Eén jaar na de val van Bagdad: hoe gezond is Irak?

Rapport van Geneeskunde voor de Derde Wereld door Dr. Geert Van Moorter op basis van een onderzoeksmissie in Irak, maart 2004


Dr. Geert Van Moorter was voor de Belgische niet-gouvernementele organisatie Geneeskunde voor de Derde Wereld vzw reeds in Irak in april 2002; voor, tijdens en na de oorlog in maart-april 2003; in juli-augustus 2003; en in maart2004. Hij maakte samen met Irakese dokters en gezondheidswerkers, een at random onderzoek naar de gezondheidssituatie en de gezondheidsinfrastructuur in Irak, na één jaar bezetting. Hij bezocht ziekenhuizen en poliklinieken in Bagdad en Basra. Hij was aanwezig op een gezondheidsconferentie in Basra en sprak daar met collega’s van heel Irak. Hij had contacten met Unicef, de Wereldgezondheidsorganisatie, het nieuwe Ministerie van Volksgezondheid en met oorlogsslachtoffers van vorig jaar.

Dr. Van Moorter is gespecialiseerd in spoedgeneeskunde en in tropische ziekten. Hij maakte een studie over kindersterfte en publiceerde hierover. Hij heeft ervaring in volksgezondheid en post-traumatic stress disorder.

Samenvatting:

Toename van de kindersterfte

De koopkracht, de voedingssituatie en de levensomstandigheden zijn voor de meerderheid van de bevolking verslechterd. Een op twee mensen zit zonder werk, dus zonder inkomen. De prijs van de levensmiddelen, voedsel en transport zijn twee tot drie keer gestegen. De kwaliteit van het drinkwater wordt niet gecontroleerd, de rioleringen in Bagdad zijn door de bombardementen extra beschadigd, het huisvuil wordt amper opgehaald. Irak is een grote vuilnisbelt geworden. Al deze factoren kunnen bijdragen tot een toename van de kindersterfte. Een jaar na de val van Bagdad melden verschillende bronnen, waaronder de vertegenwoordiger van de Wereldgezondheidsorganisatie voor Irak, dat de kindersterfte gestegen is. Unicef komt tot de conclusie dat de kindersterfte nog verder kan stijgen.

Medische infrastructuur en geneesmiddelen: situatie niet verbeterd

De medische infrastructuur en het materiaal was door het twaalf jaar durende embargo reeds verouderd en slecht of niet meer werkend. Een jaar na de oorlog is het niet vernieuwd. Oorlogsslachtoffers en patiënten krijgen daardoor niet de optimale behandeling. Ingewikkelde operaties kunnen bijna niet worden uitgevoerd. Aan alles is er gebrek, ook aan geneesmiddelen, zowel voor acute als chronische behandelingen. Dit heeft een achteruitgang en zelfs de dood van patiënten als gevolg. Een aantal gewonden zijn hierdoor extra gehandicapt.

Op 17 maart, net na de explosie aan het Mount Lebanon Hotel in Bagdad, hielpen we mee slachtoffers verzorgen in het Ibn Al Nafis ziekenhuis. We konden toen zelf vaststellen dat er zelfs geen wegwerphandschoenen waren, geen gepaste IV vloeistof om shock te bestrijden, geen echografie, geen goed werkende monitors,…

Vaststellingen:

  1. Getuigen over de situatie in de ziekenhuizen wordt bemoeilijkt.
  2. De koopkracht, de voedingssituatie en de levensomstandigheden zijn er op achteruit gegaan. Gevolg: vrees voor toename van de kindersterfte.
  3. De onveiligheid creëert psychologische trauma’s.
  4. De toegang tot gezondheidszorg is erg beperkt.
  5. Aan de ziekenhuisinfrastructuur is op een jaar tijd nog niets verbeterd.
  6. Er is gebrek aan geneesmiddelen en aan medisch materiaal.
  7. Verarmd Uranium (DU): de bevolking wordt niet geïnformeerd en niet beschermd.
  8. De plannen van de CPA en het Ministerie van Volksgezondheid zijn hoogstens symptoombestrijdend
  9. Bijvoegsel: april 2004: VS-troepen in Irak beschieten ziekenwagens en burgers. Toegang tot ziekenhuis verhinderd.

