Lumumba : 50 jaar na de moord
De waarheid over de dood van Lumumba en het belang van zijn ideeën voor de strijd in de DR Congo vandaag.

Voor al je vragen of suggesties, kan je wenden tot danny@g3w.be, we zullen je zo snel mogelijk antwoorden.

Geïnteresseerd in dit onderwerp? Ga dan eens een kijkje nemen in de volgende intal-groepen: intal-Congo
No timeline available.

Intro

Lumumba, nog steeds actueel

17 januari 1961 blijft een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Congo. Het is de dag waarop de Congolese eerste minister, Patrice Lumumba, en zijn medestanders vermoord zijn. De reden: ze waren voorstander van een echt onafhankelijk Congo, op politiek en economisch vlak. Enkele jaren later, in 1964 en 1965, werden bijna een miljoen Congolezen vermoord door Belgische en Amerikaanse huursoldaten omdat ze de strijd van Lumumba hadden voortgezet. Ook Pierre Mulélé, de leider van die revolutionaire beweging, werd in 1968 vermoord door de troepen van Mobutu.

Zowel vóór als na de onafhankelijkheid van 30 juni 1960, hebben België en de Verenigde Staten de voorwaarden gecreëerd voor een neokoloniale politiek in Congo om hun greep op de Congolese economie en politiek te behouden. Met hun steun kwam er een dictatoriaal regime onder leiding van Mobutu. Dit regime, gesteund door de Verenigde Staten en Europa, zou 37 jaar lang standhouden.

Op 17 januari 2011, 50 jaar na de dood van Lumumba, wil intal helpen om van deze zwarte bladzijde toch een teken van hoop voor naar de toekomst te maken. Geen enkele Afrikaanse politicus is nog steeds zo levendig aanwezig in het gedachtegoed en het leven van de mensen als Lumumba.

In zijn laatste brief aan zijn vrouw spreekt Lumumba over het “recht op een eerbaar leven, op een totale waardigheid, op een onafhankelijkheid zonder beperkingen”. Hij beschrijft ook hoe men “de onafhankelijkheid herleid heeft tot een kooi waarin men ons van buitenaf bekijkt, nu eens met welwillend medeleven, dan weer met vreugde en genoegen”. Hij spreekt over een “vernederend en schandelijk kapitalisme” (1).

Erick, een jonge maatschappelijk werker uit Lubumbashi (zie video) spreekt over de strijd om het welzijn van het volk, over een wankele en gecorrumpeerde democratie, over een politiek van mateloze privatisering. Hij spreekt over de hoop dat hij, zijn volk en heel Afrika in vrijheid mogen leven. Woorden veranderen, maar de hoop blijft dezelfde.

Het belang om de nalatenschap van Lumumba te bestuderen is tweeledig voor intal. Ten eerste strijden we samen met onze Congolese partners voor de rechten en het welzijn van het Congolese volk. Het “recht op een eerbaar leven” is voor onze partners een motivatie om zich in te zetten voor de vorming en mobilisatie van de inwoners van de volkswijken. Dagelijks gaan ze de strijd aan voor hun gezondheid en welzijn. Door zich te organiseren worden ze bovendien ook maatschappelijke actoren die hun stem willen laten horen.

In 2011, het jaar waarin nieuwe verkiezingen plaatsvinden, is de vraag naar politieke leiders die bereid zijn de rechten van het volk en de natie consequent te verdedigen, zeer prangend. Voor onze partners is de nalatenschap van Lumumba een inspiratiebron in hun strijd om een nieuw leiderschap.

Een tweede reden waarom we het belangrijk vinden de nalatenschap van Lumumba te bestuderen, is dat de Belgische jongeren, zowel van Belgische als van Congolese afkomst, de waarheid willen kennen over de Belgisch-Congolese relaties. De waarheid en niets dan de waarheid, niet enkel om hun historische interesse te bevredigen, maar ook om hun kritische geest te voeden tegenover wat zich vandaag de dag afspeelt. Het Congo-pessimisme dat zich verspreidt in het politieke milieu van zowel België als van het hele Westen is vaak een dekmantel voor het verlangen van de westerse economische en politieke hoofdrolspelers om zich meer te mengen in de binnenlandse zaken van de DR Congo. Ze zouden het land willen behandelen als een “kooi die men kan bekijken met welwillend medeleven” en ondertussen uit die kooi wegnemen wat hen essentieel lijkt voor hun eigen belangen.

Het dossier is samengesteld uit 5 hoofdstukken:

  • De chronologie van de buitenlandse inmenging. De tussenkomst van België en de Verenigde Staten tegen de onafhankelijkheid van Congo.
  • De moord op Lumumba, een interview met Ludo De Witte.
  • Afrika, een continent verwikkeld in strijd. De geopolitieke context.
  • Een afgehakte palmboom groeit steeds weer aan. Lumumba, nog steeds actueel.
  • Een hulde aan een opmerkelijk leven. De laatste woorden van Lumumba

Het citaat

Het standbeeld van Lumumba, vandaag vernietigd, maar morgen terug opgebouwd, herinnert ons aan deze martelaar van de wereldrevolutie en draagt er zorg voor dat we nooit vertrouwen zullen hebben in het imperialisme.

 


che.jpg


Het cijfer
167.000

Het aantal hits als je Lumumba googelt.


Video


Woordenlijst

Onafhankelijkheid: het formele wettelijke statuut van een land. Het tegendeel van kolonie, semi-kolonie of mandaatgebied.

Soevereiniteit: het onbetwistbaar recht van een natie om haar eigen politieke en economische beslissingen te nemen.
 


Chroniek interventie

Chroniek van een buitenlandse interventie

 De Mouvement National Congolais en de panafrikaanse conferentie van Akkra.

