleving uitmaakt, wordt zij gemarginaliseerd. 63% van het Palestijnse electoraat is jonger dan 40 jaar. Palestijnse maatschappelijke organisaties dringen daarom aan op een betere vertegenwoordiging van jongeren in het verkiezingsproces. De leeftijd om zich verkiesbaar te stellen is vastgesteld op 28 jaar voor de PLC en op 40 jaar voor het presidentschap. Het maatschappelijk middenveld dringt echter aan op een verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd voor de PLC tot 23 jaar, in overeenstemming met de kiesgerechtigde leeftijd voor de Palestijnse Nationale Raad.

De nieuwe kieswet verhoogde de vertegenwoordiging van vrouwen tot 26%, hetgeen lager is dan het door de Centrale Raad van de PLO genomen besluit om het quotum tot 30% te verhogen. In feite werd in de nieuwe wet geen percentage vastgesteld, maar werd de plaats van vrouwen op de kieslijsten van de partijen gewijzigd. De partijen moeten dus één vrouw voorstellen bij de eerste drie kandidaten, en één vrouw per vier kandidaten op de rest van de lijst.

Palestijnse vrouwenrechtenorganisaties roepen de verschillende politieke partijen op het aantal vrouwen op de eerste drie namen van de lijsten te verhogen, om zo tot een groter aantal gekozen vrouwen te komen. Zij voeren ook campagne om vrouwen aan te moedigen op andere vrouwen te stemmen en om vrouwen te steunen die leidende posities bereiken. Tenslotte pleiten zij voor een gelijke vertegenwoordiging, in plaats van een specifiek quotum.

De Covid-19 pandemie

Of er in mei 2021 verkiezingen kunnen worden gehouden, zal afhangen van de mate waarin de Covid-19-pandemie in bezet Palestijns gebied beheerst kan worden.

Hoewel Israël zich opwerpt als “wereldkampioen” op het gebied van vaccinatie tegen Covid-19, heeft het de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook niet bij zijn vaccinatiestrategie betrokken, hoewel het daartoe als bezettingsmacht verplicht is onder internationaal recht. Het COVAX-initiatief van de WHO en GAVI voor de distributie van het vaccin in ontwikkelingslanden zal er hooguit voor zorgen dat 20% van de Palestijnse bevolking in 2021 een vaccinatie krijgt toegediend. Het initiatief, dat onvoldoende wordt gefinancierd, is bovendien nog ver van dit doel verwijderd[20]. Gezien de heropleving van positieve gevallen van Covid-19 in bezet Palestijns gebied, maakt zelfs het gunstigste scenario voor vaccinatie het onwaarschijnlijk dat de Palestijnse verkiezingen op een normale manier kunnen doorgaan.

Een brede coalitie van het Palestijnse maatschappelijk middenveld[21] roept derde staten daarom op “de Verdragen van Genève te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat deze worden nageleefd, onder meer door ervoor te zorgen dat Israël, de bezettingsmacht, de Palestijnse Autoriteit levensreddende COVID-19-

[1] Voor meer informatie, zie het “Mapping Palestinian politics” project van de European Council for Foreign Relations : https://ecfr.eu/special/mapping_palestinian_politics/

[2] Hugh Lovatt, “The Palestinian elections: A second chance for the EU”, ECFR, 19 January 2021 https://ecfr.eu/article/the-palestinian-elections-a-second-chance-for-the-eu/

[3] “Elections Are an Essential Point for Restoring Democracy and Unifying the Political System », PNGO Press Release, 12 January 2021 https://en.pngoportal.org/post/3272/PNGO-Press-Release-Elections-Are-an-Essential-Point-for-Restoring-Democracy-and-Unifying-the-Political-System

[4] Het Midden-Oosten Kwartet, dat in 2002 is opgericht om het vredesproces nieuw leven in te blazen, bestaat uit de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en de Verenigde Naties.

[5] Zie : https://hamas.ps/en/post/678/A-Document-of-General-Principles-and-Policies

[6] Zie : Mohammad Shehada, « Hamas (Palestine) » in Guns and Governance. How Europe should talk with non-State armed groups in the Middle East, ECFR: https://ecfr.eu/special/mena-armed-groups/hamas-palestine/

[7] Palestine: Statement by the Spokesperson on launching the preparations for elections, EEAS, 16 January 2021.

[8] Terrestrial Jerusalem, “Palestinian Elections in East Jerusalem: Lessons learned, Anticipated challenges”, briefing paper, 1st March 2021. https://drive.google.com/file/d/1Zzn7D1fBg23VaMd2voWLm7J4f4J7lodx/view

[9] “Detained Palestinian Legislative Council Members”, Addameer, 25 July 2017. http://www.addameer.org/publications/detained-palestinian-legislative-council-members-0

[10] « Arrest of legislative council members », Addameer (last update : November 2018). https://www.addameer.org/the_prisoners/plc_member

[11] Zie lijst : http://www.addameer.org/publications/detained-palestinian-legislative-council-members-0

[12] « Participation of political prisoners in the legislative elections”, Central Elections Commission, Palestine. https://www.elections.ps/tabid/326/language/en-US/Default.aspx

[13] Israel/Palestine. « Occupation and shrinking space » The attack on civil society in the occupied Palestinian Territory and in Israël, Report 11.11.11 & CNCD-11.11.11, January 2020. https://11.be/verhalen/palestijns-en-israelisch-middenveld-krijgt-steeds-minder-bewegingsruimte

[14] Joseph Krauss, “Palestinian leader’s path to elections is fraught with peril”, AP , 7 February, 2021, https://apnews.com/article/israel-elections-mahmoud-abbas-west-bank-coronavirus-pandemic-15617805eb9e3b219e44c231728dc13f

[15] Israel/Palestine. « Occupation and shrinking space », op cit.

[16] Amira Hass, “Convicted in an Israeli Military Court, This Palestinian Activist Is Also Being Persecuted by the PA”, Haaretz, 28 January 2021 https://www.haaretz.com/middle-east-news/palestinians/.premium-convicted-by-israel-this-palestinian-activist-is-also-being-persecuted-by-the-pa-1.9488264

[17] Amira Hass, “Abbas Tightens His Control Over the Palestinian Court System”, Haaretz, 28 January 2021 https://www.haaretz.com/middle-east-news/palestinians/.premium-sparking-election-fears-abbas-tightens-grip-on-palestinian-court-system-1.9492477

[18] “Al-Haq Position Paper on the Law by Decree Concerning the Amendment of the Law on Charitable Associations and Civil Society Organisations”, 10 March 2021 https://www.alhaq.org/advocacy/17959.html

[19] “More Than 120 NGOs demand the cancellation of restrictions imposed on candidacy in the legislative elections”, PNGO, 11 March 2021. https://en.pngoportal.org/post/3308/More-Than-120-NGOs-demand-the-cancellation-of-restrictions-imposed-on-candidacy-in-the-legislative-elections

[20] N. Janne d’Othée, « L’ombre de l’apartheid sur la stratégie de vaccination d’Israël », CNCD-11.11.11, 22 janvier 2021. https://www.cncd.be/apartheid-strategie-vaccination-israel-palestine-covid

[21] Racism and Institutionalised Discrimination in the Roll-Out of the COVID-19 Vaccine”, PHROC, PNGO and PNIN, 14 January 2021 https://www.alhaq.org/advocacy/17767.html

 

 

 

 

Palestijnse verkiezingen
Schuiven naar boven