Twaalf vragen en antwoorden over de huidige voedselcrisis


Over de hele wereld schoten de voedselprijzen in de voorbije twee jaar flink de hoogte in. Dat voelen wij hier als we naar de supermarkt gaan. Elders in de wereld, en vooral in ontwikkelingslanden, zijn de gevolgen van de stijgende voedselprijzen nog dramatischer.


Rijst is het basisvoedsel voor miljarden mensen.Foto: intal.Rijst is het basisvoedsel voor miljarden mensen.Foto: intal. Afgaand op de cijfers van de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties, werden melkproducten gemiddeld 80 percent duurder. De prijs van olie verhoogde op twee jaar met de helft en granen met 42 percent. De prijs van rijst, het basisvoedsel voor miljarden mensen, verdubbelde sinds 2004. In de laatste twee maanden steeg de prijs ervan op de wereldmarkt met 50%. In verschillende landen leidde de prijsverhogingen tot protesten.

Schommelingen van de voedselprijzen op de wereldmarkt zijn niet ongewoon. Er zijn immers vele factoren die de prijzen beïnvloeden en daar zijn ook zeer onvoorspelbare bij zoals de weersomstandigheden. Wat de huidige prijsstijging uitzonderlijk maakt is dat het nu om bijna alle landbouwproducten tegelijk gaat. Bovendien gaat het om een langdurige prijsstijging, in tegenstelling met normale schommelingen die doorgaans van korte duur zijn.

De voedselcrisis is een ingewikkelde zaak en we hoeden ons voor simplistische antwoorden. Daarom een poging tot analyse in 12 vragen.

1. Hogere prijzen voor landbouwproducten op de wereldmarkt, is dat geen goed nieuws voor de ontwikkelingslanden? De ngo's klagen toch al jaren dat de boeren in de derde wereld te weinig krijgen voor hun producten?

Het klopt dat ngo's lang geklaagd hebben dat de prijzen van landbouwproducten op de wereldmarkt te laag waren. In de derde wereld is meer dan 70 percent van de bevolking afhankelijk van de landbouw. Traditioneel waren de meeste derde wereldlanden ook netto exporteurs van landbouwproducten. Ze voerden dus meer landbouwproducten uit dan in. Als de prijzen stijgen op de wereldmarkten dan krijgen netto exporteurs meer geld in het laatje dankzij de uitvoer én vaart ook het inkomen van de overgrote meerderheid van de bevolking er wel bij.

Deze theorie gaat echter al lang niet meer op. Ten eerste is de internationale handel in landbouwproducten grondig gewijzigd. De meeste derde wereldlanden zijn geen netto exporteurs meer van landbouwproducten. De liberalisering van de wereldhandel heeft hun grenzen opengebroken voor de producten uit rijkere landen. Onder druk van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF) hebben arme landen hun taksen en andere barrières voor de invoer afgebouwd. De producten van grote multinationals en gesubsidieerde producten uit rijke landen konden zo vrijwel ongestoord de lokale landbouw ondermijnen. Ook de dumping van voedselhulp speelde daar in in sommige gevallen een rol in. Terzelfdertijd werden deze landen gestimuleerd om exportgewassen te telen. Daardoor zijn 70 percent van de derde wereldlanden nu netto importeurs van landbouwproducten (die dus meer in- dan uitvoeren). Onder de armste landen ligt dit cijfer zelfs nog hoger. Hoge prijzen op de wereldmarkt betekenen dus ook dat die landen een hoger prijskaartje betalen om hun bevolking te kunnen voeden.

Ten tweede zijn de prijzen op de wereldmarkt geen afspiegeling van wat de boer krijgt voor zijn waar. Het is niet omdat de prijs van maïs nu een derde hoger is dan vorig jaar dat een arme maïsboer in Mexico ook effectief meer krijgt voor de maïs die hij naar de markt brengt. Daarnaast brengen vele arme boeren hun producten ook nauwelijks naar de markt omdat ze voornamelijk voor eigen consumptie produceren. Bovendien moeten zij een deel van hun voedsel ook zelf aankopen en dus worden zij ook getroffen door hoge voedselprijzen. Men mag ook niet vergeten dat voeding een belangrijker deel van het gezinsbudget vertegenwoordigt naarmate men armer is. Voor de armste gezinnen gaat het om zo'n drie kwart van het gezinsbudget. Zij voelen schommelingen van de prijs van basisvoedsel natuurlijk veel eerder dan gezinnen bij wie de voeding minder belangrijk is in het uitgavenpatroon.

