Eyal Sivan: “Culturele boycot tegen Israël is legitiem”

Eyal Sivan op ManiFiesta (Bron : Solidair)

Eyal Sivan is een Israëlische filmregisseur die bekend staat voor zijn pro-Palestijnse standpunten. Wat hem trouwens geregeld in de problemen brengt … We spraken met hem op ManiFiesta over de boycotcampagne tegen zijn land, die hij overigens voluit verdedigt.


Israël werpt zich op als de enige democratie in het Midden-Oosten. Wat denkt u daarvan?

Eyal Sivan. Ik denk dat Israël de enige joodse democratie in het Midden-Oosten is, net zoals Zuid-Afrika ten tijde van de Apartheid de enige blanke democratie in Afrika was. Met andere woorden, Israël is een democratie voor de joden en een joodse staat voor de Arabieren, zoals Azmi Bishara (voormalig Palestijns volksvertegenwoordiger in het Israëlische parlement, n.v.d.r.) zei. Ja, er is persvrijheid en er is vrijheid van meningsuiting, maar wie kan van die vrijheden gebruikmaken? Slechts een deel van de bevolking die onder het Israëlische regime leeft. In de praktijk kunnen we dus niet van een democratie spreken.

U bedoelt dat het begrip democratie niet van toepassing is op de Palestijnen?

Eyal Sivan. Inderdaad, ik wil vooral duidelijk maken hoe de burgers van Israël zijn ingedeeld op basis van de plaats waar ze wonen. Er zijn verschillende lagen. Zo is er de Westelijke Jordaanoever, maar die is opgesplitst in de zones A, B en C, telkens met specifieke regels. In de Gazastrook gelden weer heel andere regels. Ook voor de inwoners van Jeruzalem is er een eigen wetgeving. Ik heb het nu niet enkel over de Arabieren, maar dat geldt ook voor de joden. De joden die in de bezette gebieden leven – de kolonisten – zijn gebonden aan andere wetten dan de joden die wonen in het Israël binnen de grenzen van 1967. De wetten gelden op een specifieke manier voor de Israëlisch-Palestijnse burgers en voor de Arabische burgers, maar op een andere manier voor de bedoeïenen. Kortom, er bestaat niet één wet voor alle burgers die onder het Israëlische regime leven. Die staat is per definitie dus in wezen gesegregeerd. 

Samen met Armelle Laborie hebt u het boek Un boycott légitime geschreven. Waarom die titel?

Eyal Sivan. Het boek kwam twee jaar geleden uit, eind 2016. Wat de boycotcampagne vooral verweten wordt is dat het geen legitiem strijdmiddel zou zijn. In Frankrijk betekent het woord “illegitiem” ook “illegaal”. Met die titel willen we aangeven dat een boycot wel degelijk een legitiem strijdmiddel is. De ondertitel is trouwens ook belangrijk: “Pour le BDS universitaire et culturel de l’État d’Israël” (Voor de universitaire en culturele BDS tegen de staat Israël, n.v.d.r.), want die benadrukt dat dit soort boycot gerechtvaardigd is. Dat is essentieel, want een economische boycot is voor mensen die solidair zijn met Palestina en meer in het algemeen voor alle progressieve linkse mensen geen probleem, maar die hebben het wel moeilijk met  een culturele en universitaire boycot. Die mensen zijn ertegen om intellectuele productie te boycotten. Wij willen dat de boycot ook geldt voor de intellectuele productie en wij vinden dat het legitiem is om dat te doen. De titel is eigenlijk sterk op Frankrijk gericht, want Frankrijk heeft de voorbije vijf jaar bijzonder heftig gereageerd op de BDS-beweging.

Waarom is een culturele en universitaire boycot legitiem en in welke zin is die nuttig?

