Multinationals: de aartsvijanden van het klimaat

“Elke vijf seconden wordt het equivalent van het gewicht van een Eiffeltoren aan natuurlijke bronnen ontgonnen uit ecosystemen en mijnen.”


Op het moment dat we vaststellen dat multinationals steeds machtiger worden, is het belangrijk na te denken over hun impact op het klimaat en het milieu.


Multinationals breiden hun activiteiten steeds meer uit over de hele wereld: via verhuizingen, fusies, overnames, commerciële allianties en buitenlandse investeringen, maar ook dankzij verschillende internationale verdragen en akkoorden die hen een steeds groter en vrijer speelveld verschaffen. Deze macht heeft een keerzijde: multinationals worden er regelmatig van beschuldigd door hun activiteiten een hand te hebben in de vernieling van het milieu en het klimaat, de vervuiling van kustgemeenschappen of het schenden van de rechten van hun werknemers en onderaannemers.(1)

Heel veel activiteiten van de multinationals zijn erg vervuilend en verwoesten het milieu én de natuurlijke dammen die mensen beschermen tegen natuurlijke rampen zoals tyfoons, stormen, droogtes, enz. Anders gezegd, door de klimaatverandering komen deze rampen steeds vaker voor en neemt hun kracht zienderogen toe.

In de volgende gevalstudies bekijken we enkele voorbeelden van activiteiten die een aanzienlijke impact hebben op het milieu, het klimaat en mensen in landen in het Zuiden. In “het Zuiden”, omdat deze activiteiten illegaal zijn in Europa en de Verenigde Staten, en multinationals profiteren van corrupte regeringen of het ontbreken van een reglementering in het Zuiden om hun winst koste wat het kost te vergroten.

De oliebedrijven

Het ontginnen van olie is in de hele wereld verantwoordelijk voor ontbossingen, erosie en de vernieling van land. Het proces van olieontginning gaat gepaard met het lozen van giftige ontginningsstoffen in rivieren, terwijl kapotte oliepijpen voortdurend voor olielekken zorgen. Bovendien vernielt de aanleg van wegen naar afgelegen sites onontgonnen gebieden en kostbare habitats van biodiversiteit.

Het grootste deel van de veelbelovende olie- en gasreservoirs bevinden zich diep in regenwouden.(2) Hoewel deze fossiele brandstoffen ontgonnen kunnen worden zonder al te veel schade aan te brengen aan het milieu, kiezen regeringen en oliemultinationals doorgaans eerder voor snelheid dan voor respect voor het milieu of de belangen van de lokale bevolking. Volledige lappen grond worden vernietigd om er olieputten te graven, wat leidt tot een vervuiling van grond en water, ontbossing, een aanzienlijk uitsterven van fauna en flora en een toename van de uitstoot van broeikasgassen.

Talrijke activiteiten van multinationals zouden onze woorden kunnen staven maar we beperken ons hier tot slechts één: Total (waarvan de belangrijkste aandeelhouder een Belg is: Albert Frère). Met een omzet van 189,5 miljard euro in 2013 is Total een reus in de ontginningsindustrie. Niettemin werd de onderneming in het verleden verscheidene keren beschuldigd van corruptie en aansprakelijk gehouden voor schade aan het milieu. Bovenop het vervuilen en het vernietigen van het milieu door olieontginning, concentreert de multinational zich steeds meer op activiteiten die gevaarlijk zijn voor het milieu: schaliegas en fracking. De Franse onderneming investeert enorm veel in deze gevaarlijke technieken. In plaats van geld te steken in de ontwikkeling van alternatieve technieken en hernieuwbare energie, verkiest de multinational de natuurlijke bronnen tot de laatste druppel uit te putten, ten koste van het milieu, het klimaat en het welzijn van de mensen.

De klimatologische gevolgen van de activiteiten van Total wegen bijzonder zwaar. Een concreet voorbeeld is het “affakkelen van gas”. Deze praktijk houdt in het gas dat in de atmosfeer ontsnapt te verbranden, en dit om louter economische redenen, met als gevolg een toename van de uitstoot van broeikasgassen. De resulterende luchtvervuiling veroorzaakt zure regen, wat op zijn beurt de toegang tot gezond drinkwater bemoeilijkt. De getuigenissen van mensen die in de buurt van de olievelden wonen in Nigeria zijn duidelijk: “Op dit moment gebruiken we in onze gemeenschap geen regenwater meer door de vervuiling die veroorzaakt wordt door de gasverbranding. Ook onze golfplaten daken kunnen er niet meer tegen.”(3) Zouden de multinationals niet enkel denken in termen van winstmaximalisatie, zou dit gas nochtans gebruikt kunnen worden door de omwonenden die moeilijk toegang hebben tot energie.

