Vijf stellingen over de hongersnood in de Hoorn van Afrika


Twaalf miljoen mensen in Ethiopië, Somalië, Eritrea, Zuid-Soedan, Oeganda, Djibouti en het noorden van Kenia worden getroffen door de huidige hongersnood. In verschillende regio's van die landen zijn drie op tien mensen ondervoed. Hoe komt dat en wat kan eraan gedaan worden? We vatten de hele problematiek samen in vijf stellingen.


1. De hongersnood is geen natuurramp. Droogte is niet de enige en zelfs niet de belangrijkste oorzaak van de hongersnood.

De Hoorn van Afrika wordt onmiskenbaar getroffen door droogte. Twee regenseizoenen missen, dat is een harde dobber voor de lokale bevolking van herders en boeren. De huidige droogte wordt in verband gebracht met de klimaatverandering als gevolg van het broeikaseffect. Dat is het gevolg van de manier waarop de energievoorraden van de wereld al decennia lang gebruikt worden in functie van maximale winst in plaats van de behoeften. Het gaat dus niet zozeer om een natuurfenomeen maar om het gevolg van menselijke interventie.

Maar er is meer. Droogte is niet ongewoon in de regio en heeft in het verleden niet altijd hongersnood veroorzaakt. In 1984 werd Ethiopië bijvoorbeeld zwaar getroffen door hongersnood en Somalië niet, hoewel beide landen door droogte werden geteisterd. De meest recente hongersnood in Somalië dateert van 1992 en toen was er geen uitzonderlijke droogte.[1]

Internationale experts en hulporganisaties wijzen erop dat het hier niet om een natuurramp gaat maar om een ramp die door mensen werd veroorzaakt. “Ernstige droogte – het droogste jaar in zes decennia in sommige delen van de regio – heeft onmiskenbaar geleid tot de grote schaal van deze ramp. Maar deze crisis werd evenzeer veroorzaakt door mensen en het beleid dan door de natuur,” schreef Oxfam International.[2]

“De regens hebben gefaald, maar dat betekent nog niet dat wij mogen falen,” zei Kanayo Nwanze op een spoedvergadering van de FAO, het VN-agentschap voor voedsel en landbouw op 25 juli. De voorzitter van het International Fund for Agricultural Development (IFAD) maakte er een opvallende vergelijking met zijn recent bezoek aan China waar hij een streek bezocht die ook te kampen heeft met droogte. Hoewel er nog minder regen valt dan in de Sahel, kunnen de boeren er genoeg verbouwen om zichzelf te voeden en hun inkomen te verhogen. Wat het verschil maakt is het beleid, volgens Nwanze.[3]

2. De omvang van deze ramp was te voorkomen en kon beperkt worden. “Too little, too late,” of de hypocrisie van de zogenaamde 'internationale gemeenschap'?

De voedselsituatie in de hoorn van Afrika is al jaren precair. De eerste alarmsignalen voor de huidige crisis verschenen in december 2009 al op de website van het famine early warning systems network (www.fews.net), een Amerikaanse website die werd opgezet om dreigende hongersnood in een vroeg stadium te detecteren. Sinds maart van dit jaar waarschuwt Fews Net ervoor dat de hulp ontoereikend is om een hongersnood te voorkomen. De Verenigde Naties lanceerden vorig jaar al een oproep voor hulp aan Ethiopië, Somalië en Kenia. Van de noodzakelijke 500 miljoen dollar werd slechts de helft opgehaald.[4] In mei van dit jaar moest het World Food Program de rantsoenen in Somalië zelfs drastisch terugschroeven. “We hebben maar 30% van het voedsel dat we nodig hebben om het miljoen mensen te voeden dat we zouden moeten bereiken,” zei een vertegenwoordiger van dit VN-agentschap aan de BBC. Slechts twee derden van de noodlijdende bevolking werd bediend met een derde van het voedsel dat ze nodig hadden.[5]

Het was dus te voorspellen dat de hongersnood de huidige proporties zou aannemen maar de 'internationale gemeenschap' verkoos om de toestand te laten verrotten. Om een ramp te voorkomen is er geen geld. Pas als de schijnwerpers van de wereldpers de ramp in het vizier krijgen, tasten de instanties van de rijke landen in de buidel. Zo gaat het altijd. In 2006 vroeg de regering van Mozambique bijvoorbeeld, 3,4 miljoen dollar hulp om zich voor te bereiden op mogelijke overstromingen. De hulp bleef uit en uiteindelijk was er 98 miljoen dollar nodig voor noodhulp nadat de voorspelde overstromingen een ravage hadden aangericht.[6]

