
04-01-2010
0 comments
Trefwoorden
- Pays | Landen: Ander land
- Tags: afghanistan
- Thème | Thema: Oorlog en Bezetting
Andere artikels door Danny C
Kabul, een verhaal van schreeuwende ongelijkheid
Interview met Samir Hamdard, een Afghaan net terug van een bezoek aan zijn land
Samir Hamdard is voorzitter van het solidariteitscomité 'Afghan Cultural Center'. Hij woont in Brussel, maar heeft zijn roots in Afghanistan. Samir is pas terug uit Kabul als we hem ontmoeten. Hij leefde enkele weken in de arme volkswijken van Kabul en heeft er in ieder geval een zware verkoudheid aan overgehouden. Een directe getuigenis over het leven zoals het is in de hoofdstad van Afghanistan.
Samir: “Verwacht van mij geen overzicht van de situatie in het land. Ik heb Kabul gezien, er geleefd samen met de mensen in de vluchtelingenkampen en in de volkswijken. Maar de rest van het land heb ik niet gezien en dit om twee redenen. Vooreerst is het 25 km buiten Kabul al onveilig en riskeer je – zelfs als 'buitenlandse' Afghaan – je leven, en verder had ik mijn handen vol met het opzetten van ons solidariteitsinitiatief 'Solidarity Shop'.
Het eerste wat je opvalt als je door Kabul wandelt, is de tegenstelling tussen rijk en arm. Tussen de grote villa's van de nieuwe rijken, de moderne buildings van de buitenlandse banken, de prestigieuze auto's van de grote ngo's aan de ene kant, en de leefsituatie van de gewone mensen aan de andere kant. Kinderen trachten een centje bij te verdienen door schoenen te poetsen, water te verkopen, religieuze boekjes aan de man te brengen. Ze scharrelen zo een schamele 50 afghani per dag bij elkaar (0,75 euro). Terwijl de villa – met zwembad – van een lid van de regering of een andere hoge piet 35.000 euro per maand aan huur kost.
De shoppingcenters stralen luxe en rijkdom uit. Maar gewone Afghanen zie je daar niet, wel westerse of Indische zakenmannen... Alle shoppingcenters worden ook zwaar bewaakt. Overal zie je dit beeld. De vooruitgang is er voor enkelingen die schatrijk worden, voor de gewone mensen is er onzekerheid en armoede. De stad zelf is ook vuil, niet onderhouden, en een flessenhals voor de duizenden auto's die meer stilstaan dan rijden.
Een muur tegen de bevolking
De rijken zitten verscholen. Hun villa's zijn omringd met één, twee, soms drie muren. Aan elke muur is er security, word je afgetast en gecontroleerd. Idem bij alle regeringsgebouwen. Hele huizenblokken worden afgesloten door checkpoints, waar je enkel doorkomt met een speciaal pasje. De hoofdstraten van de stad kan je doorrijden, maar overal is het “verboden af te slaan”. Iedereen is bang. Een taxichauffeur vertelde me dat hij elke morgen afscheid neemt van zijn familie, alsof het de laatste dag van zijn leven is. De veiligheid is verbeterd, zegt men, maar ik krijg niet die indruk. Als de Amerikaanse troepen terugkeren van een missie en naar hun kazerne rijden, wordt het verkeer overal lamgelegd. Iedereen moet uit de weg. En iedereen maakt ook dat hij wegkomt, want stilstaan en kijken hoe de Amerikanen passeren, dat is je leven riskeren. Tijdens mijn verblijf van enkele weken heb ik zelf gehoord van twee aanslagen, waarvan één vlak naast de Pakistaanse ambassade. De algemene reactie hierop is: “Eigen vel eerst”. Een vrouw die gevlucht is uit een oorlogszone vertelde mij hoe het Amerikaans leger opereert. Als ze een 'verdacht' dorp binnenvallen, verplichten ze alle mannen om zich uit te kleden, op zoek naar verborgen wapens of munitie. En dit in het bijzijn van de kinderen: heel vernederend. Dat is al voldoende om die mensen te doen besluiten zich aan te sluiten bij de Taliban.
