EU-India-vrijhandelsakkoord bedreigt toegang tot medicijnen in het Zuiden


In juni 2007 begonnen de Europese Commissie en de regering van India onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord. De Europese Unie wil het akkoord graag rond hebben tegen eind dit jaar. Hoewel de onderhandelingen achter gesloten deuren verlopen, stuitten deze al op heel wat verzet in India en andere ontwikkelingslanden.


Het akkoord tussen India en de EU is een van de vele bilaterale vrijhandelsakkoorden die de EU momenteel onderhandelt met landen of handelsblokken in het Zuiden. De nieuwe generatie van vrijhandelsakkoorden omvat echter veel meer dan handel in goederen. Handel in diensten, intellectuele eigendomsrechten, concurrentiebeleid en overheidsaanbestedingen liggen ook op de onderhandelingstafel.

India en de EU hebben al negen onderhandelingsrondes achter de rug. De tiende ronde begon in augustus 2010 en de EU hoopt het akkoord met India dit jaar nog rond te krijgen. De onderhandelingen zijn voor beide partijen zeer belangrijk. De EU is India's belangrijkste handelspartner met een handelsvolume van $ 80,6 miljard, goed voor 21% van India's export en 16% van de import. Voor de EU is India slechts de tiende grootste handelspartner: de EU exporteert slechts 2,4% naar India en importeert nog minder, namelijk 1,9%. Maar India is een markt van meer dan 1 miljard mensen, met een groeiende middenklasse die zeer aantrekkelijk is voor de Europese transnationale ondernemingen.

'Apotheek van de ontwikkelingslanden'

India is een van de weinige ontwikkelingslanden die zijn eigen farmaceutische industrie heeft kunnen ontwikkelen door zijn soepele wetgeving inzake patenten op geneesmiddelen. Sinds 1999 staat de Indische farmaceutische industrie in voor 70% - 80% van de medicijnen in India, waardoor het een van de weinige landen is die zelfvoorzienend zijn in medicijnen. Als producent van generische geneesmiddelen vinden we India terug op de derde plaats wat volume betreft en op de 14de plaats als het over omzet gaat.

Vandaag staat India bekend als 'apotheek van de ontwikkelingslanden'. Het land behoort tot de wereldtop-10 van farmaceutische uitvoerders, met exportcijfers die 17,8% per jaar groeien. Generische geneesmiddelen uit India worden wereldwijd gebruikt door ngo's en overheidsprogramma's om patiënten met levensbedreigende ziekten zoals hiv/aids, kanker en andere ziekten te behandelen. India staat in voor 90% van de hiv/aids-geneesmiddelen die vandaag in ontwikkelingslanden gebruikt worden. Artsen Zonder Grenzen, die 140.000 hiv/aids-patiënten in 30 landen behandelen, kopen meer dan 80% van hun hiv/aids-geneesmiddelen in India. Ook meer dan de helft van de essentiële geneesmiddelen die Unicef uitdeelt en 75% van de geneesmiddelen die door de International Dispensary Association verdeeld wordt in ontwikkelingslanden zijn afkomstig uit India. Daarnaast zijn er nog overheidsgezondheidsprogramma's in meer dan 12 landen zoals Brazilië, Ecuador en Thailand, die generische geneesmiddelen in India aankopen. Het is dankzij de concurrentie van Indische generische geneesmiddelen dat de marktprijzen van anti-retrovirale behandelingen spectaculair gedaald zijn.

Elk handelsakkoord dat gevolgen heeft voor de Indische farmaceutische industrie zal daarom niet alleen de lokale, Indische markt treffen, maar ook een grote impact hebben op de toegang tot geneesmiddelen in de ontwikkelingslanden. In India is de kostprijs van geneesmiddelen de voornaamste oorzaak van schulden op het platteland. Maar liefst 70% betaalt geneesmiddelen uit eigen zak. Elke verandering op het vlak van beschikbaarheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen zou een catastrofe zijn voor de meerderheid van de Indiërs.

De onrust over de toegang tot betaalbare geneesmiddelen neemt toe na de grootschalige overnames van Indische bedrijven door multinationale ondernemingen in het recente verleden. Gegevens van de farmaceutische industrie suggereren dat tegen 2015, wanneer de geneesmiddelenmarkt in India geschat wordt op meer dan 20 miljard dollar, meer dan 15% van het totaal aantal geneesmiddelen gepatenteerde geneesmiddelen zullen zijn. Dat betekent dat de patenthouder het monopolie heeft en volledig vrij is om de prijs te vragen die hij wil.

Het EU-India-vrijhandelsakkoord en TRIPS+

In 2005 moest India zijn regulering inzake intellectuele eigendomsrechten aanpassen om in overeenstemming te zijn met de voorzieningen van het TRIPS-akkoord van de Wereldhandelsorganisatie. India moet nu ook een patentbescherming respecteren van minimaal 20 jaar voor nieuwe geneesmiddelen en andere TRIPS-voorzieningen die de intellectuele eigendomsrechten beschermen, meestal die van transnationale ondernemingen in geïndustrialiseerde landen. Het wordt echter breed erkend dat een striktere bescherming van intellectuele eigendomsrechten een negatieve invloed heeft op de toegang tot medicijnen.

Nu stuurt de EU aan op regels die nog verder gaan dan het TRIPS-akkoord, de zogenaamde TRIPS+-voorzieningen. Daarom vrezen ngo's en gezondheidsactivisten dat het EU-India-vrijhandelsakkoord gevolgen kan hebben voor de toegang tot geneesmiddelen in India en daarbuiten.

Twee voorzieningen zijn bijzonder onrustwekkend:

  • De verlenging van de geldigheidsduur van patenten: de EU vindt dat 20 jaar een te korte termijn is voor patentbescherming. Ze willen daarom een voorziening in het vrijhandelsakkoord laten opnemen waarbij patenten langer dan 20 jaar kunnen beschermd worden, dus meer dan werd gevraagd in het TRIPS-akkoord.
  • Exclusiviteit van gegevens: vooraleer een farmaceutisch bedrijf zijn geneesmiddelen op de markt kan brengen, moet het klinische testgegevens neerleggen bij de regulerende overheid. Data-exclusiviteit betekent dat de testgegevens van het ene bedrijf niet kunnen gebruikt worden door een ander bedrijf. Elke onderneming die in een land een geneesmiddel wil verkopen, zal dezelfde tests moeten herhalen, ook al werd dat product ook toegelaten op de lokale markt. Voor de Indische producenten, die doorgaans zeer klein zijn vergeleken met een grote transnationale onderneming, is dit zeer duur. Bovendien zou deze exclusiviteit ook gelden voor niet-gepatenteerde geneesmiddelen, wat zeer veel onrust wekt.