Cuba en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties
Dit dossier geeft een overzicht van de situatie in Cuba voor elk van de acht Millenniumdoelstellingen om een idee te geven van de echte verwezenlijkingen van de Cubaanse overheid. Het geeft wellicht een ander beeld van dit atypische land.

Als je vragen of suggesties hebt, kan je deze sturen naar ics@cubanismo.net

Geïnteresseerd in dit onderwerp? Ga dan eens een kijkje nemen in de volgende intal-groepen: ICS

INTRO

Inleiding

Dit document werd opgesteld in februari 2011 door Jean Lazard, van Initiativa Cuba Socialista, in samenwerking met Oxfam-Solidariteit.

Hier vindt u het PDF-bestand van het dossier 

Dankzij de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling is het mogelijk de situatie te evalueren in de landen die het ergst zijn getroffen door honger en armoede en programma’s voor ontwikkelingshulp uit te werken om de belangrijkste problemen het hoofd te bieden.
Elke doelstelling omvat een of meerdere streefdoelen die worden berekend aan de hand van duidelijke indicatoren uit statistieken van internationale en nationale instellingen. Elk land wordt gerangschikt volgens de menselijke ontwikkelingsindex (HDI in het Engels). Bij deze indeling houdt men rekening met drie indicatoren om gezondheid, onderwijs en economie te evalueren. In 2005 stond Cuba op plaats 52 van de 177 landen die zijn opgenomen in de tabellen van de VN. Cuba behoorde ook tot de 57 landen die worden beschouwd als landen met een hoge menselijke ontwikkeling (acht andere landen in Latijns-Amerika worden tot deze categorie gerekend) (1).

Dit is geen verrassing voor wie die Cuba en zijn geschiedenis kent. In 1953 al, maakte Fidel Castro het programma van de revolutionairen bekend in zijn beroemde pleidooi “De geschiedenis zal me vrijspreken”, dat hij had geschreven als verdediging bij het proces dat Batista tegen hem had aangespannen. Dit programma klinkt als volgt: het land via een landhervorming teruggeven aan wie die het bebouwt, de opbrengsten uit suiker en industrie herverdelen onder de arbeiders en bedienden, het land industrialiseren, het onderwijs ingrijpend hervormen, elektriciteit en telefoondiensten nationaliseren, werk voorzien voor iedereen en ervoor zorgen dat elke werknemer een waardig bestaan leidt. Dit is in een notendop het humanistisch programma dat de Cubanen heeft overgehaald in opstand te komen. Na 1959 hebben ze het dan ook in praktijk gebracht. Dit programma ligt aan de basis ligt van de opvallende resultaten die in dit dossier worden beschreven.

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) past Cuba een systeem van de duurzame eerlijke ontwikkeling toe dat centraal staat in zijn totale ontwikkelingsstrategie. Hoewel Cuba een ontwikkelingsland is en sinds een halve eeuw het hoofd biedt aan de belangrijkste wereldmacht (wat in de praktijk overeenkomt met een voortdurende latente oorlogstoestand: blokkades, aanslagen, interne destabilisatie, onjuiste berichtgeving, braindrain, enz.), ontwikkelt Cuba relatief hoge sociale indicatoren en een hoge homogeniteitgraad. Volgens de door de UNDP gebruikte rangschikking zullen drie van de acht doelstellingen waarschijnlijk in 2015 worden bereikt en zijn drie andere doelstellingen al verwezenlijkt. De twee overige doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt binnen de termijn van het programma van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (2015) “als de voorziene maatregelen daadwerkelijk worden genomen”.

De drie tot nog toe gepubliceerde verslagen van het UNDP schetsen een zeer positief beeld van Cuba’s sociale politiek. Bovendien zijn conclusies in deze verslagen overtuigender dan die van talrijke andere bronnen. Hierin wordt de aandacht gevestigd op de economische en sociale ramp als gevolg van de Amerikaanse blokkade van het eiland en van de unilaterale en extraterritoriale kernmerken ervan: Het rechtstreekse verlies, dat wordt veroorzaakt door 50 jaar blokkade, wordt geschat op meer dan 100 miljard US dollar, een bedrag dat oneindig veel hoger ligt dan de rechtstreekse verliezen als gevolg van de verwoestende orkanen van de laatste jaren (9,720 miljoen US dollar enkel voor 2008).

Er is veel kritiek uitgebracht op de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, voornamelijk omwille van de erg lage drempels en de zwakke verplichtingen van de rijke landen. Tijdens de top rond de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in september 2010 in het VN-hoofdkantoor, verklaarde M. Moreno van het Cubaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat het voorstel om het aantal mensen dat leeft van minder dan 1 dollar per dag met de helft te verminderen niet ernstig kan genomen worden. “En de andere helft dan ? Is die verplicht in armoede te leven en honger te lijden?” De Ecuadoraanse president Rafael Correa heeft in een toespraak voor de Verenigde Naties op 26 september 2007 een van de meest relevante bedenkingen uiteengezet: “De eerste beperking van de MDO is dat ze een minimale strategie aanprijzen om armoede terug te dringen. Het is ons doel om veel verder te gaan dan dergelijke minimumvereisten, door de doelstellingen uit te diepen en er talrijke andere aan toe te voegen. Door te focussen op de minimumbehoeften, zoals dit bij de MDO het geval is, riskeert men dat het blijft bij een poging om het geweten te sussen en dat er maar een beperkte sociale verandering komt. (...) De beste strategie om armoede op een waardige manier te bestrijden is daarom zonder twijfel, de sociale, economische, territoriale, milieu- en cultuurverschillen verkleinen.” (Andere fragmenten worden aan het einde van dit dossier gepubliceerd.)

(1) In het laatste verslag dat in 2010 verscheen, wordt Cuba niet meer opgenomen in de HDI aangezien het Centrum voor Internationale Vergelijkingen van productie, inkomen en prijzen (CICPIP) van de universiteit van Pennsylvania, dat belast is met de raming van het bbp van landen, de complexiteit van de Cubaanse economie heeft erkend evenals het gebrek aan gegevens om het bbp van Cuba te kunnen bepalen.

 


Het citaat

Door je uitsluitend te richten op de minimale behoeften die de MDO aangeven, loop je een groot gevaar…


r.png


Het cijfer
52

De ontwikkelingsindex (HDI) houdt rekening met 3 indicatoren : gezondheid, onderwijs en economie. In 2005 stond op de 52e plaats op 177 landen.


Kaart

Video


Woordenlijst

Indicator : de indicatoren die gebruikt worden om de HDI te berekenen zijn : 1) de levensverwachting bij de geboorte 2) gemiddelde duur van scholing 3) bruto nationaal inkomen per persoon.

UNDP : United Nations Development Program is het wereldwijde ontwikkelingsnetwerk van de Verenigde Naties. Het wil veranderingen bevorderen en wil landen in contact brengen met ervaringen en informatiebronnen om te volkeren hun levensomstandigheden te verbeteren.


O1 armoede en honger

Uitbannen van extreme armoede en honger

Streefdoel 1: tussen 1990 en 2015 het aantal mensen dat leeft met minder dan 1 dollar per dag met de helft verminderen.

Het geval van Cuba is bijzonder en de klassieke indicatoren zijn niet aangepast om de armoede in Cuba op de gebruikelijke manier te meten. Hiervoor bestaan verschillende redenen.
Eerst en vooral is het Cubaanse sociaal model niet gebaseerd op financiële inkomsten en handelsrelaties, maar op gratis sociale diensten en erg goedkope consumptiegoederen die via een rantsoenkaart verkregen worden. Alle Cubanen beschikken over een dergelijke kaart die de helft van de dagelijkse behoeften in calorieën per persoon garandeert. Een dergelijk systeem past niet in de internationale statistische afspraken.Ook zijn bepaalde gegevens in verband met de kosten van de modale gezinsconsumptie in Cuba niet gepubliceerd. Om de zaken nog ingewikkelder te maken, is de nationale munteenheid de convertibele peso (CUP) waarvan de waarde kunstmatig verbonden is aan de US dollar. Deze munteenheid kan niet op de internationale markt worden gewisseld. De meeste interne transacties tussen Cubanen gebeuren echter met Cubaanse peso’s (waarde : 0,047 US dollar bedraagt). Omwille van dit dubbel monetair stelsel kan is het niet mogelijk een rechtstreekse vergelijking met de US dollar te maken, noch een evaluatie van de feitelijke inflatie.

Het is dus erg moeilijk het reële inkomen van een Cubaan te schatten gezien zijn loon er slechts een deel van vormt. Bij de beoordeling van dit inkomen in US dollars stellen zich door dit het dubbel monetair stelsel nog andere moeilijkheden. De evaluatie van andere klassieke indicatoren zoals het bbp is ook erg ingewikkeld omwille van gebrekkige of ongeschikte gegevens (zie voetnoot 1). Wat de zogenaamde informele economie betreft, is zij kan niet weggedacht worden uit het dagelijks leven van de Cubanen, maar zeer moeilijk te berekenen. Er bestaan veel analyses van de economische situatie in Cuba. Ze zijn vaak tegenstrijdig en bovendien beïnvloed door de politieke ideeën van de auteurs. In al deze analyses wordt onderlijnd dat het moeilijk is een objectief en nauwkeurig standpunt in te nemen. Voor een leek is het nog ingewikkelder om de situatie goed in te schatten, aangezien de waarheid door harde en systematische campagne van onjuiste berichtgeving verdoezeld wordt.

Enkele feiten en cijfers kunnen echter een idee geven van de situatie:
• gezondheidszorg en onderwijs zijn volledig gratis;
• verdeling van water, gas en elektriciteit is gesubsidieerd, zo ook brandstof en openbaar vervoer;
• 85% van de woningen is in eigendom van Cubaanse privépersonen (toch is woningnood op dit moment een van de meest nijpen- de huidige sociale problemen voor de Cubanen);
• 62% van de gezinnen ontvangt geld uit het buitenland (via geëmigreerde familieleden of voornamelijk via werk in de toeristische sector);

• zonder rekening te houden met de gratis sociale diensten, de gesubsidieerde voorzieningen (elektriciteit, gas, transportcommunicatie, ...), het premiesysteem en de rantsoenkaart, bedraagt het minimumloon 225 Cubaanse peso (wat dus overeenkomt met 9,37 US$). Het gemiddelde loon bedraagt 440 peso (18,33 US$ of 0,61 US$ per dag), het maximumloon 660 peso (27 US$) en het minimumpensioen 200 peso (8,3 US$) met een sociale hulp van 50 peso extra (gegevens van 2005, alle lonen en pensioenen zijn ondertussen gestegen). Er bestaat een systeem van stimulatiepremies (in convertibele peso’s) die men op het einde van het jaar naast het loon ontvangt. De lonen van Cubanen die werken voor buitenlandse bedrijven (toeristische sector, communicatie, ...) worden meestal uitbetaald in buitenlandse valuta en naar internationale maatstaven. Iedereen hoopt uiteraard een dergelijke baan in de wacht te slepen.
• ten slotte schatten sommige economisten van het UNDP dat 20% van de stadsbevolking “naar armoede dreigt af te glijden” (met ontoereikende middelen om te voorzien in basislevensmiddelen en andere basisproducten), maar dat er in Cuba geen extreme armoede heerst.

