Timor Leste: de geboorte van een nieuw land, en wat voor één!

Mount Ramelau steekt zijn kop boven het wolkentapijt als ons vliegtuig het eiland nadert. Een indrukwekkende kustlijn die zich uitstrekt zover het oog kan zien. De uitgestrekte groene tinten lijken wel onbewoond, toch zie je hier en daar een zandweggetje dat verdwijnt tussen de vegetatie. Een rookpluim die opstijgt van tussen het woud doet geloven dat er zich dorpjes bevinden in de groene wildernis. De piloot navigeert het vliegtuig over Dili terug in zee en bereidt zich voor op wat een zachte landing zal worden. Ondertussen kunnen we een glimp opvangen van Atauro Island, een steenworp verwijdert van Dili. Het eiland deed in de Portugese tijd dienst als gevangenis en later zouden dezelfde Portugezen het eiland als toevluchtsoord gebruiken als de Indonesische troepen Timor Leste bestormen. Indonesië zal vanaf 1975 het eiland onder een 32 jaar lang repressief juk houden en ongeveer een derde van de Timorezen zullen hierbij het leven laten. Tot in 1998 de Indonesische dictator Suharto moet aftreden na hevige betogingen in Jakarta en zijn opvolger Habibie besluit om Timor meer ‘Autonomie’ te verlenen. Vanaf die dag waren de dagen van de Indonesische bezetting geteld en zou er zich een omwenteling voordoen die nauwelijks in een ander land is gezien. Een tiende van de bevolking kwam op straat om de onafhankelijkheid te eisen, politieke partijen staken de kop op en de VN kreeg eindelijk interesse in het godvergeten landje in de Pacific. Indonesië, in samenwerking met de VN, hield een referendum met de vraag of de Timorezen al dan niet onafhankelijkheid wilden. Op 30 Augustus 1999 stemden 78,5% in met de onafhankelijkheid. Nochtans had de Indonesische geheime dienst goed haar best gedaan om het referendum te boycotten door het omkopen van betogers die de onafhankelijkheid zouden afzweren. Nadat de resultaten bekend werden gemaakt op 4 september veranderde de hoopvolle sfeer wanneer Indonesisch gesponsorde milities voor dood en verderf zorgden. Dili en andere districten gingen in vlammen op en een 200 000 Timorezen sloegen – weer maar eens - op de vlucht. Vooraleer vrede terugkeerden, hadden de Indonesische milities drie vierde van de gebouwen en ongeveer 100 % van de infrastructuur vernield. Op 15 september zouden de VN troepen tussenkomen, maar het duurde tot 20 september eer de Australische troepen de gemoederen deden bedaren en de rust kon weerkeren. Maar de gevolgen waren desastreus, Dili was, net zoals de rest van het land, volledig verwoest. Geen elektriciteit, water, geen communicatie en alle overheidsgebouwen en openbare diensten lagen in puin. En dit is nog steeds zichtbaar als je de stad binnenrijdt via de hoofdweg. Gebouwen worden hersteld, wegen heraangelegd, mensen leven in geïmproviseerde huizen en de wegen in de stad zelf zijn gewoonweg niet aangelegd. Er is slechts één telefoonmaatschappij, één bank – een Australische - en geen elektriciteitscentrale. Na een vijftien minuten durende rit naar mijn verblijfplaats is de verbazing groot. Nochtans hebben de mensen van Timor de kracht om steeds weer een schitterende glimlach op hun gezicht te toveren.

 

De zon blakert terwijl ik naar de Obregado Barracks wandel. De zeebries die het ietwat draaglijker maakt verdwijnt als ik me meer in het centrum van de stad begeef. De VN heeft zich genesteld in een hoogbeveiligd en uiterst impressionant gebied midden in de stad. Ik heb mijn afspraak in een cafeetje op de hoek van de VN gebouwen. De Secretary of Humanitarian Affairs van de IOM, de VN dienst voor migratie, is een vrouw die dezelfde studies als mezelf heeft gedaan twee jaar geleden. Ze vertelde me dat ze hier ongeveer hetzelfde kwam doen als ik toen ze in haar laatste loop van de master zat. Wat nerveus blijf ik wachten tot ze arriveert, niet wetend wat ik moet verwachten van iemand die een redelijk hoge positie bekleed binnen de VN. Wanneer ze arriveert, blijkt ze een zeer open en hartelijke persoon te zijn. We praten wat over de tijd in Groningen, de docenten en over de onderwerpen die we hebben bestudeerd. Na wat ‘small talk’ verandert het onderwerp in de ervaringen die ze heeft gekend bij de VN. Gedurende de 2006 onrusten, veroorzaakt door afgedankte soldaten en jeugdbendes die zich in de steek gelaten voelden, werd de rol van de VN en andere internationale NGO’s erg op de proef gesteld. Nog maar eens 100 000 mensen werden van hun huizen gedreven en de situatie werd onhoudbaar.

