Syrië, slachtoffer van de Arabische Lente?


Van 21 tot 25 april organiseerden de World Peace Council (WPC) en de World Federation of Democratic Youth (WFDY) een internationale solidariteits- en onderzoeksmissie naar Syrië. 36 organisaties uit 23 landen gingen in op de uitnodiging. Intal is lid van de WPC en stuurde Mario mee.


Vanaf 15 maart 2011 is Syrië betrokken bij de “Arabische Lente”. Maar dit container-begrip verbergt een grote diversiteit aan landen en strijd in de regio, en het legt de hypocrisie van het Westen bloot.

In Tunesië en Egypte kwamen miljoenen ongewapende mensen op straat om Ben Ali en Moebarak te verjagen. En dit terwijl het Westen beide heren tot op het laatste moment steunden. In Jemen werd de president tot aftreden gedwongen na ongewapende protesten die de bevolking tot op vandaag verderzet om haar eisen te realiseren.

Ook in Bahrein kwam de bevolking op straat in april 2011. Deze opstand werd manu militari neergeslagen door het Saoedische leger onder het goedkeurend oog van de VS. De protesten hernamen enkele weken geleden naar aanleiding van de Grand Prix Formule1 die in Bahrein werd georganiseerd. De bevolking maakte handig gebruik van de wereldwijde media-aandacht om haar eisen kracht bij te zetten.

En dan zijn er Libië en Syrië die helemaal niet in het bovenstaande plaatje passen. Hier steunde het Westen wel de protesten die zeer snel overgingen in gewapende opstanden. In Libië nam de NAVO zelfs de rol van luchtmacht van de gewapende rebellen op zich.

Syrië, een land in oorlog

Het beeld over Syrië dat we hier van onze media krijgen is het beeld van een land waar een oorlog woedt tussen de Syrische overheid en de Syrische bevolking. Eens in Syrië wordt dit beeld echter snel bijgesteld en dat begint al aan de grens. Aan de grensovergang van Beiroet naar Damascus was er niet veel te merken van de problemen in Syrië. Alles wordt op minder dan 15 minuten afgehandeld en er is amper controle van de bagage.

In Damascus gaat het leven zijn gang. De mensen gaan naar hun werk, in de populaire al-Hamidiyya Souk in Damascus is het een drukte van belang en het verkeer zit regelmatig strop. Noch het leger, noch de veiligheidstroepen zijn zichtbaar aanwezig in de straten. Er zijn geen protest- of steunbetogingen te zien.

Het verschil tussen de mediaberichten en de realiteit in Syrië is het belangrijkste punt waarover je wordt aangesproken, zowel tijdens officiële ontmoetingen met studenten, vakbonden, religieuze leiders, politici, ... als door mensen in de straat. Zenders zoals Al Jazeera, Al Arabia, France24 … zijn in Syrië overal te ontvangen, thuis en in de hotels. De berichten die ze uitzenden verschillen zo veel van de werkelijkheid dat familieleden uit verschillende steden elkaar regelmatig bellen om te verifiëren wat op tv komt. Vandaag hebben deze zenders in Syrië alle geloofwaardigheid verloren. Ze worden door de Syriërs voortdurend bekritiseerd want ze hebben met vergelijkbare misleidende berichtgeving een buitenlandse interventie in Libië mogelijk gemaakt.

Voor of tegen Assad

Hetzelfde kan er gezegd worden van wat de Syriërs denken over de gewapende rebellen. Zij kunnen op weinig steun bij de bevolking rekenen en krijgen verschillende verwijten naar hun hoofd geslingerd. Hun programma gaat niet veel verder dan de eis tot het aftreden van Assad, regime-wissel dus. Ze worden door het buitenland gefinancierd (Qatar en Saoedi-Arabië beloofden het loon van deze strijders te betalen). Ze brengen de onafhankelijkheid van Syrië in gevaar en roepen om een buitenlandse interventie. Het zijn religieuze extremisten die er niet voor terugdeinzen om terreurtechnieken te gebruiken zoals bomaanslagen in steden als Damascus en Aleppo waarbij ook burgers omkomen.

De Syriërs vrezen vooral het sektarisch geweld dat deze gewapende rebellen promoten. Ze richten zich namelijk niet enkel tegen het Syrische leger, maar ook tegen de minderheidsgroepen in Syrië (christenen, sjiieten, Koerden, …) en zelfs tegen soennieten die het niet eens zijn met hun visie op de maatschappij. Zo werd de zoon van de Moefti van Damascus - de hoogste soennitische geestelijke van het land - vermoord omdat hij zich uitgesproken had tegen de gewapende opstand.

En zo zijn we beland bij de moeilijke evenwichtsoefening die de Syriërs maken. Ze beseffen zeer goed dat een buitenlandse interventie hen enkel in de miserie kan storten. Dit is duidelijk geworden in Irak (waarvan Syrië meer dan 1 miljoen vluchtelingen opvangt) maar ook in Libië. Ze verenigen zich dan ook om de soevereiniteit van Syrië te verdedigen, en tegen de gewapende groepen die om een interventie vragen.