Als de regeringen uiteindelijk geld geven voor noodhulp, betekent dat niet dat er diep in de buidel getast wordt. De Verenigde Naties schatten in juli dat er 2,5 miljard dollar nodig is voor noodhulp tot het einde van het jaar maar daarvan is nog maar 1,3 miljard dollar gevonden.[7] Daarvan komt (tot 8 augustus) een schamele 4,4 miljoen dollar van België, een zesde van wat Brazilië al gaf.[8]

3. De hongersnood is het gevolg van Westerse politieke en militaire interventies in de regio die de regio grondig hebben gedestabiliseerd.

Een blik op de wereldkaart is genoeg om te begrijpen waarom de Hoorn van Afrika van strategisch belang is voor de wereldeconomie. Somalië ligt pal tegenover de Arabische Golf en de Engte van Hormuz, twee zenuwknopen in de Indische Oceaan. Daar passeert de helft van de wereldhandelsvloot in containers en 70% van het vervoer van petroleumproducten. Bovendien baart de groeiende invloed van China en Indië op het Afrikaanse continent het Westen grote zorgen.[9]

Sinds het einde van de Koude Oorlog probeert de Verenigde Staten het gebied onder controle te krijgen. In 1992-93 lanceerde het een inval in Somalië onder de naam Operation Restore Hope maar die liep uit op een nederlaag. De VS kreeg pas vaste voet aan de grond in de Hoorn van Afrika tijdens de oorlog in Irak in 2003, toen het een militaire basis installeerde in Djibouti. Tot op de dag van vandaag is dat de enige militaire basis van de VS op het hele Afrikaanse continent.

De laatste jaren rekende de VS voornamelijk op Ethiopië om invloed uit te oefenen in de regio. Het steunde de Ethiopische inval in Somalië in 2006. Die moest de regering van de Union of Islamic Courts ten val brengen hoewel die een relatieve stabiliteit had gebracht in grote delen van het land waar de krijgsheren tevoren de dienst uitmaakten. De inval ontwrichtte Somalië volledig: 15.000 Somalische burgers verloren het leven en meer dan een miljoen werden op de vlucht gedreven.[10] Amnesty International beschreef massale wreedheden en slachtpartijen door de Ethiopische troepen die “mensen afslachtten als geiten”.[11]

Toen de bezetter zich na twee jaar terugtrok was de helft van de Somalische bevolking afhankelijk van voedselhulp. Sindsdien is het land verwikkeld in een burgeroorlog met aan de ene kant de troepen van de Transitional Federal Government (TFG) enerzijds, en de milities van al-Shabaab en Hizbul Islam anderzijds. De TFG wordt gesteund door het Westen maar controleert slechts een fractie van het land en, tot voor kort, een derde van de hoofdstad Mogadishu.

Ook in Ethiopië zelf zijn oorlog en buitenlandse inmenging belangrijke onderliggende oorzaken van de noodsituatie. De gebieden die zwaar getroffen worden door de hongersnood liggen in de grensstreek met Somalië, waar veel etnische Somaliërs wonen. Sinds 1984 is het Ogaden National Liberation Front (ONLF) er actief, een gewapende afscheidingsbeweging. De Ethiopische regering, die in het zadel gehouden wordt door buitenlandse steun, stelt voedselblokkades in om de gebieden waar het ONLF actief is, droog te leggen.[12] Vorig jaar bracht Human Rights Watch een uitgebreid rapport uit over de manier waarop de hulp aan het Ethiopische regime de repressie ondersteunt.