De actieve en slagvaardige economische en sociale politiek die de Cubaanse regering de laatste jaren volgt, maakt het mogelijk om een beter beleid te voeren.

In de periode van 1990 tot 1995, ( het begin van de “speciale periode) verloor Cuba zijn belangrijkste handelspartners. Hierdoor daalde het BNP met 34,8% (tussen 1989 en 1993) en de invoer met 78% als gevolg van de verscherping van de Amerikaanse blokkade, door de toepassing van de Toricelli – en de Helms-Burton-wetten (resp.1992 en 1996). In 1995 was 8,3% van de actieve bevolking werkloos. De Cubaanse regering heeft nochtans altijd prioriteit gegeven aan sociale zekerheid en sociale dienstverlening om aan de basisbehoeften van de bevolking te kunnen voldoen.

Na 1995 begint er een fase van economisch herstel en het tewerkstellingsbeleid focust op volgende punten : daling van de werkloosheid, stimulering van de werkeffectiviteit, herverdeling van de overtollige werkkrachten, bescherming van de lonen van kwetsbare groepen, garantie op werk voor afgestudeerden, prioritaire tewerkstelling van jongeren, vrouwen, gehandicapten en afgestudeerden uit het technisch en beroepsonderwijs, stimuleren van werk ‘voor eigen rekening’ (por cuenta propia) en van de coöperatieve sector. Deze maatregelen willen waardig werk voor iedereen mogelijk maken en zijn complementair met andere maatregelen zoals de verhoging van de productiviteit. Dit leidt dan op zijn beurt tot loonsverhogingen en bijgevolg vermindering van de armoede. Tussen 2000 en 2005 is het maandelijkse gemiddelde loon gestegen met 38,6%. In 2005 steeg het minimumloon met 125%. Ook loon van 53% van de werknemers steeg, om in 2008 een gemiddeld maanloon te halen dat 74,4% hoger ligt dan dat van 2000 (voor de staats- en gemengde bedrijven).

In 2001 daalde het werkloosheidsniveau naar dat van 1990. Duizenden nieuwe functies werden gecreëerd in onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, toerisme, bouw, industrie en landbouw. In 2003 lag het werkloosheidspercentage op 2,3%, in 2008 nog slechts op 1,6%, wat Cuba tussen de landen plaatst met het laagste werkloosheidscijfers ter wereld.

De sociale zekerheid is bovendien niet beperkt tot het toekennen pensioen- en andere uitkeringen, maar onderzoekt ook het sociaal aspect van het werk en strijdt voor sociale rechtvaardigheid. De staat besteedt 11% van het BNP alleen al aan de goede werking van het sociale zekerheidssysteem, kosten voor de gezondheidzorg; onderwijs en zorg voor slachtoffers van klimatologische fenomenen niet inbegrepen. De sociale zekerheid is van toepassing voor alle Cubanen. Zij beschermt alle personen die werkongeschikt zijn en zijn/haar familie indien nodig. Vandaag wordt het stelsel volledig herzien in het kader van de nieuwe economische indicatoren onder meer de veroudering van de bevolking – zie lager). De institutionele wijzigingen werden gestemd in het 6de Congres van de PCC (van midden april tot begin mei 2011).

De macro-economische indicatoren tonen een groei aan van het BNP van 8% voor de periode 2002-2007. Daalde deden de globale crisissen dit cijfer sterk dalen (4,1% in 2008 en 1,4% in 2009). Het BNP is immers afhankelijk van de prijzen op de wereldmarkt voor nikkel, tabak en langoesten op de wereldmarkt en van de inkomsten uit het toerisme. Daarbij komt nog dat de Amerikaanse blokkade nog harder werd. De VS richtte agentschappen op die zich toelegde op de repressie van commerciële, financiële en technologische operaties van Cuba met het buitenland. Zij voerden ook de druk op de banken van derde landen op om alle mogelijke relaties met Cuba te doen verbreken, en stelden strenge straffen in wanneer dit niet gebeurde. OP die manier probeerden de VS de Cubaanse economie complet te verstikken. Deze blokkade, moeten we dit nog in herinnering brengen, wordt al 20 jaar systematisch veroordeeld door bijna alle landen van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (behalve Israël en enkele kleinere landen die de Amerikaanse lijn volgen).

Streefdoel 2 : tussen 1990 en 2015 het aantal mensen dat honger lijdt met 50 % verminderen.

Er heerst geen hongersnood in Cuba maar er waren grote voedseltekorten geweest tussen 1990 en 2000 (de bekende “speciale periode”). De toestand verbeterde langzaam en in 2004 waren er geen tekorten meer. DE internationale organisaties gaan er van uit dat tussen 1998 en 2000 13% van de Cubaanse bevolking slecht gevoed was door het tekort aan vetten en proteïnen). De Wereld Gezondheidsorganisatie bevestigt dat er momenteel vrijwel geen ondervoeding meer bestaat op Cuba (minder dan 2,5% van de bevolking en dat cijfer daalde verder tussen 2002 en 2004) en dat voor 2010 vooropgestelde voedselnorm (3200 kcal/persoon/dag) al in 2004 werd overschreden (3320 kcal/persoon/dag).

In 2007 bevestigde de speciale UNO-gezant voor het Recht op Voedsel, Jean Ziegler, dat er op Cuba geen hongersnood heerst en dat “het recht op voedsel één van de eerste prioriteiten is, net zoals onderwijs en gezondheid”. Tijdens een persconferentie vertelde hij dat hij tijdens zijn verblijf in Cuba van 28 oktober tot 6 november 2007 geen ondervoede mensen had gezien, dit in tegenstelling tot Brazilië, Bolivia en in andere landen van Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Hij preciseerde ook dat Cuba het enige ontwikkelingsland is dat de Millenniumdoelstellingen die in 2000 door de 192 VN-ledenstaten waren vastgelegd, al had bereikt.

Een andere indicator voor de voedingssituatie, gebruikt door het UNDP, is percentage kinderen onder de 5 jaar met een ondergewicht. In 2008 had slechts 4% van de kinderen een licht of zwaar ondergewicht, wat een daling van 56% t.o.v. 2000 betekent (9%). Bovendien ging het aantal kinderen dat bij de geboorte minder dan 2,5 kg woog van 7,6% in 1990 naar 5,1% in 2008. Cuba plaatst zich tussen de landen waar deze index het laagste ligt. Deze indicator toont aan dat kinderen op jonge leeftijd voldoende eten en dat ondergewicht geen gezondheidsprobleem is voor het land.

Het Derde Rapport over de Millenniumdoelstellingen stelt het zo : “de eerste doelstelling zal waarschijnlijk bereikt worden in 2015, als de aangekondigde strategieën en beleidslijnen effectief toegepast worden, voornamelijk op het gebied van tewerkstelling en sociale zekerheid.” (Cuba, Derde Rapport. 2010. p.15)

Nemen we het geval van Ricardo.

Hij is 52 jaar oud, gehuwd en vader van twee dochters. Zijn loon uitgedrukt in euro’s bedraagt minder dan het zakgeld van mijn neefje van veertien jaar oud. Op die manier lijkt Ricardo te behoren tot de armste mensen van onze planeet. Maar dat klopt niet. Ondanks zijn schamele loon, is hij eigenaar van een huis met drie slaapkamers, studeren zijn beide dochters aan de universiteit en zal hij, statistisch gezien, twintig jaar langer leven dan een inwoner van buurland Haïti. Vorig jaar heeft hij gratis een hartoperatie ondergaan, een ingreep die enkel de rijken zich kunnen veroorloven in Latijns-Amerika. In Cuba is Ricardo geen uitzondering maar de regel.

Het is eenvoudig het precieze inkomen van een Cubaan te schatten. Het is echter ingewikkelder nauwkeurig te berekenen wat hij met zijn loon kan kopen. Dit is het onderwerp van een studie van Marc Vandepitte waarin hij vertrekt van het concept van PPP (Purchasing Power Parity) of koopkrachtpariteit.
De berekening van de effectieve koopkracht, dit wil zeggen wat iemand werkelijk met zijn loon kan kopen (goederen en diensten), is niet eenvoudig. Er blijken immers erg grote verschillen bij een vergelijking van de prijzen in Cuba en in Europa : een buskaartje kost 0,2 peso of 0,008 euro (niet slecht in vergelijking met 2,5 euro bij ons). Een magnetronoven kost 2000 peso of 80 euro, (dus net zoveel als bij ons, ...). Algemeen gezien, is alles wat in Cuba wordt geproduceerd erg goedkoop en wat wordt geïmporteerd bijna onbetaalbaar duur...
Volgens zijn berekeningen ontvangt ongeveer 40% van de Cubanen enkel een loon in peso’s en beschikken ze gemiddeld over een gezinsinkomen van 830 peso.

Rekening houdend met de prijzen van de verschillende categorieën goederen en diensten, besluit hij dat men in Cuba met deze som evenveel kan kopen als in België met 2200 euro. Recent heeft men berekend dat een Belgisch gezin met twee schoolgaande kinderen minimaal 2150 euro per maand nodig heeft. Bovendien heeft dit Cubaans gezin, ondanks het lage gezinsinkomen, geen problemen om de kinderen te laten studeren of met een chirurgische ingreep, aangezien gezondheidszorg en onderwijs volledig gratis zijn. Het verwerven van een eigen huis zal ook geen probleem vormen: meer dan 80% van de Cubanen bezit een eigen woning. Een koelkast, wasmachine, tv of radio past ook nog binnen het budget.

Ongeveer 60% van de Cubanen beschikt naast het loon over een extra inkomen. Gemiddeld heeft een dergelijk gezin een extra inkomen van 70 CUP of 1680 peso (dus een totaal gezinsinkomen van 2510 peso). Dat is, in peso’s uitgedrukt, drie keer zoveel als het eerste gezin hierboven. Maar met dit extra inkomen kunnen ze geen basisgoederen aanschaffen. Het dient voor de extra’s. En die zijn stukken duurder, in verhouding soms tot zelfs meer dan honderd keer duurder dan de basisgoederen en -diensten. Met die 70 CUP kan het gezin evenveel kopen als met 480 euro in België. Dat brengt het gezinsinkomen op 2700 euro PPP (koopkrachtpariteit, dit wil zeggen de som waarmee men werkelijk iets kan kopen).


(Studie van Marc Vandepitte, in het Nederlands te lezen op cubanismo.net: http://cubanismo.net/cms/nl/artikels/cuba-na-fidel-castro-deel-7-hoeveel-verdient-een-cubaan-nu-eigenlijk)

 


Het citaat

Recht op voedsel is de topprioriteit, zo ook onderwijs en gezondheidszorg.


z.png


Het cijfer
1,6%

In 2008 bedroeg de werkloosheidsgraad in Cuba 1,6%. Daarmee komt Cuba in de lijst van de landen met de laagste werkloosheidsgraag op wereldvlak.


Woordenlijst

Ondervoeding : afwijking op het vlak van voeding. Deze komt voor wanneer de voedingsstoffen niet voldoen om het energieverbruik te compenseren.