Om al deze redenen is de praktijk van gasverbranding sinds 1984 bij wet verboden in Nigeria, maar de olie- en gasmultinationals blijven het toepassen, mede door het uitstelgedrag van de regering. In hun antwoord aan de “Vrienden van de Aarde”(4), naar aanleiding van hun nominatie voor de Pinocchio Awards(5), schrijft Total dat “om juist te zijn, verbranding sinds 1984 mogelijk is na toestemming.”. Dit argument wordt verworpen door de Vrienden van de Aarde en Sherpa die eraan herinneren dat het Federaal Hooggerechtshof van Nigeria het verbod op verbranding in 2005 heeft bevestigd. Het vroeg Total bovendien deze “toelatingen” waarop het zich beroept te publiceren. De Totalgroep voegt daaraan toe dat ze in hun activiteiten werken aan een progressieve reductie van de verbranding en “zeer actief” te zijn in een door de Wereldbank opgerichte groep rond het thema. Total preciseert niet vanaf welke datum het de Nigeriaanse wet zal naleven.(6) Dit is een goed voorbeeld van het niet respecteren van het milieu door de multinationals en de gevolgen voor de opwarming van de aarde.

Bovendien blokkeert Total, net als andere multinationals, de ontwikkeling van technologieën omtrent hernieuwbare energie. Hoe? Door het kopen van patenten voor deze nieuwe technologieën maar er vervolgens zeer weinig of geen onderzoek rond te doen. Wat tot gevolg heeft dat de ontwikkeling van deze alternatieven geblokkeerd wordt. De praktijken van de oliemultinationals zijn met andere woorden een rem op de oplossingen voor de opwarming van de aarde.

De mijnindustrie

De multinationals van de mijnsector zijn bij de meest verwoestende. Nemen we als voorbeeld de mijnen van zwart vulkaanzand die uitgebaat worden door (de Belgische ondernemingen) Jan De Nul en DEME in de Filipijnen. Met een omzet van 2,1 miljard en 2,53 miljard euro in 2013 zijn deze ondernemingen de leiders in deze sector.

Volgens P-Magazine(7) verzwakt de ontginning van teerzand en grond in de Filippijnen door de Belgische ondernemingen Jan De Nul en DEME de natuurlijke kustbarrières en worden die nog kwetsbaarder voor overstromingen en tyfoons. Hierdoor verkleinen de overlevingskansen van de lokale bevolking tijdens een tyfoon of een storm. Vele duinen zijn vernietigd. Wanneer het water stijgt, zijn er geen natuurlijke dammen meer om de dorpen te beschermen en worden de gewassen volledig vernield.

De vervuiling, veroorzaakt door deze activiteiten, treft alle bodems en vergiftigt de vissen die het dagelijks brood zijn voor de inwoners van deze dorpen waar de belangrijkste economische activiteit de visvangst is. Er bestaat met andere woorden een reëel gevaar voor de ecosystemen. Bovendien worden inwoners gedwongen te verhuizen naar verder landinwaarts gelegen gebieden of naar de stad waar ze niet langer over hun bron van inkomsten beschikken en zeer snel in extreme armoede belanden.

In het noorden van het Filipijnse eiland Luzon bestond de kust tien jaar geleden nog uit onaangeroerde stranden en duinen, oude vissersdorpen, maagdelijke bossen, de Sierra Madre. Vandaag is dit droomlandschap vervangen door stranden vol zandkraters, overstromingen, gigantische energievretende vrachtwagens, rivieren veranderd in industriële afvoerpijpen, giftige meren, gekapte bossen, nauwelijks vissen, terreur en dood.

