België – Congo: van koloniale overheersing naar overheersing door ongelijke relaties

Eric Isolo Yav, 2018

De onafhankelijkheid van Congo kwam er als resultaat van een grote pan-Afrikaanse beweging die zich verzette tegen de overheersing. Na 60 jaar heeft België niet gebroken met haar beleid van inmenging in Congo. Het is overgegaan van een systeem van kolonisatie met economische, politieke en militaire overheersing naar overheersing door ongelijke handelsrelaties, volgens een kader dat opgelegd wordt door grote internationale instellingen en industriële machten. Dit artikel is geschreven door Isabelle Minnon. Isabelle bereidt een boek voor dat de betrekkingen tussen België en Congo uitlicht, en werd vertaald door Maarten Smeets.

De onafhankelijkheid van Congo is het resultaat van een pan-Afrikaanse beweging tegen de koloniale overheersing

De onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 1960 was het resultaat van een grote pan-Afrikaanse beweging die bestond uit verschillende grote ideologen en activisten zoals Kwame Nkrumah, Franz Fanon en Patrice Lumumba. Voor hen was het kolonialisme een systeem van overheersing waaraan vroeg of laat een einde zou komen. België heeft veel obstakels in de weg gelegd om de echte onafhankelijkheid van Congo te verhinderen.

Het onderzoek van Kwame Nkrumah heeft hem tot de conclusie gebracht dat België erop uit was de toekomstige onafhankelijke Congolese staat economisch te verzwakken in het voordeel van België. België gaf de laatste vijf jaar voor de onafhankelijkheid 464 miljoen pond uit en liet op die manier een financieel gat achter van 40 miljoen pond op het moment van de onafhankelijkheid [1].

Franz Fanon hekelde de rol van de Belgische regering, die destijds ook gesteund werd door de Federatie van Rhodesië-Nyasaland, een staat die het systeem van apartheid handhaafde, en die tegelijk wapens leverde voor de afscheiding van Katanga. Katanga is een provincie in het oosten van Congo rijk aan grondstoffen. Franz Fanon was van mening dat een verenigd Congo met een antikoloniale activist als Lumumba aan het hoofd een bedreiging kon zijn voor Zuid-Afrika, waar apartheid heerste [2].

Na zijn deelname aan de Pan-Afrikaanse conferentie in Accra in Ghana in 1958 was Patrice Lumumba, de toekomstige premier van het onafhankelijke Congo, een vastberaden activist tegen de Belgische koloniale overheersing. Hij slaagde erin het land te verenigen en te mobiliseren voor haar onafhankelijkheid.
Alle drie vertolkten ze de wil van de bevolking die gebukt ging onder dwangarbeid, afgehakte handen en veel onmenselijke onrechtvaardigheden begaan door de koloniserende staten zoals België in Congo. Als vandaag in het debat wordt gesproken over de ‘positieve bijdrage van de kolonisatie’, is het voldoende om jezelf in de plaats te stellen van de mensen die het koloniaal systeem hebben ondergaan. Wie vandaag opkomt voor de dekolonisatie van de openbare ruimte, ontkent niet de geschiedenis maar neemt het op voor de vrijheid van iedereen en stelt het menselijke centraal, of die nu wit of zwart is.

De huidige positie van België ten aanzien van Congo is er een van ongelijke relaties

Het lage economische ontwikkelingsniveau van de Democratische Republiek Congo (DRC) is geen eenvoudige vertraging die zomaar kan worden ingehaald, zoals het dominante liberale discours doet uitschijnen en waar men ook wijst naar de onbekwaamheid van politici, het maatschappelijk middenveld en de hele bevolking als doorslaggevende factor. Dat zwakke niveau heeft vooral te maken met ongelijke verhoudingen. Ondervoeding, gebrek aan toegang tot drinkwater, elektriciteit en basisgezondheidszorg zijn het gevolg van een extreem gewelddadige overheersing door bepaalde geïndustrialiseerde landen, waaronder België, in hun handelsrelaties met de DRC. Voor echte ontwikkeling is het daarom nodig deze ongelijke relatie te veranderen. Zoals de Oegandese econoom Yash Tandon [3] zegt, is ontwikkeling een proces van verzet. In landen zoals België is sociaal verzet ook aanwezig in verschillende sectoren. Zonder dat verzet zou de bevolking ook armer worden. Hetzelfde geldt voor een land als Congo.

De overgrote meerderheid van de Afrikaanse landen is afhankelijk van de export van hun grondstoffen en de import van gefabriceerde goederen. De DRC is daar geen uitzondering op en is zo “afhankelijk” van prijsschommelingen van natuurlijke grondstoffen op de wereldmarkt.

