'Elk sociaal of syndicaal werk in Colombia is bijna zelfmoord'

Interview met Colombiaanse mensenrechtenactivisten


Alberto, Ramiro en Martin verdedigen alledrie op hun manier mensenrechten in een land waar dit helemaal niet evident is. Daarover getuigden ze tijdens een Europese rondreis in oktober. Het eerste land dat ze aandeden was België, op uitnodiging van intal en Arlac bij de lancering van de campagne voor de bevrijding van politieke gevangenen. We grepen hun bezoek aan voor een interview.


Alberto Vanegas is verantwoordelijk voor de afdeling mensenrechten binnen CUT, de grootste nationale vakbondsbeweging in een land waar zeer gewelddadig opgetreden wordt tegen vakbonden. CUT bouwt aan een netwerk van mensenrechtenactivisten om een nationale en internationale sensibiliseringscampagne te lanceren om een eind te maken aan de vervolgingen.

Ramiro Orjuela is advocaat, mensenrechtenactivist en verdedigt politiek gevangenen. Hij is tevens actief bij het Permanent Comité voor Mensenrechten (CPDH) en de Mensenrechtencommissie in de regio Bajo Ariari, naast Bogotá.

Martin Sandoval is voorzitter van het CPDH in Arauca. Het CPDH ondersteunt gemeenschappen die slachtoffer zijn van systematische mensenrechtenschendingen en werkt onvermoeibaar voor de vele politiek gevangen in de gevangenissen van Arauca en elders in het land.

Ervaren jullie tegenkanting bij het werk dat jullie doen?

Martin: “Elk sociaal of syndicaal werk in Colombia is heel moeilijk. Het is bijna zelfmoord, omdat dit soort werk gestigmatiseerd en gediaboliseerd wordt door de overheid, de hoge ambtenaren onder het gezag van president Alvaro Uribe. In praktijk komt het neer op permanente vervolging, stigmatisering, repressie, opsluiting, ontheming en zelfs moord voor ieder die voor fundamentele rechten ijvert. Wie anders redeneert en denkt dan de huidige regering wordt bestempeld als guerrillero of terrorist. Dat is al het geval voor verschillende sociale bewegingen in het departement Arauca.”

Alberto: “De bedreigingen zijn zeer reëel voor de vakbondsbeweging; vandaag is er als het ware een genocide aan de gang op de vakbond. Neem bijvoorbeeld de directeur van de DAS, de Colombiaanse veiligheidsdienst, die benoemd wordt door de president. Hij bekende dat hij een lijst met namen van vakbondsleiders had doorgespeeld aan Jorge 40, een van de voornaamste paramilitaire groepen die al honderden misdaden heeft begaan. Intussen werden meer dan 7 vakbondsleiders van die lijst gedood. Ons werk, als leiders van sociale bewegingen, speelt zich af te midden van een politiek van aanranding.”  intal, 2009)

Ramiro: “De uitoefening van ons werk als verdedigers van de mensenrechten, in mijn geval als advocaat en verdediger van politiek gevangen, is in Colombia bijna een misdaad. Ik geef een voorbeeld. Er werd een aanslag gepleegd op een andere advocaat en mezelf omwille van ons juridisch werk. De andere advocaat kon me nog juist op tijd verwittigen, maar heeft zichzelf niet meer kunnen redden. Hij werd meegenomen en gedurende 13 dagen gefolterd. Zijn vermoorde lichaam werd later compleet verminkt teruggevonden. Hoewel ikzelf gered was, moest ik vluchten en verbleef ik een jaar in Chili. Toen ik terugkwam, was de dreiging allerminst geweken. Mijn huis werd bewaakt door de overheidsdiensten, niet voor mijn veiligheid, maar om me te controleren. Telefoongesprekken werden afgeluisterd, al mijn e-mails werden gelezen. De bedreigingen bleven komen. Mijn verhaal is slechts een voorbeeld, vele Colombianen verkeren in een gelijkaardige situatie. Deze vervolging is een systematische politiek van de Colombiaanse staat.”

Welke 'hogere' belangen gaan schuil achter deze mensenrechtenschendingen?

