Ooggetuige Haïti : “Een vliegtuig met veldhospitaal van AzG werd weggestuurd”

Joris Willems van Broederlijk Delen was in Haïti op het ogenblik van de aardbeving. Dat de eerste dagen na de ramp de VS-militairen voorrang kregen op de hulpgoederen, vindt hij schandalig.

Op zijn blog lezen we “Ik stond recht op mijn dak op het moment van de aardbeving en werd gewoon tegen de grond gesmeten. Ik greep me vast aan enkele betonijzers, zag een bijna vol waterreservoir van 1.500 liter op mijn dak dansen, stofwolken die opdoken in dat prachtige zicht op de stad en de baai van Port-au-Prince dat ik had... Ik hoorde gillen, krijsen, gebouwen vallen, ook van huizen van mijn naaste buren en dan enkel nog stof en nog eens stof.”

Hoe reageerden uw Haïtiaanse buren eens het stof was gaan liggen?

Joris Willems: "Er werd veel gebeden natuurlijk, maar de mensen kwamen samen op straat en installeerden zich buiten. Er was een grote solidariteit: mensen deelden water en eten met mekaar. Ik heb ook gemerkt dat de mensen zich spontaan organiseerden. Ons huis staat bovenaan een heuvel en ik ging met mijn buur naar beneden. We kropen onder een omgevallen boom door en onmiddellijk was er een groepje mannen die ons controleerden en vroegen wie we waren en wat we kwamen doen. Toen ik rondreed in de buurt, zag ik een uitbater van een supermarkt die nog overeind stond en die gratis flesjes water aan het uitdelen was."

In onze berichtgeving horen we veel over plunderingen en geweld. Haïti is zo al een gewelddadige samenleving en deze chaos zou dat alleen maar kunnen vergroten, wordt gezegd.

 Thomas De Boever - Broederlijk Delen

Joris Willems: "Dat wordt enorm overdreven. Haïti heeft een imago dat het echt niet verdient. Voor de aardbeving waren er de zogenaamde “rode zones” waar je als blanke beter niet kwam. Maar ik kwam ’s avonds geregeld buiten en ik ging in die wijken soms op café. Ik heb daar nooit echt problemen gehad. Ik vond voor de aardbeving al dat er een soort paranoia werd onderhouden onder de expats. Over die plunderingen waar men het over heeft: ik heb daar niets van gemerkt. Integendeel, ik heb mensen mekaar zien helpen voor zover ze dat konden.

Maar de eerste dagen na zo’n ramp zijn wel beslissend. Ik vind het ronduit schandalig dat de VS-militairen juist die eerste dagen voorrang gegeven hebben aan het binnen brengen van hun militairen en aan het evacueren van buitenlanders, en dat ten nadele van de hulpgoederen. Ik heb met mijn eigen ogen gezien dat er privéjets konden landen en vliegtuigen van het Amerikaanse leger, maar dat een vliegtuig van Artsen zonder Grenzen met een veldhospitaal werd weggestuurd. Natuurlijk bestaat het gevaar dat mensen wanhopig worden, wanneer ze na een week of meer nog geen hulp gezien hebben. Maar als die mensen dan winkels of gebouwen binnen breken op zoek naar water en voedsel, zijn dat dan plunderingen? Het is duidelijk dat als broodnodige hulpgoederen – doelbewust of niet – worden tegengehouden, de Haïtianen wanhopiger zullen worden en dat op die manier een Amerikaanse bezetting een kans op rechtvaardiging krijgt."

Je hoort geregeld dat de Haïtianen niet liever hebben dan dat de VS-militairen hen komen helpen.

Joris Willems: "Natuurlijk willen de mensen na zo’n aardbeving hulp. Maar de Haïtianen zijn een fier volk, ze waren voordien al niet tuk op de Minustah, de blauwhelmen van de VN. Nu komen daar nog eens de Amerikanen bij en morgen misschien nog Europese soldaten. Als dat lang duurt, zullen ze dat niet pikken. Vergeet ook niet dat de Haïtianen ervaring hebben met Amerikaanse bezettingen. Tussen 1915 en 1934 en tussen 1994 en 1997 was hun land bezet door de Amerikanen. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft deze bezettingen nooit aanvaard."

Waarom heeft de Haïtiaanse regering zo snel toegezegd om de luchthaven onder controle van het VS-leger te geven?

Joris Willems: "De Haïtiaanse overheid is zwak en vaak erg meegaand als het op buitenlandse voorstellen aankomt. Een gevolg van de vele buitenlandse interventies en voor een stuk ook van de corruptie van een deel van de Haïtiaanse politieke klasse. Ook economisch zijn er individuen en overheden met grote belangen. Zo kon het land 30 jaar geleden nog voor 90 % voorzien in de eigen voedselbehoeften, vandaag is het meest optimistische cijfer: 45 %. Dat komt door de neoliberale politiek die de voorbije decennia werd opgelegd door instanties als het Internationaal Monetair Fonds: de markten moesten open gegooid worden voor buitenlandse producten, de subsidies aan de kleine boeren werden afgeschaft, enz." 

Europa maakt nu meer dan 400 miljoen euro vrij, waarvan een groot deel voor structurele hulp. Welke zijn voor u de voorwaarden voor een echte toekomst van Haïti?

Joris Willems: "Eerst en vooral moet men luisteren naar de Haïtianen. Men moet het middenveld betrekken en geen buitenlandse projecten droppen zonder dialoog. Het is Haïti, niet België of Europa. Ontwikkeling moet komen vanuit de Haïtianen zelf en aansluiten bij hun cultuur en eigenheid."

Alternatief ontwikkelingsmodel

Joris Willems werkt voor Broederlijk Delen bij de partnerorganisatie PAPDA, dat staat voor “Plateforme Haïtienne de Plaidoyer pour un Développement Alternatif”, en pleit voor een alternatieve ontwikkeling. “PAPDA wil de woordvoerder zijn van een aantal Haïtiaanse lidorganisaties die actief zijn onder de boeren, de vrouwen, de mensenrechtenactivisten, de jongeren... PAPDA pleit voor een alternatief model dat staat tegenover het ontwikkelingsmodel dat overheersend is en waarbij men van bovenaf onze westerse visie op ontwikkeling wil opleggen. Ons model vertrekt daarentegen van de problemen van de lokale mensen. We vinden het ook belangrijk om de Haïtianen te helpen hun overheid te versterken, ook al is die zwak en soms corrupt. 

Er zijn meer dan 200 ngo’s actief in Haïti, maar doordat zij de overheid meestal links laten liggen, krijg je dikwijls het effect dat de overheid actief ondergraven wordt.

 

Intal heeft geen partners in Haïti, maar ondersteunt de Cubaanse medische missie in Haïti. Meer info over deze missie vind je hier.