Palmolie maakt vlekken

In september 2007 hebben de regeringen van Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia en de Europese Unie onderhandelingen opgestart om een “Associatie Overeenkomst” uit te werken, waarvan de bestanddelen de politieke dialoog, de samenwerking en de handel zijn.

Bolivia en Ecuador zijn vlug uit de onderhandelingen gestapt omdat het werkelijke doel was om tot een Vrijhandelsakkoord (Tratado de Libre Comercio, TLC) te komen, gebaseerd op de NAFTA (North American Free Trade Agreement), dat van kracht is sinds 1994. De dramatische gevolgen van dit laatste akkoord, zowel voor de Mexicaanse werkers als die uit de Verenigde Staten en Canada, waren de beste waarschuwing voor de progressieve regeringen van Bolivia en Ecuador.

Deze laatste zijn bovendien lid van de ALBA (Bolivariaanse Alliantie voor de volkeren van ons Amerika), een akkoord dat werd opgezet door Venezuela en Cuba in 2004 en waar sindsdien meerdere Latijns-Amerikaanse landen bij zijn aangesloten. In dit akkoord staat complementariteit en solidariteit centraal, eerder dan bikkelharde concurrentie. Zo “exporteert” Cuba bv. zijn medicijnen naar Venezuela en Bolivia en voorzien deze laatsten het Caraïbische eiland van petroleum resp. soja.

Tengevolge van de moeilijkheden om akkoorden met hele regio’s te onderhandelen, heeft de EU zich sinds enkele jaren toegelegd op bilaterale vrijhandelsakkoorden (tussen EU en slechts 1 of 2 andere landen). Deze laten de EU toe om opnieuw eisen op tafel te leggen, waarvan ontwikkelingslanden erin geslaagd waren om ze te blokkeren. Gezien de macht van de Europese multinationals, is het duidelijk wie de winnaar is van dit soort akkoorden.

Vrijhandelsakkoorden tussen landen van ongelijke economische ontwikkeling houden meestal het volgende in:

  • De massale import van afgewerkte producten (inbegrepen voedsel) van de rijke landen naar de steeds ‘afhankelijker’ wordende ontwikkelingslanden
  • De wurging van de lokale industrie en de landbouw van de ontwikkelingslanden, die nochtans noodzakelijk zijn voor hun ontwikkeling
  • Het aantrekken van buitenlands kapitaal voor de ontwikkeling van winstgevende activiteiten, de privatisering van openbare sectoren als onderwijs, gezondheidszorg, transport, watervoorziening
  • De export van primaire grondstoffen, onder economische en politieke voorwaarden, opgelegd door de Europese landen
  • De verhoging van inmenging door de Europese landen op het vlak van veiligheid, politiek en economie.

Dit vrijhandelsakkoord tussen Europa en Colombia en Peru is:

Een bedreiging voor de lokale ontwikkeling

Liberalisering van handel heeft zware gevolgen voor het welzijn van de lokale bevolking. Ze bedreigt de tewerkstelling, de voedselzekerheid, het inkomen, en vergroot de ongelijkheid.

Het voorbeeld van de melksector spreekt boekdelen. Melkproducten staan bovenaan op de lijst producten die Europa naar Colombia en Peru zal exporteren. Europa produceert in 15 dagen een hoeveelheid melk die Colombia in een jaar produceert. 380.000 Colombiaanse melkproducenten dreigen hun inkomen te verliezen.

Een bedreiging voor de gezondheid

Onder invloed van dit akkoord zal de gezondheidssector verder geprivatiseerd worden. De privésector zal zich concentreren op het rijke, lees ‘winstgevende’, deel van de bevolking, waardoor het grootste deel steeds minder toegang heeft tot gezondheidszorg. De gezondheidssector als winstgevende industrie!

Bovendien wil Europa de patenten van geneesmiddelen laten verlengen van 20 naar 25 jaar, dit is 5 jaar langer dan de norm binnen de Wereldgezondheidsorganisatie. Meer dan 3 miljoen Peruanen en 4 miljoen Colombianen riskeren geen toegang meer te hebben tot gezondheidszorg volgens Hai Europe en Mision Salud Colombia. De prijs van ‘merk’geneesmiddelen kunnen tot 30 keer de prijs bedragen van generische geneesmiddelen. Lees hier hun impact studie in het Engels.

Een bedreiging voor de leefomgeving

Dit akkoord verhoogt de druk op de biodiversiteit en natuurlijke rijkdommen van beide landen. De economie is meer exportgericht, dus wordt monocultuur gestimuleerd zoals de palmolie voor biobrandstof. Tegen 2020 wil Europa voor het transport 10% uit biobrandstof halen om haar CO2-uitstoot te verminderen. Een groot deel van de palmolie is afkomstig uit Colombia, ten koste van volledige stukken woud en het inkomen van duizenden boeren.

Daarnaast blijven buitenlandse multinationals de natuurlijke rijkdommen voort plunderen.

Een bedreiging voor politieke en sociale rechten

De sociale tegenstellingen in de maatschappij worden met dit soort akkoorden verscherpt. Waar de sociale ongelijkheid toeneemt, stijgen ook de mensenrechtenschendingen. Colombia is nu al het gevaarlijkste land voor syndicalisten en mensenrechtenactivisten. Volgens Amnesty International werden dit jaar alleen al 29 mensenrechtenactivisten en 18 syndicalisten vermoord in Colombia. We zien dus geen verandering sinds de nieuwe president Santos. Daarnaast telt Colombia meer dan 50.000 verdwijningen en 3,5 miljoen interne vluchtingen. Wij vinden het absoluut niet kunnen dat hier zo licht over heen wordt gegaan!

Schuiven naar boven