1. Getuigen over de situatie in de ziekenhuizen wordt bemoeilijkt.

De toegang tot de ziekenhuizen wordt afgeschermd, de pers wordt zo goed als buitengehouden. We konden slechts met moeite en via persoonlijke contacten met dokters in een aantal ziekenhuizen binnen. Dokters die durven getuigen voor de camera worden geïntimideerd en onder druk gezet. We spraken met twee dokters die een interview hadden gegeven. Ze kregen nadien bezoek van iemand van het Ministerie van Volksgezondheid. Ze moesten een brief tekenen dat ze geen interviews meer zouden geven, of dat ze anders hun job in het ziekenhuis zouden verliezen.

2. De koopkracht, de voedingssituatie en de levensomstandigheden zijn er op achteruit gegaan. Gevolg: vrees voor toename van de kindersterfte.

Volgens de CPA (Coalition Provisional Authority, de VS-administratie onder leiding van Paul Bremer) is 35% van de actieve bevolking werkloos. Andere bronnen spreken van 60 tot 70 %.

Tijdens het embargo werden een aantal voedingswaren gratis onder de bevolking verdeeld. Het ging om droge voeding zoals rijst, thee, bonen, suiker, bloem, melkpoeder, bakolie, zout en verder zaken zoals waspoeder en zeep. Deze bedeling wordt nu verdergezet, zij het dat er regelmatig zaken ontbreken. In maart was er bijvoorbeeld geen rijst. Gevolg: iedereen moest op de vrije markt rijst kopen, wat de prijs deed stijgen. Het voedsel dat niet in de ‘food basket’ zit, zoals groenten, vlees, vis, kaas, eieren,… moet op de markt gekocht worden. De prijzen ervan zijn op een jaar tijd verdubbeld tot verdrievoudigd.

De meerderheid van de bevolking heeft minder cash beschikbaar, terwijl de levensduurte gestegen is. De koopkracht is gedaald, de toegang tot voedsel is minder verzekerd. Vele families zijn volledig afhankelijk van die voedselrantsoenen. Unicef noteert dat de ondervoeding vandaag in Irak hoger ligt dan na de eerste Golfoorlog van 1991, en dat het aantal kinderen met acute ondervoeding in de eerste maanden na het begin van de oorlog van 2003 sterk toenam.

De elektriciteitsvoorziening in Bagdad is verslechterd. De watervoorziening is nog steeds slechter dan vóór de oorlog, en niemand kent de kwaliteit ervan. In sommige plaatsen komt er nog steeds geen water uit de kraan.

De riolering in Bagdad was reeds precair vóór de oorlog. De bombardementen hebben ook de riolering getroffen, en ze is nog niet hersteld. In de armere wijken staan verschillende stukken straat onder het afvalwater. De ophaling van het huisvuil is nog steeds niet goed georganiseerd. Overal ligt afval en zwerfvuil.

De drie voornaamste factoren op gezinsniveau die een invloed hebben op de kindersterfte (sterfte onder de vijf jaar) zijn koopkracht, voedingssituatie en levensomstandigheden. Die drie factoren zijn het afgelopen jaar in Irak verslechterd. De plaatselijke vertegenwoordiger van Unicef bevestigde dat kan verwacht worden dat de kindersterfte toegenomen is.

3. De onveiligheid creëert psychologische trauma’s.

Volgens de directeur van het psychiatrisch centrum in Bagdad hebben heel wat kinderen ernstige emotionele en gedragsstoornissen als direct gevolg van de oorlog, de angst, de haat, de bezetting. Het gaat om het Post Traumatic Stress Disorder. Uitingen hiervan zijn een toename in bedwateren, agressief gedrag (verbaal en fysisch), slaap- en eetstoornissen, depressies, angsten, nachtmerries, concentratie- en geheugenstoornissen, zelfverminking, ontwikkelingsstoornissen en fobieën. Herhaalde blootstelling aan doden en gewonden in verband met de oorlog heeft geleid tot wijdverspreide emotionele en psychologische trauma’s bij de medische urgentieteams bij artsen en verpleegkundigen.

De onveiligheid en de slechte economische toestand zijn vandaag het hoofdprobleem. Dit veroorzaakt heel wat psychosomatische aandoeningen. Er is onveiligheid door de aanwezigheid van de bezettende troepen. En er is het probleem van geen efficiënte politie, waardoor de criminaliteit is toegenomen.