Tegelijk hoor je kritiek op de regering en maken de Syriërs duidelijk dat er verandering moet komen. De eisen van de bevolking zijn legio. Er moet een einde komen aan de corruptie, de situatie van de werknemers moet verbeterd worden, de verslechterde economische situatie moet omgebogen worden, de democratische rechten en inspraak moeten ontwikkeld worden, … . Deze eisen worden vertolkt door oppositiegroepen die al jaren actief zijn, door groepen die onlangs het licht zagen, door verschillende politieke partijen en door de mensen in de straat. Men beseft echter goed dat er van deze eisen niet veel in huis zal komen als het land in een burgeroorlog verzeild geraakt of door het Westen bezet wordt.

Hervormingen

Ook binnen de officiële instanties en bij de aanhangers van de regering hoor je kritiek. De Syrische overheid heeft er dus alle belang bij om zich voor zijn beleid te steunen op de Syrische bevolking. Alleen door te vertrouwen op de grote groep Syriërs die zich keren tegen een gewapende interventie kan het zich er tegen verweren en kunnen de gewapende rebellen geïsoleerd worden.

Onder de druk voor hervormingen werden er al een reeks wijzigingen doorgevoerd. Het gaat dan over het opheffen van de noodtoestand die in 1962 werd ingesteld, de afschaffing van het speciaal Hooggerechtshof, het annuleren van Artikel 8 uit de Grondwet dat stelt dat de Baath-partij de leidende partij is in het staatsapparaat en de hele maatschappij, de wijziging van de grondwet en de kieswet, de uitbreiding van de persvrijheid, etc. De verkiezingen van maandag 7 mei 2012 zijn in dit kader een belangrijke test.

De Syrische oppositie die in navolging van Tunesië en Egypte vreedzaam wil protesteren maar tegelijkertijd een gewapende opstand en buitenlandse interventie verwerpt, komt quasi nooit aan bod in de berichtgeving bij ons. Ze vertolkt nochtans de mening van zeer veel Syriërs. Toch zijn het de door het buitenland gesteunde gewapende rebellen en hun Syrische Nationale Raad met hoofdkwartier in Turkijë die alle aandacht naar zich toe zuigen. Het is een situatie vergelijkbaar met Libië waar de Libische Nationale Raad de steun van het Westen genoot maar die enkel zichzelf vertegenwoordigde. De chaotische situatie in Libië vandaag toont aan dat dit niet veel goeds voorspelt voor het Syrië dat het Westen in gedachten heeft. 

Welke agenda voor het Westen?

Het Westen heeft kant gekozen. De druk die vandaag op Syrië gezet wordt zal niet snel afnemen. De reden hiervoor is niet de binnenlandse politiek van Syrië, maar wel de positie die Syrië over internationale thema's inneemt. In tegenstelling tot Jordanië en Egypte tekende Syrië geen vredesakkoord met Israël dat nog steeds de Syrische Golan-hoogte bezet houdt. Het huisvest ook tal van hoofdkwartieren van Palestijnse organisaties in Damascus. De goede relaties die Syrië onderhoudt met Iran en Hezbollah in Libanon zijn ook een doorn in het oog van het Westen.

Daarnaast is Syrië, naast Libië, het enige land dat weigerde om mee te stappen in het Franse voorstel om tot een meer geïntegreerde markt te komen rond de Middellandse Zee. Syrië schermt zijn binnenlandse markt zoveel mogelijk af van buitenlandse investeerders, ondanks de openingen die het de laatste 10 jaar maakte op vraag van het IMF en de Wereldbank. De sectoren en bedrijven die onder controle staan van de overheid zijn goed voor ongeveer 80% van de werkgelegenheid. Het gaat daarbij niet enkel over het gratis onderwijs, de gratis gezondheidszorg, het openbaar vervoer, … maar ook over grote delen van de agrarische, industriële en dienstensector. Dit is een belangrijke markt die de multinationals graag willen inpalmen.

Redenen genoeg voor het Westen om de gerechtvaardigde eisen van de Syriërs ten overstaan van hun regering te manipuleren voor hun eigen agenda. Dat ze hiervoor de meest extremistische gewapende groepen steunen mag ons na het voorbeeld van Libië niet verbazen. We moeten dan ook erg op onze hoede zijn als onze minister van Buitenlandse Zaken Reynders een humanitaire corridor in Syrië vraagt die indien nodig militair moet afgedwongen worden. Kondigt een volgende Navo-interventie zich aan?

Op zondag 20 mei 2012 organiseert intal een protestactie tegen de Navo. Doe mee en kies een land dat je wil vertegenwoordigen: Flashmob for Peace