Het kapitalisme, het milieu en de mens

Is het mogelijk om kapitalisme en duurzame ontwikkeling te verzoenen?


Het milieu is verwoest en het liberaal offensief raast verder. De ideologen van het kapitalisme beweren dat er geen enkel alternatief is en bedenken het groene kapitalisme. In de laatste rapport van de VN van 2012 wordt vastgesteld dat de vrije markt geen oplossing biedt voor de problemen van de mens. Toch wordt het economisch systeem zelf niet in vraag gesteld. Was het rapport een schreeuw in de woestijn?


Kinderen leren het op school: de ecologische verwachtingen - vervuiling, klimaatveranderingen en exploitatie van natuurlijke grondstoffen - maken onze planeet steeds minder geschikt voor een menswaardig leven en bedreigen talrijke planten- en diersoorten met uitsterven.

Progressieven/activisten van over de hele wereld klagen het al jaren aan: het kapitalisme maakt ons dagelijks leven steeds moeilijker en veroorzaakt terugkerende crisissen. Zelfs de belangrijke media spreken van een ‘democratisch deficit’.

Lucien Sève stelt ons de vraag of het fundamentele vraagstuk niet moet luiden: “Wat voor mens willen wij zijn?”

Het liberale offensief drukt succes uit in termen van loondruk en financiële deregulering. Maar zijn grootste overwinning is dat het de meerderheid, ‘de publieke opinie’, heeft overtuigd dat er geen alternatief is voor het kapitalisme. “Het systeem met als kernwoord ‘vrijheid’, nam het devies van Margaret Thatcher over: There is no alternative! (TINA-slogan)” (L. Sève in Le Monde diplomatique van 11/2011) Meer zelfs, de gevolgen van het systeem op het klimaat worden gepresenteerd als onvermijdelijk. Zoals een orkaan of een zonne-uitbarsting.

Campagnes die zich uitsluitend richten op het klimaat geven ons een schuldgevoel omdat we rondrijden in vervuilende auto’s of geen perfect geïsoleerd dak hebben. Ze proberen ons te overtuigen de thermometer niet hoger te zetten dan 18°C, om minder vlees te eten en meer de fiets te nemen… Terwijl de industrie met voorsprong de meest vervuilende sector is en de grootste CO2-uitstoot heeft.

De focus op het consumptiegedrag laat toe dat het productieproces en ‘de tirannie van de dubbele winstmarge’ stilzwijgend kan passeren. De productieverslagen zijn vanzelfsprekend al lang in de vergeethoek beland… Nochtans “ is onze vervuiling door arbeid minstens even dramatisch als de watervervuiling” (L. Sève).
Door de opsplitsing van de problematiek in een ‘milieucrisis’ en een ‘crisis van onze beschaving’ zijn de ideologen van het liberalisme erin geslaagd het ‘groene kapitalisme’ te introduceren - in grote mate ‘green washing’ - en tegelijkertijd intensief te bezuinigen in naam van ‘winst’.

Deze opsplitsing is recent: in 1974 publiceerde de United Nations Environment Programme (UNEP) en United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) de Cocoyoc Declaration. Het redactiecomité werd voorgezeten door Samir Amin. Hij stelde vast: “Het probleem vandaag is niet hoofdzakelijk een probleem van tekorten [van middelen], maar van een scheve economische en sociale verdeling en van misbruik. Deze bedreiging weegt op de mens en is verankerd in de structuur en in het sociaal en economisch gedrag, zowel op internationaal als nationaal niveau. (…) De economische relaties dragen direct bij aan de druk op het milieu. De lage prijs van grondstoffen doet de vervuiling stijgen en moedigt verspilling of ‘junk economie’ onder de rijken aan (...).” Al 40 jaar zijn de banden tussen economie, politiek en ecologie gekend, zelfs binnen de VN... Het is toch verbazend dat zo’n rapport in de vergetelheid beland? Het is gewoonweg verdwenen van officiële websites van alle belangrijke instellingen!

In 35 jaar tijd is de situatie verergerd: Volgens de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) (rapport "Global food losses and food waste" in 2011) ging in 2010 30-60 procent van het voedsel geproduceerd door de landbouw uiteindelijk verloren. Ofwel werd het weggegooid, vernietigd of opgegeten door parasieten ofwel ging het verloren bij transport of stockage. Door het uitschakelen van verliezen doorheen de productieketen, ‘van boer tot bord’, kan de beschikbaarheid van voedsel voor consumptie met 50 procent verhoogd worden, zonder culturen aan te tasten.