Informele sector : internationale definitie gegeven door de15e Internationale Conferentie van de Arbeidsstatici in 1993. Het gaat om het totaal aantal eenheden dat goederen en diensten produceert om arbeidsplaatsen te creëren en inkomsten van de betrokken personen. Deze eenheden, met een betrekkelijk lage organisatiegraad, werken op kleine en specifieke schaal, met weinig of geen onderscheid tussen arbeid en kapitaal als productiefactoren. Arbeidsrelaties, voor zover die bestaan, steunen meestal op occasionele arbeid, familieverhoudingen of persoonlijke en sociale relaties en niet op contractuele afspraken die de nodige garanties bieden.


O2 onderwijs

Basisonderwijs garanderen voor iedereen

Streefdoel 3 : in 2015 volgen alle jongens en meisjes en volledig cyclus basisonderwijs

Basis- en middelbaar onderwijs zijn verplicht voor alle Cubaanse kinderen. Volgens UNESCO zijn 99,7% van de kinderen tussen 6 en 11 jaar ingeschreven in het basisonderwijs: 99,8% van de meisjes en 98,7% van de jongens volgen de volledige cyclus van het basisonderwijs; 93,2% van de kinderen tussen 12 en 14 jaar zijn ingeschreven in het basisniveau van het middelbaar onderwijs. 99,9% van de volwassen bevolking (15 – 24 jaar) is bijgevolg gealfabetiseerd (op base van statistieken van 2008). Er wordt ook veel zorg besteed aan de kwaliteit van het basisonderwijs. 87% van de klassen tellen 20 leerlingen en in het middelbaar onderwijs zijn klasgroepen van 15 leerlingen meestal de regel. Het pedagogisch, systeem in de Cubaanse scholen steunt op de theorieën vaan de Cubaanse filosofen Caballero de la Luz, Félix Varela, Mestre en José Marti, die van Paulo Freire en de ervaringen van de Freinetscholen.

Het Latijns-Amerikaans Laboratorium voor de Evaluatie van de Kwaliteit van het Onderwijs van de UNESCO deed een vergelijkende studie tussen leerlingen (niveau 3 en 6) van verschillende landen van de regio (in 2006) voor de volgende vakken : wiskunde, taal en natuurwetenschappen. De Cubaanse leerlingen hebben daar voor alle geëvalueerde vakken resultaten behaald boven het regionale gemiddelde en zijn zelfs de beste van alle deelnemende landen.

Buitenlandse bezoekers zijn dikwijls verbaasd over het hoge onderwijs- en cultuurniveau van Cubanen uit volkswijken en op het platteland. De alfabetiseringscampagne die de revolutionaire regering in 1961 gelanceerd heeft, wordt vandaag nog altijd als voorbeeld aangehaald omwille van haar efficiëntie (in één jaar werden 707.000 mensen gealfabetiseerd op één miljoen analfabeten en één miljoen semi-analfabeten – Cuba werd in 1961 door UNESCO erkend als het eerste land zonder analfabetisme). De methode “Yo, si puedo” werd in verschillende landen in Latijns-Amerika overgenomen en kreeg alfabetiseringsprijs van de van UNESCO op 18 september 2006. Dankzij deze methode en hulp van duizenden Cubaanse vrijwilligers is in 2008 Venezuela het tweede land van Latijns-Amerika geworden dat vrij is van analfabetisme. Vergeten we ook niet dat in 1979 bij een alfabetiseringscampagne voor blinden,1500 mensen het brailleschrift aanleerden.

De tweede doelstelling is feite al sinds verschillende jaren gehaald. Derde VN-rapport beschouwt het “mogelijk dat het bereikte niveau behouden zal blijven tot 2015.” (Cuba. Derde Rapport. 2010. P.23). Tenzij er een regimewijziging komt …


Het citaat

De campagne was geen wonder dat tot stand gekomen is, maar een moeilijke overwinning behaald met werk, techniek en organisatie.



Het cijfer
99,9%

Van de volwassen bevolking is gealfabetiseerd (UNESCO-statistieken van 2008)


Woordenlijst

UNESCO : United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, organisatie van de Verenigde Naties voor is voor onderwijs, wetenschap en cultuur. De UNESCO heeft als opdracht bij te dragen aan de opbouw van de vrede, armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en interculturele dialoog door onderwijs, wetenschap, communicatie en informatie (http://www.unesco.org ).

 


O3 Rechten van vrouwen

Bevorderen van de gelijkwaardigheid en de autonomie van de vrouw

Streefdoel 4 : In 2005 volgen evenveel meisjes als jongens basisonderwijs; in 2015 hebben mannen en vrouwen dezelfde rechten.

Die hiervoor aangehaalde cijfers tonen aan dat er geen noemenswaardige ongelijkheid bestaat tussen jongens en meisjes, noch in het basisonderwijs, noch in het hoger onderwijs?
Het is pas vanaf het hoger onderwijsniveau is er een prevalentie tussen meisjes en jongens (ratio meisjes t.o.v. jongens van 1.72) (1).

Meisje maakten In 2004 41,5% van de afgestudeerden van het technisch en beroepsonderwijs 63% van de afgestudeerde aan de universiteiten. In 2008 werden 43% van de gesalarieerde niet-landbouwjobs (2) door vrouwen uitgevoerd. Zij bezetten ook 43,3% van de parlementaire zetels op het nationaal niveau (3) (eerste land van het Amerikaans continent en vierde in de wereld) en 7 minister- en 49 viceministerposten. Nog enkele cijfers: 71% van de advocaten (43% in België), 71,3% van de rechters van de provinciale rechtbanken, 73,7% van de procureurs en 41,9% van de rechters van het Hooggerechtshof zijn vrouwen…
 

 

Aan de derde doelstelling werd ruimschoots voldaan en het derde VN-verslag stelt dat « het mogelijk is dat het behaalde niveau behouden blijft tot 2015 » (Cuba. Derde Verslag. 2010. p. 29)
 

(1) Voor België is de ratio 1,26.

(2) Voor België: 46,6%
(3) Voor België: 38% en voor het Europees parlement: 29,3%

 


Het citaat

Cuba beschikt over een uitstekend onderwijssysteem. Dat heeft het te danken aan Fidel Castro die ervoor zorgde dat het onderwijs voor iedereen toegankelijk is.



Het cijfer
43,3%

Van de zetels in het Parlement zijn ingenomen door vrouwen (2008)


Woordenlijst

Schoolloopbaan : na een jaar kleuteronderwijs volgens de leerlingen 6 jaar lager onderwijs en dan 6 jaar middelbaar onderwijs. De leerlingen volgen een algemeen leerprogramma of een combinatie van algemene vakken met beroeps- of technische vakken. In de scholen op het platteland kan het klassikaal leren samengaan met onbetaald werk op het platteland. De laatste drie jaar van het middelbaar onderwijs zijn ofwel pre-universitaire, ofwel beroeps ofwel technisch. (http://agora.qc.ca/dossiers/cuba ).


O4 kindersterfte

Verminderen van de kindersterfte

Streefdoel 5 : in 2015 is de sterfte van kinderen onder vijf jaar met twee derden teruggedrongen

Cuba is erin geslaagd om een mortaliteitsgraad bij kinderen te herleiden tot 5,8 op 1000 geboorten. Dit cijfer is gelijk aan (of ligt zelfs lager) dat van verschillende ontwikkelde landen (VS : 7/1000; Ierland: 6/1000; België: 4/1000). Cuba haalt het tweede beste cijfer voor het continent, na Canada (5/1000). Er is vrijwel geen verschil tussen de cijfers voor de verschillende provincies (2,9%). Cuba staat op de 37e plaats voor de kindersterfte onder de vijf jaar. 99,2% van de kinderen vieren hun vijfde verjaardag, met een miniem verschil tussen meisjes en jongens zowel als tussen de provincies. Deze resultaten zijn in de eerste plaats het gevolg inspanningen die gedurende 50 geleverd werden op het vlak van verloskunde en pediatrie. Ook het vaccinatieprogramma tegen dertien ziekten (dekking van meer dan 95%) speelde hierbij een belangrijke rol en droeg er in grote mate toe bij dat deze cijfers gehaald konden worden. Zes van deze dertien ziekten volledig uit het land verdwenen (polio, difterie, mazelen, kinkhoest, rode hond en parotitis). Hier moeten we ook vermelden dat alles in het werk gesteld wordt om een gezonde levenswijze te promoten (vooral wat voeding betreft).

 

Ook de medische opvolging van zwangere vrouwen is goed georganiseerd (onder meer de prenatale screening van congenitale anomalieën), dit is ook zo voor de periodieke controle van jonggeborenen. In feite vormen ongevallen thuis de belangrijkste oorzaak van kindersterfte (1) wat heel ongewoon is voor een arm land in het Zuiden. Het spreekt vanzelf dat met zulke resultaten de vierde doelstelling “als bereikt kan worden beschouwd”. (Cuba, Vierde Rapport. 2010.p. 33)
 

(1) In Europa zijn dit wiegendood, ademhalingsproblemen, prematuriteit en congenitale anomalieën.


Het citaat

Het cijfer
5,8/1000

bedraagt de kindersterfte in Cuba (Verenigde Staten 7/1000, Ierland 6/1000, België 4/1000)


Woordenlijst

Kindersterfte : gaat over kinderen jonger dan 1 jaar (www.insee.fr )


O5 moeders gezondheid

De gezondheid van moeders verbeteren

Streefdoel 6: In 2015 moet de moedersterfte met 75% verminderd zijn

De moedersterftegraad ligt op 46,5 voor 100.000 geboorten en is in dalende lijn (1). Het is één van de laagste cijfers voor Latijns-Amerika en Cuba ontwikkelt een gezondheidsprogramma om dit cijfer nog meer te laten dalen . Deze goede resultaten worden bekomen dank zij de sterk sociale politiek die de Cubaanse regering voert (99,9% van de bevallingen gebeuren in gezondheidsinstellingen; in de meest achtergestelde regio’s van het land wordt meer dan 88% van de zwangere vrouwen vanaf het eerste trimester opgevolgd). De nationale gezondheidsstrategie voor moeders omvat de seksuele opvoeding van adolescenten, de voortijdige opsporing van congenitale misvormingen, het op zich nemen van alle soorten problemen in verband met zwangerschap in centra voor zwangere vrouwen, de verdeling van voedselsupplementen voor toekomstige moeders, en ten slotte de promotie van borstvoeding en natuurlijke bevalling.

Ondanks de programma’s die opgestart werden om de moedersterfte nog meer te doen dalen, laat de actuele trend niet toe te bevestigen dat Doelstelling 5 (vermindering met drie kwart van de graad van de moedersterfte) behaald zou worden in 2015. We moeten onderlijnen dat met een zo lage graad een vermindering met drie vierde een zeer grote uitdaging is. Er zijn verschillende factoren die het cijfer van 46,5 sterfgevallen op 100.000 bevallingen uitleggen : de relatieve toename van tienerzwangerschappen, de gemiddelde hogere leeftijd bij de bevalling (daling van het aantal zwangerschappen tussen 20 en 29 jaar). Deze factoren verhogen het aantal risicozwangerschappen voor vrouwen van onder 18 jaar en ouder dan 30 jaar en verlagen bijgevolg het aantal risicozwangerschappen bij vrouwen tussen 18 en 30 jaar. Het gebrek aan financiële middelen om de kwaliteit van contraceptieve middelen te verbeteren en voor het verwerven van moderne technologieën voor de gynaecologie en de obstetrische geneeskunde spelen hierbij ook een belangrijke rol. Bij dit laatste punt vermeldt het Derde Rapport ook de externe moeilijkheden, de globale crisissen en de VS-blokkade, maar geeft ze als pronostiek “de mogelijke voltooiing van de vijfde doelstelling.” (Cuba. Derde Rapport. 2010. p.37)

(1) Ter vergelijking : in België : 8 overlijdens op 100.000 geboorten, Verenigde Staten : 11 en Panama : 130.


