Speech Hillal Sor | Stop Militarisation | 14.03 Brussel

Hillal Sor is algemeen secretaris van ABVV Metaal, en sprak in de eindsessie van de conferentie Stop Militarisation, die plaatsvond op 14 maart 2026 in Brussel. Hij verving Bert Engelaar, voorzitter van ABVV.

Kameraden, we leven in een periode van diepe internationale spanningen. Een diepe kanteling. Overal in Europa wordt ons verteld dat het antwoord op de wereldwijde crises eenvoudig is: meer wapens, meer legers, meer militaire uitgaven. Militaire budgetten exploderen. Regeringen praten over herbewapening, economische oorlogvoering, rivaliteit tussen blokken. Maar in dit debat ontbreekt vaak een fundamentele vraag: wat is het belang van de werknemers in deze logica van militarisering? Want we moeten het duidelijk zeggen: werknemers zijn nooit de winnaars van oorlogen geweest. Oorlogen verrijken bepaalde economische belangen — met name die van de aandeelhouders van de wapenindustrie — maar ze kosten de volkeren altijd heel veel. Het zijn de werknemers die naar het front gaan, onder druk produceren en de economische en sociale rekening betalen.

Daarom is de vakbeweging, vanaf haar oorsprong, altijd een beweging voor vrede geweest. Niet uit naïviteit, maar uit helderheid. Omdat werknemers één eenvoudig ding hebben begrepen: werknemers over de hele wereld hebben meer met elkaar gemeen dan met de belangen van de economische en militaire elites.

Wanneer de internationale spanningen oplopen, verschijnt er vaak een politiek fenomeen. Het publieke debat verschuift. Er wordt gesproken over externe dreigingen, nationale veiligheid, militaire inspanningen. Maar er wordt veel minder gesproken over ongelijkheden, de concentratie van rijkdom, de macht van multinationals en de aanvallen op sociale rechten. Oorlog of de angst voor oorlog kan een middel worden om de klassen-tegenstellingen te maskeren. Werknemers wordt gevraagd zich te verenigen achter de natie, achter de militaire inspanning. Maar ondertussen blijven de aandeelhouders de winsten accumuleren. De aandeelhouders van de defensie-industrie zien hun dividenden exploderen. De financiële markten juichen de aankondigingen van herbewapening toe. De oorlogsprofiteurs wassen hun handen in onschuld. Met andere woorden: oorlog wordt een uiterst winstgevende markt voor bepaalde private belangen.

Maar militarisering heeft een prijs. De publieke budgetten zijn niet oneindig. Wanneer honderden miljarden worden gemobiliseerd voor bewapening, komt steeds dezelfde vraag terug: wie gaat betalen? En al te vaak zijn dat de werknemers. Er wordt al gesproken over pensioenhervormingen, flexibilisering van de arbeid, budgettaire beperkingen. Men legt ons uit dat er geld tekort is voor ziekenhuizen, scholen en openbare diensten. Maar plotseling verschijnen er honderden miljarden voor militaire budgetten. Daar wordt de tegenstelling duidelijk. Werknemers wordt gevraagd sociale offers te brengen, terwijl bepaalde economische actoren van plan zijn ruimschoots te profiteren van de militarisering.

Tegenover deze logica moet de vakbeweging een andere visie verdedigen. Een alternatief bieden. Een visie gebaseerd op internationale samenwerking tussen de volkeren. Want de grote uitdagingen van de wereld zullen niet worden opgelost door militaire confrontatie. Ze zullen worden opgelost door samenwerking. De klimaatcrisis, de gezondheidscrises, de mondiale economische ongelijkheden. Geen enkel van deze problemen kan worden opgelost door legers. Ze vereisen wetenschappelijke samenwerking, economische samenwerking en internationale solidariteit. En de werknemers hebben een centrale rol in die samenwerking.

De vakbonden zijn altijd actoren van internationale solidariteit geweest. Wanneer werknemers in een land in actie komen, inspireren ze werknemers elders. Wanneer werknemers samenwerken over de grenzen heen, worden ze een kracht die overal sociale rechten kan verdedigen. Deze internationale solidariteit verplicht ons er ook toe niet weg te kijken wanneer volkeren oorlog lijden. We denken aan het Palestijnse volk, dat vandaag een humanitaire tragedie ondergaat. We denken aan het Cubaanse volk, dat nog steeds onder embargo leeft. We denken aan de bevolking van het Midden-Oosten die gevangen zit in logica’s van militaire escalatie, met name door de spanningen rond Iran. In deze situaties betalen de volkeren altijd de prijs van de geopolitieke rivaliteiten. De vakbeweging moet trouw blijven aan haar fundamentele principe: de solidariteit tussen de volkeren.

Besluit: kameraden, de kwestie van de vrede is niet alleen een morele kwestie. Het is ook een sociale en economische kwestie. Militarisering dreigt enorme middelen weg te leiden die zouden kunnen worden gebruikt voor de ecologische transitie, openbare diensten, de civiele industrie en sociale rechtvaardigheid. Tegenover dit alles moet de vakbeweging een duidelijk alternatief verdedigen: meer internationale samenwerking, meer solidariteit tussen werknemers, en een economie die gericht is op de behoeften van de volkeren in plaats van op oorlogslogica. Want uiteindelijk wordt duurzame vrede niet alleen opgebouwd door de afwezigheid van oorlog. Ze wordt opgebouwd door sociale rechtvaardigheid, samenwerking tussen de volkeren en de waardigheid van de arbeid. En dat is precies de strijd die de vakbeweging moet blijven voeren.

Schuiven naar boven