Cuba: mensenrechten en einde van economische blokkade

Op 19 november lanceerde Human Rights Watch (HRW) een rapport over mensenrechtenschendingen op Cuba. Dat HRW dat doet is niet ongewoon, wel de timing. Bij nader toezien houdt de organisatie er wel een erg vreemde agenda op na.

Onderdanen van de VS, het land van de vrijheid, mogen sinds jaar en dag niet reizen naar buurland Cuba, een gegeerde toeristische plek. Een opheffing van het verbod zou voor de Cubaanse economie een ware boost opleveren. Dat zou op zijn beurt het begin van het einde kunnen betekenen van de langstdurende economische blokkade uit de wereldgeschiedenis. Er is nu een grote kans, groter dan ooit, dat het verbod op reizen wordt opgeheven. Ultrarechtse krachten doen er alles aan om dit vooralsnog te verhinderen. En dan, uitgerekend op de vooravond van een hoorzitting in het Huis van Afgevaardigden over deze kwestie, op 19 november, levert een humanitaire organisatie munitie aan de tegenstanders hiervan. Een tikkeltje vreemd, niet? Maar ook een prachtig staaltje van hoe het thema mensenrechten misbruikt wordt als politiek instrument.

Dat brengt ons bij een tweede punt, de boodschapper. HRW is een privéagentschap dat ongetwijfeld financieel gesteund wordt door een aantal mensen en ngo’s met nobele bedoelingen. Maar belangrijker is dat het verbonden is met het establishment van de VS, vooral dan met dat deel dat toeziet op de buitenlandse belangen. Dat verklaart al een groot deel de houding van HRW over Cuba. Bovendien vertrekt HRW vanuit een uitgesproken westerse visie. De kwestie van de mensenrechten heeft een belangrijke Noord-Zuiddimensie. Het valt op dat het oordeel over Cuba negatiever wordt naarmate het uit een land komt dat rijker is. Het is alsof de welvaart bepalend is voor de appreciatie van de Cubaanse maatschappij. Ondanks die westerse beoordeling is Cuba met tweederde meerderheid verkozen in de VN-Raad voor de Mensenrechten. Ook was het land tussen 2006 en 2009 voorzitter van de Niet Gebonden Landen, die zowat driekwart van de wereldbevolking vertegenwoordigen. HRW heeft misschien veel financiële middelen en wordt graag opgevoerd in onze media, maar ze vertegenwoordigt in geen geval de meerderheidsstem van deze planeet.

HRW verzwijgt ook essentiële zaken en verdraait daarmee de werkelijkheid. HRW stelt dat mensen in de gevangenis belanden omdat ze er een dissidente mening op na houden en dat verkondigen. Dat is manifest onwaar. Aan de ene kant lopen in Cuba ‘topdissidenten’ rond zonder dat hun een haar wordt gekrenkt, denk maar aan Manuel Cuesta of Oswaldo Payá, die de Sacharov prijs kreeg van het Europese parlement. Aan de andere kant zitten de 53 mensen waarover HRW het heeft, sedert 2003 niet achter de tralies omwille van hun mening, maar omwille van hun daden. Er zijn tegen hen onweerlegbare bewijzen (o.a. foto’s en documenten) dat ze samenwerkten met de VS en er geld van ontvingen met het doel de Cubaanse regering omver te werpen. In de VS, maar ook in België en andere westerse landen staan zware straffen op dergelijke handelingen. Andere zogenaamde mensenrechtenactivisten die opgesloten zitten, speelden geheime informatie door aan Washington over buitenlandse bedrijven die in Cuba actief zijn. Het is niet correct deze mensen als ‘dissident’ voor te stellen. Het zijn huurlingen in een economische oorlogsvoering.

Wil dat zeggen dat er op Cuba geen problemen zijn i.v.m. mensenrechten? Natuurlijk niet. Schendingen van mensenrechten zijn er in elk land, Cuba is daarin geen uitzondering. Maar de situatie in Cuba kan je niet loskoppelen van de vijandige context. Het land ondergaat reeds vijftig jaar zware agressie van de grootste supermacht ooit. In een belegerde burcht is elke dissident een verrader, merkte Ignatius van Loyola op. Dat pleit het land daarom nog niet vrij, maar gezien de politieke en financiële achtergrond is HRW in elk geval slecht geplaatst om daarover te oordelen.

Marc Vandepitte is auteur van het pas verschenen boek ‘Ontmoetingen met Fidel Castro’.