4. De toegang tot gezondheidszorg is erg beperkt.

De problemen met het telefoonnet maken het moeilijk tot onmogelijk om een ambulance te bellen. Door de onveiligheid durven patiënten én dokters ’s nachts niet naar het ziekenhuis. We zagen zelf hoe na een zwaar ongeval een bewusteloze patiënt niet met een ambulance naar een hospitaal kon, hij moest met een taxi gebracht worden. Ook door de hoge transportkosten geraken heel wat patiënten niet naar de gezondheidsdiensten. Idem met de wegversperringen. Een recent Unicef-rapport spreekt over minder dan 50% van de Iraakse bevolking die toegang heeft tot de gezondheidszorg die ze nodig hebben, omwille van de onveiligheid.

5. Aan de ziekenhuisinfrastructuur is op een jaar tijd nog niets verbeterd.

In het 25-tal ziekenhuizen, gezondheidscentra en apotheken dat we bezochten, was nergens nieuw medisch materiaal geleverd sinds het einde van de oorlog. Het medisch materiaal dat door de 12 jaar sancties reeds verouderd, stuk of versleten was, is er een jaar later nog slechter aan toe. In plaatsen waar er geplunderd is, is er nu nog minder materiaal dan voordien, bvb. in het rehabilitatiecentrum van Bagdad, dat voor heel Irak prothesen moet voorzien. Bvb. in het brandwondencentrum van het Al Nour-ziekenhuis is er geen mogelijkheid tot steriele behandeling, zodat alle zwaarverbrande patiënten gedoemd zijn te sterven. Bvb. op de dienst intensieve zorgen van het Kahdemya-ziekenhuis – dat 8 van de 16 high intensive care bedden voor Bagdad heeft – werken slechts drie beademingstoestellen.

6. Er is gebrek aan geneesmiddelen en aan medisch materiaal.

In de ziekenhuizen is er gebrek aan specifieke medicijnen, zoals bvb. voor brandwonden. Op vele spoedafdelingen is er een tekort aan levensreddende geneesmiddelen.
In de ‘popular clinics’, de poliklinieken, is er constant gebrek aan medicatie. Het ministerie van Volksgezondheid verspreidt zelfs een lijst van de medicatie waarop voor elk product het percentage van de geleverde hoeveelheid staat. Zo zagen we een lijst van 32 producten, waarvan er voor 10 producten… 0 procent geleverd was! Heel wat patiënten krijgen hun medicijnen niet, of slechts de helft van de nodige dosis. Gevolg: de levenskwaliteit neemt af, de risico’s op vroegtijdige dood nemen toe. Dit is het geval voor bvb. epilepsie, hoge bloeddruk, hartkrampen, suikerziekte, chronisch astma,…

Dokters schrijven een voorschrift, maar de patiënt die zijn medicamenten vroeger gratis kreeg, moet ze nu op de privé markt gaan kopen. Voor de meesten is dit niet betaalbaar, en de nodige producten zijn niet altijd beschikbaar op de markt. De vraag is ook wat de kwaliteit is van die geneesmiddelen, vermits ze niet in optimale omstandigheden worden gestockeerd.

Er is ook een tekort aan wegwerpmateriaal, zoals watten, gaas, spuiten, handschoenen, hechtingsdraad,… In een ‘popular clinic’ moeten drie huisdokters een stethoscoop delen, dezelfde ijzeren tongspatel wordt gebruikt voor alle patiënten.

7. Verarmd Uranium (DU): de bevolking wordt niet geïnformeerd en niet beschermd.

In verband met Verarmd Uranium (DU) kregen we in augustus 2003 via de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) enkel informele, ‘of the record’, informatie. De WHO had aan de VS legerleiding informatie gevraagd over DU. De WHO vroeg onder andere een kaart van Bagdad met de plaatsen waar er munitie met DU gebruikt was. Dit om, uit voorzorgsprincipe, maatregelen te kunnen nemen om besmetting met en verspreiding van DU stofdeeltjes te voorkomen. De VS legertop weigerde deze informatie te geven. In maart 2004 was, volgens informele WHO bron, de houding van de VS legertop en de CPA (Coalition Provisional Authorities, het tijdelijk bestuur onder leiding van Paul Bremer) op dat vlak ongewijzigd.

We konden zelf in 2003 en in maart 2004 vaststellen dat er rond de vernielde Irakese tanks en pantservoertuigen geen afspanning, geen waarschuwing of informatie was. Kinderen speelden er rond. Het meeste van dit Irakees legermateriaal is vernield met munitie met DU. De zones waar deze tanks en ander materiaal vernield zijn, zijn sindsdien niet opgeruimd. De grond rond die plaatsen is niet weggehaald. We zagen in de omgeving van de Bagdad Gate, nu groenten kweken op grond waar het in april 2003 volstond met vernielde tanks. De mensen zijn zich niet bewust van het gevaar.

