Bij de dood van Willem Geertman en Ka Arman (Filippijnen)

Twee gewelddadige overlijdens in de Filippijnen, met amper drie dagen tussen, in omstandigheden die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben, leren ons heel wat over engagement en opoffering, en over revolutie en contrarevolutie. Ter nagedachtenis van Willem en Ka Arman, neem ik graag hieronder de (door mij vertaalde, ingekorte en licht bewerkte) column over van mijn vriendin Carol, die verscheen in - jawel! - de Filippijnse zakenkrant Business World.

Revolutie en contrarevolutie in de Filippijnen

Carol Pagaduan-Araullo

Willem Geertman, een 67-jarige lekenmissionaris en ontwikkelingswerker, leefde en werkte tientallen jaren met inheemse volkeren zoals de Ata-Manobo in Quezon, met boeren en landarbeiders zoals die van Hacienda Luisita, met slachtoffers van natuurrampen en door mensen veroorzaakte catastrofes, en met veel andere gemeenschappen van armen, uitgebuitenen en onderdrukten in heel de regio van Centraal-Luzon. Willem werd op 3 juli aangevallen in zijn kantoor, in een beveiligde wijk in Pampanga. De daders – ze waren zeker met z'n vieren – schoten hem in de rug terwijl hij al op handen en voeten zat, en stoven er vandoor op een motor en met een bestelwagen.

Na een vluchtig onderzoek besloot de politie dat Willem het slachtoffer was van een roofmoord. Zijn collega's en familieleden zijn er integendeel van overtuigd dat hij het slachtoffer was van een buitenrechterlijke executie, een politieke moord. Voordien was hij immers al door militairen geschaduwd, lastiggevallen en zwartgemaakt als een supporter van de guerrilla, de New People’s Army (NPA). Zij eisen nu dus een diepgaand en onafhankelijk onderzoek.

Enkele dagen eerder, op 30 juni, vond de 34-jarige Arman Albarillo, voormalig algemeen secretaris van de nationaal-democratische koepelorganisatie Bayan in de regio Zuid-Tagalog, de dood in een treffen met de militairen in de provincie Quezon.

Ka ('kameraad') Arman was in 2008 bij de guerrilla gegaan, toen hij zich realiseerde dat het zo goed als onmogelijk was om gerechtigheid te bekomen voor de politieke moord op zijn ouders, zes jaar tevoren, en voor zoveel andere politieke moorden, binnen de limieten van het heersende systeem. Een rot en onrechtvaardig sociaal systeem, dat aan de basis ligt van zulke mensenrechtenschendingen, en waarvan het volk zich moet bevrijden. Arman had alle persoonlijke wraakgevoelens opzijgezet. Zijn bewustwording over de fundamentele problemen van de Filippijnse maatschappij had zijn verdriet omgevormd tot een onwrikbaar engagement om die maatschappij ten gronde te veranderen.

Nadat hij een leider was van de protestbeweging in Zuid-Tagalog, was Ka Arman gedwongen om onder te duiken wilde hij niet gearresteerd worden op basis van een gefabriceerde aanklacht wegens moord die de militairen tegen hem hadden ingediend. Hij besloot dus bij de NPA te gaan om geen gemakkelijke prooi te zijn voor de schimmige doodseskaders, die al honderden activisten hadden vermoord. Hij stond trouwens al op de doelwittenlijst van het leger, en had al herhaaldelijk doodsbedreigingen ontvangen.

Ka Arman stierft al vechtend. Zijn dood past in het 'counterinsurgency' programma onder de naam 'Oplan Bayanihan', waarmee de Filippijnse regering komaf wil maken met de communistische rebellie.

Een kokende drukpot

De dood van Willem Geertman en Arman Albarillo herinnert ons eraan dat er een gewapend conflict is in de Filippijnen. Aan de ene kant heb je de revolutionairen van de CPP-NPA-NDFP (Communistische Partij van de Filippijnen, Nieuw Volksleger en overkoepelend Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen), die al meer dan vier decennia strijden voor de omverwerping van het sociaal systeem dat zij beoordelen als onhoudbaar onrechtvaardig en achterlijk. Aan de andere kant heb je de Filippijnse staat, die gecontroleerd wordt door dezelfde politieke en economische elites die het land al regeren sinds zijn onafhankelijkheid. Om dat systeem te verdedigen gebruiken zij alle mogelijke dwangmiddelen, en vooral dan de strijdkrachten. Die willen de revolutie verslaan door een serie 'counterinsurgency' programma's.