Het citaat

Het cijfer
46,5

overlijdens voor 100.000 bevallingen, dit is graad van moedersterfte (in België ligt die op 8 voor 100.000 geboortes, in Panama op 130 voor 100.000 geboortes)


Woordenlijst

Moedersterfte : het overlijden van een vrouw tijdens de zwangerschap of binnen 42 dagen na de beëindiging ervan, wat ook de duur of plaats is, om welke oorzaak ook die verband houdt met of verergerd wordt door de zwagerschap of de behandeling daarvan. Overlijden door ongeval of toeval wordt niet meegerekend.  (http://objectifs-du-millenaire.blogspot.com/2010/02/definition-de-la-mor...)

 


O6 ziekten

Het bestrijden van HIV /AIDS, malaria en andere ziekten

Streefdoel 7: in 2015 is de verspreiding HIV/AIDS gestopt en teruggedrongen

De HIV/AIDS epidemie wordt in Cuba als zijnde laag overdraagbaar beschouwd: einde 2008 werd de prevalentie in de leeftijdsgroep van 15-24 jaar geschat op 0,05%, een van de laagste van de wereld. Dit cijfer daalt echter niet. Er werden tussen 1986 (eerste gedetecteerde gevallen) en december 2008, 10 655 HIV/AIDS -seropositieven vastgesteld, en AIDS zieken is 4 070, waarvan 1 778 overleden als gevolg van de ziekte. Het staat vast dat het gebruik van preventiemiddelen stijgt. Opvoedingsprogramma’s voor de bevolking in het algemeen en de risicogroepen in het bijzonder, zijn prioritair voor de regering. De overdracht van HIV/AIDS gebeurt in de eerste plaats op seksueel vlak (99,4%).

De VS-blokkade verbiedt de export van anti-retrovirale geneesmiddelen naar Cuba, waardoor de Cubaanse farmaceutische industrie verplicht is die zelf te fabriceren. Daardoor zijn de anti-retrovirale behandelingen gratis voor iedereen, zonder discriminatie (100% van de door het virus geïnfecteerde bevolking heeft toegang tot die behandelingen), en Cuba is zelfvoorzienend geworden voor de productie van die medicamenten. De productie van anti-retrovirale geneesmiddelen is op een dergelijk niveau gekomen dat de export naar Afrika en Latijns Amerika overwogen wordt, aan prijzen buiten concurrentie.

De principes van kosteloosheid en van universaliteit van het Nationaal Gezondheidssysteem garanderen trouwens aan de personen die drager zijn van VIH/AIDS alle bijkomende zorgen: behandeling van de opportunistische ziektes en van hun complicaties, diagnoseonderzoeken en opvolging evenals de psychologische en sociale begeleiding. Het jaarlijks sterftecijfer van de geïnfecteerde patiënten is gezakt van 24,3% in 2000 tot 16,5% in 2008, een van de belangrijkste verwezenlijkingen van het Nationaal Programma.
En ten slotte is kritiek geformuleerd op de verplichte quarantaine (acht weken) wanneer iemand seropositief wordt bevonden: dit is een periode waarin de patiënten genieten van een plan voor sanitaire opvoeding en medische hulp in een gespecialiseerd centrum. Na die periode mogen zij naar huis maar velen verkiezen langer te blijven. Een nationaal waakzaamheidsysteem controleert regelmatig de dragers van het virus. Dit systeem is efficiënt gebleken maar wordt in het buitenland dikwijls beschouwd als een vrijheidsberoving en een staatscontrole op het privé leven van de burgers. Alle andere seksueel overdraagbare ziektes zijn duidelijk aan het verminderen.

Streefdoel 8: in 2015 is de verspreiding van malaria en andere grote ziektes gestopt en teruggedrongen.

Malaria is sinds 1967 uitgeroeid (uitroeiingcertificaat van de WGO in 1974). Tuberculose breidde uit tussen 1992 en 1995 maar is aan het verminderen tot 6,9 geïnfecteerde personen voor 100.000 inwoners eind 2008; de sterfte wegens die ziekte lag op 0,3 voor 100.000 (eind 2008). Het genezingspercentage bedraagt 92% sinds 2000. Cuba heeft op 24 maart 2005 de eerste prijs gekregen van het Secretariaat Stop TB van de WGO voor het opsporen en genezen van tuberculose.

Het Rapport 2010 van de Ontwikkelingsobjectieven van het Millennium pronostikeert als "waarschijnlijk het welslagen van dit objectief in 2015" (Cuba. Derde Rapport. 2010. Blz. 45)

Getuigenis:
Havana, januari 2006
"Een leven, twee momenten"

U hebt me gevraagd over de gezondheid in Cuba te vertellen en ik dacht: de percentages en de statistieken, die kent iedereen, het is beter de geschiedenis van iemand te schetsen als voorbeeld van die verworvenheden.

Jose Aldama Blanco is een man met een open en aanstekelijke glimlach. Hij is geboren in de La Ceibawijk van Havana, in 1950. Zoals elk ander kind is hij gezond en vrolijk opgegroeid, ondanks het lage inkomen van zijn familie.

Elf maanden later is alles in vraag gesteld. Een zware kinderziekte treft de familie: een darmobstructie wordt gediagnosticeerd in de ‘Casa del Socorro’ (klein medisch dispensarium) van de wijk. Wat te doen? Ze hebben geen geld genoeg om hem over te brengen naar een pediatrisch hospitaal. De vader aanroept de Patroonheilige van Cuba, de Virgen de la Caridad del Cobre (De Maagd van de barmhartigheid van het koper), en de moeder kan haar baas (de huisbaas waar zij als dienstmeisje werkte), de kinderarts Dr. Raul Dominguez e overtuigen. Deze brengt het kind uit menslievendheid naar het hospitaal waar hij werkte maar zonder hoop hem het leven te redden.

Gelukkig wordt Joseito na veel inspanningen gered. Volgens sommigen dank zij de tussenkomst van Dr. Dominguez, maar de meesten verzekeren dat het een mirakel van de Maagd was en dit is het begin geweest
van een traditie van de verering van de Virgen de la Caridad del Cobre in de wijk tot op vandaag, maar… dat is een ander verhaal.

Joseito groeit op en lijdt aan astma waarvoor hij verzorgd wordt in een gezondheidscentrum met behandelingen die heel duur zijn voor om het even wie maar niet voor hem. In Cuba is de gezondheidszorg, dank zij de revolutie, gratis.

En opnieuw komt de dood dichterbij, in de vorm van een ademhalingsstilstand, in 2001. Hij wordt met spoed overgebracht naar de Chirurgiekliniek ‘Joaquin Albarran’ en wordt er verzorgd door een multidisciplinaire ploeg die hem de eerste zorgen toedient en besluit hem over te brengen een gespecialiseerd centrum, het hospitaal ‘Miguel Enriquez’, om hem het leven te redden… En zij slagen erin! Chirurgen, longspecialisten, anesthesisten, verplegers en nog vele anderen zijn tussengekomen.

Wij zouden hier dit verhaal hier kunnen stoppen en het is op zichzelf al uitzonderlijk maar het gaat verder: niet alleen is zijn leven gered maar hij heeft zijn levensniveau bewaard want hij is vijf maand in het hospitaal gebleven, zonder iets te betalen, en is er verzorgd door oor- keel en neusspecialisten, psychologen, logopedisten, psychiaters gespecialiseerd in allergieën om hem voor te bereiden op zijn nieuwe levensomstandigheden. Vandaag werkt Jose met musici, met een brede glimlach, hij danst, droomt en profiteert van het leven met volle teugen met zijn vier zonen en dochters, zonder nog te spreken van zijn kleinkinderen.

Dit is het verhaal van Jose Aldama maar het had het verhaal kunnen zijn van gelijk welke Cubaan vandaag.
Caridad Caballero Leon, Specialist van het Atelier voor Integrale Omvorming van La Ceiba.
(getuigenis opgetekend door Marc Ingelbrecht, vertegenwoordiger van Oxfam-Solidariteit in Havana)


Het citaat

Als je een voorbeeld wilt van wat we bereikt hebben, wordt dat duidelijk door iemands geschiedenis te vertellen.



Het cijfer
0,05

is de geschatte prevalentiegraad voor HIV/AIDS binnen de groep van 15 tot 24 jaar. Dit is de laagste graad op wereldvlak.


Woordenlijst

Antiretrovirale geneesmiddelen: geneesmiddelen die een rem zetten virale replicatie en daarmee de propagatioin in het lichaam.

Prevalentie : is een term uit de epidemiologie en betekent “het aantal gevallen van een ziekte op één tijdstip binnen een bepaalde bevolkingsgroep”.


O7 leefmilieu

Bescherming van een duurzaam leefmilieu

Streefdoel 9: in 2015 hebben de landen de principes van duurzame ontwikkeling in hun overheidsbeleid en –programma’s geïntegreerd; het verlies van natuurlijke rijkdommen wordt tegengegaan

In Cuba zijn de principes van duurzame ontwikkeling in de Grondwet opgenomen (art. 27 van de Grondwet) en vormen ze het basisconcept van de wet op het Milieu (Wet 81). Alle afdelingen van de Centrale Staatsadministratie en de productie- en dienstensectoren, moetendit opnemen in hun plannenenontwikkelingsprogramma’s.

Een Nationaal Bosprogramma is uitgestippeld en in 2008 was 25,7% van het grondgebied bebost (waarvan 84,2% natuurlijk bos), wat een verhoging van meer dan 10 punten is tegenover 1959. Cuba is een van de weinige landen in de wereld waarvan de huidige bosoppervlakte groter is dan 50 jaar geleden en voortdurend stijgt. De bosbranden zijn het voornaamste probleem waarmee Cuba geconfronteerd is en zij worden talrijker. De voornaamste oorzaak van die branden is het gebrek aan regen en de voortdurende droogte van de laatste jaren. Desondanks is, dank zij preventiemaatregelen van de boswachters en een sensibiliseringscampagne sinds de jaren 90, de bosoppervlakte getroffen door bosbranden verminderd sinds 2004.

