“Alles stijgt in waarde, behalve een mensenleven”

 

11 oktober 2011 — We gingen met het Tunesische grafitti-collectief Ahl alkahf naar Tadhamon, één van de armste, meest achtergestelde wijken in de hoofdstad Tunis. Ahl alkahf schilderde een portret van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish op een schoolmuur, uit protest tegen de uitsluiting van de armen uit de culturele scene in Tunesië. Stukken van straten staan blank na een half uur regen omdat de riolering overstroomt. Mensen hier ademen geen vrijheid, maar de stank van riolering in de lucht. “Je hebt nog niks gezien” zegt Souad Ayari, een vrouw die we op straat ontmoeten. “In de winter, als het veel regent, staat het water tot aan onze knieën. Onze kinderen kunnen dan niet eens naar school” zegt ze lachend, alsof ze ons wil duidelijk maken hoe diep en hopeloos de miserie is waarin zij leven.

Souad woont al 16 jaar in Tadhamon. Haar man, een boekhouder, zoekt al jaren naar werk, maar slaagde er nooit in meer dan 7 maanden in één job te blijven. Werkgevers ontslaan regelmatig personeel omwille van de moeilijke economische situatie en het mismanagement onder het oude regime.

Hij kon de schaamte niet meer verdragen en verhuisde. Souad bleef alleen achter met drie kinderen van 6, 9 en 9 maanden. Ze verloor elke bron van inkomsten en kon de huur van het huis niet meer betalen. Ze belandde op straat. Souad nodigt ons uit in haar nieuwe ‘huis’: de garage van haar zus. Onderweg vraagt haar dochtertje: “Mama, gaan zij mee naar de garage?” Souad reageert boos: ze probeert haar kinderen te overtuigen dat het een huis is en geen garage.

De resten van Ben Ali

In de garage toont ze de eelt op haar handen. “Ik heb zelf de muren geschilderd” zegt ze. “Maar dit is een garage, geen woonkamer!” Ze wijst naar de grote gaten in de muur. Het regent en waait buiten. Ze slaapt met drie kinderen in de buitenlucht.

Is er een uitweg uit haar miserie? “Ik ga klacht indienen tegen de staat. Waar weet ik nog niet. De staat is verantwoordelijk. Dit zijn de ‘resten’ van Ben Ali”, zegt Souad. Ze vocht al vele veldslagen uit met de staat, een bureaucratisch monster dat niet omziet naar haar burgers. “Het enige dat ik vraag van politici, is eerlijkheid. Dat de overheid haar burgers eerlijk en ernstig benadert, dat ze mijn dossier bij de sociale dienst ernstig nemen in plaats van het nonchalant te behandelen, alsof wij niks waard zijn.”

In een democratisch Tunesië komt de overheid misschien dichter bij de burger. Souad valt ons snel in de rede: “Democratie? Dat woord hebben we genoeg gehoord. Politici doen al jaren helemaal niks voor ons. Ik ben niemand. Ik heb geen waarde. In dit land mag je niet gevoelig zijn. Je moet hard zijn om alle miserie door te kunnen slikken. Ook na de revolutie is iedereen angstig voor de toekomst. Mensen kopen hele supermarkten op. De voedselprijzen stijgen, de huurprijzen stijgen. Alles stijgt in waarde, behalve een mensenleven.”

Souad kocht in de supermarkt enkel een Kinder-surprise eitje voor haar dochtertje Roqaya, maar vanbinnen is het leeg. “Zo ziet de periode na de verkiezingen eruit”, grapt ze. “Mijn droom is een leven in vrede. Maar ik wil geen leven in vrede zolang ik weet dat er andere Tunesiërs zijn die geen vrede kennen. De oplossing voor onze problemen is ver weg, heel ver weg. Ik kan enkel nog in God vertrouwen.” We denken aan het woord ‘vrede’ dat we samen met de kinderen van Tadhamon op de schoolmuur schilderden bij het portret van Mahmoud Darwish. Hier heerst geen vrede.

Een vertrouwenscrisis van formaat

Souad blijft eerlijkheid benadrukken. Hoe kan ze de overheid, ook na de revolutie, nu plots gaan vertrouwen na decennia van verwaarlozing en een totaal gebrek aan investering in de ontwikkeling van haar buurt? “Ik ga niet stemmen”, zegt ze vastberaden. “Het zijn allemaal leugenaars, zelfs de islamisten. De echte Islam biedt oplossingen, maar waarom zou ik geloven dat an-Nahda de pure islam verdedigt? Ze zijn net als allen anderen op zoek naar macht, dat wee ik zeker. Nu komen ze met mooie beloften, maar zodra ze de macht grijpen hoor je niets meer van hen.”