IOM werkt vooral op vlak van reintegratie, mitigatie, dialoog en advocacy. Ze werkt nauw samen met de Minister of Social Solidarity (MSS).

Wat de landrechten en conflicten betreft is het goed om te weten dat er drie verschillende wetgevingen zijn. Die van de Portugezen (daterend van de koloniale periode), die van de Indonesiërs (tijdens de bezetting) en de huidige. Gedurende de vele onlusten verspreid over tijd, zijn mensen op de vlucht geslagen voor het geweld. De eerste keer was in 1975 wanneer Indonesië het eiland annexeerde, de tweede keer in 1999 bij de onafhankelijkheidsstrijd en een laatste keer tijdens de onrusten van 2006. Telkens sloeg de populatie op de vlucht en namen anderen hun huizen in. Dit waren mensen die achterbleven of vluchtelingen uit andere districten die zich in deze gemeenschappen wel konden vestigen. Dit omdat ze tot dezelfde ‘groep’ behoorden. Er zijn Westerners en Easterners die omwille van hun antropologische aard verschillend gedroegen onder Portugese en Indonesische bezetting. De Westerners worden beschouwd veel heviger en koppig te zijn. Ze laten zich niet zomaar bezetten en vormden al snel het hart van de ‘resistance’ die zich ook meer in deze streken nestelden met hun hoofdkwartieren. De Easterners daarentegen zouden zich meer laten doen en minder vragen stellen bij het bewind van hun nieuwe heersers. Dit creëerde de spanningen in de 1999 en 2006 conflicten. Dus mensen vluchtten naar hun respectievelijke groepen en namen de huizen in van anderen of nestelden zich in voorlopige kampen. De terugkeer van deze vluchtelingen verliep echter niet altijd van een leien dakje. Mensen werden niet aanvaard in hun gemeenschap voor het conflict of er ontstonden discussies over wie nu eigenlijk rechtvaardige eigenaar is van de eigendom. Welke wetgeving moet men volgen? Die van de Portugezen, de Indonesiërs of de huidige? Daarbovenop is de huidige wetgeving erg los en zwak en zijn er veel problemen om dit soort disputen van de baan te helpen.

IOM in samenwerking met UNDP en MSS startten in 2006 met het bevragen van de interne vluchtelingen die in kampen verbleven. Ze vroegen naar hun herkomst en de reden waarom ze waren gevlucht. Vervolgens bezocht IOM de respectievelijke plaatsen om na te gaan bij de lokale autoriteiten of het verhaal van de persoon in kwestie klopte en maakten ze een analyse van de staat van de woning op. Is het huis bewoond, vernield, uitgebrand, etc. Indien het huis werd bezet door een andere familie werd er overgegaan tot mitigatie en gekeken of terugkeren mogelijk was. Dit is op een individueel niveau; op het groep niveau startte men met het houden van een dialoog tussen verschillende gemeenschappen om de eventuele spanningen weg te werken zodat gemeenschappen die zich hebben verplaatst zouden kunnen terugkeren. De persoon in kwestie vertelde me dat een combinatie tussen dialoog, mitigatie, training (capacity building) en peace building een betere methode was dan elk onderdeel apart te behandelen. Een samenwerking tussen UNDP, IOM en de overheid bood de mogelijkheid om dit te doen.

Hoe gaan ze te werk?

IOM werkt op drie pijlers of programma’s die elk met elkaar verbonden zijn maar elk een andere benaderingswijze hebben.

De gemeenschap in Timor is zo opgebouwd dat de nationale overheid centraal aan het hoofd staat, gevolgd door de regionale autoriteit die in werkelijkheid weinig verwezenlijken en over bijzonder weinig middelen en capaciteiten beschikken om goed te functioneren. Onder dit niveau heb je de districten, dan de subdistricten, vervolgens de Suco’s (gemeenschap) en als laatste de Aldeias (buurt). In Dili zijn er 7 subdistricten, 26 Suco’s en 222 Aldeias.