De uitstoot van koolstofdioxide (CO2) is gedaald van 3,31 ton per inwoner in 1990 tot 2,2 in 2005, dank zij de modernisering van de elektrische centrales, van nationale programma’s voor een rationeel energiegebruik en de aansluitingen van de huizen op aardgas. De belangrijkste emissies van broeikasgassen (GES) komen van het gebruik van fossiele brandstof, tot 95% in de energieproductie.(1)

Verschillende sensibiliseringscampagnes voor de milieuproblemen zijn door de regering gelanceerd (energiebesparingen, vervuiling, …) maar er moeten nog inspanningen geleverd worden voor de bewustmaking van de bevolking, voor de efficiëntie van bepaalde beheersactiviteiten, voor het verspreiden van technologische vernieuwingen en om bepaalde juridische beperkingen te overstijgen. Sinds 2005 is een reeks programma’s, onder de naam van “Energie-revolutie” gerealiseerd: 27 miljoen elektrische apparaten die veel verbruiken (frigo’s van de jaren ‘50, airco uit de Sovjetperiode, enz.) en 9,5 miljoen gloeilampen zijn vervangen door efficiënter materiaal dat minder verbruikt, waardoor de uitstoot van broeikasgassen is verminderd en de dagelijkse levenskwaliteit verbeterd.

Het land heeft trouwens beschermde zones door de Verenigde Naties erkend. Vier van deze zijn Biosfeerreserves, door de UNESCObeschouwd als Natuurlijk Patrimonium van de Mensheid. In de jaren 1970 is een systeem van beschermde zones uitgebouwd ; in 2008 heeft men dit systeem herzien en geactualiseerd om een nieuw plan uit te werken voor 2009-2013: in totaal zijn 253 beschermde zones geïdentificeerd die 19,9% van het nationaal grondgebied uit-maken (waarvan 25% zeemilieu). In deze natuurlijke reserves zijn talrijke acties lopende om te proberen soorten die met uitsterven bedreigd zijn, te beschermen.

Het rapport Levende Planeet 2006 van WWF (World Wide Fund For Nature) zegt dat Cuba het enige land ter wereld is dat beantwoordt aan de twee criteria van duurzaam ontwikkeling (World Wild for Fund, Rapport Planete vivante 2006, 2006, p. 21). Deze opinie wordt bijgetreden door Global Footprint Network. Wij hebben dit jaar een brochure gepubliceerd met als titel « Cuba. Revolutie met een groen hart » die in detail ingaat op de duurzame ontwikkeling in Cuba; waarin u uitgebreide informatie vindt over dit onderwerp.


Cuba en de duurzame ontwikkeling

Het is opmerkelijk dat Cuba, als socialistisch land en onder leiding van de Communistische Partij, het enige land is dat voldoet aan de criteria voor de duurzame ontwikkeling, hoewel dat concept net door én voor de kapitalistische landen is gecreëerd! Het is de Amerikaanse ex-president Truman die in 1949 voor het eerst de term “onderontwikkelde landen” in de mond nam, en zo alle landen van de wereld de weg van de ontwikkeling opstuurde. De weg waarop het zuiden onvermijdelijk achterop hinkt. Sindsdien dekt het concept ‘ontwikkeling’ de gehele kapitalistische ideologie: een oneindige economische groei die gebaseerd is op de accumulatie en de concentratie van kapitaal en die geluk en voorspoed moet brengen voor de algehele mensheid.

Zoals we kunnen zien, werken de ‘recepten’ van de internationale financiële instanties niet: niet alleen zijn er talrijke voorbeelden van mislukkingen, er bestaat eenvoudigweg geen enkel voorbeeld van succes, geen enkel voorbeeld dus van een land waarin de globale levensstandaard van de bevolking is verbeterd als gevolg van de liberalisering en het openstellen van de markt voor de internationale concurrentie. Maar waarom wijken ze dan niet af van de ingeslagen weg? Omdat er grotere belangen in het spel zijn. Bovendien worden alle overtredingen gerechtvaardigd door het actuele ideologische paradigma, dat de economie als winstbejag voor alles plaatst.

De kapitalistische economische wetenschap is rationeel, houdt enkel rekening met cijfers en hecht geen belang aan menselijke waarden zoals de ethiek of het algemene welzijn. Daartegenover staat het Cubaans systeem - met al zijn gebreken, al zijn zwakheden en al zijn overwinningen - dat een redelijk systeem is en dat poogt om menselijke waarden en het economischbeleid te laten samengaan, ondanks alle hindernissen en de natuurlijke, politieke en economische tegenwind.

Het Cubaans model moet niet gevolgd worden. Zijn geschiedenis en zijn cultuur zijn uniek en komen niet overeen met de onze. Maar we doen er wel goed aan ons te laten inspireren door het voorbeeld voordat de natuur ons brutaal haar beperkingen oplegt.

Streefdoel 10: Het percentage van mensen die geen duurzame toegang hebben tot drinkbaar water (20 liter water per persoon in een straal van 1 kilometer van de woonplaats) en sanitair tegen 2010 halveren

In vergelijking met 1990 was in 1995 het aantal mensen dat geen toegang had tot drinkbaar water al met de helft verminderd. Die doelstelling is dusna 15 jaar bereikt. In 2008 had 95,8% van de Cubanen toegang tot drinkbaar water binnen een straal van 1 kilometer. We benadrukken dat 75% van de totale bevolking beschikt over stromend water in huis via een netwerk van waterleidingen. De ontsmetting van water is een universeel gebruik en wordt op 95% van de distributie toegepast. Het probleem zit vooral in de ouderdom van de leidingen in de steden, waardoor veel water in de bodem verloren gaat (60% op sommige plaatsen...), ook treedt er vertraging op bij de distributie en kan de kwaliteit van het water in gevaar komen. De duur van de dienstverlening is een ander vervelend probleem: gemiddeld 12u/dag. Door water met tussenpozen beschikbaar te stellen, moet een deel van de bevolking het water opslaan waardoor het minder drinkbaar kan worden.

Ook de droogte is in meerdere regio’s in het land een groot probleem. In 1995 bijvoorbeeld, was 24% van de reserves (wateropslag, dammen) onbruikbaar omdat het waterniveau te laag was. De reactie van de regering op die droogte omvatte, ondermeer, een plan om de rioleringen en de waterleidingen in de belangrijkste steden van het land te herstellen en te moderniseren voor 2012, om zo verliezen en besmettingen in te perken.

Streefdoel 11: Het leven van minstens 100 miljoen bewoners van sloppenwijken gevoelig verbeteren voor 2020

De verstedelijkingsgraad steeg tussen 1990 en 2008 van 74% naar 75,3% en daar gaan onvermijdelijk huisvestingsproblemen mee gepaard (1,3%, dat zijn zo’n 150 000 mensen...). Het gebrek aan huisvestingsmogelijkheden neemt verschillende vormen aan: de “cuarterias” en “ciudadelas” zijn grote huizen die zijn onderverdeeld in verschillende kleine woningen. Die zijn meestal overbevolkt en enorm krakkemikkig en de gemeenschappelijke diensten worden uitgevoerd in slechte hygiënische en ongezonde omstandigheden. De slechte woonkwaliteit, het gebrek aan infrastructuur en ontoereikende diensten karakteriseren de ongezonde wijken en huizen. In totaal woont 0,6% van de bevolking in zulke hachelijke omstandigheden, maar in tegenstelling tot de “favelas” in Brazilië en de “Villas miserias” in Midden-Amerika, worden de inwoners niet sociaal gemarginaliseerd: het niveau van de gezondheidszorg en de opleiding en het aantal werkende mensen is gelijk aan het landelijke gemiddelde. Er worden maatregelen getroffen om de woningen ofwel te renoveren ofwel afte breken (voor 50% is een verbouwing mogelijk, de andere helft moet weer worden opgebouwd). 95,8% (2008) van de Cubaanse bevolking heeft toegang tot de sanitaire voorzieningen (rioleringen, septische putten, e.a.). Er zijn nog problemen in de periferie rondom de grote steden, waar de instal-laties niet aangepast zijn. De riolen zijn in erbarmelijke staat: ze zijn oud, overbelast en niet voorzien voor zoveel woningen. Daarom ge-bruiken 4,2 miljoen mensen een septische put. De behandeling van gebruikt water is een ander werkpunt: de zuiveringsinstallaties zijn opgekalfaterd en gemoderniseerd, maar er is nog veel werk voor de boeg. Het vast afval wordt in steden regelmatig opgehaald bij zo’n 95% van de bevolking. Momenteel wordt gaat er veel aandacht uit naar recyclage, hergebruik en transport.

Het voornaamste probleem blijft echter vooral van meteorologische aard: door de klimaatsverandering zijn er meer cyclonen en overstro-mingen die elk jaar meer en meer woningen vernietigen, vooral dan aan de kust (tussen 2001 en 2008 raasden 10 intense orkanen over 1 500 000 woningen, waarvan er 160 000 met de grond gelijk werden gemaakt. Tellen we de drie orkanen van 2008 mee, dan zijn er 600 000 huizen beschadigd, wat betekent dat 1 op 7 woningen zwaar beschadigd of volkomen vernietigd zijn). In mei 2010, na 18 maanden labeur, was 68% van de getroffen huizen weer opgebouwd (met daken die bestand zijn tegen orkanen). Vele woningen in gevoelige zones werden verplaatst naar veiligere plekken en in het algemeen is de technische staat erop vooruitgegaan en zijn de gevaarlijke omstandigheden geneutraliseerd. Voorlopig zijn al 24 000 nieuwe woningen opgetrokken om de verwoeste te vervangen, maar er zijn er nog 66 000 nodig.

De laatste jaren focust het wederopbouwprogramma zich op de oostelijke regio’s en dan vooral op de rurale zones die in een precaire toestand verkeren. Daarbij draagt ook de bevolking haar steentje bij en zorgt de staat voor de nodige steun. Op het einde van 2003 werd 61% van de woningen in ‘goede staat’ verklaard, en dat dankzij meerdere renovatieprogramma’s voor oudere woningen. 39% bevond zich in ‘gewone’ of ‘slechte’ staat. We benadrukken dat 85% van ’s lands woningen privé-eigendom zijn en dat er geen grondlasten worden geheven.

Het Derde Rapport beschouwd Cuba als eenvoorbeeld van duurzame ontwikkeling. Ondanks de grote externe natuurlijke (orkanen) en politieke (blokkades) hindernissen slaagt Cuba erin goede cijfers voor te leggen, zowel voor milieubescherming als voor socio-economische ontwikkeling. Het doel om het milieubehoud te garanderen voor 2015 “wordt beschouwd als mogelijk waarschijnlijk”. (Cuba. Derde Rapport. 2010. P.61)

Noot wat betreft het geboortecijfer:
Alle doelstellingen die hierboven zijn opgesomd, worden indirect beïnvloed door het geboortecijfer van het land.

En wat dat geboortecijfer betreft, toont Cuba enkele opmerkelijke cijfers:
Het geboortecijfer is gedaald van 12,68 geboortes op 1 000 personen in 2000 tot 11,44 in 2007. Die daling zal een belangrijke impact hebben op de nabije toekomst: de bevolking is tussen 2005 en 2006 al gedaald met 3 700 individuen (de jaarlijkse bevolkingsgroei is tussen 2000 en 2005 teruggevallen van 3‰ naar 0,2‰, en tot -0,3‰ in 2006. De daling is voornamelijk te wijten aan het zwakke geboortecijfer dat zich onder het vervangingsniveau – een dochter per vrouw – bevindt, maar is ook te wijten aan de emigratie). Het is zelfs zo dat een groot aantal Cubaanse families niet meer dan een kind hebben.
Momenteel is 16,2% van de bevolking ouder dan 60 jaar en de verwachting is dat in 2020 de 60-plussers 21,4% van de bevolking zullen uitmaken (en de min 14-jarigen zullen slechts 15,6% van de bevolking uitmaken). Dat zal zware gevolgen hebben voor het gezondheidszorg, de pensioenen en de sociale hulp. De Cubaanse regering is zich daar al langer bewust van en voert sinds jaren een sociaal beleid dat jonge ouders bevoordeelt (ouderschapsverlof, gratis gezondheidszorg en opleiding...). De voornaamste terughoudendheid blijft altijd de huisvesting. Om de vergrijzende bevolking te vervangen, is het nodig om koppels er snel van te overtuigen om meer dan twee kinderen te hebben, of, met andere woorden, op 200 koppels zijn er 210 geboortes nodig.

