Maakt België burgerslachtoffers in Irak en Syrië?

Photo : Public domain CC

De ngo Airwars stelde in februari een rapport voor over (het gebrek aan) transparantie rond luchtaanvallen in Syrië en Irak. We waren aanwezig op een persmoment, gevolgd door een kort panelgesprek met Alain Top (Sp.a), Benoit Hellings (Ecolo) en Midden-Oosten expert Koert Debeuf.


Sinds de start in 2014 van operatie 'Desert Falcon' in Syrië en Irak heeft ons land 6 actieve F16's ingezet, 163 luchtaanvallen uitgevoerd en 796 vluchten gemaakt. Minister van Defensie Vandeput (N-VA) zegt trots geen burgerslachtoffers te hebben gemaakt. Vreemd, stelt Eline Werstra van Airwars. Volgens hen is de coalitie van 13 landen verantwoordelijk voor minstens 2300 burgerslachtoffers. Ze vraagt transparantie aan de landen van de coalitie. Als België toch geen burgerslachtoffers heeft gemaakt, waarom communiceert ze er dan niet over?

Wat is Airwars?

Airwars is een Britse ngo en vereniging van onderzoeksjournalisten. Sinds augustus 2014 monitort ze de luchtoorlog in Irak en Syrië. Hoe? Door gegevens te verzamelen van internet waarmee ze het aantal slachtoffers van luchtaanvallen probeert te tellen. Vroeger was het heel lastig om verslaggeving te doen van een conflict zegt Eline Westra, die specifiek de operaties onderzoekt van België en Nederland. Nu met de sociale media is dat eenvoudiger. We gebruiken gegevens van smartphones en sociale media. We zitten in de 31e maand van de operatie 'Desert Falcon' en de 13 landen zijn nog steeds bezig, waaronder België. We hebben al meer dan 2300 burgerslachtoffers geregistreerd die toe te schrijven zijn aan acties van de coalitie van 13.

Wat doet België in Irak en Syrië?

België nam met 6 F16's actief deel aan de coalitie van 5 oktober 2014 tot juli 2015. Dan nam ze een pauze van een jaar, en nu is ze terug mee aan het bombarderen sinds juli 2016. De laatste gegevens die we hebben dateren van een persconferentie van het ministerie van Defensie van 30 september 2016. Sindsdien hebben we van hen geen nieuwe gegevens. Tot die datum had België 161 luchtaanvallen uitgevoerd, en flink geïnvesteerd in precisiewapens. Over die precisiewapens hebben wij onze bedenkingen. Zelfs als je precisiewapens gebruikt, is het belangrijk een grondige analyse te doen na afloop van het incident.

Waarom doen jullie een onderzoek naar transparantie?

In Syrië zijn al sinds enkele jaren luchtaanvallen de voornaamste doodsoorzaak. De coalitie zegt dat ze sinds de start 199 burgerslachtoffers heeft gemaakt door eigen acties, waarvan het merendeel door de Verenigde Staten. Dit lijkt ons weinig realistisch. Wie heeft gelijk? Een onderzoeksgroep of  overheidskanalen? Daar willen we ons niet over uitspreken. Wel is er een te groot gat tussen onze gegevens en de gegevens van overheden. Als we kijken naar de cijfers uit Afghanistan, viel ongeveer 1 burgerslachtoffer voor elke 10 aanvallen. Dat lijkt logisch. Als je dat toepast op dit conflict kom je aan 2300. De cijfers die door de overheden worden gegeven zijn heel vaag en heel passief. In een ideale wereld doet het ministerie van Defensie haar onderzoek naar transparantie zelf. Burgers betalen een enorme prijs voor een oorlog die op hun grondgebied wordt uitgevochten.

Daarnaast werd op de persconferentie van september gezegd dat België vooral bombardeert in Mosul (83%), en slechts 7% in Syrië. Dat kan ondertussen verandert zijn. Alleszins als we het nieuws horen over Mosul is het een waar bloedbad.


Midden-Oosten expert Koert Debeuf stelt Alain Top en Benoit Hellings enkele vragen. Beide maken deel uit van de Commissie Defensie. De meerderheidspartijen waren ook uitgenodigd, maar hadden jammer genoeg andere activiteiten.

Is de Belgische bijdrage in de strijd tegen Daesh belangrijk en effectief?

Eerst en vooral hebben wij in 2014 ingestemd met de Belgische deelname aan de coalitie omdat de vraag kwam van een soevereine staat, Irak; zegt Top, kamerlid van de Sp.a en lid van de Commissie Defensie. Voor ons waren 3 zaken belangrijk alvorens in te stemmen: de bevolking moet ermee akkoord zijn, en we moeten op lange termijn denken, samenwerken aan heropbouw van het land en de democratie uitbouwen.” Enkel met vliegtuigen tussenkomen helpt niet. Nu zouden we bv. het lokale Irakese leger moeten ondersteunen op vlak van opleiding zodat ze ter plekke de situatie kunnen aanpakken.

Volgens Benoit Hellings is de communicatie over onze operaties essentieel. De communicatiekanalen die nu het meest aan bod komen zijn de propagandamachines van Daesh, en “andere criminele organisaties zoals de Syrische staat” stelt hij. Ons geld had moeten dienen om deze story telling te breken. We moeten ook kunnen aantonen dat we bijdragen aan een effectieve reductie van IS op het veld.

Waarom is er geen communicatie over de operaties?

De reden om geen gegevens vrij te geven wordt geschoven op de veiligheid. In Canada zijn ze wel transparant over hun acties. Daar is er toch ook een risico voor de militairen? De Verenigde Staten is zelfs transparant over haar acties, en heeft haar legitimiteit niet verloren. Volgens Top is het tonen van resultaten belangrijk om het draagvlak te behouden. Dit raken we nu kwijt, en er is nog steeds het veiligheidsprobleem in België. We leven nog steeds onder dreigingsniveau 3.

Volgens Top en Hellings stoppen België en Nederland wellicht met bombarderen eind juli. Er is een gebrek aan motivatie bij de soldaten die bombarderen. De strijders centreren zich nu in de steden, en steden bombarderen is moeilijker.

Meer transparantie of een einde aan de Belgische operaties?

Jammer genoeg was er geen tijd om die vraag te stellen. Voor intal: beide! intal vraagt, net als de organisaties van het platform Geen gevechtsvliegtuigen, en ook Airwars, transparantie over de operaties van België in Syrië en Irak. Niet om méér draagvlak te creëren voor de operatie, maar integendeel om onze vliegtuigen onmiddellijk terug te roepen omdat ze mee verantwoordelijk zijn voor burgerslachtoffers!  

#geengevechtsvliegtuigen - #pasdavionsdechasse

Het volledig verslag van Airwars vind je hier.