In september 1958 richt Lumumba, samen met enkele anderen, de Mouvement National Congolais (MNC) op. Omdat de beweging aanvankelijk niet revolutionair is en dicht bij de Belgische liberalen en de sociaal-democraten staat, wordt Lumumba nog als een goede ‘évolué’ beschouwd. Het is pas na de conferentie van Akkra, in december 1958, dat Lumumba een echte Afrikaanse nationalist wordt. Die conferentie, bijeengeroepen door de Ghanese president en panafrikanist Kwame Nkrumah, heeft als onderwerp de “studie van de strategie en taktieken van een pacifische Afrikaanse revolutie”. Lumumba ontmoet er grote panafrikanisten en antikoloniale denkers zoals Kwame Nkrumah, Sékou Touré (president van Guinee), J. Nyerere (president van Tanzania), Frantz Fanon en Georges Padmore.1

 

Voor Lumumba is de conferentie een bron van nieuwe contacten, analyses en ervaringen die orientatie geven aan de strijd in zijn land. Hij keert als een verrijkt man terug.
Hij organiseert een grote, succesvolle meeting in de Congolese hoofdstad en verklaart er voor de 10 000 aanwezigen dat “de onafhankelijkheid geen geschenk is, maar een fundamenteel, natuurlijk en heilig recht en dat de geschonken autonomie die de overheid voorbereidt en belooft, verworpen moet worden.”
In januari 1959 slacht de Openbare Weermacht, onder leiding van de Belgische generaal Janssens, 300 Congolezen af die ondanks het verbod van het koloniaal bestuur besloten hadden te demonstreren in de Congolese hoofdstad.2

 

Het westen wil de toegang tot de Congolese rijkdommen behouden
Van 20 januari tot 20 februari 1960 wordt er in Brussel een politieke rondetafel georganiseerd met aan Belgische kant de christenen, de socialisten en de liberalen verenigd. Onder druk van de Congolese delegatie wordt Lumumba, die in Congo gevangen zit, vrijgelaten om het debat aan Congolese kant te leiden.
Tijdens die rondetafel wordt de datum van de onafhankelijkheid vastgelegd op 30 juni 1960. De oprichting van de nieuwe instanties wordt er in alle haast gepland, op aansturen van de Belgische delegatie die de nieuwe staat al van bij het begin in een fragiele positie wil plaatsen. Vóór die dag moeten de verkiezingen worden georganiseerd en dat betekent dat de Congolese afgevaardigden over heel weinig tijd beschikken om de verkiezingen voor te bereiden en een nieuw staatapparaat op poten te zetten.
Van eind april tot begin mei vindt de economische, financiële en sociale rondetafel plaats in Brussel, in het bijzijn van tal van investeerders. Een van de besluiten van de conferentie is dat er een vrijemarkteconomie moet komen. Er worden ook garanties afgedwongen tegen nationalisaties en vóór vrije geldcirculatie… er wordt met andere woorden al een kapitaalvlucht voorbereid die het nieuwbakken land verlamd zal achterlaten. Lumumba en zijn partijgenoten, in volle verkiezingscampagne, waren niet aanwezig bij deze rondetafel. 3

 
 

Op datzelfde moment schrijft de financiële pers dat “het in de eerste plaats noodzakelijk is om de ondernemingen te beschermen tegen een eventuele nationalisatie.” De pers dringt er dus bij de overheid op aan om tijdens de rondetafel garanties af te dwingen van de toekomstige republiek Congo en is duidelijk gekant tegen elke vorm van nationalisatie van de trusts in het land.
Lumumba en de nationalistische Congolese partijen verzetten zich tegen de blijvende economische controle op het Congo van na de onafhankelijkheid.
Ze vragen nadrukkelijk dat de Belgische Congolese schatkist integraal en onvoorwaardelijk wordt overgemaakt aan de toekomstige staat. Dat is niet naar de zin van de Belgische investeerders, die zich tegenover een staat bevinden die 35 tot 40 miljard frank waard is en een reeks rechten in private en parastatale bedrijven bezit. 4

 

Het doel van de grote trusts is dus de Congolezen te verhinderen hun eigen erfgoed in bezit te nemen.

Grote verkiezingsoverwinning voor de nationalisten, tot grote verrassing van België
Lumumba en de nationalistische partijen zijn de grote overwinnaars van de verkiezingen van 22 mei 1960. Tot grote verbazing van de Belgische staat, die rekende op een overwinning van de tribale partijen die de belangen van de Belgische bourgeoisie gunstig gezind waren. Het Congolese volk, dat zijn buik vol had van de buitenlandse inmenging, koos voor zij die hun aspiraties beantwoordden. Na de verkiezingen probeert de Belgische regering een anti-lumumbacoalitie op de been te brengen, maar slaagt niet in haar opzet en moet zo het podium laten aan de verkiezingsoverwinnaar, Lumumba, om een nieuwe regering te vormen. Lumumba moet echter pro-imperalisten in zijn regering dulden die maar al te bereid zijn om hun land te verkopen en de belangen van het Congolese volk te verraden in het voordeel van buitenlandse investeerders.

Belgische militaire tussenkomst en de steun van de VN aan het Belgische heroveringsbeleid

Na die onverwachte overwinning, steken, na een provocatie van de Belgische commandant van de Force Publique Weermacht, problemen de kop op. België reageert daarop met een militaire tussenkomst om de nationalisten onder druk te zetten of te elimineren. Bijna 10 000 Belgische soldaten bezetten het zopas onafhankelijk geworden Congo. De Belgische regering rechtvaardigt de tussenkomst door erop te wijzen dat ze de Europeanen die in Congo zijn achtergebleven wil beschermen. Nochthans, wanneer de Belgische soldaten in Matatdi voet aan wal zetten, in de provincie Bas-Congo, waren alle Europeanen de regio al ontvlucht.

De Belgische troepen bezetten Kinshasa, Bas-Congo, Katanga, Boma, Mbandaka,… het gehele Congolese grondgebied.
Op 11 juli scheurt de provincie Katanga zich af van de rest van het land en ze krijgt hiervoor de steun van het Beglische leger, dat meevecht tegen de soldaten van Lumumba in de regio. Moise Tshombé, de stroman van België in de strijd tegen de regering Lumumba, roept zichzelf uit tot de president van de “Staat Katanga”. De afscheiding van grondstofrijke provincie wordt ook gesteund door de Belgische industriële groep Union Minière.
Als premier Lumumba en president Kasavubu, in een vliegtuig naar ginder vliegen, krijgen zij een landingsverbod in de door de Belgen bezette provincie.5  België bezet niet alleen een soevereine staat, maar verbiedt haar eerste minister ook rond te reizen in zijn eigen land.
25 Jaar na de feiten geeft de eerste Belgische ambassadeur in Congo, Jan van den Bosch, toe dat de gewelddadige en ongerechtvaardigde interventie van België “…als doel had een krachtdadig beleid te voeren in een Congo dat de zijne niet meer was…” 6

 
Wanneer Lumumba een oproep doet aan de VN, komen die niet tussenbeide om de centrale regering, verkozen door het Congolese volk, te helpen. In tegendeel, de secretaris-generaal, Dag Hammarskjold, onderhandelt met Moise Tshombé, president van de illegale, zelf uitgeroepen staat. De troepen van de VN vervangen het Belgische bezettingsleger. De acties van de VN worden vooral geinspireerd door de VS, die evenzeer zijn belangen in Congo wil verstevigen 7