In 2018 bestond bijna de volledige uitvoer van de DRC (82%) uit ertsen en metalen [4]. De top 5 van de Congolese exportpartners waren Zambia, de Verenigde Arabische Emiraten, de Republiek Korea, Saoedi-Arabië en Italië [5]. Merk ook op dat China niet in deze top 5 stond. Anderzijds vertegenwoordigde België 10,9% van de invoer uit de EU naar de DRC, het derde land van de Europese Unie na Finland en Italië [6]. Daarnaast bestaan ​de meest geïmporteerde producten voor België uit de DRC uit edelstenen (diamanten in verschillende vormen), edelmetalen, evenals chemicaliën (kobalt in verschillende vormen) en niet-edele metalen. Er kan dus gerust worden gesteld dat België een van de Europese landen is die in 2018 het grootste aandeel heeft gehad in de mijnexport van de DRC.

De grote industriële machten, waaronder België, sluiten de DRC op in haar rol van leverancier van grondstoffen (we spreken van extractivisme – massale exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen) waardoor de DRC in een ongelijke relatie komt te staan met de industriële staten waar de Congolese materialen worden verwerkt.

Belgische ontwikkelingssamenwerking met de DRC wordt gebruikt als een van de hefbomen om mijnbouwbedrijven, of bedrijven die weinig bijdragen tot de ontwikkeling van de DRC te ondersteunen. Twee voorbeelden illustreren dit: de financiering van de ‘Bank of Africa’ en van de ‘Forrest International Group’ door BIO, de Belgische investeringsmaatschappij voor samenwerking met de DRC.

Zo wordt de in de DRC aanwezige dochteronderneming van de Bank of Africa, waarvan de belangrijkste klanten grote ondernemingen actief in de mijnbouwsector [7] zijn, voor miljoenen gefinancierd door BIO. BIO is ondertussen aandeelhouder geworden voor bijna 20% [8]. Door haar relatie met de Forrest International Group, actief in de mijnbouw en onderaannemingen voor mijnbouwbedrijven [9], financiert BIO een van haar medische centra in Oost-Cong. De Forrest Group betaalt zo minder lonen uit aan haar arbeiders in ruil voor medische basiszorgen in haar eigen medisch centrum.

Een van de grootste uitdagingen in de huidige relaties tussen België en Congo is het onderzoeken van deze relaties, aangezien België in dit opzicht meermaals manipulatief omgaat met informatie. In Lubumbashi bijvoorbeeld, waar zo een medisch centrum is gevestigd, wordt de bevolking niet op de hoogte gebracht van de financiering door de Belgische samenwerking. Integendeel, het centrum staat ter plaatse bekend als zijnde enkel toegankelijk voor de welvarende bevolkingslaag. Naar de Belgische bevolking toe wordt de financiering van dit medisch centrum dan weer voorgesteld als het toegankelijkheid maken van gezondheidszorg voor de Congolese bevolking.

60 jaar na de onafhankelijkheid heeft België nog steeds een dominante positie in de DRC. Het wordt tijd dat België stopt met het ondersteunen van bedrijven die uitbuiting in stand houden in het land en dat ze transparant is over haar relaties met deze bedrijven.

Foto: Eric Isolo Yav, 2018

Voetnoten:
[1] “Neokolonialisme, de hoogste fase van het kapitalisme”, Kwame Nkrumah, Présence africaine, 1973.
[2] Pour la révolution africaine », Franz Fanon, La mort de Lumumba, pouvions-nous faire autrement ? Maspero, 1969.
[3] “Ontwikkeling is weerstand”, Yash Tandon, Alternatives Sud, Vol. 23-2016 / 25.
[4] Statistieken van de VN-conferentie over handel en ontwikkeling, op https://unctadstat.unctad.org/CountryProfile/GeneralProfile/en-GB/180/index.html (pagina geraadpleegd op 22 juni 2020).
[5] Statistieken van de Conferentie van de Verenigde Naties over handel en ontwikkeling, op https://unctadstat.unctad.org/CountryProfile/GeneralProfile/en-GB/180/index.html (pagina geraadpleegd op 22 juni 2020).
[6] Statistieken van het Agentschap voor buitenlandse handel, Bilaterale nota Democratische Republiek Congo, op https://www.abh-ace.be/sites/default/files/Bilateral_notes/November_2019/note-stat- republiquedemocratiquecongo-fr-september-2019-ld.pdf
[7] Bank of Africa – jaarverslag, financiële staten per 31 december 2016, pagina 4 en resultaten van onderzoeken die in 2019 zijn uitgevoerd onder de bank en mensen die werkzaam zijn in de banksector in de DRC. Bronnen verkiezen anoniem te blijven, uit angst voor hun veiligheid.
[8] Bank of Africa Jaarverslag, Jaarrekening 2018.
[9] Website van Forrest International Group, op http://forrestgroup.com/sector/services-miniers/

België – Congo: van koloniale overheersing naar overheersing door ongelijke relaties
Schuiven naar boven