(kijk voor het artikel:http://ipsnews.net/news.asp?idnews=37004”http://ipsnews.net/news.asp?idnews=37004 en voor de statistieken: http://www.indexmundi.com/cuba/birth_rate.html)

(1) Cuba haalt uit zijn grond- en zeegebied 4 miljoen ton brandstof (petroleum en gas), hetzij ongeveer de helft van zijn verbruik.

 


Het citaat

Er moet een algemene energierevolutie gevoerd worden. Er moet ook een informatiecentrum over de energie op Cuba opgericht worden. Maar om dat te bereiken is er ook een revolutie van het milieubewustzijn nodig.



Het cijfer
95,8%

Van de Cubanen had in 2008 toegang tot drinkwater op minder dan 1 km afstand van hun woning.


Woordenlijst

Urbanisatiegraad : verhouding van het aantal mensen dat in de stad leeft.


O8 wereldwijde ontwikkenling

Opbouwen van een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling

Streefdoel 12 : een open, voorspelbaar, niet-discriminerend en op regels gebaseerd handels- en financieel systeem.

Streefdoel 13 : de noden van de minst ontwikkelde landen aanpakken.

Een Cubaan in Eritrea
Interview met Dr. Juan Carlos Dupuy Nuñez (februari 2008)

In 2000 werd ik uitgekozen om het Integrale Gezondheidsprogramma in Eritrea te leiden, een land dat sinds 1996 relaties met Cuba onderhoudt. Na de taal ingestudeerd te hebben als voorbereiding, begeleidde ik begin 2001 een medische brigade van 24 personen. De toestand ter plaatse was uiterst moeilijk, vooral in vergelijking met Cuba: er was een zeer hoge kindersterfte, meer dan 47 sterfgevallen op 1000 geboortes en een levensverwachting lag op 51 jaar. Dit is vooral te wijten aan de zeer beperkte toegang tot medische hulpvoorzieningen, in dit arme land dat een lange oorlog voerde tegen Ethiopië. Dertig jaar oorlog hebben het land verwoest. We hebben geprobeerd de gezondheidstoestand te verbeteren, wetende dat er slechts 411 dokters zijn (op 5 miljoen inwoners), waarvan de meesten gevestigd zijn in Asmara, de hoofdstad.
We knoopten goede relaties aan met het Ministerie van Gezondheid om zo de medische voorzieningen in heel het land te verbeteren. Eén van onze hoofddoelen was onze dokters te sturen naar de meest afgelegen oorden waar er geen enkele gezondheidsvoorziening voorhanden is. We kwamen toe in gebieden waar de inwoners nog nooit een dokter van vlees en bloed gezien hadden.

De impact op de bevolking was enorm: de eerste dokter die ze zagen was een Cubaan. Hij vestigde zich daar en leefde tussen hen. Hij onderhield vriendschappelijke relaties met alle inwoners. Dit is één van de meest positieve dingen die in het land gerealiseerd werd.

Tevens hebben we de fundamenten ontwikkeld om een Medische Faculteit op te richten te Asmara. De lessen (in het Engels) met een groep studenten die uitgekozen werden uit de verschillende provincies gingen vlug van start. Ze kwamen uit ver afgelegen gebieden en hadden genoeg moreel engagement om, eens afgestudeerd, terug te keren naar hun dorp van oorsprong. We gaven hen eveneens het medische basismateriaal en ontvingen een aantal studenten in Cuba.

In 2004 kwam ik terug uit Eritrea. Op dat ogenblik waren er 94 Cubaanse coöperanten. Momenteel zijn er nog 50 Cubanen ter plaatse. Er werken in Eritrea andere buitenlandse dokters: AZG, US Aid en specialisten in het behandelen en voorkomen van HIV/AIDS. Er zijn zelfs Chinese en Russische dokters, en twee Egyptische… Wij waren echter de enigen die een compacte brigade vormden van vijf personen die in afgelegen gebieden werkzaam waren. Het grootste verschil is dus dat de Cubaanse dokters in de verst afgelegen gebieden werkzaam zijn en er voor lange tijd blijven.

Cuba zond zonnepanelen naar de gemeenschappen waar we werken evenals computers en televisies. Zo hebben we een minimum aan comfort en kunnen we in contact blijven met onze families. We winnen vlug het vertrouwen van de bevolking want we respecteren de lokale gewoontes. Na enkele maanden komen de mensen ons spontaan bezoeken om raad te vragen, voor een consultatie… Zezullen nooit de toegang tot hun woning weigeren aan een Cubaan. De vrouwelijke Cubaanse dokters dragen bijvoorbeeld de tchador in die regio’s die traditie volgen. Ondanks de warmte dragen ze, om hun respect te uiten tegenover de bevolking, lange broeken onder hun rok. Naar Zwart Afrika sturen we zwarte dokters om het contact te vergemakkelijken. Voor ons vertrek volgen we een specifieke training over de taal en de lokale gewoontes. De werknemers die terugkeren naar Cuba geven raad aan diegene die hen gaan vervangen. We gebruiken bijvoorbeeld een schrift met woordenschat of we vertalen woorden en uitdrukkingen die nuttig kunnen zijn voor de medische praktijk of in het leven van alledag. Er bestaat immers geen woordenboek met de ter plaatse gesproken dialecten. Het meest verrassende voor ons is de populariteit die Cuba geniet in de wereld: zelfs de mensen die in Eritrea op het platteland wonen hebben horen spreken over Cuba, over de Revolutie en over Che en Fidel… Voor mij, was deze ervaring fundamenteel voor mijn politieke en technische opleiding. In Eritrea, kreeg ik de gelegenheid de basisprincipes van de socialistische revolutie en hun internationalisme in de praktijk om te zetten.


Streefdoel 14: aandacht bested
en aan de speciale behoeften van door land omgeven ontwikkelingslanden en eilandstaten

Streefdoel 15: een globale aanpak van de schuld die ontwikkelingslanden hebben

Streefdoel 16: samen met de ontwikkelingslanden goede, productieve jobs creëren voor de jongeren

Dit laatste thema belangt vooral de westerse wereld aan. Het gaat immers over het engagement om ontwikkelingslanden te helpen de zeven,andere doelstellingen te realiseren. De eerste verbintenissen zijn op economisch vlak tot stand gekomen. Ze voorzien ontwikkelingshulp voor een bedrag van 0,7% van het PNB van elk rijk land en een verlichting van de buitenlandse schuld van de ontwikkelingslanden.

 

Enkele zeldzame uitzonderingen te buiten gelaten (bijvoorbeeld Noorwegen annuleerde in 2006 zonder speciale voorwaarden de schuld van vijfontwikkelingslanden), zijn onze verwachtingen verre van verwezenlijkt… De internationale handel is één van de sleuteldimensies om toegang te krijgen tot ontwikkeling maar haar huidige structuur is zo dat ze nog altijd een factor is die ongelijkheden laat voortduren en zelfs in de hand werkt. Het resultaat van de door de rijke landen gedane inspanningen is momenteel totaal onvoldoende. Een rapport van het UNDP (2003) benadrukt dat de bestaande commerciële barrières uiterst nadelige gevolgen hebben voor de landen die er minder goed voorstaan.

De blokkade tegen Cuba

We onderstrepen nog eens het feit dat Cuba, naast een rem op zijn ontwikkeling, ook te kampen heeft met een economische, commerciële en financiële blokkade, sinds de jaren 60 opgelegd door de Verenigde Staten. Een blokkade die nog versterkt wordt door de Toricelli en Helms-Burton wetten uit de jaren negentig, en door de nieuwe maatregelen aangekondigd in het rapport van de ‘Commissie Hulp voor een Vrij Cuba’, een document opgesteld door de Bush administratie tijdens de Irak oorlog die de “de overgang naar de democratie” organiseert en een gouverneur aanduidt, Caleb McCarry, om het eiland te besturen tijdens “de overgang en de heropbouw”. Deze blokkade, sinds 1992 elk jaar veroordeeld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, brengt directe schade toe aan de Cubaanse bevolking en wordt in 2009 geschat op meer dan 100 miljard dollar.

De VS-blokkade heeft gevolgen op alle domeinen en betreft absoluut alle producten, met uitzondering van enkele medicijnen en basis voedselproducten die cash betaald moeten worden en aan hoge prijzen. Dit laatste geldt eveneens voor alle culturele, wetenschappelijke en financiële uitwisselingen. Uiteraard slaagt Cuba erin deze te omzeilen door bijvoorbeeld producten in te voeren uit ver afgelegen landen zoals China maar dit is een dure zaak…President Obama die tijdens de voorverkiezingen beloofde deze blokkade te verlichten, heeft zich niet aan zijn belofte gehouden. De enige maatregel genomendoor zijn administratie betreft het geld dat gestuurd of meegebracht wordt naar Cuba door Cubaanse Amerikanen en het aantal reizen dat ze mogen ondernemen. Het was eigenlijk het annuleren van maatregelen die door G.W. Bush genomen werden en de bezoeken van geëmigreerde Cubanen naar hun land van oorsprong drastisch beperkte, namelijk 14 dagen elke drie jaar. Zo werd de financiële hulp aan families beperkt tot 100 dollar per maand in het beste geval. Nu kunnen ze dus elk jaar naar het eiland reizen en het bedrag aan geld dat ze kunnen meebrengen is onbeperkt. Tevens werden de culturele en wetenschappelijke uitwisselingen hervat.