Laatste nekslag voor Lumumba en zijn partijgenoten 8

In de regering Lumumba zetelden evenzeer Congolese politici die de Belgen en de belangen van de bourgeoisie gunstig gestemd waren. Een bekend voorbeeld is dat van president Kasavubu, die in september 1960 samenwerkte met de Belgische regering om de nationalisten uit te schakelen. Hij onthief Lumumba uit zijn functie als eerste minister en plaatste Mobutu aan het hoofd van het nationale leger van Congo. Kasavubu kondigt de “neutralisatie van alle politieke instanties” af. In de provincie Kisangani zijn soldaten, die trouw gebleven zijn aan de regering in gevecht met de soldaten van Mobutu. Als Lumumba hen tracht te vervoegen, wordt hij door Mobutu gearresteerd. Op 17 januari wordt hij overgebracht naar Katanga waar hij samen met twee vrienden, Mpolo en Okito, vermoord wordt.
  • 1. Isidore Ndaywel è Nziem, Histoire générale du Congo, Ed De Boeck, 1998, p.522 et svt.
  • 2. Ludo Martens, Pierre Mulele ou la seconde vie de Patrice Lumumba, Ed EPO, 1985, p.76 et svt.
  • 3. Isidore Ndaywel è Nziem, Histoire générale du Congo, Ed De Boeck, 1998, p.544 et svt.
  • 4. Kwame Nkrumah, Le néo-colonialisme, dernier stade suprême de l'impérialisme, Ed Présence africaine, 1973, p. 220 et svt.
  • 5. Révolution congolaise, Patrice Lumumba Grand révolutionnaire, père de l'Indépendance, Héros national, N°2, 17 janvier 1997
  • 6. Isidore Ndaywel è Nziem, op.cit, p. 569.
  • 7. Révolution congolaise, op.cit.
  • 8. Révolution congolaise, op.cit.

 


Het citaat

[...]Lumumba werd beschouwd als een communist met heel wat doden op zijn geweten en in het Westen was er een consensus dat hij moest geëlimineerd worden. Men kan hem vergelijken met [...] Saddam Hussein vandaag.



Het cijfer
71

Het aantal zetels dat de nationalistische partijen behalen in de verkiezingen. In totaal waren er 137 zeterls, waarvan er 24 voorbehouden werden voor de traditionele chefs.


Video

Woordenlijst

De feiten

De moord op Lumumba, het uur der waarheid

Interview met Ludo De Witte.

Eind jaren 1990 publiceerde u « L’assassinat de Lumumba ». Waarom schreef u dit boek ruim 30 jaar na de dood van de Congolese Eerste Minister ?

Nadat ik het boek « L’ascension de Mobutu » van Jules Chomé had gelezen, begon ik in 1993 uit intellectuele nieuwsgierigheid onderzoek te verrichten. Jules Chomé was in die tijd een van de weinige Belgen die partij koos voor Lumumba. Ik stond ervan versteld dat gerechtigheid niet had geschied in een van de belangrijkste moorden van de 20e eeuw. In zijn boek heeft de schrijver het over de Congolese crisis die ontstond na de onafhankelijkheid van het land, maar ik heb vastgesteld dat er in zijn relaas nog vele onduidelijkheden zaten. Dit heeft me ertoe aangezet om onderzoek te verrichten, met name in de archieven van Buitenlandse Zaken.

In uw boek stelt u de verantwoordelijkheid van de Belgische regering en de rol van koning Boudewijn aan de kaak. U deinst er niet voor terug om namen te noemen, zoals die van meneer Davignon, de attaché van het cabinet van de minister van Buitenlandse Zaken. Wat waren de reacties naar aanleiding van de publicatie van uw boek ?

Bij de publicatie van mijn boek in 1999 was er net een nieuwe christen-liberale regering aan zet in België met Louis Michel als minister van Buitenlandse Zaken. Deze nieuwe regering zat echter erg verveeld met de publicatie van mijn boek. Louis Michel was net op de scène van de Belgische buitenlandse politiek in Afrika, in het bijzonder in Congo, verschenen door de rol van ordehersteller op zich te nemen met betrekking tot de oorlog in Congo. Na het verschijnen van mijn boek werd het voor België erg moeilijk om zich te profileren als een land dat een rol zou kunnen spelen bij het beëindigen van een conflict door vredesakkoorden te sluiten en opvattingen over democratie en mensenrechten naar voren te schuiven terwijl diezelfde regering de misdaden ontkende die ze heeft gepleegd, waaronder de moord op Lumumba.

Terug over mijn boek, de verklaringen van de Belgische rijkswachter Gérard Soete, een van de doodgravers van Lumumba die mijn verhaal heeft bevestigd door tegenover journalisten te beweren dat hij « als trofee twee tanden van Lumumba bij hem thuis bewaart », deden in België heel wat stof opwaaien.
Naar aanleiding van deze verklaringen en het verschijnen van mijn boek, achtte Louis Michel het noodzakelijk op deze beweringen te reageren, terwijl in Congo president Laurent Désiré Kabila zichzelf Lumumbist verklaarde.

Mijn boek heeft dus aanleiding gegeven tot het oprichten van de Belgische parlementaire onderzoekscommissie naar de moord op Lumumba. Deze commissie heeft de verantwoordelijkheid van Belgische kopstukken duidelijk aangetoond, zonder dat zij in de conclusies van de commissie worden vermeld.

Het zijn hoofdzakelijk twee experts die voor de commissie hebben gewerkt :de historicus Manu Gerard en Luc De Vos van de Koninklijke Militaire School die van bij de oprichting van de commissie de stelling verdedigde dat België « alleen maar goede dingen » heeft gedaan in Congo. Voor Louis Michel had deze commissie in feite tot doel mijn boek te relativeren.

In het eindrapport van de commissie staat dat « rekening houdend met de huidige morele normen, België in zekere mate moreel aansprakelijk is voor de gebeurtenissen die tot deze moord hebben geleid ». Volgens mij was een moord ook in 1961 een misdaad. De commissie heeft de term « morele aansprakelijkheid » gebruikt om zich niet te hoeven uitspreken over de rol van België en ze heeft ook de verantwoordelijken niet bij naam genoemd. Hoewel de commissie als taak had uit te zoeken wie aansprakelijk is, heeft ze dat niet gedaan, vermoedelijk om veroordelingen tot financiële schadeloosstellingen te vermijden.