De Suco Council, één van de pilaren van IOM, werkt op lokaal niveau en bestaat uit 2 vrouwelijke verantwoordelijken, 2 ouderen, 2 jongeren, de chef van de suco en de chef van de Aldeias (de buurt). In deze council komen ze wekelijks samen om de bezorgdheden, vorderingen en noden van de suco te aanhoren. Op basis daarvan zetten ze trainingen (skills) op, geven ze kleine cash grants die worden gebruikt om kleine bedrijfjes op te richten (eetkraam, vissersboot, etc) en proberen ze kleine infrastructuurvorderingen aan te brengen die de hele gemeenschap ten goede komt. Een andere zaak van belang is het feit dat als er zich een conflict voordoet in één van de suco’s de chef direct in contact kan komen met IOM die op zijn beurt de nodige stappen kan ondernemen om te mediëren of desnoods via de VN politie te interveneren. Dit laatste onderdeel is gelinkt met de tweede pilaar: Restitution and reintegration. Hier ligt de focus op peacebuilding, dialoog en mitigatie. Zij zijn het team dat bij conflictsituaties in gemeenschappen zullen mediëren en proberen tot een oplossing te komen via dialoog. Zo was er een conflict ontstaan tussen twee groepen in Dili, waardoor 150 families van de Easterners werden verdreven naar een buurt verderweg. De Westerners die achterbleven namen de waterput in van de verdreven groep door een pijpleiding aan te leggen die het water afdreef naar hun buurt. Bij terugkomst van de Easterners ontstond er snel weer een conflict rond watertekort. IOM bemiddelde en bouwde extra waterputten in de buurten.

De laatste pilaar focust zich op grotere infrastructuurwerken die meer dan alleen één buurt of gemeenschap ten goede komt. Deze infrastructuurwerken zijn wel gebaseerd op de noden gegeven in de suco councils.

Volgens deze persoon zijn de cash grants die werden gegeven door de overheid om de gevluchte populatie in kampen te doen terugkeren geen slecht idee. Met dat geld kon men veel discussies oplossen ivm de occupatie van hun woning of investeren in een taxi, boot, renovatie van het huis etc.

Wat betreft de vluchtelingenkampen in Dili, vertelde men me een zeer interessant verhaal. IOM en NRC (Norwegian Refugee Council) hadden het management over het merendeel van de 62 kampen in Dili en omstreken. Normaal gezien gebeurt er tijdens een conflict of natuurramp een identificatie van de noden van de mensen in de kampen om na te gaan wat men nodig heeft ovv voedsel, onderdak, sanitaire voorzieningen, medische verzorging etc. Op basis van die data zal men de goederen verdelen over de kampen. In één van de kampen ontstond er een raar fenomeen; elke keer als de verdeling van de goederen plaatsvond, waren er meer handen te vullen dan voorzien. Wat bleek later, dat de vluchtelingen hun plaats in de gemeenschap waar ze verbleven dienden af te kopen door een deel van de goederen door te spelen aan die gemeenschap. Deden ze dat niet, dan ontstonden er her en der brandhaarden in de kampen.

In een kamp in één van de districten, waar meer vluchtelingen dan lokale bevolking verbleven was er een omgekeerd effect zichtbaar. De vluchtelingen namen de monopolie op alle soort natuurlijke grondstoffen voor zich (water, brandhout, landbouwgrond, etc). De vluchtelingen zouden zelfs een aantal huizen hebben afgebrand van de lokale bevolking omdat deze zouden hebben geprotesteerd. Gevolg was dat er serieuze conflicten ontstonden tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen in de kampen. Pas als dit duidelijk werd hebben de WFP (world food program), de VN en andere NGOs ingegrepen door waterpompen, voedselbedeling en andere humanitaire voorzieningen te installeren en te verdelen voor de lokale bevolking.

Na een aantal dagen heb ik het wel gezien in het VN overgoten Dili en trek ik samen met een kennis naar Baucau, de tweede grootste stad in Timor Leste. Dat grootste moet wat genuanceerd worden. De stad heeft om en bij de 8000 inwoners en is niet meer dan een heuveldorpje met een marktplaats, wat schooltjes een kerk en een handvol restaurantjes. Hoedanook een zee van rust en kalmte dat een welgekomen afwisseling bied qua temperatuur en omgeving. De omgeving van Baucau is werkelijk adembenemend. Gelegen aan de kust op ongeveer 1000 m van de zeespiegel geeft een onwaarschijnlijk mooi zicht op de dalen, de kust en de bergtoppen van het binnenland. Een motorritje door de nabijgelegen dorpjes waar de kinderen nauwelijks een ‘Malay’ (vreemdeling) zien, naar je krijsen en zwaaien nadat ze beseffen dat net een blanke hen is gepasseerd. De koloniale periode heeft duidelijk zijn stempel gedrukt op de dorpen en de landbouw. Koffie, rijstvelden en wijngaarden kom je om de haverklap tegen. De geur van de bloemen, het zicht op de bergen en de kust laten je allesbehalve ongeroerd. Zonder probleem kan je hier uren rondrijden en je laten meeslepen door wat je onderweg tegenkomt. De eeuwige glimlach op de gezichten van de mensen moedigt dat alleen maar aan. Geen wonder dat vele Timorezen dit land wilden verdedigen en zelf besturen.

Ik reis nog enkele dagen verder door naar het Oosten, tot het uiterste puntje (Jaco Island), wat beschreven staat als dé catalogus foto als je ongerepte stranden en lagunes wil promoten. Ben eens benieuwd!

No votes yet