Eyal Sivan. Ik denk dat we moeten benadrukken wat we willen bereiken met de boycot en wat de Palestijnen van ons verwachten. Het is de bedoeling komaf te maken met het idee dat Israël de enige democratie is in het Midden-Oosten, of op zijn minst dat imago te ondergraven. Als men Israël probeert voor te stellen als een “liberale democratie”, of als een progressieve staat, dan reppen ze met geen woord over de uitvoer van het land, die vooral gebaseerd is op de wapenindustrie. Nee, dan hebben ze het over Tel Aviv, waar homo’s en lesbiennes welkom zijn, over zogenaamd linkse filmmakers, het Eurosongfestival enzovoorts. Het beeld van de liberale democratie in Israël berust dus op de cultuur en op de universitaire wereld.
 
De twee laatste nationale bastions zijn misschien wel sport en cultuur: op de Olympische Spelen dragen de atleten de Israëlische vlag en op het Filmfestival in Cannes vermeldt men altijd de nationaliteit van de film. Vandaag moet je je pijlen dus richten op sport en cultuur als je een nationaal product wil aanpakken. En dat geldt zeker voor Israël.
 
Ten slotte, en dat is volgens mij misschien het belangrijkste, vinden de Israëlische samenleving en wat ik het linkse zionisme zou noemen, steun aan die boycot een brug te ver. De linkse zionisten spelen daarmee voor tempelwachters, zij willen uitmaken of kritiek gerechtvaardigd is. Zij zullen je zeggen dat de boycot van producten uit bezette gebieden gerechtvaardigd is, maar dat een culturele boycot dat niet is. De laatste tempels voor Israëlisch links zijn de universiteit en de cultuur. In de huidige context vind ik het belangrijk dat de Israëlische progressieven, de linkse zionisten, de bezetting aan den lijve ondervinden, zodat ze zich ertegen gaan verzetten. Ik vind dat helemaal niet leuk, want veel van die mensen behoren tot mijn vriendenkring of mijn familie, maar het is wat het is: de boycot dient om de privileges van de blanke bevolking in te perken.

Itay Tiran, een van de populairste theateracteurs in Israël, zegt dat hij de culturele boycot steunt. Begint de linkerzijde in Israël zich dan toch achter het idee te scharen?

Eyal Sivan. In dat interview vertelt Itay Tiran niet alleen wat hij van de boycot vindt, hij zegt ook: “Als de Israëlische regering de Palestijnen aanvalt, sta ik aan de kant van de Palestijnen. En dus, toen de Israëlische premier de Palestijnen aanviel omdat ze kozen voor de Gemeenschappelijke Lijst (een partij geleid door Palestijnen en geen links-zionistische partij, n.v.d.r.), heb ik voor die Lijst gestemd.”
 
Dat is interessant, want dit is het moment om in deze strijd echt kamp te kiezen. Daarom heb ik zo’n bewondering voor de blanken die lid werden van het ANC, want dat was het moment waarop ze inzagen dat het niets opleverde om in hun kamp te blijven en dat de zaken van binnenuit proberen te veranderen, niets opleverde. Ze beseften dat ze zich moesten verenigen rond een strijd voor rechtvaardigheid en recht. Dat is ook wat Itay Tiran zegt. Hij bevestigt dat de boycot gerechtvaardigd is, want dat is de enige humane stellingname. Jij en ik denken dat we onze samenleving kunnen beïnvloeden, maar laten we ons geen illusies maken: wij hebben geen enkele invloed op de joodse samenleving in Israël. Dat is een samenleving die bol staat van privileges. Maar als we ons aansluiten bij degenen die zich daartegen verzetten, openen we mogelijkheden voor een gemeenschappelijke toekomst. Als we in een gezamenlijke toekomst geloven, moeten we er samen voor vechten.

In het verleden bent beschuldigd van antisemitisme. Wat deed dat met u?