Nergens konden we zien dat er beschermende maatregelen genomen waren. Langs de weg tussen Bagdad en Basra zijn er nog heel wat vernielde tanks. We zagen mensen het schroot van die vernielde legertanks recycleren. Het gebeurt ook georganiseerd: we zagen open vrachtwagens, zonder zeilen, geladen met doorgesneden stukken tanks. Aan de zuidrand van Bagdad is er een verzamelplaats van schroot van legermateriaal. Dit allemaal zonder enige bescherming. Het stof met DU wordt dus via vrachtwagens en via de wind verspreid.

Dokters in Basra vrezen een stijging van het aantal kankers en congenitale misvormingen voor de komende jaren. Vooral in de omgeving van Bagdad, omdat daar het meeste DU gebruikt is. De CPA en de bezetters hebben de plicht de gezondheid van de bevolking te beschermen. In de zaak van DU verwaarlozen ze hun verantwoordelijkheid.

8. De plannen van de CPA en het Ministerie van Volksgezondheid zijn hoogstens symptoombestrijdend.

Tot vorig jaar waren een aantal contracten, in verband met medisch materiaal, getekend door het vorige regime, geblokkeerd door het sanctiecomité 661 van de VN. 90% via het veto van de VS, 10% door Groot-Brittannië. Contracten voor een waarde van meer dan 500 miljoen dollar. Dit geld, afkomstig van de verkoop van Irakese petroleum in het kader van het oil-for-food programma, was beschikbaar op een VN-rekening in New York. De sancties zijn nu een jaar opgeheven, dit geld is overgedragen aan de CPA en toch zijn die contracten niet uitgevoerd.

De CPA en de interim-regering spreken nu over nieuwe plannen om te investeren in medicatie en medisch materiaal. Dit is slechts een deel van de oplossing en zelfs dat komt rijkelijk te laat.

Er zijn onder andere plannen voor een nieuw kinderziekenhuis, van meer dan 50 miljoen dollar. Dit geld zou beter geïnvesteerd worden in de herinrichting van de bestaande ziekenhuizen. Veel van het voorziene geld zal gaan naar duurdere VS-firma’s. Er valt te vrezen dat die investeringen zullen gebruikt worden voor public relations. Symptoombestrijding om de aandacht af te leiden van echte preventie via de aanpak van dieperliggende problemen zoals koopkracht, voedingssituatie, levensomstandigheden, veiligheid.

Deze investeringen ontslaan de bezettende autoriteiten niet van deplicht in te staan voor de dienstverlening aan de Irakese burgers, zoals vastgelegd in de Vierde Conventie van Genève. Veiligheid, werk, inkomen, voedsel en degelijke levensomstandigheden horen daar ook bij. Al die factoren hebben een grote impact op de volksgezondheid.

9. Bijvoegsel: april 2004: VS-troepen in Irak beschieten ziekenwagens en burgers. Toegang tot ziekenhuis verhinderd.

We kregen informatie uit eerste bron via getuigenissen van gezondheidswerkers en ooggetuigen uit Falluja.

Volgens die informatie hebben de bezettingstroepen, onder leiding van de VS:

  1. ongewapende burgers aangevallen en bommen gebruikt in woonwijken van de stad. Dit is geweld gebruiken, zonder onderscheid te maken tussen strijders en niet-strijders. Er zijn verschillende ooggetuigenverslagen over het gebruik van clusterbommen in Falluja. Deze verslagen worden bevestigd door dokters.
  2. de hulpverlening voor de gewonden ernstig bemoeilijkt.
  3. de toegang tot het ziekenhuis van Falluja geblokkeerd. Dokters en ander gezondheidspersoneel waren verplicht veldhospitalen in te richten in privé-huizen.
  4. ziekenwagens beschoten, die in de stad gewonden gingen ophalen.

Dit zijn allemaal ernstige inbreuken op de Conventie van Geneve. Gevolg: honderden dode burgers, extreme miserie voor duizenden inwoners van Falluja en nog veel meer in de rest van Irak.

Dit is vergelijkbaar met wat er vorig jaar gebeurde tijdens de VS invasie van Bagdad. We waren toen persoonlijk getuige van het gebruik van clusterbommen, van het willekeurig beschieten van burgers, burgervoertuigen en ziekenwagens. Het gezondheidspersoneel kon ook toen moeilijk of niet naar de ziekenhuizen komen omdat de VS troepen in hun opmars schoten op alles wat bewoog.