Libië: Oorlog is geen computerspel


Op ons tv-scherm lijkt de oorlog op een game of op een serie waar je eens in de week op afstemt. Maar voor de Libische slachtoffers is de oorlog heel reëel.


Collateral damage

De NAVO gebruikt als argument om Libië aan te vallen: “We beschermen de burgers tegen de aanvallen van Khaddafi.” Maar bombarderen en burgers beschermen gaan niet echt goed samen:

  • dinsdag 14 juni. De NAVO bombardeert de Al-Fatah universiteit in Tripoli, met grote schade aan verschillende auditoria – op dat moment zijn gelukkig geen studenten aanwezig.
  • vrijdag 17 juni. De NAVO bombardeert een woonwijk in Tripoli. Er vallen negen doden, waaronder vijf kinderen.
  • zondag 19 juni. De NAVO bombardeert de woning van een voormalige Libische minister in een buitenwijk van Tripoli. Resultaat: dertien burgerdoden.

Vluchtelingen

In Libië werkten voor het begin van de oorlog bijna vier miljoen buitenlandse arbeiders. Ze waren vooral afkomstig uit de buurlanden. Velen onder hen keerden terug naar huis en drijven de al hoge werkloosheidscijfers in Tunesië, Algerije of Egypte verder op. Daarnaast verblijven honderdduizenden mensen in vluchtelingenkampen in de buurlanden, vooral in Tunesië.

Kostprijs

Behalve de hoge humanitaire kost hangt er ook een financieel prijskaartje aan de oorlog. Voor België loopt dit op tot 5 miljoen euro per maand – een stuk meer dan wat De Crem aanvankelijk vooropstelde. Bij het begin van de oorlog verklaarde de Britse minister van Financiën Osborne dat de operatie in de tientallen miljoenen pond zou lopen, maar nooit de kaap van 100 miljoen pond zou overschrijden. Drie maanden later moest zijn Defensiecollega al toegeven dat de Britse belastingbetaler 48,5 miljoen euro per maand betaalt en dat de rekening voor zes maanden oorlog minstens 291 miljoen euro zal bedragen, waarvan 158 miljoen euro alleen al aan munitie en bommen. De Verenigde Staten gaven sinds het begin van de oorlog al meer dan 500 miljoen euro uit. Niet slecht in tijden van financiële crisis en drastische besparingen.