Dit alles door het zwarte vulkaanzand. Rijk aan mineralen als titanium en vooral het kostbare magnetiet (een zwart en magnetisch mineraal), is dit zand heel geliefd geworden bij de mijnbouwmultinationals. Magnetiet wordt gebruikt in de staal- en bouwindustrie en in producten zoals verf, magneten, inkt, juwelen, papier en cosmetica. Het vulkanisch zand dat ontgonnen wordt heeft ook een andere kwaliteit: door zijn moleculaire structuur is het geschikt voor de creatie van nieuwe grond. Singapore bijvoorbeeld is de voorbije 30 jaar met 20% gegroeid, door land te winnen op de zee.(8) Maar aangezien de voorraad zand in Singapore sinds de jaren ’60 uitgeput is, moet het zand massaal ingevoerd worden uit het buitenland. En hetzelfde geldt voor andere landen. De Filipijnen liggen dus in het vizier van de multinationals die vechten om deze dure en zeldzame grondstof waar elk jaar meer vraag naar is. Alle manieren zijn goed: er bestaat momenteel een heuse zandmaffia en er heeft zich een belangrijke smokkel in zwart zand ontwikkeld. Andermaal plaatsen de multinationals hun winststrategieën boven alles, ten koste van het milieu, het klimaat en de mensen. 

Coca-Cola en de plundering van water

De olie- en mijnondernemingen zijn niet de enigen met een directe impact op het milieu en het klimaat. Ook naar de voedingsmultinationals wordt gewezen omwille van hun fabricatieprocedures en de vervuiling die veroorzaakt wordt door het groeiende transport.

Het meest sprekende en opmerkelijke voorbeeld is Coca-Cola (omzet in 2013: 44,63 miljard euro). Of het nu in Mexico of Indië is, overal worden de activiteiten van de keten bekritiseerd door burgers en organisaties.

In de hele wereld wordt water een steeds zeldzamer goed. Vele landen in het Zuiden kennen grote droogtes die volgens het IPCC-panel in de loop der jaren alleen maar zullen toenemen. Nochtans verbruiken de activiteiten van bepaalde multinationals zoals Coca-Cola (maar vanzelfsprekend niet alleen zij) een indrukwekkende hoeveelheid water. Door deze activiteiten hebben de lokale inwoners geen water meer voor hun eigen landbouw, maar ook niet meer voor hun basisbehoeftes (hygiëne, keuken, drinkwater, enz.).

Coca-Cola heeft enorme hoeveelheden water nodig: 10,000 liter per seconde op wereldniveau, waarvan iets minder dan 40% gebruikt wordt voor de frisdrank. De overige 60% wordt gebruikt voor andere aspecten van de productie: voor spoelen en schoonmaken, en voor verwarming of airconditioning. Met andere woorden, om 1 liter drank te maken, verbruikt de onderneming gemiddeld 2,5 liter water.(9) Om de drank in te blikken, trekt de onderneming zich niets aan van de vervuiling die veroorzaakt wordt door de productie van de verpakking(10), noch van het opdrogen van de waterbronnen die hiermee gepaard gaat in verschillende landen. In Mexico heeft het bedrijf verscheidene waterbronnen geprivatiseerd, waardoor lokale gemeenschappen er geen toegang meer toe hebben. Dit alles met de onvoorwaardelijke steun van de regering van Vicente Fox (2000-2006), de vroegere president van Coca-Cola Mexico. Dit private gebruik van waterbronnen, die daarvoor collectief eigendom waren, vermindert de toegang tot water voor de lokale bevolking drastisch. Het Coca-Cola fabriek in San Cristóbal (Chiapas, Mexico) verbruikte in 2004 meer dan 107 miljoen liter water, evenveel als het verbruik van 200,000 gezinnen. Behalve het bemoeilijken van de toegang tot water voor de gezinnen, stoot de multinational grote hoeveelheden industriële afval uit die het weinige water waarover de gezinnen beschikken vervuilt. Wetende dat water cruciaal is voor de mens, maar ook voor de ontwikkeling van biodiversiteit en het milieu, is het onaanvaardbaar zulke praktijken te laten doorgaan. Zo niet stevenen we af op droogtes die kunnen leiden tot een globale catastrofe.(11)

Monocultuur van palmolie

De multinationals die palmolie gebruiken (zoals Nestlé, Unilever, PepsiCo, Ferrero,…) zijn niet de minsten wat de gevolgen voor het milieu betreft. Hun doel is voor alles het maken van winst, dus aarzelen ze niet om de lokale landbouw en hele bossen te vernietigen, extreem vervuilende producten te gebruiken (RoundUp en andere pesticiden, fungiciden, insecticiden,…), monocultuur te bedrijven met de bedoeling de massahandel en hun winsten te vergroten, en dit zonder enige gegeven toestemming.