Bij de ontbinding van de commissie heeft de Belgische regering besloten om het Lumumbafonds op te richten en er jaarlijks 3 miljoen aan over te maken, een som die moet worden aangewend om projecten in Congo te financieren. Tot op vandaag is het project voor de oprichting van dat fonds nog steeds niet geconcretiseerd. President Laurent Désiré Kabila werd vermoord en zijn zoon, Joseph Kabila, werd president en moest het hoofd bieden aan zowel een sterke internationale druk als aan een aanvalsoorlog vanuit Rwanda en Uganda. België werd geconfronteerd met een Congolese regering, geleid door een verzwakte president. Tussen de regels door kon men de vreugde van de Belgische politici merken met betrekking tot de moord op president Laurent Désiré Kabila.

Vermoedelijk achtte Louis Michel het niet meer nodig om te misdaden uit de jaren 1960 te compenseren, aangezien de zwakke regering in Congo.
Uitendelijk heeft de minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, het woord « moreel » laten vallen en heeft hij zonder meer voor het parlement zijn excuses aangeboden aan de familie van Lumumba en het Congolese volk.

Een kleine anecdote die typerend is voor de netelige positie van België en die grotendeels gebaseerd is op de archieven van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken, is de sluiting van de archieven met betrekking tot de onafhankelijkheidsperiode van Congo-Rwanda-Burundi op vraag van Louis Michel, die op dat moment minister van Buitenlandse Zaken was.
Vandaag is er in België geen enkele straat of monument als eerbetoon aan Lumumba, hetgeen de totale onverschilligheid van België ten aanzien van het optreden van Lumumba aantoont.

 

Wat was de echte rol van de Belgische regering in de moord op Lumumba ?

Het werk van de commissie en de publicatie van mijn boek leveren bewijzen voor verschillende pogingen en de medewerking van de Belgische regering aan het beramen van de moord, de val van Lumumba en de omverwerping van zijn regering.
Zes maanden na de onafhankelijkheid, wanneer Lumumba gevangen zat, begonnen zijn aanhangers terrein te heroveren met een militair offensief. In minder dan twee weken tijd was ongeveer de helft van het land in handen van de nationalisten. Naast deze herovering ontstond er een beweging onder de soldaten die eisten dat Lumumba werd vrijgelaten en dat hij terug aan de macht zou komen. Lumumba was erg populair geworden onder het Congolese volk.

Geconfronteerd met deze situatie, kregen zowel België als de Verenigde Staten schrik en trokken hun 'hitman' terug uit Congo. Ze verkozen onderaannemers te gebruiken om het vuile werk op te knappen. Men wou immers niet dat Lumumba vermoord zou worden in een gevangenis van een regime in handen van de tandem Mobutu en Kasavubu. Dit zou immers vanbij het begin een smet zijn op het internationaal blazoen van dit regime.
Tussen de Belgen die aansprakelijk worden gesteld, vinden we de minister van Afrikaanse Zaken graaf d’Aspremont Lynden, de minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny, de Belgische ambassadeur Robert Rothschild en de attaché van het kabinet Etienne Davignon. Ook privé-personen die betaald werden door Belgische financiële instellingen, hebben geprobeerd de Congolese Eerste Minister te vermoorden.
De Amerikaanse regering wilde eveneens de dood van Lumumba en door tussenkomst van de CIA heeft deze meermaals geprobeerd Lumumba te vermoorden.

Wat de Belgische monarchie betreft, hebben we bewijzen dat koning Boudewijn op de hoogte was van de plannen om Lumumba fysiek uit te schakelen. De koning heeft een brief ontvangen van een Belgische kolonel waarin stond dat de anti-Lumumbisten van plan waren Lumumba te vermoorden. Hoewel de koning er grondwettelijk toe verplicht was, heeft hij deze brief niet overgemaakt.

Koning Boudewijn heeft daarentegen een brief geschreven naar minister Tshombé waarin hij enerzijds vol lof is over hem en de anti-Lumumbisten, maar anderzijds de Lumumbisten aanvalt. Met deze brief heeft de koning onrechtstreeks zijn fiat gegeven voor de moord op Lumumba. De brief van koning Boudewijn werd in oktober verstuurd, Lumumba werd in januari vermoord. Hoewel er geen rechtstreeks verband bestaat tussen deze brief en de moord op Lumumba, waren de hoogste Belgische officieren wel op de hoogte van deze brief en kenden dus het standpunt van koning Boudewijn.
In dat opzicht is het dus gepast om zich af te vragen in welke mate deze brief een rol heeft gespeeld in de moord op Lumumba.

Welke belangen hadden België en de Verenigde Staten volgens u bij de uitschakeling van Lumumba en de nationalistische bewegingen ?

Zowel de Belgische als de Amerikaanse regering wisten dat Lumumba een internationalist was. Lumumba had aangekondigd dat zijn regering de vrijheidsbewegingen zou steunen in hun onafhankelijkheidsstrijd. De Congolese Eerste Minister had verklaard dat hij niet kon aanvaarden dat landen op het Afrikaanse continent onder het koloniale juk bleven.
Met deze moord waren geostrategische belangen gemoeid. Wanneer we de kaart van Afrika bekijken, zien we vanaf Congo de kopergordel; een keten van kopermijnen die loopt van de provincie Katanga in Congo, over Rhodesie (nu Zimbabwe) tot in Zuid-Afrika.
België en de Verendigde Staten vreesden dat de regering van Lumumba « de stabiliteit van de koloniale machten» op het continent aan het wankelen zou brengen en het Apartheidsregime ten val te brengen.

Op 17 januari 2011 zal het 50 jaar geleden zijn dat Lumumba werd vermoord. Waarom is het belangrijk om op die dag zijn dood te herdenken ?

Om lessen te trekken uit zijn leven, zijn werk, zijn ideeën en deze vandaag toe te passen, het is een ervaring die nog steeds actueel is.
Lumumba staat symbool voor de mobilisatie van de bevolking binnen democratische structuren, zijn internationalisme, zijn politieke neutraliteit die bestond uit onpartijdigheid met betrekking tot de twee blokken uit die tijd en akkoorden sluiten met die partijen waar Congo het meeste voordelen bij had.
Lumumba had een conflict met Mobutu in verband met het benoemen van officieren binnen het Congolese leger. Lumumba was van mening dat ze via soldatenraden verkozen moest worden, terwijl Mobutu voorstander was van een benoeming door de regering.

