Een land op het kruispunt van belangen

Wie denkt aan Afghanistan, heeft meestal een beeld voor ogen van woeste bergen, dorre landschappen, een primitieve samenleving en bittere armoede. Wie is er vandaag geïnteresseerd in zo'n land, tenzij uit louter altruïstische motieven, om de arme Afghanen te helpen en het land te ontwikkelen? Dat is wat de Navo beweert te doen met zijn dubbele aanpak: investeren in veiligheid en investeren in ontwikkeling.

Om te zien of dit klopt moeten we enerzijds bekijken om welke ontwikkeling het gaat: wie wordt er beter van de oorlog en de “heropbouw”? We moeten ook wat dieper graven: wat is het geostrategische belang van de militaire aanwezigheid van de Navo in het land?

De weldaden van de oorlog

Van al het geld dat in de oorlog in Afghanistan geïnvesteerd wordt, is slecht 7% bestemd voor ontwikkeling. De overige 93% gaat naar de oorlog zelf. De aandeelhouders van de wapenindustrie zijn dus de eersten die profiteren van deze oorlog. De bestellingen zijn gegarandeerd, de winstmarges verzekerd. Ook de Afghaanse strijdkrachten zelf zijn vaste klanten van het militair-industrieel complex. De Afghaanse regering kan beroep doen op een VS-fonds van ongeveer 50 miljoen dollar voor militaire bestellingen. Geld van de Amerikaanse belastingbetaler dat dus in handen komt van de wapenindustrie. (1)
De tweede lucratieve business is de “heropbouwindustrie”. Grote bedragen gaan naar contracten met Amerikaanse en Britse firma's die zich specialiseren in heropbouw.
Een derde sector zijn de zogenaamde 'subcontractors': privéfirma's die bewakingsopdrachten uitvoeren, instaan voor logistiek, enz. Ze komen soms in het nieuws omdat ze ontsnappen aan elke controle en zich bezondigen aan een “vuile” oorlog. Ook hier is de winst verzekerd: een bedrijf als KBR vraagt bijvoorbeeld 100 dollar per soldaat om een zak vuile kledij te wassen. (3)
De totale uitgaven van de VS in Afghanistan zullen in 2011 ongeveer 445 miljard dollar bedragen, waarvan 40 tot 80% (afhankelijk van de schatting) terug naar een elite in de VS vloeit onder de vorm van bedrijfscontracten, geëxporteerde goederen en consultancy. (2)

In uitverkoop

Sinds 2002 heeft Afghanistan een wet over binnenlandse en privéinvesteringen (4) die toelaat dat bedrijven voor 100% in buitenlandse handen komen. Het is interessant investeren in Afghanistan: de lonen zijn laag en zo'n 5700 producten kunnen taksvrij binnen in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Buitenlandse investeerders kunnen tot 8 jaar belastingvrijstelling krijgen.
Veel economische ontwikkeling heeft dat ondertussen nog niet met zich meegebracht. Het bruto binnenlands product stijgt wel (met 12% per jaar) maar blijft zeer laag: 14,5 miljard dollar in 2009. Twee basissectoren zijn quasi volledig in buitenlandse handen gekomen: de landbouwproductie, die gedomineerd wordt door agromultinationals, en de stedelijke bouwsector, die vooral in handen is van Indische investeerders. Ook hier vloeit de winst dus het land uit...

De rijke ondergrond van Afghanistan

Al in 1984 publiceerde de Mining Journal dat de ondergrond van Afghanistan rijk is aan kostbare grondstoffen. De bevindingen waren gebaseerd op geologisch onderzoek door de Sovjet-Unie in de jaren '70 en '80. Potentieel gaat het om een waarde van minstens 1000 miljard dollar aan ijzer-, koper-, goud- en kobaltaders en levensbelangrijke industriële metalen als lithium. (5) Tot vandaag zijn er echter geen noemenswaardige inspanningen gedaan om dit potentieel aan te boren. Afghanistan is immers een doodarm land dat elke infrastructuur voor de ontginning van deze mineralen mist, en niemand is bereid daarvoor het geld op te hoesten.