Het Derde Rapport van het UNDP geeft een analyse van de schade en van het economische nadeel door deze blokkade veroorzaakt in 2009:

  • Niet geïnde inkomsten uit de uitvoer van diensten en goederen : 46 164 600 000 USD
  • Geografisch herlokaliseren van de handel :  21 600 800 000 USD
  • Geleden nadeel op de productie en diensten : 3 246 300 000 USD
  • Geen toegang tot technologie : 9 323 200 000 USD
  • Geleden nadeel op diensten aan de bevolking : 1 565 300 000 USD
  • Financiële en monetaire nadelen : 10 078 900 000 USD
  • Bevordering van emigratie en vlucht van intellectuelen : 8 175 100 000 USD

TOTAAL 100 154 200 000 USD
(Dus meer dan 100 miljard dollar of 70 miljard euro)

Ondanks deze zware handicap, te wijten aan de blokkade, kan Cuba prat gaan op heel wat internationale coöperatie: momenteel onderhoudt het betrekkingen met 167 landen. Tussen 1961 en 2008 waren hierbij 448 650 Cubaanse coöperanten betrokken. De Cubaanse regering draagt dus, volgens haar mogelijkheden en op haar manier, bij aan ontwikkelingshulp aan andere landen. Bij voorbeeld:

  • op dit ogenblik (2010), werken er 50.000 Cubaanse coöperantenin 100 landen, waarvan 37 000 gezondheidsmedewerkers. Een aantal dat zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie niet kan verzekeren. Als vergelijking: Artsen zonder Grenzen heeft 2 040 dokters en verpleegsters naar het buitenland gestuurd in 2003, en 2290 in 2004. (zie het artikel van Calvo Espina in “Le Monde Diplomatique : Une Internationale… de la santé”, augustus 2006);
  • het Integrale Gezondheidsprogramma, gebaseerd op het gratis sturen van coöperanten die werken in de gezondheidssector, wordt momenteel uitgebouwd in 44 landen van Latijns Amerika, Afrika en Azië . 4 313 personen werken in het buitenland (waarvan 2 920 dokters). In totaal namen al 11 500 coöperanten deel aan dit programma. Dit komt neer op hulp aan meer dan 68 miljoen mensen.
  • Cuba geeft studiebeurzen: tijdens het schooljaar 2009-2010 studeerden in Cuba meer dan 30 000 buitenlandse studenten, afkomstig uit 125 landen.
  • dokters worden gratis opgeleid in de ‘Escuela Latinamericana de Ciencias Medicales’: 7 500 studenten, uit 24 landen zijn er momenteel ingeschreven. Drie faculteiten geneeskunde werden opgericht in Afrika met de steun van het Integraal Cubaans Gezondheidsprogramma. 50 000 buitenlandse professionele gezondheidswerkers werden sinds 1959 opgeleid in Cuba;
  • Cuba biedt in zijn instellingen gratis gezondheidszorg aan buitenlandse patiënten: de meest opmerkelijke programma’s zijn het programma dat speciaal gericht is op de kinderen uit Tsjernobyl aangetast door de nucleaire straling (meer dan 23000 werden behandeld) en de Operatie Milagro (meer dan 1 800 000 patiënten werden in oktober 2009 behandeld).
  • de steun aan de voedselzekerheid in de arme landen door het sturen van suiker en technische hulp; het initiatief Zuid-Zuid tegen HIV/AIDS;
  • het Cubaanse alfabetiseringsprogramma “Yo si puedo!” wordt momenteel toegepast in 25 landen van Latijns Amerika, Afrika en Oceanië, en telt 890 Cubaanse medewerkers die erin slaagden meer dan 4 miljoen personen te alfabetiseren;
  • het Cubaanse voorstel voor een universele alfabetisering van het platteland door het mobiliseren van een miniem deel van de financiële flux (0,01% van het BNP van de OESO landen). Cuba zou hier voor een belangrijk deel aan technisch materiële hulp en mensenkracht ter beschikking stellen. Doelstelling: anderhalf miljard analfabeten en semi-analfabeten naar een niveau brengen van het 6e leerjaar basisonderwijs en dit in 12 jaar tijd. Daarenboven wordt ALBA (“Alianza Bolivariana para las Américas”, opgericht in 2004) elke dag sterker. Het is een nieuwe vorm van integratie met Venezuela (andere landen hebben zich ondertussen hierbij aangesloten: Bolivië, Ecuador, Nicaragua en enkele eilanden van de Antillen). ALBA is gebaseerd op solidariteit, het rationaliseren van uitwisselingen, het aanpakken van gezamenlijke belangen en wordt geconcretiseerd door joint venture projecten, wederzijdse hulp aan ontwikkelingsprojecten, het leveren van medische hulp van Cuba aan Venezuela (meer bepaald 177 000 chirurgische behandeling van uiteenlopende oogaandoeningen), het openen van medische centra in Venezuela (de geleverde diensten zijn gratis), de training van dokters en gezondheidstechnici, samenwerkingsprogramma’s (visvangst, culturele aangelegenheden…).

Streefdoel 17 : in samenwerking met de farmaceutische industrie de toegang tot betaalbare en noodzakelijke medicatie in de ontwikkelingslanden verzekeren

Cuba is betrokken bij dit laatste punt van de achtste doelstelling: meer dan 1 000 generische geneesmiddelen worden op het eiland geproduceerd (zoals: PPG, Melagenina, epidermale groeifactoren, interferonen, monoklonale antilichamen, een vaccin voor hepatitis B, anti meningokokken en tegen leptospirose, … ; 86% wordt ter plaatse gebruikt). Sinds 2004, had ongeveer 95% van de bevolking toegang tot deze essentiële geneesmiddelen en dit aan redelijke prijzen. Voorrang werd gegeven aan chronische zieken en gehospitaliseerde personen, zwangere vrouwen of bejaarden (in dit geval worden de geneesmiddelen gratis uitgedeeld en zijn gesubsidieerd).

Cuba voert het vaccin tegen hepatitis B uit naar dertig landen, en andere biotechnologische producten zoals het vaccin tegen meningitis B en C, naar meer dan vijftig landen. In vele ontwikkelingslanden die deze vaccins niet kunnen kopen laat Cuba toe dat deze technologie getransfereerd wordt zodat het mogelijk is deze ter plaatse toe te passen. Naast het onderzoek naar een vaccin tegen HIV/AIDS en verschillende vormen van kanker, leggen de Cubaanse laboratoria zich toe op onderzoek naar ziekten die door de farmaceutische transnationale nijverheid als niet interessant worden beschouwd omdat ze weinig commerciële waarde hebben. Het gaat over bijvoorbeeld malaria, cholera, tuberculose…

Doelstelling 18 : in samenwerking met de privésector, de toegang tot de nieuwe technologieën, en vooral informatie- en communicatie technologieën, verzekeren

Het gebruik van informatica in alle lagen van het sociale en economische leven is het doel van het Cubaanse « Informatiseringprogramma ». Daarom worden er sinds 2002 op alle niveaus van het onderwijs informaticalessen gegeven (zelfs in de verst afgelegen scholen van het land. Ze zijn uitgerust met zonnepanelen en tellen soms slechts één of twee leerlingen …). 65 000 computers worden hiervoor ingezet. Er zijn 607 “Joven Club de Computación y Electrónica” (jongerenclubs voor informatica en elektronica) verspreid over het hele land, zodat iedereen gratis toegang heeft. Iedereen heeft tevens recht op gratis vorming. In 2006 kon, volgens de statistieken van de “Oficina Nacional de Estadisticas”, 42% van de bevolking een computer gebruiken zonder verdere hulp.

In 2008 telde het land 56 computers voor 1.000 inwoners. Er waren 130 internetgebruikers op 1.000, en men telde 126 telefoonlijnen op 1.000 inwoners. Cuba is het laatste land in Latijns Amerika waar internetgebruik en mobiele telefonie zo duur zijn. De internationale verbinding is immers uitsluitend mogelijk via satellieten. De Verenigde Staten verbieden het aanleggen van een onderzeese kabel in optisch vezel van Cuba naar Florida. Dit doet de kosten stijgen en beperkt het aantal internetverbindingen. Venezuela heeft echter een akkoord ondertekend met Cuba om de twee landen met zo een kabel te verbinden. De kabel bereikte onlangs Cuba (februari 2011) en de verbinding zal operationeel zijn vanaf juli 2011, indien alles verloopt zoals gepland.

Cuba begeleidt Venezuela, Brazilië en Argentinië in het omzetten van hun informaticapark naar open-source software. Een nieuwe vrije software Nova gedoopt, een software van de Linux distributie werd in 2007 gelanceerd om de dominante Amerikaanse informatica reus Windows te counteren. De Cubaanse Minister van Communicatie, Ramiro Valdés,verklaarde dat hij Microsoft ervan verdenkt samen te werken met de autoriteiten van de Verenigde Staten. Het doel dat beoogd wordt met deze nieuwe software is, naast de nationale veiligheid, binnen een termijn van vijf jaar, het merendeel van de computers met Windows (80% is piratensoftware door de blokkade, 20% zijn Linux) over te schakelen op Nova.

De scholen werken eveneens met televisie. Er zijn twee educatieve ketens die dagelijks 15 uur uitzenden met een bereik van 85% van de bevolking (tijdens de lesuren worden er programma’s uitgezonden speciaal gericht aan de scholen. Andere programma’s voor een breed publiek worden op het einde van de dag uitgezonden en tijdens de weekends). Zo worden bijvoorbeeld de taallessen niet ‘s morgens uitgezonden en geven de meest befaamde professoren taallessen ‘s avonds om zo “een integrale algemene cultuur te ontwikkelen op grote schaal.

Het beoogde objectief in 2015 globale allianties te steunen voor ontwikkeling wordt als zeer waarschijnlijk geschat”. (Cuba. Derde Rapport. 2010. p. 67)

 


Het citaat

In Eritrea heb ik de kans gekregen om de basisprincipes van de revolutie en haar internationalisme in de praktijk om te zetten.



Het cijfer
95%

sinds 2004. Dit is het gedeelte van de bevolking dat toegang heeft tot de basismedicatie aan redelijke prijzen. Voorrang wordt gegeven aan chronische ziekten, gehospitaliseerde personen, zwangere vrouwen en ouderen (voor deze gevallen die voorrang krijgen is de verdeling gratis en gesubsidieerd).
 


Woordenlijst

BESLUIT EN OPMERKINGEN

Conclusie en kritische reflectie op de Millenniumdoelstellingen

Cuba is het enige ontwikkelingsland ter wereld dat op weg is om volledig te voldoen aan alle doelstellingen die door de VN zijn vastgelegd. Dat klopt volgens de samengevatte “diagnose” van het Derde Rapport (pp. 68-69):

  • Voor doelstelling 1 heeft Cuba een “zeer laag niveau” van extreme armoede, een “zeer hoog niveau” van voltijdse tewerkstelling en van fatsoenlijk werk en een “zeer laag niveau” wat betreft de honger in het land;
  • Voor doelstelling 2 heeft het land een “zeer hoog niveau” van schoolbezoek en van voltooiing van het basisonderwijs;
  • Voor doelstelling 3 is er gendergelijkheid op alle onderwijsniveaus, wordt er een “hoog percentage” bereikt in betaald werk door vrouwen en is er een “hoge vertegenwoordiging” van vrouwen in het nationale parlement en in de regering;
  • Voor doelstelling 4: een “zeer lage sterfte” van kinderen jonger dan vijf jaar en een “zeer hoog cijfer” wat betreft de vaccinatie van de bevolking;
  • Voor doelstelling 5: er wordt een “gematigde moedersterfte” vastgesteld tijdens de bevalling, en een “hoge toegang” tot pre- en postnatale zorg;
  • Voor doelstelling 6: een “lage verspreiding” van hiv/aids, een “zeer brede toegang” tot anti-retrovirale behandelingen en een “zeer lage sterfte” door malaria en tuberculose;
  • Voor doelstelling 7: de opname van duurzaamheidprincipes in de wetten van het land wordt beschouwd als “hoog”, er is een gebrek aan gegevens over het verlies van biodiversiteit, een “zeer hoge toegang” tot drinkwater en aansluiting op het rioleringsnet, net als een “zeer laag percentage” van huisvesting in sloppenwijken;
  • Voor doelstelling 8: het Rapport is verheugd over de “zeer hoge medewerking” van Cuba aan de internationale hulp, ondanks de beperkte financiële middelen waarover het land beschikt, en onderstreept de “hoge toegang” tot medicijnen geproduceerd in Cuba en aangeboden aan andere ontwikkelingslanden, en vraagt aan de “VN-organisaties steun voor het oorspronkelijke experiment om massaal het gebruik van Informatietechnologie (ICT) in te voeren, uitgaande van een collectief en publiek project voor sociale ontwikkeling” en merkt hierbij op dat toegang tot deze technologieën “laag” blijft op dit moment.

