Wat beogen de sancties van de Europese Unie tegen de Congolese autoriteiten?

Foto: D. Stanley (CC)

Na twee moeizaam onderhandelde akkoorden die telkens uitmondden in een regering met grote delen van de oppositie, en nadat onderhandelingen over het geweld in de provincie Kasaï tot een akkoord leiden, nam de Raad van Ministers van Buitenlandse zaken van de Europese Unie op maandag 29 mei sancties tegen 9 Congolese personaliteiten. Wat wordt hiermee juist beoogd?


Sedert begin april heeft Congo een nieuwe regering, dat is de tweede nieuwe regering op 4 maanden tijd. De vorige regering werd gevormd op 19 december vorig jaar na moeizame onderhandelingen met een deel van de Congolese oppositie. Het Westen vond dit akkoord onvoldoende en eiste dat er nieuwe onderhandelingen begonnen met een oppositiegroep die zich had gevormd tijdens de zomer van vorig jaar in het Belgische stadje Genval. De Congolese regering ging hier op in en een tweede onderhandelingsronde leidde tot een tweede akkoord afgesloten op nieuwjaarsnacht. Zowel het eerste als het tweede akkoord hielden in dat de huidige president zich niet kandidaat zou stellen voor een derde mandaat. Een regering waar zowel leden van de oppositie als van de meerderheid deel van uitmaken moet de verkiezingen mogelijk maken.

Het eerste akkoord legde de periode van deze verkiezingen in april 2018, het tweede akkoord verschoof die periode naar december 2017. Verder verschilden beide akkoorden in het feit dat het tweede akkoord eveneens getekend werd door de groep van Genval en dat er een soort van controleorgaan zou worden opgericht als waakhond voor de uitvoering van het akkoord. Enkel de precieze samenstelling van de regering volgend uit het tweede akkoord moest worden uitgewerkt in een “aparte regeling” die nog moest worden onderhandeld. En juist hier liep het weer spaak omwille van drie redenen. Er was een harde kern van de groep van Genval bestaande uit de zoon van oppositieleider Tshisekedi samen met enkele politieke kopstukken die in september 2015 uit het presidentiële kamp waren overgelopen, waaronder de steenrijke voormalige gouverneur van Katanga, Moïse Katumbi. Katumbi wordt door het Westen naar voor geschoven als de belangrijkste “kanshebber” voor de komende presidentsverkiezingen. Deze harde kern wilde niet alleen dat de eerste ministerpost werd toevertrouwd aan hun groep maar ze weigerden vooral ook elke onderhandeling met de president over de naam van de toekomstige eerste minister. Ten tweede was er het overlijden van Etienne Tshisekedi die in het akkoord werd vermeld als voorzitter van het controle-orgaan. Ten derde was er de splitsing van de groep van Genval. Een belangrijk deel van de UDPS en bondgenoten weigerde de onverzoenlijke lijn van de harde kern. Uiteindelijk begon deze groep in naam van de groep van Genval onderhandelingen met het presidentiële kamp en ondertekenden die op 27 april de speciale regeling, voorzien in het akkoord van december. Concreet werd de bestaande regering voortgekomen uit het eerste akkoord, uitgebreid met een aantal leden uit deze afsplitsing van de groep van Genval. Eerste minister werd Bruno Tshibala, een man die sinds 37 jaar onafgebroken aan de zijde van Tshisekedi militeerde. Tshibala legde zijn regeringsprogramma voor op 13 mei.

De Europese Unie neemt sancties

Op maandag 29 mei besliste de Raad van Buitenlandse zaken van de Europese Unie sancties te nemen tegen negen Congolese personaliteiten. In een sober document wordt één paragraaf per persoon besteed aan beschuldigingen. Er is geen enkel recht op verdediging. Het gaat om twee ministers in functie, die van Binnenlandse zaken en die van Informatie, de chef van de Nationale Veiligheidsdienst, twee provincie-gouverneurs, twee hogere officieren en een leider van een Katangese militie. In de tekst van de aankondiging legt de Raad van de Europese Unie uit dat de sancties verbonden zijn aan de obstructie van de verkiezingen, de uitvoering van het decemberakkoord door de Congolese overheid en aan schendingen van de mensenrechten. Bovendien kondigt de Raad aan dat er bijkomende maatregelen kunnen volgen of dat de sancties geheel of gedeeltelijk kunnen worden ingetrokken, naargelang de politieke situatie “positief of negatief evolueert”.
Het geweld in Kasai, wordt eenzijdig op rekening geschreven van de regering. Over de verantwoordelijkheid van lokale militie en bandieten geen woord. Nochtans noteert radio Okapi, de radio van de Monusco, vandaag 31 mei dat de traditionele cheffen uit de regio erover klagen dat sinds het begin van het jaar, niet minder dan “20 traditionele stamhoofden door de lokale militie Kamuina Nsapu werden onthoofd”, hetgeen betekent dat er dan nog een veelvoud aan burgerslachtoffers viel. “Deze sancties geven gewoon een vrijbrief aan alle milities en bandieten om hun gang te gaan. Zij zijn volgens de EU immers allemaal de slachtoffers van hun beul : de Congolese staat”, noteert een woedende Congolese blogger. Uitgerekend de huidige minister van Binnenlandse zaken, Shadari Ramazani, is één van de negen gesanctioneerden. Sedert zijn aantreden als minister ging hij onderhandelen met de familie van het hoofd van de Kamuina Nsapu. Met succes. Zo werd er een akkoord gesloten dat een realistisch perspectief geeft om het geweld te stoppen. Dezelfde dag dat de sancties werden uitgesproken reisde president Kabila naar de Kasai-regio om er de nieuwe traditionele chef en de plaatselijke bevolking te ontmoeten.