Ethiopië is één van de grootste begunstigden van ontwikkelingshulp, een 'donor darling' van de Wereldbank, de Verenigde Staten, de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. “Lokale bestuurders ontzeggen systematisch steun aan aanhangers van de oppositie en activisten van de civiele maatschappij, zelfs als de voedselhulp levensnoodzakelijk is,” zegt het rapport. Een (anonieme) Westerse hulpverlener beaamt dat: “Alles wat we ze ter beschikking stellen – meststoffen, leningen, sociale steun – wordt gebruikt om de oppositie te breken. We weten dat.”[13]

4. De hongersnood is het gevolg van een wereldeconomie in crisis.

De wereldwijde economische crisis heeft zware gevolgen voor de voedselzekerheid van de bevolking van de Derde Wereld. De kapitalistische productie in de geïndustrialiseerde landbouw wordt gekenmerkt door ongebreidelde winsthonger en moordende concurrentie met als gevolg: overproductie en toenemende monopolisering van de wereldmarkten door een handvol multinationals.

De regeringen van de rijke landen hebben de crisis voor zich uitgeschoven door de markten van de Derde Wereld open te breken voor hun multinationals. In de jaren 60, net na de dekolonisatie, exporteerde Afrika nog voedsel ter waarde van 1,3 miljard per jaar. Nu moeten ze een kwart van hun voedsel importeren en zijn ze afhankelijk van voedselhulp en invoer.[14] Tezelfdertijd wordt land in de Derde Wereld gereserveerd voor de productie van exportgewassen. Denk maar aan de groenten en snijbloemen uit Ethiopië en Kenia in onze Europese supermarkten.

De monopolies laten de boeren in de Derde Wereld geen andere keuze dan om hun producten goedkoop op de markt te brengen. De kloof tussen de prijzen die de producenten krijgen en de prijzen van voedsel die aan de consumenten worden aangerekend neemt toe, vooral in die landen waar de monopolies de dienst uitmaken.[15] Volgens een studie van de Wereldbank kostte die groeiende kloof de ontwikkelingslanden 15 jaar geleden al 100 miljard dollar per jaar.[16] Tezelfdertijd strijken de multinationals die de landbouwsector domineren superwinsten op. Tijdens de voedselcrisis van 2008 zagen ze hun winsten verveelvoudigen.[17]

De toenemende economische crisis van de laatste jaren heeft de voedselsituatie nog verder verscherpt. Aangezien traditionele investeringsproducten de kapitalistische winsthonger niet meer konden stillen, ging het kapitaal op zoek naar nieuwe investeringsmogelijkheden. De speculatie in waren, waaronder olie en voedsel, werd gedereguleerd en nam exponentieel toe sinds het begin van dit millennium. Als gevolg daarvan zijn de voedselprijzen zeer volatiel en worden ze beïnvloed door grote investeringsfondsen die er alle belang bij hebben om de prijzen op te drijven. De index van de voedselprijzen op de internationale markten piekte in februari 2011 en blijft op recordhoogten.[18]

Hoge internationale voedselprijzen zijn natuurlijk vooral een probleem voor landen die voedsel moeten importeren. Djibouti en Somalië, bijvoorbeeld, zijn voor 100%, respectievelijk 60% afhankelijk van de invoer van granen. Ook stijgende brandstofprijzen hebben een invloed op de lokale voedselprijzen. De prijs van brandstof rees op een jaar tijd met 60% in Ethiopië, 38% in Somalië en 34% in Kenia.[19]

De economische crisis stimuleert ook de investering in landbouwgrond van Derde Wereldlanden. De productie van biobrandstof maakt landbouwgrond een aantrekkelijke beleggingsalternatief. De Ethiopische regering biedt buitenlandse investeerders lease-contracten van 50 tot 99 jaar op 3 miljoen hectaren van de meest vruchtbare landbouwgrond. Het land is nu al koploper in Afrika voor wat buitenlandse concessies betreft en de meeste van deze contracten werden gesloten met buitenlandse privé-bedrijven voor de productie van biobrandstof.[20]

Toegang tot land wordt precair voor de lokale bevolking die grotendeels bestaat uit boeren en nomadische herders. Recent onderzoek toont aan hoe die herders meer kwetsbaar worden voor 'normale' periodes van droogte doordat hun toegang tot land beperkt wordt. Volgens henzelf is dat niet het gevolg van toenemende droogte. De onderzoekers waarschuwen ervoor dat de toekomst van de nomadische herders op het spel staat.[21]

5. Een duurzame oplossing veronderstelt een breuk met het kapitalisme.

Wat kunnen we doen? Het is een logische vraag bij het zien van zoveel leed. Zeggen dat noodhulp geen duurzame oplossing biedt, is een open deur instampen. Maar toch moeten directe noden gelenigd worden. Giften aan de ngo's die zich daar momenteel op toeleggen kunnen daartoe bijdragen, zeker als het om ngo's gaat die ook oog hebben voor de structurele oorzaken van de hongersnood.