2. Is er sprake van voedselschaarste? Is dat de oorzaak van de stijgende prijzen?

In absolute termen is er zeker geen sprake van schaarste. Er is genoeg voedsel om de wereldbevolking te voeden. De aarde heeft zelfs het potentieel om een nog veel grotere bevolking van voedsel te voorzien. Zelfs in 2007 nam de productie van voedsel toe, vooral in de VS, Europa, China en India, en toch stegen de prijzen op de wereldmarkt.

Men beweert soms dat de toenemende consumptie van een groeiende middenklasse in China en India voor een schaarste zorgt op de wereldmarkt. Het is inderdaad waar dat de groeiende koopkracht in die landen een invloed heeft op de consumptie van voedsel. Van zodra een bevolkingsgroep er de koopkracht voor heeft, gaan ze meestal meer bewerkte voedingsmiddelen eten. Dat gebeurt dikwijls onder invloed van reclame en andere vormen van beïnvloeding. Dat nieuwe voedingspatroon vergt veel meer van de landbouw. Om een kilogram rundsvlees te produceren heeft men bijvoorbeeld meer dan acht kilo graan nodig. En in China is de gemiddelde consumptie van vlees sinds 1980 verhoogd van 20 kg tot 50 kg per persoon per jaar.

Hoewel de groei van de middenklasse in sommige landen dus inderdaad een invloed heeft op de vraag naar voedsel, is het geen oorzaak van de huidige prijsverhogingen. De toename van de middenklasse en de veranderende eetpatronen zijn geleidelijke fenomenen die zich gespreid hebben over verschillende decennia. Bovendien nam tegelijkertijd ook de productie in China en India toe zodat de invoer van granen in die landen geleidelijk afnam. Kortom, er is dus helemaal geen reden om voor de recente prijsstijgingen met een beschuldigende vinger naar hen te wijzen.

3. Hebben weersomstandigheden en de opwarming van de aarde een rol gespeeld?

Ook hier valt niet te ontkennen dat er een invloed is. Er zijn misoogsten geweest. De expertenDe klimaatverandering kan niet de crisis verklaren. Foto: intal.De klimaatverandering kan niet de crisis verklaren. Foto: intal. zijn het er over eens dat de opwarming van de aarde een gering effect gehad heeft op de graanoogsten in Australië. Maar de weerfenomen waren ook niet echt uitzonderlijk. Tegenvallende oogsten zijn van alle tijden. En zoals gezegd: zelfs in 2007 steeg de totale voedselproductie.

4. Wat is de rol van de biobrandstoffen?

Een belangrijke factor is dat een deel van het voedsel nu gebruikt wordt om er brandstof van te maken. De voorbije jaren is vooral in het Amerikaans continent zwaar geïnvesteerd in de zogenaamde biobrandstoffen. De Verenigde Staten hebben zelfs massaal subsidies uitgetrokken om de productie van maïs voor bioethanol te bevorderen. Gezien de hoge olieprijzen vonden ze het immers een prioriteit om op zoek te gaan naar een alternatief voor de dure olie zodat hun land minder afhankelijk wordt van de invoer van het goedje.

Hoe meer maïs en andere landbouwproducten er naar de productie van brandstof gaan, hoe minder er beschikbaar zijn als voedsel. Om een vergelijking te maken: met 240 kilogram maïs kan men een persoon een heel jaar bevoorraden of de tank van een een grote wagen één keer vullen met ethanol. Wat maïs betreft, momenteel is al 12% van de totale productie bestemd om er brandstof van te maken en dat aandeel stijgt razendsnel. De Verenigde Staten produceren nu al meer dan 130.000 ton maïs voor biobrandstof. Die maïs is dus niet beschikbaar voor de voedselmarkt, waardoor de prijs van maïs stijgt. Maar aangezien men bij stijgende prijzen van maïs op zoek gaat naar vervanggewassen, heeft dat ook een invloed op andere granen.