Door de dood van Lumumba te herdenken en de gebeurtenissen in herinnering te brengen, wordt duidelijk hoe ver de Belgische elite en bourgeoisie kunnen gaan om hun belangen te verdedigen: steekpenningen, corruptie, een democratisch verkozen parlement ten val brengen en een moord beramen. Dat is zowel voor de Belgen als de Congolezen erg leerrijk.

De laatste tijd gaan in Congo stemmen op voor onderhandelingen met België, omdat Belgen minder agressief zijn. Maar de moord op Lumumba toont aan dat België dezelfde houding aanneemt als de Verenigde Staten en Frankrijk.
De rol van de Verenigde Naties is een andere les. De Verenigde Naties worden voorgesteld als een soort supra-staat die zich baseert op de rechten van de mens en de democratische waarden, maar de gebeurtenissen in Congo tonen aan dat het slechts een instrument is dat in handen is van de grootste wereldmachten.

Zeer binnenkort zal in België een gerechtelijke klacht worden ingediend tegen een tiental Belgische kopstukken die beschuldigd worden van betrokkenheid bij de moord op de Congolese Eerste Minister. Kunt u ons zeggen wie in de beklaagdenbank zal zitten?

Deze klacht zal worden ingediend op vraag van Lumumba’s familie die heeft vastgesteld dat de waarheid niet volledig aan het licht werd gebracht door de onderzoekscommissie en dat de beslissingen die werden genomen bij de ontbinding van deze commissie niet werden nagekomen door onze regering.
Er was geen sprake van tegemoetkomingen, waardoor gerechtigheid dus niet heeft geschied. Als technisch adviseur van de advocaten, lever ik informatie van geschiedkundige aard. Het behoort niet tot mijn bevoegdheid te zeggen wie er zal worden aangeklaagd.

Meneer De Witte, ik heb gehoord dat u werkt aan een nieuw boek. Kunt u ons daar meer over vertellen ?
Het boek vormt een aanvulling op « L’assassinat de Lumumba » en gaat over de opstand die in de jaren 1964-1965 in Congo plaatsvond.

Na de val van Lumumba koesterde de bevolking nog steeds nationalistische gevoelens, wat aan de basis lag van de voornamelijk boerenopstanden in het centrum en het westen van het land en die geleid werden door Pierre Mulele, Soumialot en Gbenye.
De Belgen en Amerikanen zijn toen tussenbeide gekomen met luchttroepen in het kader van operatie « Ommegang », uitgevoerd door Congolese soldaten onder leiding van een honderdtal Belgische officieren. Er namen ook huursoldaten deel aan deze heroveringsoperatie die uitliep op een heus bloedbad en waarbij ongeveer één miljoen Congolezen werden vermoord.
Voor deze operatie riep de bevolking « uhuru, uhuru, uhuru », wat zoveel betekent als « vrijheid », maar na deze bloedige operatie kwam er een einde aan de roep om vrijheid en ontstond er een waar politiek en sociaal kerkhof. Hierop pleegde Mobutu een nieuwe staatsgreep, greep de macht en vestigde een dictatuur.

 

Ludo De Witte (1956), socioloog, heeft gedurende vele jaren onderzoek verricht in de archieven van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en de archieven van de Verenigde Naties.
In « Crisis in Kongo » (verschenen in 1996) en « L’assassinat de Lumumba » (verschenen in 1999) hekelt hij onomwonden en met harde bewijzen de verantwoordelijkheid van de Belgische regering in verband met de moord op de Congolese Eerste Minister Patrice Lumumba.
Momenteel is Ludo De Witte adviseur van de advocaten die in januari 2011 klacht zullen indienen tegen een tiental Belgische vooraanstaande figuren die betrokken zijn bij de moord op Lumumba en zijn entourage.

 


Het citaat

Dat Belgiëde moord op Lumumba zou bevolen hebben is een fabel. Men wou hem politiek elimineren, maar dat is iets anders dan hem fysiek doden.

 



Het cijfer
201

Het aantal dagen dat Lumumba nog geleefd heeft na de onafhankelijkheidsverklaring.


Video
Woordenlijst

Geopolitiek

Afrika, een continent in gevecht met het kolonialisme

De onafhankelijkheid van Congo vindt plaats in een periode van ingrijpende veranderingen op het Afrikaanse continent. Een hele reeks landen zijn toen onafhankelijk geworden dankzij de bevrijdingsbewegingen die gedragen werden door de volksmassa die niet langer het slachtoffer wilde zijn van uitbuiting. In elk van die landen hebben de koloniale machten mensen afgeslacht en gefolterd en bewegingen gesteund die bereid waren de koloniale overheersing te aanvaarden. In Zuid-Afrika, Namibië en Rhodesië zijn er dictatoriale regimes aan de macht gebleven. Maar de strijd van twee landen kon de machtsverhoudingen op het hele continent doen kantelen. Het gaat hier over Angola en Congo.

Het onafhankelijkheidsproces van zwart Afrika begon bij Ghana, een Britse kolonie die onafhankelijk is geworden op 6 maart 1957. Een van de grote symbolische figuren in de strijd om de onafhankelijkheid van Ghana, is Dr. Kwame Nkrumah. Hij stichtte in 1949 de Convention People's Party (CPP). 

In 1958 organiseerde Dr. Kwame Nkrumah, toen eerste minister van Ghana, in Accra een grote conferentie voor de Afrikaanse volkeren. Hieraan namen heel wat Afrikaanse landen en vertegenwoordigers deel, waaronder ook Lumumba. Deze conferentie was cruciaal voor de ontwikkeling van de onafhankelijkheidsstrijd van Lumumba’s beweging. In de eerste plaats omdat Lumumba er een politieke analyse heeft gemaakt over de strijd in zijn land en duidelijk heeft gemaakt wat er op het spel stond voor hem en zijn partij. Ten tweede omdat de Congolese nationalisten daar contacten hebben kunnen leggen met andere groeperingen en er hebben kunnen leren van meer ervaren bevrijdingsbewegingen.

Na Ghana is het op 2 oktober 1958 de beurt aan Guinee-Conakry, een Franse kolonie, om onafhankelijk te worden. De Franse regering van Generaal De Gaulle keurde in 1956 een wetsvoorstel goed dat de grenzen bepaalde van de Afrikaanse staten die gekoloniseerd waren door Frankrijk. Frankrijk wilde deze staten verplichten lid te worden van een Frans-Afrikaanse Gemeenschap om zo de macht over die landen te kunnen behouden. Maar het Guinee van Sékou Touré weigerde en eiste volledige onafhankelijkheid. De Guineese president verklaarde in april 1960 “dat het duidelijk is dat een politieke onafhankelijkheid zonder volledigeledigeamen ople's Party ( tu. adering van het leger van Mobutu. euro) in de rekruteringen van een nieuwe politieke klasse in economische vrijheid bedrog zou zijn”. 