Zoals dikwijls is China de uitzondering op de regel. Sinds 2007 investeert Beijing in de ontginning van de Aynak-kopermijnen. Het gaat om een megaproject van miljarden dollar, waarbij niet enkel koper ontgonnen wordt, maar ook voorzien wordt in elektriciteitsproductie, watervoorziening, de aanleg van een spoorweg, de bouw van hospitalen scholen en moskeeën. deze investeringen zullen werk bezorgen aan 8000 mensen, en indirect nog eens aan 30.000. Eens het project op volle toeren draait zal de Chinese firma 350 tot 400 miljoen dollar per jaar belasting betalen aan de Afghaanse overheid. De koperproductie zou in de toekomst stijgen naar 500.000 ton per jaar. China creëert zo een win-win-situatie op economisch vlak.

Sleutelwoord: controle

Afghanistan is altijd een doorgangsweg geweest waar grootmachten graag de controle over willen houden. Een blik op de kaart maakt dit duidelijk. Afghanistan vormt een brug tussen, aan de ene kant, de grootste groeimarkt op economisch gebied - met China, India en de Aziatische markten – en, aan de andere kant, Europa en het Midden-Oosten, waar veel mogelijkheden liggen op vlak van energievoorziening en handel.

Afghanistan vormt een doorgang tussen de energierijke onderbuik van Rusland (de Centraal-Aziatische republieken) en de Arabische Zee (en verderop de Indische Oceaan). De Indische Oceaan neemt stilaan de plaats in van wat de Atlantische Oceaan in de 19de en de 20ste eeuw was. 60% van de wereldhandel loopt hierlangs. Langs de kusten verrijst een reeks transithavens die enorme hoeveelheden goederen en olie verschepen.

De factor Iran

Afghanistan is ook een buurland van Iran. Dit land zit op de grootste gasreserves ter wereld en wil een belangrijke rol spelen in de regio. Sinds de omverwerping van hun bondgenoot de sjah van Iran in 1978 hebben de Verenigde Staten het moeilijk met Iran. Met de huidige regering zitten ze op ramkoers, onder andere over het nucleair programma van Iran. Een sterke militaire aanwezigheid in Afghanistan is voor de VS dus mooi meegenomen voor het geval het tot een open conflict zou komen. Naast een 20-tal militaire faciliteiten in dat andere buurland van Iran, Irak, hebben de VS 4 grote militaire basissen gebouwd in Afghanistan.

 De militaire omsingeling van Iran door de Verenigde Staten in beeld

IPI of TAPI

De wedijver destijds met de Argentijnse oliemaatschappij Bridas is klein bier in vergelijking met de strategische wedijver die vandaag aan de gang is rond de doorvoer van olie en gas uit de regio. Zoals de spoorwegen een cruciale sector waren voor de koloniale periode, is de energiesector van vitaal belang voor de geglobaliseerde economie. Wie de energieproductie en -toevoer beheerst - voor zichzelf en van zijn concurrenten - kan de wereld domineren. In de jaren '70 was dit eenvoudig: energie was petroleum, en petroleum werd geleverd door Amerikaanse multinationals, de 'Seven Sisters'. Vandaag is de situatie veel competitiever en complexer: Rusland, China, Venezuela, Iran en Saoedi-Arabië zijn grote spelers op de energiemarkt. Voor elk olieveld wordt – soms letterlijk – gevochten. Het is geen toeval dat in Irak, na de VS-invasie, het grootste deel van de Iraakse olieproductie weer in Amerikaanse en Britse handen is gekomen.