In de praktijk dragen we elke dag, ongewild of uit desinteresse, bij aan de toename van ontbossing door voedingsproducten te kopen die palmolie bevatten. Enkele decennia geleden nog onbekend, vandaag is deze goedkope voedingsolie binnengedrongen in bijna het volledige aanbod aan koeken en chips, maar ook smeerpasta’s, kindermelk, chocolade, bereide maaltijden, en cosmetica.

Zo is palmolie sinds 2010 de meest geconsumeerde olie ter wereld (25%), voor sojaolie (24%), koolzaadolie (12%) en zonnebloemolie (7%). De vraag neemt steeds toe, met consumptieschattingen tot 40 miljoen ton tegen 2020, in vergelijking met de 22,5 miljoen ton in 2010! Tezelfdertijd dient de olie die we lokaal produceren als biobrandstof voor de motors van onze wagens. Zo consumeert elke Fransman gemiddeld 2 kilo palmolie per jaar met daaraan gekoppeld alle negatieve gevolgen van dien.(12)

Tussen 1990 en 2005 hebben de palmolieplantages in Maleisië en Indonesië geleid tot een ontbossing van respectievelijk 1,1 en 1,7 miljoen hectare regenwoud. De steeds groter wordende vraag naar palmolie en de snelle afname van beschikbare grond in deze landen, zorgt ervoor dat multinationals zich richten op andere gebieden zoals het regenwoud van het Congo-bassin. Dit blijkt uit een nieuw onderzoeksrapport van de Rainforest Foundation UK (RFUK) dat de nadruk legt op de spectaculaire ontbossing in het Congo-bassin met betrekking tot de aanleg van palmolieplantages.

Zowat tweederde (115 miljoen hectare) van het totale bosoppervlak van het Congo-bassin heeft een bodemsamenstelling en klimaat dat geschikt is voor de palmoliecultuur. Deze gunstige omstandigheden zijn ook de multinationals niet ontgaan. Verschillende bedrijven met basis in Maleisië, Frankrijk, België (zoals SIAT in Gabon of FELISA in Tanzania)(13), Italië, Spanje, China, Singapore, de Verenigde Staten en Canada zijn betrokken in de bestaande palmolieplantages of plannen een plantage in het Congo-bassin. Het onderzoeksrapport schat dat het aantal ontbossingen meer dan verdubbelen zal in sommige gebieden in de landen in het Congo-bassin: een toename van 140% in Gabon, 90% in Congo en 30% in Kameroen. Zo zullen volgens de RFUK de ondernemingen die palmolie exploiteren de volgende zes jaar verantwoordelijk zijn voor de volgende ontbossingoppervlaktes: 22,000 hectare door de Aziatische onderneming Olam in Gabon(14), 10,000 hectare door Herakles Farms (VS) in Kameroen, en 30,000 hectare door Atama Plantations SARL (Maleisië) in Congo.(15)

De gigantische palmolieplantages hebben desastreuze gevolgen voor het milieu en vernielen ook hier de natuurlijke dammen tegen stormen en andere natuurrampen. Palmen zijn geen bomen maar planten. De ontbossing door de palmolieproductie bedreigt de biodiversiteit (wanneer een primair bos getransformeerd is in een plantage, bedraagt het verlies aan biodiversiteit 85%) en vernietigt alle natuurlijke functies van een bos. Zo slaan oliepalmen drie keer minder CO2 op dan bomen, wat een direct gevolg heeft voor de opwarming van de aarde. De ontbossing voor palmolie heeft van Indonesië één van de grootste uitstoters van broeikasgassen ter wereld gemaakt. Bovendien beschermen deze plantages de lokale bevolking niet langer tegen natuurrampen. Een gediversifieerd bos, d.w.z. een bos met verschillende bomen met een verschillende leeftijd, zal veel resistenter zijn tegen stormen dan een bos dat slechts uit één soort boom bestaat; een rijk bedekte bodem zal minder onderhevig zijn aan verwoestijning of grondverzakkingen. Kortom, zonder de bossen zullen droogtes en overstromingen toenemen, gebieden eroderen, het klimaat opwarmen en planten- en diersoorten verdwijnen. 

