EU: Ontwikkeling of Eigenbelang?


In haar mededeling "Handel, Groei en Ontwikkeling", heeft de Europese Commissie de lijnen van haar handels- en investeringspolitiek voor de komende 10 jaar uitgezet. De Commissie beweert handel te willen inzetten voor ontwikkeling. In feite verdedigt ze echter de verzwakking van ontwikkelingslanden, promoot ze vrijhandelsakkoorden en minimaliseert ze Europese toegevingen aan het Zuiden.


 

De Europese Commissie heeft in haar mededeling “Handel, Groei en Ontwikkeling” de richting aangeduid die de handelspolitiek en de investeringen van de Europese Unie (EU) zullen moeten nemen in de loop van de volgende 10 jaar. Eerder dan om een eenvoudige "mededeling”, gaat het dus om een strategisch document. Een positief punt is dat de Commissie erkent dat haar handelspolitiek een belangrijke invloed heeft op de vooruitgang van het Zuiden. Ze beweert zelfs dat ze “handel voor ontwikkeling [wil] inzetten”.

Jammer genoeg betekent de tekst vooral een verzwakking van de onderhandelingspositie van bepaalde ontwikkelingslanden en bevordert ze de ontwikkeling van de vrijhandelsakkoorden, terwijl ze ook nog eens elke concessie inzake het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) vermijdt. Vanaf het begin van de tekst benadrukt de Europese Commissie dat haar handelspolitiek “de waarden en belangen van de EU in de wereld” moet promoten. Iets verder lezen we dat een “doeltreffend ontwikkelingsbeleid van essentieel belang [is] om betere voorwaarden voor handel en investeringen in ontwikkelingslanden te helpen scheppen” (p. 3). Volgens Ruth Bergan van de Trade Justice Movement lijkt het erop dat de Europese Commissie de ontwikkelingssamenwerking in dienst wil stellen van de belangen van de grote Europese ondernemingen!

Deze indruk wordt bevestigd naarmate we vorderen in de tekst. Zeker de hervorming van het Algemeen Preferentiestelsel (APS) is moeilijk anders te begrijpen. Via bijvoorbeeld een vrijstelling van douanerechten bevoordeelt het APS de import van producten uit ontwikkelingslanden naar Europa ten opzichte van producten met een andere oorsprong. Het doel is de export van ontwikkelingslanden te bevorderen. De Europese Commissie beweert dat de hervorming van het APS dient om meer behoeftige landen beter te helpen, maar het gerespecteerde Overseas Development Institute (ODI) merkt op dat de voorgestelde hervorming nieuwe criteria gebruikt die een aantal landen deze voordelen willekeurig ontzeggen. Zo worden bijvoorbeeld voortaan Cuba, Namibië et Gabon uitgesloten, terwijl China, Indonesië en Thailand ervan zullen blijven profiteren.

Het ODI vermoedt dat achter deze, zogenaamd technische, hervorming van het APS een politiek doel verborgen zit. Door landen uit het APS uit te sluiten, verplicht de EU deze landen vrijhandelsakkoorden of bilaterale economische partnerschapsovereenkomsten af te sluiten met haar. Moeten overstappen van het APS naar een tweezijdig economische partnerschapsovereenkomst, betekent voor een ontwikkelingsland een enorme verzwakking van positie. In een bilaterale onderhandeling staat het ontwikkelingsland plots alleen tegenover een economisch en politiek veel sterker EU-blok.