5. Is de productie zelf ook duurder geworden?

De stijging van de olieprijzen drijft de kosten voor transport en voor landbouw op. Foto: intal.De stijging van de olieprijzen drijft de kosten voor transport en voor landbouw op. Foto: intal. Ja, de stijgende olieprijzen spelen ook een rol. In de industriële landbouw is olie een belangrijk basisproduct voor de meststoffen en zo wordt de kost van de landbouwproductie dus ook duurder door de stijgende olieprijzen. De dure brandstof jaagt ook de kosten voor het transport van het voedsel de hoogte in. En dankzij de dure olie werden de biobrandstoffen zo aantrekkelijk, maar daarover hadden we het hierboven al.

6. Kunnen staten hun burgers niet beschermen tegen deze prijsstijgingen?

Er zijn verschillende manieren waarop staten zich kunnen beschermen. Ten eerste kan men ervoor zorgen dat men niet te veel afhankelijk is van de invoer door een zekere mate van zelfvoorziening te bevorderen. Maar zoals we hierboven al gezegd hebben, werden vele derde wereldlanden juist zeer afhankelijk van de invoer van voedsel.

De Filippijnen voerde in de jaren 1980 bijvoorbeeld rijst nog uit naar andere landen. Nu moet het 5-10% van de rijst invoeren. Daardoor is het natuurlijk zeer afhankelijk van de prijs op de wereldmarkt.

Sinds de oudheid hebben beschavingen ook voedselreserves aangelegd om schommelingen en onderbrekingen in de aanvoer te kunnen temperen. In de moderne tijden legden in vele landen overheidsdiensten bufferstocks aan. Dat gaf de staat een instrument om schommelingen in de prijs en beschikbaarheid van voedsel te beïnvloeden. Wanneer de prijs van graan bijvoorbeeld te veel steeg, dan kon men graan uit de opslagplaatsen halen en op de markt brengen zodat de prijs terug zakte.

Momenteel zijn de reserves op hun laagste peil ooit. Sinds het midden van de jaren 90 nemen de wereldwijde voedselstocks af met bijna 3,5% per jaar. Nu er dus bijna geen buffers meer zijn, kunnen kleine schokken grote gevolgen hebben aangezien de staten geen instrumenten hebben om tussenbeide te komen.

7. Waarom zijn de derde wereldlanden nu veel kwetsbaarder en zijn die beschermingsmechanismen verdwenen?

Dat komt door de liberalisering van de wereldwijde handel in landbouwproducten sinds de WTO tot stand kwam in 1995. De internationale handel in voedsel werd lange tijd gevrijwaard van vrijhandel omdat men het te belangrijk vond. Het is pas in de jaren 1980, in de onderhandelingen die later tot de WTO leidden, dat de rijke landen de liberalisering van de landbouw erdoor konden drukken.

Die liberalisering ging gepaard met privatisering en deregulering, opgelegd door de Wereldbank en het IMF. Alle barrières die de vrije invoer van landbouwproducten zou kunnen beïnvloeden moesten verdwijnen. De openbare diensten die in vele landen instonden voor de opslag en het beheer van voedselstocks onstnapten daar niet aan. Gevolg? Wanneer het noodlot toeslaat, is er geen bufferstock meer om de klappen op te vangen.

Op dit vlak is het einde niet in zicht. Tijdens dit jaar zullen de wereldwijde graanstocks nog 5 percent verder afnemen en terug het peil bereiken van 1982. Toen werd er echter veel minder graan gebruikt dan vandaag.

Sinds de jaren 1980 hebben dezelfde internationale instellingen arme landen aangespoord om de teelt van exportgewassen te bevorderen. Grote landbouwconcerns kregen op die manier een invloed op de landbouwproductie en streken vette winsten op dankzij de internationale handel.