Inmenging gooit enkel olie op het vuur

Met deze maatregelen houdt de Europese Unie vast aan haar politiek van zware inmenging in het intern politiek leven van Congo. Sinds de vorming van de radicale politieke oppositiegroep in de Belgische gemeente Genval in de zomer van vorig jaar, heeft de Europese Unie immers systematisch standpunten ingenomen die identiek zijn aan deze van de groep van Genval. Ook al bleek deze groep snel uiteen te vallen en werden er door de politieke meerderheid van president Kabila stap voor stap moeizaam akkoorden gesloten met de rest van de oppositie, toch blijft de EU steevast de meest radicale kern steunen. Concreet komt het er vandaag op neer dat Felix Tshisekedi, zoon van de bekende overleden opposant, eerste minister zou moeten worden en Pierre Lumbi, tot september 2015 voormalig raadgever inzake nationale veiligheid van president Kabila die overliep naar de oppositie, voorzitter zou moeten worden van het orgaan dat het verkiezingsproces zou moeten controleren.
Het feit dat de Congolese autoriteiten ondanks het Westerse protest toch een regering vormden met deelname van alle andere opposanten, kan voor de Europese Unie niet door de beugel. De regering Tshibala legde op 27 mei weliswaar een begroting neer bij het parlement waarbij 760 miljoen dollar wordt voorzien voor de organisatie van verkiezingen. Maar vooral het volgende voornemen vermeld in het regeringsprogramma van Tshibala is in de oren van de EU onaanvaardbaar : “eviter que l’aide matérielle et financière qui viendrai de nos partenaires extérieures pour l’organisation des élections ne soit pas une occasion de s’ingérer dans les affaires intérieures de la RDC.”

Objectief wordt het verkiezingsproces ernstig bemoeilijkt

De Europese unie mag dan al eisen dat er zo snel mogelijk verkiezingen komen. Toch komt het door dik en dun steunen van de harde kern van de groep van Genval neer op het objectief bemoeilijken van het verkiezingsproces en van de pogingen om het land stabiel te houden. Kost wat kost een scherpe tweespalt aan het hoofd van de staat installeren zoals de EU en de harde kern van de groep van Genval dat willen, zou immers leiden tot onoverzichtelijke chaos zoals dat het geval was in de periode 2003-2006 toen het land geregeerd werd door één president en vier vice-presidenten en het onder feitelijke internationale voogdij stond.
Ondertussen gaan de voorbereidingen van de verkiezingen door zoals gepland: de onafhankelijke nationale verkiezingscommissie (CENI) heeft al 24 miljoen kiezers geregistreerd dat is haast evenveel als het aantal kiezers in 2006 en men is nog maar halverwege. Alle partijen, ook de radicale UDPS van Felix Tshiskedi, riepen vorige week -toen de CENI de registratie startte in de hoofdstad Kinshasa - hun leden op om zich massaal te laten registreren.

Toch blijft de EU de druk opdrijven in naam van … het organiseren van verkiezingen. De heisa rond de datum en de voorwaarden van de presidentsverkiezingen zorgen al voor grote verdeeldheid sinds mei 2014. Toen bezocht voormalig VS-vice-president John Kerry Kinshasa en legde er een ultimatum neer tegen Kabila. Het Westen liet er sindsdien geen twijfel over bestaan: na 2016 moest Kabila weg en kon er eigenlijk ook geen sprake meer zijn van een nieuwe president uit het Kabila-kamp. Onder Kabila werd China de belangrijkste handelspartner van Congo en ook wat betreft economische investeringen verloren Westerse multinationals teveel terrein. Dat is voor de VS en de EU onvergefelijk.

Deze sancties zullen op groot verzet stoten

Met dit soort sanctiepolitiek zijn we terug bij de koloniale willekeur van de twintigste eeuw. Toen werd elke vorm van onafhankelijkheidsstreven in Congo dikwijls met harde hand en ook door gekonkelfoes met sommige pro-Westerse Congolese leiders de kop ingedrukt.

Probleem voor de EU is natuurlijk dat de situatie in de wereld en in Afrika sindsdien grondig veranderd is. Dat blijkt ook uit de eerste reacties in Congo zelf. Verschillende artikels verwijzen uitdrukkelijk naar de koloniale periode. De vergelijking wordt gemaakt met situaties in Somalië en Libië waar gelijkaardige interventies van het Westen een chaotische situatie veroorzaakten. De Congolese regering liet al weten dat deze sancties “onaanvaardbaar zijn”. Op het ogenblik dat we dit artikel schrijven is de officiële reactie van de Congolese regering nog niet bekend. Maar naar het voorbeeld op vorige tussenkomsten van de EU, toen de bilaterale militaire hulp met België werd opgezegd, kan men zich aan zeer scherpe tegenmaatregelen verwachten.
Ook binnen de Afrikaanse Unie en de andere Afrikaanse regeringen, worden dergelijke praktijken niet meer geduld. Het belangrijke buurland Angola, sprak zich de voorbije weken herhaaldelijk kritisch uit over de politieke situatie in Congo. Maar de Angolese minister van Buitenlandse zaken, Georges Chikoti, liet geen twijfel bestaan over de houding van de Afrikaanse unie ten aanzien van de Europese sancties. Dinsdag 30 mei verklaarde hij : « on ne peut pas résoudre les problèmes congolais avec le recours aux sanctions précoces. L’UA va se réunir pour analyser et prendre une position qui irait dans le sens de soutenir la RDC et s’opposer à ces sanctions. »