Corruptie
Als je met de man in de straat praat, is het eerste gespreksonderwerp de corruptie, met verhalen over ministers of gouverneurs die ineens schatrijk geworden zijn. Een naam die voortdurend valt is die van de halfbroer van president Karzai, Ahmed Wali, bijgenaamd 'mister asfalt'. Die zou miljoenen dollar verdiend hebben via lucratieve contracten voor het herstel van de wegen. Maar wat de mensen het meest ergert is de dagelijkse corruptie. Politiemensen en ambtenaren krijgen een schamel loon van 100 of 200 dollar en vullen dit onbeschaamd aan met 'premies'. Voor elk officieel papier moet je twee keer betalen, eenmaal aan het loket en eenmaal aan de ingang van het bureau, bij een 'bemiddelaar'. Al die soldaten, al die politiemensen die aangeworven en 'opgeleid' werden door het Westen vormen een echte plaag. En dat heet dan “hulp aan de opbouw van een rechtsstaat”. De mensen zeggen dat de corruptie nog nooit zo erg is geweest als nu.
Vergeten vluchtelingen
De meest schrijnende toestanden in de stad vind je in de vluchtelingenkampen. 'Kampen' is een groot woord: enkele tenten en platen op een braakliggend terrein, zonder sanitair of water. Hulp van internationale instanties is er niet. Het is een vergeten bevolkingsgroep, waar niemand naar omkijkt.
De toestroom van vluchtelingen is enorm. Het gaat om mensen – honderdduizenden – die teruggekeerd zijn uit Pakistan of Iran en om mensen die de gevechtszones ontvlucht zijn. Let wel, de families die ik gesproken heb zeggen dat de reden waarom ze gevlucht zijn de bombardementen van de VS of de Navo zijn. Over de taliban zijn ze lakoniek: “Onze meisjes mochten niet naar school onder de vroegere koning, ze mochten niet naar school onder de taliban en nu kunnen ze niet naar school, want we zijn te arm. Wat is het verschil?” En inderdaad, de kinderen uit de vluchtelingenfamilies gaan nauwelijks naar school. Velen trekken er elke dag op uit om wat bij te verdienen. En diegenen die wel naar school gaan komen terecht in... een tent, met in het beste geval een schoolbord. Als het regent is er sowieso geen school, want de klas staat onder water. Dat wil zeggen: driekwart van het jaar. Kinderen zijn voortdurend ziek. In de zomer vooral malaria, in de winter longaandoeningen, naast bevroren ledematen. Want in de tentenkampen is er geen verwarming.
Afghanistan heeft het trieste record van het hoogste aantal weduwen in verhouding tot de bevolking. Men spreekt van anderhalf miljoen, waarvan 30 à 50.000 in Kabul alleen al. Dit is de doelgroep van onze 'Solidarity Shop'. We ondersteunen families waarvan de vader gestorven is. Het gaat om families die de oorlogszones ontvlucht zijn. De bedoeling is deze families te helpen, te zorgen dat de kinderen naar school kunnen en dat de moeders weerbaarder worden.
Voor meer informatie over de Solidarity Shop kan je rechtstreeks contact opnemen met Samir Hamdard: 0486 56 93 59.
Andere inhoud
Agenda
- 14-08-2010La Tentation, Brussel20.00
- 11-09-2010Sint-Pietersplein, Gent15.00
- 12-09-201012.16
Recentste artikels
Cuba
DR Congo
Filippijnen
Latijns Amerika
Midden-Oosten
Palestina
Mensenrechten
Oorlog en Bezetting
Recht op gezondheid
Sociale gelijkheid
Soevereiniteit
Solidariteit
Zuid Partners


Delicious
Facebook
Google
Yahoo