Ramiro: “De Colombiaanse staat heeft veel economische verbintenissen met Europese en Amerikaanse multinationals, met industriëlen en grootgrondbezitters in Colombia, en met de Colombiaanse maffia, inclusief de drugstrafikanten, met wie Uribe nauwe banden heeft, tot Pablo Escobar toe. Winstbejag en economische groei is voor enkelingen de prioriteit. De rijken vermenigvuldigen hun rijkdom, ook al moeten ze daarvoor alle mogelijke mensenrechtenschendingen begaan, van uitbuiting en ontheming tot moord. Men denkt er niet aan om sociale ontwikkeling te creëren en welzijn voor de bevolking. Integendeel, de drang naar economische groei is zo ontmenselijkt dat het hen koud laat welke misdaad ze ook tegen de bevolking begaan.”

Hoe is het dan mogelijk dat de regering populair blijft, als je deze verschrikkelijke situatie bekijkt?

Alberto: “Er is een hele strategie van dominantie. De Colombiaanse oligarchie, gesteund door de VS, voert een militaire politiek en een politiek van economische interventie. Die is erin geslaagd om een logica van terreur op te leggen aan de bevolking, een logica van onderwerping en het afstaan van de natuurlijke rijkdommen van het land. Door een sterke alliantie zijn de heersende klassen erin geslaagd om de controle te verwerven over de media. Met mechanismen van corruptie, cliëntalisme en geweld slaagt men erin het land geografisch te domineren. Het is aangetoond dat 40 procent van de politiekers van de partij van Uribe banden heeft met paramilitaire groepen. Vandaag zitten deze parlementairen in de gevangenis, want het waren zij die de moorden bevolen hadden tegen zij die zich verzetten tegen de politiek van dominantie.”

Ramiro: “Tijdens onze ontmoetingen en gesprekken hier in Brussel, en in Duitsland, Zwitserland, Spanje, … doen we een oproep aan de internationale gemeenschap. Als je een Colombiaans product consumeert, zoals een banaan, besef dan dat het een product is van de aanvallen die het Colombiaanse leger gepleegd heeft tegen onschuldige boeren. Als je Colombiaanse koffie drinkt, weet dan dat die bezoedeld is met het bloed van Colombiaanse arbeiders. Elk product dat geproduceerd wordt in Colombia, door Coca Cola, de banken, de petroleumindustrie, is bevlekt met Colombiaans bloed van onschuldige mensen, mensen die slachtoffer zijn van de praktijken van de Colombiaanse overheid, het Colombiaanse leger en de daaraan gelinkte paramilitaire groepen. Via een boycot tegen deze bedrijven willen we hen dwingen te stoppen met het financieren van paramilitaire groepen, te stoppen met het ondersteunen van een maffiose overheid, en respect te hebben voor het Colombiaanse volk dat hieronder lijdt. Want deze bedrijven verrijken zich, rijven hun miljoenenwinsten binnen, maar het volk blijft sterven van de honger.”

Martin: “Ons programma in België is heel productief gebleken. We hebben kunnen overleggen met verschillende sociale bewegingen, met vakbonden, met Europarlementariërs. De lancering van de internationale campagne van verdedigers van mensenrechten werd goed ontvangen. We nodigen de Europese samenleving uit om solidair te blijven met onze bevolking die actief en gehard is, en ondanks de vele slachtpartijen, opsluitingen, bedreigingen en stigmatisering zich toch blijft verzetten. De nieuwe wind die waait door het Amerikaanse continent geeft ons de hoop dat dit maffiose regime niet lang meer aan de macht zal blijven. Elk gebaar van de internationale gemeenschap is daarbij welkom. De enige oplossing voor een zo diepgeworteld conflict als dat in Colombia is een onderhandelde politieke oplossing voor het sociale en gewapende conflict. Hoewel we weten dat de echte oplossing van het Colombiaanse volk zelf moet komen, kan de internationale gemeenschap toch een belangrijke rol spelen.”
 

Ramiro, Martin en Alberto solidair Stop the Killings (foto intal, 2009)

De Colombianen tonen zich solidair met de Stop the Killingscampagne . Edita Burgos, moeder van verdwenen activist Jonas Burgos lanceert op 17 november de campagne in Brussel in de Kardijnzaal, Pletinckxstraat 19.

Geneeskunde voor de Derde Wereld heeft sinds vorig jaar ook een nieuwe partner in Latijns-Amerika. Lees meer in de artikels op hun website.