Geen Libië-scenario voor Syrië, please!

Vrede vzw, Vredesactie en intal


Daar gaan we weer. Guy Verhofstadt wil een militaire interventie om het bloedvergieten in Syrië te stoppen (DS, 14 februari). Libië revisited dus. Het is Verhofstadt zelf die de parallel trekt, met Homs als het “Benghazi-moment van Syrië”.


En hij haalt daarvoor het hele interventiearsenaal uit de kast, met het dreigende “alle opties”: veiligheidszones, humanitaire corridors, een gemengde VN-Arabische vredesmacht, een coalition of the willing, hardere sancties, regime change en de ondersteuning van “Syrische organisaties die het volk vertegenwoordigen”.
 
Laat ons beginnen met dat laatste. Wie zijn in godsnaam die organisaties die het Syrische volk vertegenwoordigen? Het Syrische volk is vooral erg verdeeld. Bij de minderheden zoals de alawieten, christenen, druzen, delen van de Koerden en bij de middenklasse uit de Soennitische meerderheid is men er niet zo happig op dat Assad zou verdwijnen. Ondanks het autoritair karakter van het regime vrezen ze dat het alternatief ofwel de totale chaos is, ofwel een islamistisch regime gedomineerd door de Moslimbroeders.
 
Ook de georganiseerde oppositie is verdeeld. Twee grote oppositieplatforms zijn elk nog eens samengesteld uit diverse fracties van het Syrische politieke landschap. Bovendien zijn de meesten van hen tot op vandaag niet voor een militaire interventie - niet de Syrische Nationale Raad, en nog minder het Nationaal Coördinatiecomité voor Democratische Verandering. De meest fervente tegenstanders van elke militarisering van het Syrische conflict zijn de Lokale Coördinatiecomités, zij die begonnen zijn met de vreedzame betogingen tegen het regime. Verhofstadts bede om “nu te handelen om het Syrische volk te verlossen van het onwettige en criminele regime van Assad” heeft dus geen enkele legitieme basis, om van het internationaal recht – met het in het VN-Handvest gebeitelde principe van de soevereiniteit – nog maar te zwijgen.
 
Laten we dan eens kijken wat de gevolgen van een militair ingrijpen zouden zijn. Eergisteren was minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders in de Libische hoofdstad Tripoli. Maar drie maand na de val van Khaddafi durft hij nog niet eens de nacht doorbrengen in het vrije Tripoli. Van een veilig en stabiel Libië is allerminst sprake, , onder meer omdat de gewapende milities, die door de NAVO werden gesteund, weigeren te ontwapenen. In de Libische oorlog vielen 30 à 50.000 doden, kwam het tot georganiseerd racistisch geweld tegen zwarte Libiërs en Afrikaanse inwijkelingen en maakten de opstandelingen zich in Sirte schuldig aan grootschalige executies van tegenstanders.
 
Als Verhofstadt zijn zin krijgt met zijn 'humanitaire' interventie, zijn we vertrokken voor een militaire escalatie waarvan het einde nog niet in zicht is. Militair ingrijpen betekent dat we de vreedzame krachten binnen de oppositie voor democratisering van de kaart vegen en de gewapende milities versterken. Volgens sommige bronnen is zo'n buitenlandse interventie overigens al bezig: de Israëlische website Debkafile, gespecialiseerd in militaire inlichtingen, bericht dat er nu al Britse en Qatarese Special Forces actief zijn in Homs, en het Vrije Syrische Leger krijgt steun vanuit Turkije. Dit is een gevaarlijk spel dat niet alleen Syrië, maar de hele regio in vuur en vlam kan zetten. Je kan je afvragen waarom Guy Verhofstadt het geo-strategische belang van Syrië niet aanhaalt in zijn analyse van de situatie.
 
Opkomen voor democratie is Syrië is uiteraard legitiem en verdient onze steun. Hoe dat moet gebeuren, in een verdeeld land met groeiend wantrouwen tussen de verschillende etnische en religieuze bevolkingsgroepen, is een ander paar mouwen. Er bestaat geen twijfel over dat het Syrische regime zich schuldig maakt aan zware mensenrechtenschendingen en niet aarzelt om democratische verzuchtingen hardhandig de kop in te drukken. President Assad heeft veel kansen verkeken door eerst de oppositie niet ernstig te nemen en dan op de proppen te komen met hervormingen die te laat, te traag en onvoldoende zijn.
 
Wij verwerpen het oorlogscenario van Verhofstadt. Wie echte “Friends of Syria” willen zijn, moeten een contactgroep vormen voor dialoog en vrede, niet voor afdreigingen en oorlog. En we rekenen daarvoor best niet op de Navo of op de Europese Lady Catherine Ashton, “Responsibility to protect” was voor de NAVO in Libië immers ook alleen maar een excuus voor regime change. Dialoog lijkt misschien een wereldvreemd begrip bij gewapende conflicten. Maar elke beëindiging van het geweld zal een minimale consensus tussen de verschillende bevolkingsgroepen over de politieke toekomst vergen. Een militaire interventie verandert louter de onderlinge machtsverhoudingen, maar brengt zo'n consensus niet dichter. Integendeel, het zorgt ervoor dat enkel gewapende partijen nog een stem in het kapittel hebben. Gemakkelijk zal dat zeker niet zijn, maar het is het enige alternatief voor verder uitzichtloos militair geweld, voor verdere chaos en miserie, met de Syrische bevolking als slachtoffer.
 
Ludo De Brabander (Vrede vzw)
Mario Franssen (intal)
Roel Stijnen (Vredesactie)