8. Wist men dan niet dat die bufferstocks zo belangrijk zijn?

Toch wel. In 2002 werd Malawi bijvoorbeeld getroffen door een hongersnood. De onmiddellijke oorzaken waren de regens die een deel van de maïsoogst vernield hadden. Maar de ramp was nooit zo groot geweest indien het land niet het advies gevolgd had van het IMF, de Wereldbank, de Europese Unie en andere donoren. Malawi had een overheidsinstelling die die stocks beheerde maar de donoren vonden dat de stocks beter zouden beheerd worden door een onafhankelijke, niet gesubsidieerde maatschappij. Bovendien gaven ze in 2001 het advies om de reserves te verminderen zodat men schulden zou kunnen betalen. Een deel van deze reserves werd opgekocht door lokale handelaars die tijdens de hongersnood met voldoening de prijzen zagen stijgen en wachtten tot ze het graan tegen woekerwinsten terug konden verkopen.

9. Speelt speculatie met voedsel nu ook een rol in deze wereldwijde crisis?

Zeker en vast. Speculeren met voedsel was vroeger nooit zeer interessant aangezien de markten relatief stabiel waren. Dankzij de liberalisering van de handel in landbouwproducten trekt die meer dan ooit speculatief kapitaal aan.

Lage interesten, een zwakke dollar en hoge olieprijzen zorgen ervoor dat investeerders momenteel op zoek gaan naar lucratieve alternatieven waar ze vlug hoge winsten kunnen binnenrijven. Bovendien maken de lage bufferstocks het nu ook veel moeilijker voor de overheden om de markt te stabiliseren. Dat is dus een ideale omgeving voor speculatie: door te investeren in bepaalde reserves drijf je de prijs verder omhoog waardoor je later met hoge winst kan verkopen. "De huidige crisis is een speculatieve aanval en die zal nog een tijd aanhouden," zei ook Jose Graziano da Silva, de vertegenwoordiger van de FAO voor Latijns Amerika en de Cariben.

10. Wie heeft er nu eigenlijk baat bij zo'n voedselcrisis?

De grote landbouw concerns hebben dankzij de neoliberale politiek monopolieposities verworven op de wereldmarkt. Drie bedrijven-Cargill, Archer Daniels Midland, en Bunge-controleren het grootste deel van de wereldhandel in graan. Monsanto heeft een vijfde van de wereldmarkt inMonsanto controleert 1/5e van de wereldhandel in zaden. Foto: intal.Monsanto controleert 1/5e van de wereldhandel in zaden. Foto: intal. handen wat zaden betreft.

Gedurende de voorbije twee jaar nam de wereldhandel in voedsel met 16 percent toe. Een groot deel van de toename was voor rekening van de kleinhandel die op twee jaar met 40 percent groeide. Er is dus nog nooit zoveel voedsel verkocht als op het moment van deze voedselcrisis. Nog zo'n paradox.

Gevolg: superwinsten. Landbouwreus Cargill kondigde onlangs aan dat de winst in het laatste kwartaal met 86 percent gestegen was tot meer dan 1 miljard dollar. Greg Page, de grote baas van Cargill verklaart in een perscomiqué waarom zijn bedrijf zo goed boert: "De vraag voor voedsel in ontwikkelingslanden en voor energie drijft de vraag naar landbouwproducten op. Tezelfdertijd stroomt geld van investeringen in de markten. Graanreserves zijn op hun laagste peil in 35 jaar. Prijzen zien ongekende hoogten en de markten zijn explosief. In deze omstandigheden heeft het team van Cargill buitengewoon goed zijn job gedaan". Inderdaad, de winsten schieten de hoogte in. Dat de borden leeg blijven is een detail dat meneer Page in zijn communiqué niet vermeldt.

11. Wat doen de wereldleiders om de voedselcrisis in te dammen?

De wereldleiders riepen in eerste instantie op tot meer voedselhulp. George W. Bush beloofde 200 miljoen dollar extra voor voedselhulp. Onze eigen minister voor ontwikkelingsamenwerking, Charles Michel, beloofde ook extra geld voor voedselhulp. Robert Zoellick, de voorzitter van de Wereldbank, deed een oproep voor 500 miljoen dollar die het Wereldvoedselprogramma nodig heeft.

Andere politici en internationale instellingen, waaronder ook VN algemeen secretaris Ban Ki-moon, roepen op voor investeringen in de landbouw om de productiviteit te verhogen.