Besluit

Tot slot, het is overduidelijk dat multinationals -- achter hun modieus discours van “Greenwashing”(16) -- voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de vernieling van het milieu met alle gekende gevolgen voor het klimaat (uitstoot van broeikasgassen, droogtes, uitputting van natuurlijke bronnen, ontbossing, verlies van biodiversiteit…de lijst is lang) en zoals we al gezegd hebben: vele voorbeelden bewijzen dit.

We hebben gezien wat dit betekent in de mijnbouw, de olieontginning, de voedingssector en de landbouw: elke multinational draagt bij aan de klimaatsverandering. Dit op een directe manier door de aard van hun activiteiten en de overexploitatie van natuurlijke bronnen, maar ook op een indirecte manier door steeds meer te willen produceren: een toename van CO2-uitstoot, transport, industriële afval, waterverbruik, enz.

Het is hoog tijd om wakker te worden en op te komen tegen de multinationals en hun dodelijke en vernietigende strategie van winstmaximalisatie. Als we zo verder doen, steven we af op een klimaat- en milieuramp. We moeten “NEEN” zeggen aan de multinationals en ons richten op een lokale landbouw en handel, en op nieuwe vormen van schone energie.

                                                             - Change the system, save the climate-

1 - http://multinationales.org/Comment-mettre-les-entreprises geconsulteerd op 26 februari

2 - http://fr.mongabay.com/rainforests/0806.htm geconsulteerd op 4 maart

3 – De in 2012 verzamelde getuigenissen zijn hier verzameld (http://bit.ly/1uHz2tX - in het Engels).

4 - De Federatie van Vrienden van de Aarde Frankrijk is een vereniging voor de bescherming van mens en milieu -- een non-profit organisatie onafhankelijk van elke economische en religieuze macht. Opgericht in 1970, nam het deel aan de oprichting van de milieubeweging in Frankrijk, en de vorming van het eerste mondiale milieuproblematieknetwerk, Friends of the Earth International, actief in 77 landen met 2 miljoen leden.

5 – De Pinocchio Awards, georganiseerd door Vrienden van de Aarde Frankrijk, in samenwerking met de CSIR en Volkerensolidariteit, zijn bedoeld om de negatieve effecten van een aantal multinationals te illustreren en aan de kaak te stellen -– effecten die volledig in strijd zijn met het concept van duurzame ontwikkeling waarmee ze op grote schaal goochelen.

6 -  http://www.cetri.be/spip.php geconsulteerd op 10 maart 2015

7 - http://nieuwsbrief.thinkmedia.be/p-magazine/dossier/Haiyan2.pdf geconsulteerd op 10 maart 2015

8 - http://m3m.be/news/philippines%C2%A0-un-accord-europ%C3%A9en-expose-la-p... geconsulteerd op 4 maart 2015

9 - www.notre-planete.info/actualites/actu_3848.php geconsulteerd op 4 maart 2015

10 – bijvoorbeeld: de blikjes zijn van aluminium, en aluminium (bauxiet) komt uit de mijnen en is zeer vervuilend. Voor meer info, zie: http://www.amisdelaterre.org/Aluminium-de-plus-en-plus-consomme.html?var...

11 - http://alternative21.blog.lemonde.fr/2014/02/05/coca-cola-le-reve-mexicain/ geconsulteerd op 4 maart 2015

12 - http://www.notre-planete.info/actualites/actu_3848.php geconsulteerd op 4 maart 2015

13 – Zie het dossier, “Palmiers à huile en Afrique”, http://wrm.org.uy/fr/files/2013/01/Palmier_a_huile_en_Afrique.pdf

14 – Meer info over OLAM in Afrika: www.jeuneafrique.com/Articles/Dossier/ARTJAJA2615p078.xml0/investissemen...

15 - rapport RFUK Seeds of Destruction

16 – Definitie van Greenwashing volgense ADEME: http://antigreenwashing.ademe.fr/

 

Beeld/bron:

http://www.prisedeconscience.org/videos/vignettes/rechauffement_mensonge...