In Afghanistan staan twee energieprojecten lijnrecht tegenover elkaar, IPI en TAPI. 'IPI' (rode stippellijn) staat voor Iran-Pakistan-India, dat een Zuid-zuidsamenwerking rond energiebevoorrading zou tot stand brengen en de regionale economieën hechter met elkaar zou verbinden. China is hiervan de grote promotor. India zou zich misschienuit dit project terugtrekken (onder druk van de Verenigde Staten?), en dan zou het 'IPC' worden (met C voor China).
'TAPI' (groene stippellijn) staat voor Turkmenistan-Afghanistan-Pakistan-India, en beoogt vooral de export van gas en petroleum naar het westen veilig te stellen. De TAPI-pijpleiding in Afghanistan volgt een route doorheen Herat, Helmand en Kandahar. Helmand en Kandahar zijn provincies waar veiligheid en stabiliteit problematisch zijn en waar vooral Britse en Canadese troepen, onder de Navo-paraplu, strijden aan de zijde van de VS-troepen. Onder andere het Amerikaans bedrijf Unocal zou hiervan profiteren doordat het gas uit Turkmenistan kunnen leveren aan Pakistan en India. Maar verder is er ook een negatieve bedoeling: zorgen dat de energie niet tot in China geraakt, dat zich stilaan opwerpt als strategische concurrent van het westen.

Die concurrentie wordt ook voelbaar ten zuiden van Afghanistan, in de Pakistaanse provincie Baluchistan, die grenst aan de Arabische Zee en de Indische Oceaan. China investeert hier in wat waarschijnlijk de grootste doorvoerhaven ter wereld wordt: Gwadar. Het is al een cruciale haven voor containervervoer tussen het Midden-Oosten en Azië, maar in de toekomst zal het ook meer en meer een doorvoerhaven voor energie worden, onder andere voor Iran.
Toen president Obama aan het begin van zijn amtsperiode zijn 'redeployment' voorstelde, bedoelde hij meer troepen naar Afghanistan, maar ook het opdrijven van de Amerikaanse aanwezigheid in de Indische Oceaan. Van daaruit hebben de VS militaire controle over heel dit strategisch cruciale gebied.

Meer weten:
http://www.geopoliticalmonitor.com/india-china-the-ipi-pipeline-1/

 

Nieuwe bondgenootschappen

De diepe tegenstellingen in de regio komen ook tot uiting in de uitbouw van allianties. Enerzijds is er natuurlijk de Navo, anderzijds is er de 'Sjanghai Cooperation Organization” (SCO), een veiligheidspact tussen China, Kazakhstan, Kyrgyzstan, Tajikistan, Oezbekistan en Rusland. India, Pakistan en Iran hebben er een waarnemersstatuut, en ook Afghanistan was al als gast aanwezig op hun vergaderingen. Het SCO is een eerder los verband, gericht op uitwisseling van informatie over regionale veiligheid, beperkte militaire samenwerking en samenwerking inzake grootschalige energieprojecten.

Daartegenover staat de Navo, die Afghanistan beschouwt als een testcase voor haar onderlinge samenwerking en capaciteit om gecoördineerde militaire actie te voeren. Afghanistan is een proefproject voor het nieuwe strategische concept van de Navo. Terwijl het Navo-bondgenootschap vroeger steeds werd voorgesteld als een defensieve alliantie, met als belangrijkste taak de verdediging van de lidstaten, ontwikkelt men nu een nieuw strategisch concept dat stelt dat de veiligheidsbelangen samenhangen met vitale (energie-)belangen van het westerse bedrijfsleven en dat het dus belangrijk is “ver van huis” te kunnen opereren om die belangen veilig te stellen.

Dit nieuw strategisch concept past dus naadloos op de Navostrategie in Afghanistan: een militaire aanwezigheid om strategische politieke en economische belangen te verdedigen. En de Taliban dan? Navo-critici zeggen het zo: moest de Taliban niet bestaan, dan zou de Navo hen moeten uitvinden.

(1)http://www.armscontrol.org/node/2916
(2)http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=21174
(3)http://thehive.modbee.com/node/8240
(4)http://www.afghan-web.com/economy/private_investment_law_afghanistan.pdf
(5)http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=19769
(6)http://www.mineaction.org/doc.asp?d=1101

 


Het citaat

Yet, just a year ago, less than 1% of the American military could speak a language such as Arabic, Mandarin, .. Urdu,.. It’s time we recognize these as critical skills for our military.


Obama_met_vlag.jpg


Het cijfer
1.153.706.000.000

De totale kost van de oorlog in Irak en Afghanistan, februari 2011. Te volgen op http://costofwar.com/en/


Video


Woordenlijst