De president van Ivoorkust, Houphouet-Boigny, en de president van Senegal, Léopold Senghor, beide geallieerden van het koloniale Frankrijk, verloochenden de belangen van hun volk door afstand te doen van volledige onafhankelijkheid en lid te worden van die Frans-Afrikaanse Gemeenschap. Volgens Senghor “moet de Franse Unie een ontmoeting van beschavingen zijn, een smeltkroes van culturen… Het is eerder een huwelijk dan een verbond”. Eenzelfde tendens vindt ook plaats in Congo tegenover de Belgische kolonisator. De beweging die opkomt voor een bondgenootschap met de kolonisator is de ABAKO van Kasavubu, de voornaamste concurrent van het Mouvement National Congolais (MNC) van Lumumba. Uiteindelijk was het , zoals in veel landen, de druk van de volksmassa's die tot de onafhankelijkheid heeft geleid. 

In 1960 werden heel wat Afrikaanse landen onafhankelijk. Het eerst land was Kameroen dat zijn onafhankelijkheid verkrijgt op 1 januari 1960. De repressie door het Franse leger was bloedig en wreed. Frankrijk gebruikte napalm om de onafhankelijkheidsstrijd te bedwingen. De Unie van Kameroense Volkeren (UPC), geïnspireerd door het marxisme en geleid door Ruben Um Nyobé, eiste de onmiddellijke onafhankelijkheid van het land. Deze beweging werd verboden door Frankrijk en moest onderduiken om de strijd te kunnen verderzetten. Ruben Um Nyobé werd gedood in september 1958.

In de jaren ’60 had het Portugese fascistische regime van Salazare nog de macht over drie Afrikaanse kolonies: Angola, Mozambique, Guinee-Bissau en de Kaapverdische eilanden. In deze drie landen waren grote bevrijdingsbewegingen actief waarvan de belangrijkste in Angola. In Guinee-Bissau en Kaapverdië had men de Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Guinee en Kaapverdië (PAIGC) van Amilcar Cabral, gesticht in 1956; in Mozambique het Bevrijdingsfront van Mozambique (FREMILO), opgericht in 1962; in Angola de Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola (MPLA), gesticht in 1956 en geleid door Agostinho Neto. De fascistische onderdrukking door de Portugezen zorgde ervoor dat de beweging in Angola een revolutionaire richting insloeg. “We zijn vernederd als individuen en als volk… De laatste tijd verergert de Portugese kolonialistische verdrukking. Dit wordt veroorzaakt door penetratie (via bemiddeling van de Portugese kolonialisten) en de overheersing van het bankkapitaal, van de internationale monopolies en trusts… Het kolonialisme zal niet vallen zonder een verbeten strijd. Bijgevolg is er maar één weg naar de bevrijding van het Angolese volk: die van de revolutie” (stichtingsmanifest van de MPLA, 1956). 

In Angola ondersteunde het imperialisme bewegingen die de belangen van het volk verloochenden en het zo mogelijk maakten dat de koloniale mogendheden de macht behielden over hun kolonies. Zo steunde men er het Nationale Bevrijdingsfront van Angola (FNLA) en vanaf 1966 de Nationale Unie voor de volledige onafhankelijkheid van Angola (UNITA) om zo strijd te leveren tegen de MPLA.

Tegen deze achtergrond was de onafhankelijkheid van Congo van een groot geostrategisch belang. Een onafhankelijk Congo, een land gelegen in het midden van het continent dat zelf de controle had over de enorme rijkdommen uit de mijnbouw, zou een doorslaggevende invloed kunnen hebben op de strijd in andere landen. Maar het imperialisme wilde tegen elke prijs de macht over het land behouden. De Verenigde Staten, dominant na de Tweede Wereldoorlog, heeft die rol van België op zich genomen. Het zijn zij die zorgden voor de rekrutering van Mobutu als pion. Ze zorgden er ook voor dat hij financiële en logistieke steun kreeg om zijn invloed te versterken en uiteindelijk in 1965 over te gaan tot een staatsgreep. In het begin van de jaren ’60 investeerden de Amerikanen 12 miljard Belgische frank (300 miljoen euro) in de rekrutering van een nieuwe politieke klasse in Congo. Ook investeerden ze in de training, de bewapening en de omkadering van het leger van Mobutu.


Het citaat

We believe in the right of all people in govern themselves.we affirm the right of all colonial peoples to control their own destiny. All colonie must be free from foreign imperialist control, whether political or economic.



Het cijfer
300

Het aantal vertegenwoordigers op de Conferentie van Accra, afkomstig uit 28 Afrikaanse landen.


Video

Woordenlijst

Lumumba vandaag

De gekapte palm groeit altijd terug

Men zei mij, vergeet dit land, het is al vergaan
Blijf in Europa, doe wat je moet doen
Ik heb hen geantwoord, Kongo tot aan de dood
Ik zal vechten voor de gerechtigheid van mijn volk

De palm is gekapt, hij groeit terug
Hij is gekapt, hij groeit terug, kind van het land
Sinds papa Lumumba, Mulele tot aan Mzee Kabila
Wij willen vrede, verandering, waarheid
Men heeft ons te vaak voorgelogen, werkelijk te veel afgeslacht

Yaya Nkwankolo
Volledige tekst en muziek

Via deze weg toont een Congolees-Duitse rapgroep hun inzet voor hun land. Papa Mulumba, het symbool voor onafhankelijkheid, integriteit en toewijding voor het land kan niet ontbreken.
In een interview (zie video hiernaast), vertelt Serge, een animator van de jongerenbewegingUsahidizi (partner van Intal in Lubumbashi) de toepassing van Lumumba in het gevecht waar hij zich voor inzet. Lumumba is een vooraanstaand figuur die zich interesseert in de toekomst van zijn land, die de oorzaak van de problemen analyseert, die zich over anderen ontfermt en die vindt dat de rijkdom van de staat tot de welvaart van het volk moet leiden. Lumumba is voor hem ook een strijder, onafhankelijkheid is geen cadeau, en zelfs vandaag nog duurt deze strijd voort . De DR Congo strijdt voor zijn eigen weg naar ontwikkeling met internationale partners die geschikt lijken, maar wordt nog steeds geconfronteerd met chantage rond de schuldenlast van het land. Voor hem is Lumumba een inspiratiebron om zich in de strijd te gooien voor sociale welvaart en voor de organisatie van de bevolking.

