Dit is het verhaal van Evy Callebaut, terug van werkkamp in het Palestijnse kamp Nahr el Bared

Zo'n twee weken geleden maakte ik de overstap van de heetste zon die ik ooit trotseerde naar het wisselvallige, sombere België. Ik wist redelijk snel de draad terug op te pikken. Eerder had ik het gevoel gehad, tijdens het verblijf in Nahr el Bared, dat het moeilijk aanpassen zou worden eenmaal terug thuis. Ik leefde toen met angst om terug te keren en hier gewoon mijn onvoorstelbaar luxeleven verder te zetten.
In België kreeg ik het vaak moeilijk als ik de heersende mentaliteit, het individualisme, de tijdsdruk te lijf moest gaan. Ik heb het gevoel nog in het Palestijnse stramien te zitten. Het maakt sommige zaken in ons Belgenland zo onverstaanbaar en onvatbaar.
Bij de beelden van ‘The Old Camp’ zou ik liever de waan gehad hebben op een filmset te wandelen. Maar niets was minder waar. Het uitzicht vanuit onze "slaapkamer" deed ons schrikken, maar het verbeterde er heus niet op. Stof, puin, schietgaten, verdiepingen die bovenaan een gebouw hingen te bengelen, huizen van vijf of meer etages die overbleven als een hoop vuil waren taferelen waarmee we voortdurend geconfronteerd werden. Dit is dan alleen nog maar de beschrijving van de gebouwen, laat staan dat we het hebben over voedsel, drinkwater, de huidige huisvesting en het belangrijkste: hoe zijn de mensen er zelf aan toe?

Na het eerste huisbezoek kreeg de Belgische groep heel wat emoties te verduren. We kregen schrijnende verhalen te horen. Maar hadden het ook vaak moeilijk met de huidige, onmenselijke situatie waarin erg veel gezinnen moesten overleven. Voor mij kwam de grootste klap toen ik besefte dat de mensen waarmee wij samenwerkten, uiteindelijk vrienden voor het leven, ook elk hun verhaal en verdriet meedroegen.
Vaak kreeg ik het op onverwachte momenten erg moeilijk. Ik begreep soms niet goed hoe de Palestijnen met die onmacht waarmee ze voortdurend worden geconfronteerd konden omgaan. Ik voelde zo’n verschrikkelijke onmacht, het maakte me kwaad en verdrietig.

Voor mij was het moeilijk te vatten dat de Palestijnen met de glimlach bleven verder werken. Ik begreep er niets van. Wordt het echt een gewoonte dat je opgebeld wordt en te horen krijgt dat de broer van je beste vriend doodgeschoten is? Het overkwam Khalil, coach van het jeugdcentrum terwijl we daar waren. Mijn lichaamstaal maakte mijn vraag maar al te begrijpbaar voor een Palestijn die geen woord Vlaams kon. Ik kreeg dit als antwoord; “Kwaadheid, treuren en bij de pakken blijven zitten zal ons niet helpen. We moeten zelf het heft in handen nemen en energie putten uit de dingen die we momenteel hebben en kunnen beter maken.”
Palestijnen hebben geen rechten, ze zijn niets, alles is hun ontnomen. Waarom? Het zijn zoals honden die worden opgesloten in een hondenhok. Verdient een hond zelfs zo’n bestaan?
Geen enkele foto kan weergeven hoe stil het je maakt dit voor ogen te zien.

No votes yet