De ervaring met de economische partnerschapsovereenkomst Cariforum, ondertekend door de EU en 15 Caribische landen, bewijst dat de EU niet twijfelt om haar machtspositie te gebruiken ten koste van de belangen van ontwikkelingslanden.1 Het is niet verrassend dat daar waar de APS toegevingen en hulp inhield voor ontwikkelingslanden, deze economische partnerschapsovereenkomsten zogenaamd “wederkerig” zijn. Wederkerigheid betekent dat voor elk verkregen voordeel het ontwikkelingsland een evenredig voordeel zal moeten toestaan aan de EU. Dat is natuurlijk onrechtvaardig gezien de EU over een nationaal inkomen beschikt dat oneindig veel hoger is dan dit van de ontwikkelingslanden. Zelfs wanneer een akkoord tussen ongelijke regio’s dezelfde regels inhoudt voor elke partij, dan zal het resultaat altijd ten gunste zijn van de sterkste. Oxfam International vergelijkt de krachtsverhouding met die tussen een scholier in een boksring met een professioneel zwaargewicht. Zelfs als men de scholier enkele extra punten geeft, blijven de basisregels van het boksen voor beiden hetzelfde en zal de scholier dus altijd in elkaar geslagen te worden.

Het is trouwens om die reden dat de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten van de EU met 63 landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS), aan de gang sinds 2002(!), nog altijd niet afgesloten zijn.2 De ACS-landen zijn er zich van bewust dat de commerciële belangen van de EU niet de hunne zijn en bieden weerstand. De nieuwe Europese handelspolitiek is dus een vorm van chantage: of je aanvaardt een economisch partnerschapsovereenkomst of het wordt niets. De belangen van de ontwikkelingslanden zijn duidelijk niet Europa's grootste zorg.

De afwezigheid van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de tekst kan op dezelfde manier verklaard worden.3 Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is - onder andere - een subsidiepolitiek voor de Europese landbouw. Terwijl de EU aan ontwikkelingslanden vraagt om hun landbouwsubsidies af te schaffen, blijft ze haar eigen landbouw subsidiëren! Deze subsidies bevorderen een landbouwproductie die niet volledig door de Europese markt geabsorbeerd kan worden en dus bestemd is voor de export. De Europese landbouwexport vertegenwoordigt vandaag ongeveer 17 % van de totale wereldhandel! Deze exportsubsidies vormen vaak een oneerlijke concurrentie voor de lokale landbouwindustrie in ontwikkelingslanden, die failliet riskeert te gaan. De speciale verslaggever van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel, Olivier De Schutter, had logischerwijs aanbevolen dat de GLB geïntegreerd zou worden in het kader van de beleidscoherentie voor ontwikkeling.4 De Europese Commissie negeert hem doodleuk. Onder de sectie “Wat Europa te bieden heeft” ”vergeet” ze de GLB.

Tussen ontwikkeling en commerciële belangen, heeft de EU een duidelijke keuze gemaakt : verzwakking van de onderhandelingspositie van ontwikkelingslanden, chantage ten gunste van vrijhandelsakkoorden en vermindering van toegevingen aan het Zuiden. Intal en G3W (Geneeskunde voor de Derde Wereld) verzetten zich tegen de economische verwoestende gevolgen van vrijhandelsakkoorden. Het is daarom dat intal, met de steun van G3W, verschillende campagnes voert tegen de vrijhandelsakkoorden van de EU met bijvoorbeeld Colombia en Peru, of India.

Bekijk hier de video van de campagne “Vrijhandelsakkoorden: vrij voor wie?”

 

1.  W. De Ceukelaire & K. Vervoort, “The EU's Bilateral FTA Negotiations are a Threat to the Right to Health”, Platform for Action on Health and Solidarity – Working Group on North-South Solidarity Issues, April 2010, http://www.sante-solidarite.be/sites/default/files/bijlages/complete_doc...

2. S. Bilal, “Trade talks between Europe and Africa: Time to bring the curtain down?”, Poverty Matters Blog, The Guardian, 12 July 2012, http://www.guardian.co.uk/global-development/poverty-matters/2012/jul/12...

3. ODI, The Next Decade of EU Trade Policy: Confronting Challenges, European Development Cooperation Strengthening Programme, 2012, pp.32-33, http://www.odi.org.uk/resources/details.asp?id=6693&title=eu-trade-polic...

4. Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, The Common Agricultural Policy towards 2020: The Role of the European Union in Supporting the Realization of the Right to Food, 17 June 2011, http://astm.lu/wp-content/uploads/2011/06/20110617_cap-reform-comment.pd...

 

Vertaald door: 
Annick Luyten