Kritische reflectie op de Millenniumdoelstellingen

Laten we terugkomen op een van de meest relevante kritieken, die van de Ecuadoraanse president Rafael Correa, uiteengezet in een toespraak aan de Verenigde Naties op 26 september 2007:
“De eerste beperking van de Millenniumdoelstellingen is dat ze een minimalistische strategie vormen om de armoede terug te dringen. Ons doel is om veel verder te gaan dan dergelijke minima door de doelstellingen verder uit te diepen en er vele andere aan toe te voegen. Het feit dat men op absolute wijze instemt met een visie van minimale behoeften zoals die vooropgesteld wordt door de Millenniumdoelstellingen, houdt een hoog risico in dat, terwijl men probeert zijn geweten te sussen, het streven naar sociale verandering vermindert.

Zo kunnen we stellen dat een mensenleven door twee niveaus gekenmerkt wordt. Het eerste niveau heeft betrekking op de onmisbare vermogens die een mens nodig heeft om te overleven in de maatschappij. Zonder deze vermogens kan een leven niet beschouwd worden als menselijk. Het tweede niveau verwijst naar de mogelijkheden die iedereen toelaten zich te ontplooien als persoon in deze maatschappij. We hebben het dus niet alleen over het levensonderhoud, maar over het recht om te genieten van een leven dat het leven waard is.

Wij zijn van mening dat de doelstelling om met een dollar en een cent per dag te leven, om zogezegd extreme armoede uit te bannen en vroegtijdig sterven te voorkomen met, zoals vermeld in de Millenniumdoelstellingen, een waardige manier van leven onmogelijk maakt. (...)
Minima toekennen aan bepaalde personen moet, hoogstens, een tussentijdse doelstelling zijn en mag nooit worden beschouwd als een modus operandi van de openbare orde. Een dergelijke situatie gaat immers uit van het plaatsen van de “begunstigde” in een ongeschikte positie tegenover anderen. Met andere woorden, een dergelijke situatie betekent het niet erkennen van het gelijke recht van die persoon op menselijke waardigheid ten aanzien van anderen. In feite is het geen toeval dat internationale bureaucratieën zoals de Wereldbank voorstellen om routinematig verslag uit te brengen over de armoede (“poverty reports”). Zonder deze verslagen zou het nooit in hen opgekomen zijn om ook verslagen op te stellen over de ongelijkheden (“inequality reports”).

Dat is de reden waarom de beste strategie voor het waardig terugdringen van de armoede zonder twijfel de vermindering van sociale, economische, territoriale, ecologische en culturele verschillen is. Zo is een van de belangrijkste doelstellingen van onze regering het verminderen van de ongelijkheid in het kader van interne ontwikkeling, van economische integratie en van sociale en territoriale cohesie, zowel op intern als op globaal niveau.”(Volledige tekst http://www.cadtm.org/spip.php?article2861)

Als men bedenkt dat in Cuba de inkomensverdeling de minst ongelijke van het continent is (het maximumloon is 4,5 keer hoger dan het minimumloon) en men kijkt naar de resultaten die Cuba behaald heeft voor alle Millenniumdoelstellingen, dan dringt er zich een conclusie op: Cuba is een arm land, maar de overgrote meerderheid van de Cubanen delen deze armoede en kunnen er mee leven. De sociale programma’s van de Cubaanse regering en haar proactief beleid wat betreft welzijn (gezondheid, onderwijs, cultuur, fatsoenlijk werk, preventie van natuurrampen, ...) zorgen er immers voor dat de Cubanen een leven hebben dat het leven waard is.

Er dient ook aan herinnerd te worden dat de VN-lidstaten al in 1974 toegezegd hebben om de armoede uit te roeien... in 2000! En dat de eerste doelstelling opgesteld door de Algemene Vergadering in september 2000 gericht is op het verminderen van extreme armoede met slechts 50% tegen 2015, een doel dat zeker niet zal worden bereikt. De Millenniumdoelstellingen zijn dus veel minder ambitieus is dan de vorige internationale programma’s.

Door zich te focussen op de meest zichtbare aspecten van onderontwikkeling, gaan de 8 doelstellingen stilzwijgend voorbij aan de werkelijke oorzaken:

Bijvoorbeeld, geen enkele doelstelling vermeldt het belang van de tewerkstelling, alsof werkloos zijn niets te maken heeft met armoede;

Of de arbeidsomstandigheden: geen enkel streefcijfer herneemt de normen voor fatsoenlijk werk, zoals gedefinieerd door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die essentieel zijn voor de levenskwaliteit. Bovendien vragen de vakbonden de toevoeging van een negende doelstelling: het hebben van een fatsoenlijke baan (met sociale bescherming, sociaal overleg en arbeidsrechten);

Doelstelling 5 richt zich dan wel op moedersterfte, maar geen enkele indicator houdt rekening met het veel te lage economische vermogen van vrouwen en met de schending van hun rechten;

Idem voor de eerste doelstelling: het verminderen van armoede tot een koopkracht van twee dollar per dag. Dat brengt ons ver weg van de hele sociale dimensie van armoede: de sociale cohesie, de inkomensverdeling in een lokale samenleving, tussen regio’s en voornamelijk op internationaal niveau, de toegang tot middelen en diensten, de uitsluiting, de uitoefening van politieke, economische, sociale en culturele rechten...

De Millenniumdoelstellingen zijn als een dokter die alleen de symptomen behandelt zonder de oorzaken van de ziekte aan te pakken. Deze wordt overgelaten aan de betrokken landen terwijl de voornaamste ongelijkheid, dé oorzaak, zich situeert op internationaal niveau op sociaal en economisch vlak. Zonder twijfel is het teveel gevraagd om het mondiale economische systeem in vraag te stellen…

Daarnaast houden de Millenniumdoelstellingen geen rekening met de mensenrechten, met inbegrip van het recht op gezondheid (volgens de principes van de Conferentie van Alma-Ata in 1978), een ondeelbaar beginsel dat de politieke, sociale, economische en culturele rechten als onderling afhankelijke onderdelen omvat. Deze minimalistische visie laat duidelijk zien dat de internationale gemeenschap niet in staat is, of niet de wil heeft, om de massale schendingen van mensenrechten te overwinnen. Aan het huidige tempo zou nog een extra eeuw niet volstaan om de acht Millenniumdoelstellingen te bereiken.

De Millenniumdoelstellingen vormen een aanzienlijke achteruitgang ten opzichte van de beginselen van de Conferentie van Alma-Ata:

  • gezondheid is een mensenrecht, de staat is verantwoordelijk voor de naleving van deze wet;
  • gezondheid is een kwestie van het instellen van een tegengewicht door de participatie van de gemeenschappen;
  • gezondheid is een kwestie van sociale rechtvaardigheid, want de fundamentele oorzaak van gezondheidsproblemen ligt in sociaal onrecht;
  • omdat de sociale en economische onrechtvaardigheid zijn wortels heeft in de internationale betrekkingen, moeten we een nieuwe economische wereldorde instellen.

De antwoorden van de Millenniumdoelstellingen op deze beginselen zijn de volgende: het pragmatisme waarmee we moeten streven naar het bereiken van een aantal specifieke en concrete resultaten; de technische oplossingen op grote schaal hebben grote hoeveelheden geld geprivilegieerd en gemonopoliseerd; de strijd tegen symptomen in plaats van tegen oorzaken; in het beste geval is het denkbaar om het traject van de globalisering wat bij te stellen, kwestie van het neoliberalisme wat meer toonbaar te maken. Het algemene uitgangspunt is het toepassen van selectieve maatregelen die de indicatoren snel verbeteren door het injecteren van miljarden dollars in de ontwikkelingshulp, zonder het systeem dat deze situatie veroorzaakt in vraag te stellen. Niet alleen blijft men maar wachten op die miljarden, maar eens het geld zal stoppen met stromen, zullen de indicatoren opnieuw een duik nemen omdat de structurele oorzaken niet geëlimineerd zullen zijn. 


Het citaat

We zullen zelfs geen recht meer hebben op de lucht die we inademen. De lucht die vergiftigd is door de consumptiemaatschappij die onze leefwereld vernietigt.


f.png


Het cijfer
4,5

In Cuba ligt het maximumloon 4,5 maal hoger dan het minimumloon. Het loonverschil is het kleinste van alle landen van het continent. Cuba is een arm land. De grote meerderheid van de Cubanen deelt deze armoede die draaglijk gemaakt wordt door de sociale programma’s van de Cubaanse regering en de krachtdadige politiek die gevoerd wordt op het vlak van het algemeen welzijn (gezondheidszorg, onderwijs, cultuur, decent werk, preventie bij natuurrampen …). Op die manier beleven de Cubanen een bestaan dat het leven waard is.


Woordenlijst

Onderontwikkeling : deze term verwijst naar ontoereikendheid, het gaat hier om de kwalitatieve gegevens van ontwikkeling die in overweging worden genomen.

Normen voor decent werk, bepaald door de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie) : de IAO is op wereldvlak verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het toezicht op de internationale arbeidsnormen. De IAO is de enige VN-organisatie met een drieledige structuur. Zij is samengesteld uit regeringsvertegenwoordigers, werkgevers en werknemers die een gezamenlijk beleid en programma’s ontwikkelen om decent werk voor iedereen te bevorderen. Van uit deze specifieke samenstelling heeft de IAO het voordeel dat zij de ervaring die zij op het terrein heeft opgedaan kan in arbeid en tewerkstelling kan integreren(http://www.ilo.org/global/about-the-ilo/lang—fr/index.htm). Er werden internationale arbeidsnormen ontwikkeld om een globaal systeem op te bouwen in functie van arbeid en sociale zekerheid, ondersteund door een controlesysteem voor de aanpak verschillende soorten problemen die kunnen voortvloeien door de toepassing ervan op nationaal vlak (http://www.ilo.org/global/standards/lang—fr/index.htm.


Video
Foto's
Educatief materiaal
  • Cuba. Revolutie met een groen hart


    €5,00

    In 2006 kwam het WWF en het Global Footprint Network tot een merkwaardige conclusie. Cuba bleek het enige land ter wereld dat een niveau van duurzame ontwikkeling bereikte. Het Caribische eiland behaalt die goeie cijfers door dat het een hoog niveau van sociale ontwikkeling heeft en tegelijkertijd niet meer verbruikt dan nodig is. In dit boekje werpen we een blik op hoe Cuba erin slaagt dat ontwikkelingsniveau te combineren met een kleine ecologische voetafdruk.

    €5,00
    ...