De reactie van deze politici toont aan dat ze de oorzaken van de crisis niet kunnen of willen doorgronden. Er is helemaal geen tekort aan voedsel. Hoe kan voedselhulp dan een oplossing bieden? En in een systeem waarin enkele monopolies de winsten opstrijken, wie zou daar met de extra productiviteit het meest gebaat zijn?

De oplossingen die deze politici aandragen verraden dat voor hen niet de voedselcrisis een probleem is maar wel de protesten die erdoor veroorzaakt worden. Indien men echt kritisch had nagedacht over het eigen beleid, dan zou men immers een koerswijziging hebben voorgesteld, en een alternatief voor het neoliberale landbouwbeleid. Blijkbaar hopen ze met enkele palliatieve maatregelen erger te voorkomen en de rust te doen weerkeren.

De reacties van sommige van deze eminenties klinken overigens bijzonder hol. Robert Zoellick, de voorzitter van de Wereldbank, was jarenlang de onderhandelaar van de Verenigde Staten in de WTO, waar hij elk voorstel kelderde dat de arme landen deden om de vrijmaking van de handel in landbouwproducten te milderen.

12. Wat kan er dan wel gebeuren om de voedselcrisis op te lossen?

Voedselhulp kan misschien wel even de druk van de ketel halen, maar het brengt natuurlijk geen oplossing. Het volstaat evenmin om de productiviteit van de landbouw te verhogen. De huidige crisis wordt niet veroorzaakt door een absoluut tekort aan voedsel of door een te lage productiviteit maar door verkeerde prioriteiten en winstbejag. Ook de plannen voor een Elk land moet zijn eigen landbouwpolitiek kunnen voeren. Foto: intal.Elk land moet zijn eigen landbouwpolitiek kunnen voeren. Foto: intal.zogenaamde tweede Groene Revolutie in Afrika, een project van de Gates Foundation, en de invoering van genetisch gemanipuleerde gewassen zullen geen zoden aan de dijk zetten.

Om de huidige voedselcrisis op te lossen moet radicaal gebroken worden met de neoliberale koers. Er is geen enkel land dat zich heeft kunnen ontwikkelen zonder enige afscherming van de wereldmarkt. Landen moeten de mogelijkheid hebben om hun eigen landbouwpolitiek te voeren in het belang van de eigen bevolking. Dat houdt in dat ze hun eigen markten moeten kunnen afschermen voor invoer. Daarnaast moeten ze ook stocks kunnen aanleggen en beheren zodat ze niet kwetsbaar zijn voor speculatie en schommelingen op de wereldmarkt. In plaats van te produceren voor de export moet de teelt van voedsel gestimuleerd worden voor de lokale markt. Kleine boeren moeten de mogelijkheid hebben om hun eigen stuk land te bewerken. De principes van voedselsoevereiniteit zijn dus zowat het tegenovergesteld van wat in het neoliberale receptenboek staat.

 

Slaat de nagel op de kop!

Slaat volgens mij de nagel op de kop - http://www.foodfirst.org/en/node/2141

"Expecting solutions from the institutions that created the disaster in the first place is like calling an arsonist to put out the fire (!!!) Getting the poor back on the land and providing them the support presently being captured by the world’s agri-foods monopolies would be a truly systemic and durable solution to our current global food crisis."

"Under the banner of “comparative advantage,” many poor countries that had previously been self-sufficient in food were turned into net food importers - as 70 per cent of developing countries now are. Forty years ago the Global South as a whole produced annual trade surpluses in food of $7 billion. Today the southern food deficit has swelled to $11 billion per year"

http://www.foodfirst.org/en/node/2123 - NPR interview with Food First Fellow, Dr. Raj Patel, author of the book "Stuffed & Starved", quotes: Niet gebrek aan voedsel is probleem, wél armoede! Van de 854 miljoen stervende mensen in de wereld zijn er 35 miljoen Amerikaan! Probleem is het martmechanisme, wie geen eten kan komen heeft pech, moet maar een maaltijd overslaan! Opvangnetten zoals sociale zekerheid zijn dan ook nodig zodat niemand uit de boot valt!

Agro-ecoloog Miguel A. Altieri over La Via Campesina & small farms: http://www.foodfirst.org/en/node/2115

Het kan ook anders: http://viacampesina.org/main_en/index.php, http://farmingsolutions.org/