'flesh to flesh', gynaecologie in Kenia niet altijd even simpel
Voor u gelezen: Mama Daktari
Een gynaecologe die zelf aan het schilderen gaat om haar kliniek op te knappen, vaak zie je het niet. Niet in België en al zeker niet in Afrika. Maar het gebeurt. Marleen Temmerman deed het en negeerde de verbaasde, misschien zelfs afkeurende blikken van haar plaatselijke collega’s. Als progressieve dwarsligger negeert ze wel vaker gangbare codes. Ze schrikt er niet voor terug om in de ogen van haar tegenstanders zowel cultureel als moreel-ethetisch te gaan spookrijden. Zelfs op een volgelopen congres, waar de meerderheid haar meningen niet deelt en bits reageert als ze haar ideeën naar voren brengt. Dat en anderen veelzeggende anekdotes lees je in haar nieuwste boek, mama Daktari, een erg persoonlijk getint relaas van jaren ontwikkelingshulp in de voorste frontlinies.
Ontwikkelingshulp in Afrika dat is veel touwtrekken, vaak hameren, soms tot in den treure, op de zelfde precaire omstandigheden, je hees schreeuwen om veranderingen, voor er eindelijk eens iets gebeurt. Vooral dan aan de top. Om dat dag in dag uit te doen, is een flinke dosis koppige verbetenheid nodig. Onder het bed van Professor Temmerman staan echter, zoals ze zelf zegt, enkele attributen die hierbij bijzonder van pas komen: een hele verzameling stoute schoenen. En die trekt ze ook vlotjes aan als ze ziet dat het nodig is. Mama Daktari had ook de klokkenluidster van Nairobi kunnen heten. We lezen hoe zij de specifieke problemen in haar werkveld klaar en duidelijk onder de aandacht brengt. Al moet zij dan soms clandestien te werk gaan en de broodnodige waarnemers haar ziekenhuis binnen smokkelen om hun ogen te openen.
Aan problemen om bezoekende commissies voor te schotelen anders geen gebrek. In Kenia hebben we kindjes van acht die zich prostitueren, je vindt er –als de buurt denkt dat je er redelijk warmpjes bij zit- al eens een boreling in een rieten mandje voor je stoep, vrouwen bevallen in de struiken bij het ziekenhuis, gewoon omdat ze geen geld hebben om het binnen te doen, maar in de hoop dat als er echt complicaties zijn, ze hen toch wel opnemen. Mama Daktari vermeldt van die gekruide feiten die je als lezer niet los laten, omdat de smaak nogal wrang is. Stel je eens voor dat men je adres vraagt en dat jij je moet oriënteren aan de hand van het dichtstbijzijnde toilet. Ja, in Kenia deelt men wijken in per sanitaire voorziening. Men doet niet de moeite om de rijen golfplaten hutjes aparte straatnamen te geven.
Dit derde literaire kindje van Temmerman wisselt wetenschappelijke artikels, bijvoorbeeld over aids, af met toegankelijke verhalen uit haar persoonlijke ervaring. Hierbij schuwt zij zeker de humor niet, want het is –gelukkig maar- niet allemaal kommer en kwel. De lezer zal bijvoorbeeld niet zonder glimlach voorbijgaan aan de kleurrijke figuur van haar boy Joseph of de strategie die Kenianen toepassen om condooms te verenigen met hun geliefde principe van ‘flesh to flesh’. Je leeft ook mee met haar dilemma’s. Wat doe je als gynaecologe met de vraag: ‘kun jij onze dochter professioneel maar een beetje besnijden? Anders doet de familie het.’ En als de familie het doet, is het met de botte bijl, zoveel weet zij ook.
In Mama Daktari klinkt naast een grote deskundigheid, vooral respect en empathie door, voor een land, een volk en voor vrouwen overal ter wereld. En heel zeldzaam: het boekje lijkt zich heel direct en indringend tot de lezer te richten, alsof Mevrouw Temmerman bij je op de koffie zit om heel open over haar ervaringen te vertellen. Dat ligt dan aan de warmte van het boek, dezelfde warmte die ook heel duidelijk spreekt uit de fotobijlage, en de verteltoon, want die is helemaal oprecht.
William Peynsaert
WilliamNachtraaf
Navigatie
Andere inhoud
Search blogs
Agenda
- 14-08-2010La Tentation, Brussel20.00
- 11-09-2010Sint-Pietersplein, Gent15.00
- 12-09-201012.16


Delicious
Facebook
Google
Yahoo