Overal in DR Congo organiseren de mensen zich voor het verlenen van onderlinge hulp, om te overleven maar ook om zich in te zetten voor de heropbouw van het land. Deze heropbouw gaat gepaard met de wedergeboorte van het sociaal geweten. Duizenden mensen verenigen zich in syndicaten en andere sociale en politieke organisaties. Om zich te laten horen op politiek vlak moeten ze zich vormen als leiders van de massa en zich inzetten in het politieke leven. De ideeën en het gedrag van Lumumba kunnen een belangrijke bron van inspiratie zijn in dit debat.
Het geniale van Lumumba is dat hij zich op enkele jaren tijd heeft gevormd op politiek en sociaal vlak en dit aan een ongelooflijke snelheid. Aan de basis van deze levenswijze ligt zijn keuze om zich volledig in te zetten in dienst van de natie.
En inderdaad, we zien in het politieke leven van Lumumba hoe hij evolueert in zijn politieke gedachten omdat hij zich inzet in de strijd voor onafhankelijkheid.
In 1956 schreef hij nog “Sommige Blanken, de minst betrouwbare, maken van de lichtgelovigheid van de weinig gecultiveerde Zwarten en zetten hen aan om onafhankelijkheid op te eisen.” (1) Hier denkt hij nog dat onafhankelijkheid een cadeau zal zijn, goed voorbereid en gegeven door de kolonist.
In 1958, in Ghana, het land van Kwame Nkrumah, schaart hij zich achter de strijd tegen het kolonialisme tijdens het eerste pan-Afrikaanse congres. Hier is de toon van zijn toespraak al veranderd.

Hij zegt : « De effectieve onafhankelijkheid in de onderlinge afhankelijkheid van de vrije naties, de totale vrijheid van Congo zonder enige vorm van voogdij: dit is waar onze bevolking naar streeft… De vrucht van de kolonisatie ondernomen door België in Congo moet worden begrensd in tijd en ruimte. Volgens ons is deze limiet grotendeels bereikt. Wij willen ons bevrijden om samen te werken met België in vrijheid en met respect… Maar deze samenwerking is enkel mogelijk als België begrijpt dat de Congolese bevolking nood heeft aan vrijheid en respect én deze vrijheid niet uitstelt door vrijwillig een eind te maken aan het koloniale regime. (2)

Tijdens zijn toespraak op 30 juni 1960, beschrijft Lumumba hoe de onafhankelijkheid in Congo echt tot stand is gekomen : « Deze onafhankelijkheid van Congo, als zij vandaag wordt bekendgemaakt in samenwerking met België, bevriend land met wie wij op gelijke voet staan, geen enkele deze naam waardige Congolees mag vergeten hoe deze onafhankelijkheid is bereikt (applaus), een dagelijkse strijd, een moeilijke, idealistische strijd, een strijd waarin wij noch onze krachten, noch ontberingen, noch ons lijden noch ons bloed hebben gebruikt. Deze strijd, een strijd van bloed zweet en tranen, waar wij tot in ons diepste trots op zijn, was een nobele en juiste strijd en onontbeerlijk om een eind te maken aan de vernederende slavernij die ons werd opgedrongen. »

Eenmaal duidelijk dat België een reële onafhankelijkheid saboteert, wijzigt zijn toon weer. Wanneer België de splitsing van Katanga organiseert, zegt hij: « De Belgische centrale bank heeft niet alleen ons geld gestolen maar ook onze goudreserves. De Congolese regering heeft juist bekend gemaakt dat als de Belgische regering binnen een termijn van 15 dagen deze goudreserves niet teruggeeft, wij alle Belgische bezittingen in beslag zullen nemen. De bevolking verwacht verbetering van hun levensomstandigheden. Voor ons is er geen onafhankelijkheid zolang wij geen welvarende nationale economie hebben om de levensomstandigheden van onze broeders te verbeteren.» (3)

Deze laatste opmerking is typerend voor de Lumumba's motivatie: wat hem vooruit duwt, wat hem motiveert, is het welzijn van zijn volk. Dit wordt ook duidelijk wanneer men de drie toespraken leest van 30 juni 1960, tijdens de onafhankelijkheidsplechtigheid.
Langs de ene kant prijst Koning Boudewijn « het werk van het genie Leopold II, door hem ondernomen met moed voortgezet met Belgisch doorzettingsvermogen» en raad de Congolezen aan om eerst en vooral erkenning te tonen voor de kolonisten want « Zij verdienen enerzijds ONZE bewondering en JULLIE erkenning, want het zijn zij die al hun moeite en zelfs hun leven hebben gegeven voor een groot ideaal, zij hebben jullie vrede gebracht en jullie mentaal en materieel patrimonium verrijkt. » (4)

Langs de andere kant toont Kasavubu zijn erkenning voor al het werk dat het kolonialisme heeft ondernomen: de wegen, de infrastructuur, de sociale instellingen… (4).

Maar het is Mulumba, en enkel hij, die het lijden van de bevolking onder het koloniale regime ter sprake brengt. « Wat betreft ons lot gedurende het 80-jarige koloniaal regime, onze wonden zijn nog te vers en te pijnlijk om uit onze herinneringen te verbannen. Wij moesten werken tot we er bij neer vielen in ruil voor lonen die niet voldeden om te eten en kleren te kopen of te zorgen voor een dag boven ons hoofd of om onze kinderen een degelijke opvoeding te bieden. Wij hebben spot gekend, beschuldigingen, kregen slagen ‘s morgen, ’s middags en ’s avonds omdat we negers zijn. Wie zal vergeten dat men een Zwarte aansprak met "jij" omdat de "u" te waardevol was en enkel voor de Blanken was bedoeld?
Ons land werd ons gestolenop basis van zogezegd legale wetten, maar die enkel het recht van de sterkste erkenden. Wij leefden in een tijd waarin rechten nooit gelijk waren voor Blanken en Zwarten: gastvrij voor de ene en gruwelijk en onmenselijk voor de andere. We werden vervolgd omwille van onze politieke of religieuze overtuigingen; we waren ballingen in eigen land, zonder toekomsten met een lot erger dan de dood zelf. We hebben de prachtige huizen in steden voor de Blanken gezien en bouwvallige krotten voor de Zwarten; we maakten mee dat een Zwarte niet werd toegelaten in de bioskoop, noch in restaurants noch in de zogezegde Europese winkels.
Wie kan de fusillades vergeten waarin wij zoveel broeders hebben verloren, de gevangenis waar zij bruut in werden gesmeten als zij het regime van onderdrukking en uitbuiting niet wilden gehoorzamen? (Applaus)
Onder dit alles, mijn broeders hebben we meer dan genoeg geleden 
» (4)

Achteraf kunnen we zeggen dat Lumumba voor zijn toespraken niet enkel applaus heeft ontvangen, maar ook dat hij hierdoor, tegenover dit elitair gezelschap, zijn doodvonnis heeft getekend.
Maar, zoals het lied ons meedeelt, een gekapte palm groeit altijd terug en kan zelfs een gans bos voortbrengen.