In een land waar de waardigheid van de mens geen prioriteit is, legt de bevolking zijn lot niet in de handen van de overheid of een politieke partij. En Souad legt haar lot zelfs niet in de handen van een partij die beweert in naam van God te handelen: “Hoe kan ik me informeren over de programma’s van de partijen als ik elke dag een overlevingsstrijd voer?” Democratie en burgerzin zijn niet evident in een land waar miljoenen burgers jarenlang verwaarloosd werden.

Tunesiërs hebben niet enkel hun vertrouwen in de overheid verloren, maar ook in elkaar en in zichzelf. “Het Ben Ali-regime heeft ons geleerd dat een individu niks waard is, dat het potentieel van de burgers van onze samenleving toch genegeerd wordt. Mensen hebben geen zelfvertrouwen meer. Elk individu moet dat nu eerst terugvinden, waardigheid, vooraleer de maatschappij als collectief kracht kan vinden” zegt Souad.

Souad is daar zelf een levend voorbeeld van. Ze is intelligent, maar leeft in armoede. Het valt ons op hoe gevat haar analyse van haar eigen miserabele situatie is. Ze kan perfect de vinger leggen op de oorzaken en gebruikt de hele tijd cynische humor. “Ik had graag een doctoraat willen behalen, maar na mijn middelbare school kon ik niet verder studeren” zegt ze. Verloren potentieel. “Ik wil ook graag reizen. Ik ben nog nooit buiten Tunesië geweest. Ik heb zelfs geen paspoort”, lacht ze cynisch.

Cynisch antwoordt ze ook als we uitleggen dat wij de Tunesiërs in al hun waardigheid willen tonen. “Waardigheid? Daar heb ik niks van over”, zegt Souad. Maar deze vrouw is één en al waardigheid. Ze lacht de hele tijd, om sterk te blijven voor haar kinderen. Ze is immers het meest bezorgd om haar kinderen. Ze wil hen niet de indruk geven dat ze problemen heeft. Souad is een ijzersterke vrouw. “Mijn kinderen geven me hoop. Zolang zij en ik gezond zijn, ben ik gelukkig. Gezondheid is het belangrijkst” zegt ze. In haar situatie is een catastrofe snel gebeurd. Moest Souad een zieke of gehandicapte moeder zijn, dan raken de levens van de kinderen in gevaar.

Wij houden meer van tarwe

Ahl alkahf brengt met een artistiek portret van een dichter ook meer waardigheid voor de mensen in Tadhamon. Maar ervaren die mensen dat ook zo? “Ja, natuurlijk ken ik Mahmoud Darwish”, zegt Souad. “Zijn boodschap voor dit land? Voedsel voor de ziel. Maar hier ligt dat heel erg moeilijk. Hoe kan ik bezig zijn met cultuur als ik elke dag een strijd voer om eten voor mijn kinderen op tafel te krijgen? Schoolmateriaal of eten voor mijn kinderen: dàt zijn de keuzes waar ik elke dag voor sta.” 

WIJ HOUDEN VAN BLOEMEN
MAAR WIJ HOUDEN MEER VAN TARWE
WIJ HOUDEN VAN DE GEUR VAN BLOEMEN
MAAR DE GEUR VAN DE TARWE BLIJFT HET ZUIVERST

De woorden van Mahmoud Darwish krijgen plots betekenis in de woorden van Souad. We proberen te vertrekken, maar Souad nodigt ons uit voor een couscousmaaltijd bij haar zus, voor de tarwe waar Darwish van spreekt. We zien veel van Souad’s spullen waarvoor er in de garage geen ruimte was. De televisie toont een ontmoeting tussen Angela Merkel en Sarkozy op een vergadering van het IMF. Aan tafel voelen we ons thuis. Wij krijgen extra lepels want hier eet iedereen van hetzelfde bord. Ex-president Ben Ali daarentegen, nam het hele bord voor zichzelf en liet slechts wat resten voor het volk.

We vertrekken naar een verkiezingsmeeting van de islamistische partij an-Nahda. Ik vraag Souad wat zij aan de politici van an-Nahda zou vragen. Ze aarzelt niet: “Hoe gaan ze mijn vertrouwen herstellen? Wat kunnen ze doen voor mij? Zijn jullie eerlijk? Eerlijke politici? Als ze te snel ja antwoorden, dan zeg ik neen tegen hen.”  

Pieter Stockmans
Majd Khalifeh

Dit artikel is onderdeel van het project "Tussen vrijheid en geluk".
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be


Average: 4 (1 vote)