Met blijvende armoede en landloosheid, een economie die aan chronische bloedarmoede lijdt, toenemende werkloosheid, de hoge levensduurte en de altijd ontoereikende of zelfs compleet afwezige sociale diensten, zijn sociale ontevredenheid en onrust een vast gegeven in de Filippijnen. De scherpe ongelijkheid in sociaal-economische macht leidt tot een even erge ongelijkheid in politieke macht, die op haar beurt de sociaal-economische scheeftrekking nog versterkt. Het wordt nog erger als je weet dat er ook grote buitenlandse zaken- en machtsbelangen in het spel zijn, met de voormalige kolonisator, de Verenigde Staten, op kop. Zij komen continu tussenbeide in de Filippijnen om het systeem van eliteheerschappij te bestendigen.

Daarmee zijn de ingrediënten voor een kokende drukpot van revolutie en contrarevolutie in de Filippijnen altijd aanwezig.

Counterinsurgency made in the USA

Ook onder de regering van Benigno 'PNoy' Aquino III – de zoon van de door dictator Marcos vermoorde Benigno Aquino en van ex-presidente Cory Aquino – zijn daders van mensenrechtenschendingen nog nooit bestraft geworden. We zien integendeel een nieuwe toename van politieke moorden, verdwijningen en andere schendingen van de mensenrechten tegen onschuldige dorpelingen.

Wat zet het PNoy regime ertoe aan om openlijker naar een militaire oplossing te grijpen om het protest neer te slaan en het gewapend conflict met de CPP-NPA-NDFP op te lossen? We kunnen ervan uitgaan dat het Filippijns leger rekent op zijn toegenomen militaire slagkracht door de verhoogde militaire aanwezigheid en activiteiten van de VS in het land. Dit in lijn met de shift in militaire inzet van de VS, van het Midden-Oosten naar Azië. De Filippijnse overheid krijgt ook politieke steun uit de VS, omdat ze de grotere VS-aanwezigheid met zo'n open armen ontvangt, en zo netjes de economische en geopolitieke belangen van de VS verzorgt.

Het VS-handboek voor 'counterinsurgency' uit 2009, waaruit het PNoy regime zijn 'Programma voor interne vrede, mensenrechten en veiligheid' haalde, beweert niet-militaire middelen te verkiezen boven militaire. Maar de 'war on terror' van de VS en hun praktijk van 'counterinsurgency' waar ook ter wereld is gebaseerd op het ultieme gebruik van hun militaire superioriteit. Niet erg dat er daarbij veel burgerslachtoffers vallen, dat de mensenrechten en het internationaal humanitair recht worden geschonden of dat de sovereiniteit van landen over de kling wordt gehaald.

Er is geen twijfel over dat de VS de hand hebben in de 'counterinsurgency' campagnes van het PNoy regime. Ze bieden een hele resem diensten aan, van planning, logistiek, inlichtingen en andere operationele steun tot zelfs gevechtsoperaties. Recente gezamenlijke militaire oefeningen bevatten ook de simulatie van gevechts- en inlichtingenoperaties tegen de NPA.

De fakkel overnemen

Het heersende onderdrukkend regime in de Filippijnen, met nu Benigno Aquino III als president, escaleert nog maar eens zijn bloedige militaire campagnes in een zinloze poging op het volksprotest neer te slaan. Maar 'Oplan Bayanihan' zal hetzelfde lot ondergaan als zijn voorgangers. Het leidt alleen tot de versterking van het verzet, zowel gewapend als geweldloos. Want het voorbeeld van elke martelaar die sneuvelt, inspireert en motiveert anderen om de fakkel over te nemen.

Average: 4 (1 vote)