Eyal Sivan. Dat was in 2004. Alain Finkielkraut, een reactionaire, rechtse, Franse intellectueel, beschuldigde me ervan dat ik “een van de belangrijkste stemmen van het Franse antisemitisme” was. Ik ben naar de rechtbank gestapt en heb hem vervolgd wegens laster. De Franse rechtbanken hebben me tot twee keer toe in het ongelijk gesteld. Het was nochtans een schoolvoorbeeld van smaad, want zij wilden bewijzen dat het van antisemitisme getuigt als je op een radicale kritiek maakt op Israël. Maar ze vinden het geen probleem dat de president van de Filipijnen voor een officieel bezoek aan Israël wordt uitgenodigd. Die man zegt nochtans: “Ik bewonder Hitler. Ik zou zoals hij moeten doen.” Ze ontvangen de Hongaarse premier Viktor Orban, die openlijk antisemiet is, en dan beschuldigen ze de anderen ervan antisemiet te zijn. Vandaag getuigt de manier waarop Israëlische zionisten en buitenlandse aanhangers van de staat Israël antisemitisme hanteren, van intellectueel terrorisme. Ze gebruiken het om je alle geloofwaardigheid in het debat te ontnemen, daarom beschuldigen ze je van racisme.

Bedoelt u dan de Europese intellectuelen?

Eyal Sivan. Ja, ik heb het over die nieuwe golf van Europees rechts, dat door zijn islamofobie plots pro-Israël wordt. Voor die mensen mag iemand een antisemiet van de allerergste soort zijn, hij blijft “onze” vriend want hij is de vijand van onze vijand. Ik denk daarbij aan Hongarije, Polen, de Filipijnen maar ook aan Donald Trump!

Die houding zien we ook terug bij de grootste partij van België …

Eyal Sivan. Precies. Wie zijn de grootste voorstanders van steun aan Israël? De radicaal rechtse bewegingen! Tegenwoordig vindt men het politiek correct om pro-Israël en anti-Arabieren en antimoslims te zijn.

Welke boodschap wil u meegeven aan onze lezers, aan alle mensen in de wereld die solidair zijn met de Palestijnen en met hun eisen?

Eyal Sivan. Allereerst wil ik benadrukken hoe belangrijk de boycot, de BDS-campagne (boycot, desinvestering, sancties, n.v.d.r.) is. Mensen in de internationale gemeenschap mogen zich niet beperken tot het toepassen van de boycot, ze moeten die ook uitleggen, het morele aspect ervan schetsen. U vroeg me waarom ik me voorstel als Israëliër. Welnu, omdat ik het feit dat ik Israëliër ben gebruik om aan de hele wereld te vragen: help ons! Als linksradicalen in Israël wegen we niet zwaar genoeg. We hebben hulp van buitenaf nodig. Weet u, wij Israëliërs, zelfs de linkse, zijn soms zo arrogant dat we denken dat we niemand nodig hebben. Maar ik zeg: nee, in ons eentje zullen we er niet komen. We hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Wij hebben hulp nodig. Dat is het standpunt dat ik wil brengen.
 
Ten tweede, we mogen ons niet laten intimideren, en we moeten ook inzien dat de vijand ons wil provoceren zodat we in de fout zouden gaan. We moeten dus waakzaam zijn. We mogen niet in de valstrik van het racisme trappen, en ook niet in die van het antisemitisme of in die van haat of woede in het algemeen. Haat en woede moeten we aan hen overlaten. Vandaag gaapt er een kloof tussen de Europese regeringen en hun burgers. De regeringen zijn pro-Israël, maar de bevolkingen zijn dat niet. In Europa mogen we de burgers en de leiders dus niet met elkaar verwarren. Ik denk dat dit een belangrijke opdracht is  voor de internationale solidariteitsbeweging.
 
En natuurlijk willen we jullie regeringen sensibiliseren en doen inzien dat ze er rekening mee moeten houden, want het gaat hier om de macht van het volk. De meeste mensen steigeren doorgaans als ze onrecht zien, en niet omdat ze anti-Israël zijn. Ze vinden het schandalig, want op kinderen zien schieten, dat is een schande, zeker als dat komt van een staat die zichzelf een democratie noemt. We moeten de bevolking ertoe aanzetten een duidelijk signaal te sturen naar de regeringen: we hebben een standpunt en u moet daar rekening mee houden.
 
Dit interview werd afgenomen door Itamar Shachar.