Nog belangrijker is het om onze eigen regering op hun verantwoordelijkheid te wijzen en te eisen dat ze met geld over de brug komen. De sommen die zij kunnen mobiliseren zijn veel groter dan de individuele giften. Kijk maar naar de cadeaus die ze de grote banken en bedrijven kunnen toestoppen. In de huidige crisis moet het geld gaan naar de slachtoffers, in eigen land en daarbuiten, en niet naar diegenen die de crisis veroorzaakten.

Een echte, duurzame oplossing kan er echter pas komen als de wereldverhoudingen drastisch wijzigen in het voordeel van het Zuiden. In de eerste plaats is er breder verzet nodig tegen elke vorm van economische, militaire en politieke interventie in de Derde Wereld. Afrika moet de kans krijgen om haar ontwikkeling zelf in handen te nemen.

Op het vlak van de landbouw vertaalt zich dat in de principes van voedselsoevereiniteit. Daarbij staat steun aan de lokale voedselproductie voorop. Lokale producenten moeten de mogelijkheden en de middelen krijgen om de voedselproductie voor de lokale markt te ontwikkelen. Landhervorming is daarbij een primordiale maatregel. Het betekent ook dat wij ons hier in Europa verzetten tegen het vrijhandelsbeleid van onze regeringen, tegen de uitbreiding van de productie van biobrandstof en pleiten voor een onmiddellijke regulering van het investeringsbeleid.

G3W probeert in dergelijke noodsituaties de lokale basisorganisaties te ondersteunen en heeft daarvoor een noodfonds opgericht. Storten kan op BE50 0011 9513 8818 met de vermelding "noodfonds". Wie de dringende humanitaire noden wil lenigen, kan daarvoor terecht bij het consortium 12-12.

[1] http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/07/2011726135256169831...

[2] Donors and governments fail to deliver on East Africa aid effort. Oxfam International Press Release, 20 July 2011.

[3] http://www.guardian.co.uk/global-development/poverty-matters/2011/jul/27...

[4] http://www.guardian.co.uk/global-development/2011/jul/12/east-africa-dro...

[5] http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-13485108

[6] http://blogs.oxfam.org/en/blog/11-07-28-east-africa-preventable-crisis

[7] http://reliefweb.int/node/437760

[8] http://www.guardian.co.uk/global-development/poverty-matters/2011/aug/01...

[9] http://www.intal.be/nl/article/hoorn-van-afrika-de-andere-kant-van-de-ho...

[10] http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/07/2011726135256169831...

[11] http://www.amnesty.org.uk/news_details.asp?NewsID=17747

[12] Collective Punishment: War Crimes and Crimes against Humanity in the Ogaden area of Ethiopia’s Somali Region. Human Rights Watch, June 12, 2008.

[13] Ethiopia: Donor Aid Supports Repression. Human Rights Watch, October 19, 2010.

[14] Eric Holt-Giménez. The World Food Crisis: What's Behind It and What Can We Do About It. Food First Policy Brief No. 16, October 2008.

[15] Power Hungry: Six Reasons to Regulate Global Food Corporations. ActionAid, 2005.

[16] Jacques Morisset. Unfair Trade? Empirical Evidence in World Commodity Markets Over the Past 25 Years. World Bank Policy Research Working Paper No. 1815, April 1997.

[17] Eric Holt-Giménez. The World Food Crisis: What's Behind It and What Can We Do About It. Food First Policy Brief No. 16, October 2008.

[18] http://www.fao.org/worldfoodsituation/wfs-home/foodpricesindex/en/

[19] http://www.fao.org/crisis/horn-africa/frequently-asked-questions/en/

[20] Land grab in Africa: Emerging land system drivers in a teleconnected world. Global Land Project Report No. 1, 2010. www.globallandproject.org/Documents/GLP_report_01.pdf

[21] Fiona Flintan. Broken Lands, Broken Lives? Causes, processes and impacts of land fragmentation in the rangelands of Ethiopia, Kenya and Uganda. Regional Learning and Advocacy Program, Nairobi, 2011.