  • Zowel de industrie- als ontwikkelingslanden verkwisten grosso modo dezelfde hoeveelheden voedsel, respectievelijk zo’n 670 miljoen en 630 miljoen ton.
  • Elke jaar verkwisten consumenten in rijke landen bijna meer voedsel (222 miljoen ton) dan er netto geproduceerd wordt in Sub-Sahara Afrika (230 miljoen ton).
  • Fruit, groenten en vooral wortel- en knolgewassen kennen de meeste verspilling.
  • Het totale jaarlijkse volume van voedselverlies of -verspilling is gelijk aan de helft van de totale wereldwijde graanproductie (2,3 miljard ton in 2009-2010).

Meer dan genoeg om de honger in de wereld uit te roeien...

Over de concepten van groei en ontwikkeling wijzen de auteurs van de Cocoyoc Declaration erop dat: “Het eerste objectief van groei is het garanderen van de verbetering van de levensconditie [van de armste lagen in elke samenleving]. Een groeiproces waar alleen de rijkste minderheid van profiteert en dat zelfs de verschillen tussen landen en binnen de landen in stand houdt, is geen ontwikkeling, dat is uitbuiting.” Het wordt tijd dat onze leiders het begrijpen.

Het laatste rapport van de VN over duurzame ontwikkeling (Resilient People, Resilient Planet: A Future Worth Choosing, 30 januari 2012) stelt vast dat het economisch model “ons onvermijdelijk dwingt naar de limieten van grondstoffen en de aarde.” Meer nog, het besluit in de tekst is duidelijk:

  • Het huidige globale ontwikkelingsmodel is niet duurzaam.
  • Duurzame ontwikkeling lijdt ongetwijfeld onder het gebrek aan politieke wil.
  • Politieke verwezenlijkingen zijn pas op lange termijn voelbaar, maar de uitdagingen vragen om een onmiddellijk antwoord.
  • De internationale gemeenschap heeft nood aan een “nieuwe economische politiek’ van duurzame ontwikkeling.
  • De privémarkt is in haar eentje niet voldoende in staat een antwoord te bieden op de crisis in voedselzekerheid.
  • Het politieke, sociale en ecologische beleid moet geïntegreerd worden om duurzaamheid te bereiken.

“Verplaats het paradigma van de duurzame ontwikkeling van de marge van het economische debat naar de mainstream.” De redacteurs raden regeringen aan om “een nieuwe economische aanpak van duurzame ontwikkeling te omhelzen” en ze pleiten voor een vijftigtal aanbevelingen, o.a.:

  • dat alle handelswaren een label dragen die hun impact op het milieu aangeeft;
  • dat overheden economische indicatoren aannemen die verder gaan dan louter het BNP en de economische duurzaamheid van landen te meten;
  • dat de regulering van de financiële markt duurzame investering op lange termijn steunt;
  • dat de subsidies die een inbreuk zijn op de integriteit van het milieu stoppen tegen 2020. De VN schat dat overheden elk jaar meer dan 400 miljard dollar spenderen aan subsidies voor fossiele brandstoffen.

Wishful thinking? In de aanbevelingen staat geen enkele verwijzing naar een verandering van het economisch systeem zelf. Meer nog, de redacteurs roepen op om verder te kijken dan de korte termijn die gebruikelijk is in de politieke en financiële wereld. Ze hopen dat “mondiale duurzaamheid zowel de planeet als de mens veerkrachtig maakt”. Maar is het niet eerder zo dat het kapitalisme veerkrachtiger wordt?

Anderzijds wijst het rapport er ook op dat verwacht wordt dat in 2030 de voedselvraag met 50 procent zal stijgen, de energievraag met 45 procent en de vraag naar water met 30 procent. “We are testing the capacity of the planet to sustain us.” (We stellen de capaciteiten van de planeet op de proef om ons te onderhouden).
Gaan de beleidsmakers reageren op deze vaststelling?
Zal de ‘onzichtbare hand’ ons van het slechte pad helpen?

Er is een grote kans dat dit rapport opnieuw een schreeuw in de woestijn is, net zoals de Cocoyoc Declaration.

Privatisering van drinkwater, stijging van voedselprijzen, democratische deficits. Het leven wordt meer bedreigd dan het lijkt. “Het is het bestaan van de mensheid zelf dat op het spel staat: durven we beslissingen nemen?’’ (L. Sève).

Vertaald door: 
Katrijn De Vos