Boekrecensie “Dochter van de dekolonisatie”

Dekolonisatie, waarom en hoe?

Boekrecensie van “Dochter van de dekolonisatie”, een boek van Nadia Nsayi door Tony Busselen.

In haar boek “Dochter van de dekolonisatie”, geeft Nadia Nsayi doorheen het relaas van haar familiegeschiedenis en haar persoonlijk verhaal een concreet en overtuigend zicht op de voor Congo zo pijnlijke en nefaste verstrengeling van de Congolese en Belgische geschiedenis de voorbije 135 jaar.

In het eerste deel van haar boek schrijft Nadia het verhaal van haar familie in België en in Congo tijdens de kolonisatie. Ze begint met de geboorte van haar overgrootvader Oscar Clerebaut in 1865. Zijn geboortedorp, Zinnik, Soignies in het Frans, is een dorp zoals vele waar de levensomstandigheden in die tijd barslecht zijn. Na de geboorte van Nadia’s grootvader Arthur zal het gezin Clerebaut twee kinderen verliezen. Dat was toen geen uitzondering. “Terwijl zijn eigen volk moeizaam overleeft, promoot koning Leopold II de Onafhankelijke Congostaat… In realiteit heeft de Europese kolonisatie economische motieven. Industrielanden zoals België zoeken nieuwe afzetmarkten en goedkope grondstoffen en werkkrachten. Ze vinden die in Afrika.” Het doet denken aan de woorden van de pionier van de Britse kolonisatie in Afrika, Cecil Rhodes die na een vergadering van werklozen in Londen in 1894 zei: “Mijn grote gedachte is de oplossing van het sociale vraagstuk, en wel om de veertig miljoen bewoners van het Verenigde Koninkrijk voor een moordende burgeroorlog te behoeden, moeten wij, koloniale politici, nieuwe landen ontsluiten om daar onze overtollige bevolking heen te brengen, en nieuwe afzetgebieden te verkrijgen voor de waren die op onze fabrieken en in onze mijnen geproduceerd worden. Wanneer gij geen burgeroorlog wilt, moet gij imperialisten worden”.

Nadia citeert terecht het boek “Veroverd, bezet, gekoloniseerd. Congo 1876-1914” van Zana Etambala. Ze beschrijft hoe haar grootvader Arthur in 1921 naar Congo trekt, er een Congolese vrouw ontmoet en hoe zeven jaar later haar vader Marcel wordt geboren. Ze beschrijft de situatie van metiz-kinderen, die in een racistisch apartheidssysteem niet thuis horen, dikwijls verlaten worden door hun vaders en weggeroofd bij hun moeders en worden opgesloten in internaten. Marcel zal in 1970 trouwen met Angélique, de dochter van Philippe Madjedo en Cémentine Agwabi, beiden mensen uit het Noorden die naar de hoofdstad Leopoldstad verhuisden. Nadia wordt geboren in 1984, 12 jaar voor de val van de Mobutu-dictatuur.
Deze beschrijving van het familierelaas geeft ons een concreet zicht op de koloniale structuren die een onrechtvaardig, wreed en voor Congo vernietigende realiteit creëerden.

Een nieuwe generatie van de Congolese diaspora

In het tweede deel, die de hoofdmoot van het boek uitmaakt, gaat het over de huidige Congolese diaspora in België. Nadia vertelt hoe ze als vijfjarige samen met haar moeder in België terechtkomt. Hoe ze voor een belangrijk deel wordt opgevoed door een Belgisch koppel uit Landen waar ze school loopt en in de week verblijft. In de weekends is ze in Brussel met haar moeder. “Als volwassene heb ik die twee verschillende leefwerelden kunnen plaatsen en mijn eigen gemengde thuisomgeving gecreëerd, maar als kind en tiener was het verwarrend en soms lastig om tussen beide werelden te switchen.” Maar uiteindelijk “heeft die periode me gevormd en me vandaag in staat geteld om de veelzijdigheid van het leven en van mijn identiteit beter te vatten.”