(1) Lumumba, « Congo, Terre d'avenir, est-il menacé? »
(2) L'indépendance du Congo belge et l'avènement de Lumumba, témoignage d'un acteur politique.
(3) (Annales Parlementaires, Sénat du Congo, septembre 1960, !p.14-15, 21)
(4) Les discours prononcés par le Roi Baudouin Ier, le Président Joseph Kasa-Vubu et le Premier Minsitre Patrice-Emery Lumumba lors de la cérémonie de l'indépendance du Congo (30 juin 1960à à Léopoldville (actuellement Kinshasa).


Het citaat

De ministers moeten onder het volk leven. We moeten in hun ogen niet overkomen als diegenen die de kolonialisten vervangen hebben.



Het cijfer

Video


Woordenlijst

Hommage

Een leven, een voorbeeld

Hoe kan men hulde brengen aan een man die een legende is?

Over leven en werk van Lumumba is al zo veel geschreven, dat het beter is Lumumba zelf te citeren en zijn woorden aandachtig te lezen. In de laatste brief aan zijn vrouw, die hij 4 dagen voor zijn dood geschreven heeft, vat hij zijn leven samen. Hij was er van overtuigd dat elke dag zijn laatste kon zijn.

Gezien de situatie is het opmerkelijk wat voor een ongelooflijk optimisme hij aan de dag legt. Hij wordt omringd door vijanden die hem dood willen, door valse vrienden die hem willen neutraliseren en door verraders die hem lieten vallen in ruil voor een carrière in dienst van het buitenland. Toch blijft hij geloven in de strijd van het volk van zijn eigen land en andere landen in het Zuiden.

Dat optimisme willen we delen en verdedigen tegenover de Congo-pessimisten.

 

Mijn lieve Pauline,

Ik schrijf deze woorden zonder te weten of ze je zullen bereiken, wanneer ze je zullen bereiken en of ik nog in leven zal zijn wanneer je ze zal lezen. Tijdens mijn strijd voor de onafhankelijkheid van mijn land heb ik nooit een moment getwijfeld aan de uiteindelijke triomf van de heilige zaak waaraan mijn kompanen en ik ons hele leven gewijd hebben. Maar wat wij wilden voor ons land, een recht op een eerbaar leven, op een vlekkeloze waardigheid, op een onafhankelijkheid zonder beperkingen, dat wilden het Belgisch kolonialisme en zijn westerse bondgenoten niet. Ze vonden directe en indirecte steun (soms weloverwogen, soms ook niet) bij enkele hoge ambtenaren van de Verenigde Naties, de instelling waarop wij al onze hoop gevestigd hadden toen we haar om bijstand vroegen.

Ze hebben een aantal van onze landgenoten omgekocht, ze hebben geholpen om de waarheid te verdraaien en onze onafhankelijkheid te bezoedelen. Wat kan ik nog meer zeggen?

Of ik nu dood ben of levend, vrij of gevangen op bevel van de kolonialisten, het is niet mijn persoon die telt. Het is Congo, ons arme volk waarvan men de onafhankelijkheid herleid heeft tot een kooi waarin men ons van buitenaf bekijkt, nu eens met een zeker medeleven, dan weer met een zekere vreugde en genoegen. Maar mijn geloof blijft onwankelbaar. Ik weet en ik voel diep vanbinnen dat mijn volk zich vroeg of laat zal ontdoen van al zijn binnenlandse en buitenlandse vijanden, dat het zal opstaan om zich als één man te verzetten tegen dat vernederend en schandelijk kapitalisme, om onder een stralende zon zijn waardigheid weer op te nemen.

We zijn niet alleen. Afrika, Azië, vrije en bevrijde volkeren van over de hele wereld zullen zich altijd aan de zijde bevinden van de miljoenen Congolezen die de strijd niet zullen opgeven tot de dag waarop er geen kolonisatoren en huurlingen meer in ons land zullen zijn. Aan mijn kinderen, die ik achterlaat en die ik misschien nooit meer zal terugzien, wil ik dat men hen zegt dat de toekomst van Congo mooi is en dat het land van hen, en van iedere Congolees, de heropbouw van onze onafhankelijkheid en onze soevereiniteit verwacht. Zonder waardigheid is er immers geen vrijheid, zonder rechtvaardigheid is er geen waardigheid, zonder onafhankelijkheid zijn er geen vrije mensen.

De brutaliteiten, mishandelingen en folteringen hebben me er nooit toe aangezet om om genade te smeken. Ik sterf liever met opgeheven hoofd, met een onwankelbaar geloof en een diep vertrouwen in de toekomst van mijn land, dan te leven in de onderdrukking en in de minachting van heilige principes. De geschiedenis zal er ooit het hare over zeggen, maar het zal niet de geschiedenis zijn die men onderwijst in Brussel, Washington, Parijs of de Verenigde Staten. Het zal de geschiedenis zijn die men onderwijst in de landen die zich bevrijd hebben van het kolonialisme en zijn marionetten. Afrika zal zijn eigen geschiedenis schrijven, een roemrijke en waardige geschiedenis, zowel ten noorden als ten zuiden van de Sahara. Treur niet om mij, mijn geliefde. Ik weet dat mijn land, dat zo hard lijdt, haar onafhankelijkheid en vrijheid zal weten te verdedigen.

Leve Congo! Leve Afrika!

Patrice Lumumba

 


Het citaat

Het cijfer

Video


Woordenlijst

Video
Foto's
Educatief materiaal
  • Congo voor beginners


    €15,00

    Corruptie, oorlog, plundering, ellende: dat is het beeld dat we voorgeschoteld krijgen over Congo. Een land om moedeloos van te worden. Maar blijft dat beeld ook overeind als we het confronteren met de werkelijkheid?

    €15,00
    ...