Colombiaans vredesakoord leidt ironisch genoeg tot meer geweld

Foto: manif Den Haag, april 2019 (Hernando F.)

In het Zuiden van Colombia komen de inheemse bevolking, boeren en
vakbonden op straat, verenigd in de Minga-beweging. Sinds de afsluiting van het vredesakkoord werden 472 sociale leiders vermoord. Van vrede is geen sprake. We interviewen syndicalist Alberto Orgulloso Martínez, Directeur van de Nationale Syndicale School van Colombia.


Kan u de context van het Colombiaans conflict schetsen?

Alberto Ogulloso Martínez. De oorzaak van het conflict, dat 55 jaar heeft geduurd, ligt in de ongelijke toegang tot grond. Verzetsbewegingen kwamen op voor de rechten van kleine boeren die met goedkeuring van de overheid hun land verloren aan grote multinationals of grootgrondbezitters. Colombia is een land met grote klassenverschillen: 0,4% van de landeigenaars bezit 61,2% van de landbouwgrond. Twee keer de oppervlakte van België werd door grootgrondbezitters en multinationals verworven door systematische en criminele onteigening van kleine boeren. Die gronden werden gebruikt voor oliewinning, mijnbouw, biobrandstofproductie en veeteelt. De sociale ongelijkheid is torenhoog. 70% van de bevolking leeft in armoede.
 Zes miljoen landarbeiders werden gedwongen hun land te verlaten. Daarvoor werden paramilitairen ingezet, die boerenfamilies letterlijk afslachtten: 200.000 Colombianen werden vermoord en meer dan 8 miljoen moesten vluchten. Colombia belandde in een spiraal van geweld, met als uitschieter de lucratieve cocaïneproductie, die zorgde voor een overvloed aan geld en wapens.

Hoe kwam het vredesakkoord tot stand en wat houdt het in?

Alberto Orgulloso Martínez. Het werd afgesloten in Havana, eind 2016. Toenmalig president Santos wilde een stabiel land om meer buitenlandse investeerders te kunnen aantrekken. Hij onderhandelde met onder meer Europa over vrijhandelsakkoorden. 
Het vredesakkoord stelt 5 thema's centraal. Het belangrijkste daarvan is de landhervorming. Daarnaast de ontwapening van de strijdende partijen en de herintegratie in het politieke en maatschappelijke leven, de omschakeling van de cocateelt naar andere gewassen en gerechtigheid voor de vele slachtoffers. 
Concreet werden engagementen op papier gezet rond landhervorming, maar we zien weinig tot niets gebeuren. Zo zou 3 miljoen hectare land overhandigd moeten worden aan kleine en landloze boeren en zou er een regularisatie komen van de miljoenen hectaren land zonder duidelijke eigendomstitels. 
Essentieel om het vredesakkoord te doen slagen, is dat de overheid werk maakt van investeringen in het platteland: wegeninfrastructuur, elektriciteit, scholen, gezondheidsvoorzieningen. Maar daar zien we niets van. We zijn het beu om te blijven wachten.

Wat is het plan van de nieuwe president dan?

Alberto Ogulloso Martínez. Duque is niet geïnteresseerd in een landhervorming, omdat zijn eigen politieke clan daar geen baat bij heeft. Al tijdens zijn kiescampagne beloofde hij om het vredesakkoord aan te passen. Zo wil hij de zogenaamde JEP (Wet voor Speciale Gerechtigheid voor de Vrede) aanpassen. Het gaat om een speciaal rechtssysteem dat werd opgezet om zowel militairen, politieagenten, paramilitairen en ex-guerrilla's te berechten. Je kan het vergelijken met een waarheidscommissie. De doelstelling is niet om voor de daders tot een vonnis te komen, zoals in een traditionele rechtszaak, maar om de slachtoffers centraal te zetten en naar hen te luisteren. De straffen voor de daders zijn lichter dan in een traditionele rechtszaak. Duque vindt dat de daden van ex-guerrillastrijders zwaarder bestraft moeten worden dan die van militairen en staatsagenten. Dat zet natuurlijk heel deze wet op de helling.  

Hoe verklaart u de opflakkering van geweld?

Alberto Ogulloso Martínez. De FARC was vroeger aanwezig in veel landelijke gebieden, die rijk zijn aan grondstoffen. Door hun ontwapening kwamen gigantische stukken grond vrij. In die zin heeft het vredesakkoord de strijd om grond verder op de spits gedreven. Het vacuüm dat ontstond, werd ingevuld door paramilitaire groeperingen, maar ook door nieuwe gewapende bendes die zich bezighouden met illegale mijnbouw en cocateelt. Dat verklaart waarom de coca-productie nog is gestegen. 
Ook buitenlandse investeerders zagen hun kans schoon, want de “vrede” maakte van Colombia een “veilig” terrein om te investeren, vaak ten koste van het milieu en de noden van de lokale bevolking. Ook zij zetten paramilitairen in om hun territorium te beschermen en uit te breiden. 
De strijd om grond heeft sinds de vredesakkoorden al 472 mensenlevens geëist. Veel moorden gebeuren ironisch genoeg in de context van vredesinitiatieven, bijvoorbeeld daar waar programma’s lopen om boeren te laten omschakelen van cocateelt naar legale gewassen of waar programma’s lopen die de teruggave van gestolen grond faciliteren. Sociale leiders lopen gevaar, omdat gewapende actoren angstvallig proberen de controle over de grond te behouden. De overheid beschermt de sociale leiders onvoldoende.

Hoe is de ontwapening van de FARC-guerrillastrijders verlopen?

Alberto Ogulloso Martínez. Hun wapens werden ingeleverd onder begeleiding van de VN. Er werden 23 “concentratiezones” gecreëerd op het platteland waar ze aan een nieuw leven konden beginnen met een kleine overheidssteun. Momenteel leven 3.500 mensen in die zones, 8.200 vertrokken omwille van armoede en geen perspectieven. Van de oud-strijders werden er 1.100 niet eens gecontacteerd. Slechts 80 van de 14.000 oud-strijders hebben een financiële toelage gekregen. De FARC heeft zich gehouden aan de afspraken om zich te ontwapenen, maar de andere gewapende groeperingen floreren als nooit tevoren. 
Voor de ondertekening van het vredesakkoord was het algemeen geweten dat er nauwe banden zijn tussen de overheid en paramilitaire groepen. Tussen 2006 en 2016 liepen er 519 processen voor moord, bedreiging, kidnapping, corruptie … tegen functionarissen omwille van hun banden met paramilitaire groeperingen. Die banden zijn niet ineens miraculeus verdwenen.

Wat kunnen wij doen?

Alberto Ogulloso Martínez. Ik denk dat het belangrijk is solidair te zijn met de Colombiaanse sociale bewegingen en de eisen van de boeren en de inheemse gemeenschap van de Minga-beweging meer aandacht te geven. Op papier hebben we een vredesakkoord, in de realiteit is er een stille genocide aan de gang.