Vervolgens volgen we Nadia tijdens haar studies in Leuven en de verschillende stappen in haar  beroepsleven. Zo krijgen we een heel concreet zicht op de evolutie van de Congolese diaspora: waar die in de jaren 1980 en 1990 eerder beperkt was tot politieke vluchtelingen en tijdelijke studenten, is die vandaag uitgebreid tot een grote groep waarvan veel hoogopgeleide jongeren. Nadia spreekt van 80.000, anderen hebben het over 120.000. Zo zouden 60% van de jongeren ouder als 18 een diploma hoger onderwijs hebben waarvan de helft van universitair niveau. Het blijkt een strijdbare generatie te zijn die opkomt tegen racisme, het kolonialisme verwerpt en haar plaats opeist in de Belgische samenleving.

Nadia beschrijft ook de gebeurtenissen in Congo na de val van het Mobutu-regime. Gebeurtenissen die ze beroepsmatig volgt voor onder andere de ngo Broederlijk Delen. Daarbij neemt ze soms het ene, soms het andere standpunt in bv. de idee dat Joseph Kabila aan de macht zou zijn gebracht door het Westen om neokoloniale belangen te dienen. In een andere periode zal ze dan de lijn van ministers Reynders, De Croo en de NV-A steunen die, vaak terecht, de schendingen van mensenrechten in Congo bekritiseren. Ze gaat daarentegen niet in op de onaanvaardbare en systematische inmenging van onze Belgische politici in functie van hun eigen neokoloniale agenda. Na vier jaar keiharde agitatie, druk vanuit het Westen en campagne tegen president Kabila “die geen verkiezingen wil organiseren”, vinden in december 2019 dan toch verkiezingen plaats gevolgd door een vreedzame machtsoverdracht. De lang aangekondigde explosie van volkswoede die het land zou doen uiteenspatten als de door het Westen gesteunde opposant Fayulu het niet haalde blijft uit. De Congolese realiteit blijkt veel complexer dan de clichés die onze media gedurende 4 jaar eindeloos hebben herhaald. Plots wordt het stil rond Congo. Veel observatoren, waaronder ikzelf, stellen hun visie in vraag. Zo ook Nadia. Enerzijds met frustraties over de manier waarop de verkiezingen plaats hebben gevonden, anderzijds doet de realiteit haar besluiten dat Congo een complex land is en dat “democratie er enkel zal zegevieren als het Congolese volk consequent voor zichzelf opkomt, tegen de corruptie van leiders in eigen land en tegen de hypocrisie van landen en organisaties van de internationale gemeenschap.”

Welke strategie voor de dekolonisatie?

In het laatste deel van haar boek schrijft Nadia haar voorlopige besluiten uit. Hoe omgaan en afrekenen met de geschiedenis ? Wat betekent dekolonisatie voor haar? Het is een uiterst interessante tekst omdat verschillende aspecten van het dekolonisatieproces aan bod komen. Echte excuses voor de wandaden en het misdadig systeem dat kolonisatie heet, moeten niet komen van de individuele Belgische burgers, maar wel van de instellingen die verantwoordelijk waren voor de koloniale structuren. Het Belgische Koningshuis, de regering, de katholieke kerk en de grote financiële groepen die hun macht uit de plundering van Congo haalden. Welke acties kunnen bijdragen tot een echte dekolonisatie? Als antwoord hierop overloopt Nadia een reeks mogelijkheden op het vlak van cultuur, onderwijs en opvoeding en de aanpak van structureel racisme en internationale politiek. Kortom, heel wat voorstellen die het debat over een echte dekolonisatiestrategie enkel ten goede kunnen komen.

“Dochter van de dekolonisatie” is een absolute aanrader voor elke activist tegen kolonialisme en voor de dekolonisatie.

Boekrecensie “Dochter van de dekolonisatie”
Schuiven naar boven