Begrijpt De Gucht het probleem niet of speelt hij een spel?

EU Commissaris voor Handel ontwijkt vragen over de gevolgen van zijn beleid voor gezondheid in het zuiden


De koepels van de Belgische ngo's, 11.11.11 en CNCD, nodigden Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht uit voor een gedachtewisseling over handel en ontwikkeling. Waardig werk, voedselsoevereiniteit, gezondheid en fair trade werden naar voor geschoven als thema's waarover telkens iemand van de ngo's het woord zou nemen. Ik zou het thema gezondheid voor mijn rekening nemen in naam van het Actieplatform Gezondheid en Solidariteit.


De Gucht kwam met een halfuur vertraging binnen en eerst waren de collega's van de vakbonden en Oxfam aan het woord zodat er uiteindelijk niet zoveel tijd overschoot voor het thema gezondheid; net genoeg voor een vraag en een antwoord. Geen nood: Ik had een nota voorbereid die De Gucht net zo goed thuis kon lezen en dus pikte ik er twee bekommernissen uit die aantonen hoe het Europese handelsbeleid negatieve effecten kan hebben op het gezondheidsbeleid van de ontwikkelingslanden.

Eerst en vooral hanteert de Europese Commissie met opzet een zeer brede interpretatie van het begrip “namaak”. Kijk, er is wel degelijk een probleem met nepgeneesmiddelen van slechte kwaliteit in ontwikkelingslanden, maar dit probleem houdt nauwelijks verband met het al dan niet naleven van intellectuele eigendomsrechten. De kwaliteit van generische medicijnen is dikwijls net zo goed als die van de merkproducten.

Er is eigenlijk enkel sprake van nepgeneesmiddelen als het gaat om moedwillige namaak van een merk om er winst uit te slaan. De wereldhandelsorganisatie maakt zelf een onderscheid tussen 'namaak van een merk' en een 'inbreuk op het merkenrecht'. In dat laatste geval gaat het om betwistingen over gelijkaardige namen of verpakkingen zonder dat er noodzakelijk sprake is van minderwaardige producten met gevaar voor de volksgezondheid.

De Europese Commissie maakt dit onderscheid echter niet en breidt de definitie van 'namaak' uit naar elke betwisting op het vlak van merkenrecht. Zelfs betwistingen in de sfeer van octrooien kunnen eronder vallen. Hier gaat het dus absoluut niet meer over het beschermen van de volksgezondheid maar over commerciële disputen. Handelsakkoorden die dergelijke provisies bevatten kunnen zeer verregaande gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Alle inbreuken vallen dan immers onder de strenge strafmaatregelen die Europa eist in bilaterale handelsakkoorden en onder ACTA (het Anti-Counterfeiting Trade Agreement).

Een tweede bekommernis heeft betrekking op de hoofdstukken in de vrijhandelsverdragen van de EU die over investeringen gaan. Bepaalde provisies in bilaterale handelsakkoorden verstrekken aan multinationals meer mogelijkheden om gerechtelijke procedures aan te spannen tegen overheden die maatregelen nemen in het belang van de volksgezondheid. Deze bedrijven kunnen immers inroepen dat dergelijke maatregelen hun investeringen en winsten 'onteigenen'. Deze rechtszaken worden niet beslecht in lokale rechtbanken maar door internationale panels die niet aan publieke controle onderhevig zijn. Precedenten zijn bijvoorbeeld de rechtszaken van Philip Morris tegen Uruguay en Australië omwille van maatregelen op het vlak van tabakscontrole. Philip Morris beroept zich daarin op exact dezelfde provisies die de EU nu ook aan andere landen wil opleggen.

De Gucht had zich blijkbaar niet aan deze vragen verwacht en antwoordde volledig naast de kwestie. Over die laatste zaak maakte hij er zich vanaf met de opmerking dat Philip Morris een Amerikaans bedrijf is en dat hij daar niets mee te maken heeft. Dat de EU nu met haar vrijhandelsakkoorden mee het kader schept voor dergelijke procedures scheen hem geheel en al te ontgaan.

Zijn antwoord was echter vooral een jammerklacht over de campagnes van de ngo's. Volgens De Gucht wordt er met India momenteel niet onderhandeld over gegevensexclusiviteit. Dat is een clausule waardoor een producent van generieke geneesmiddelen gedurende een aantal jaren geen beroep kan doen op de klinische testgegevens van het originele product. Wil de producent in die tijd met het gelijkaardig product op de markt komen dan moet hij de klinische tests opnieuw uitvoeren. (En inderdaad, ik had het daar in mijn vraag niet over gehad.)

“Ik krijg dagelijks 150 e-mails in alle talen van de wereld over een campagne 'EU, hands off our medicines',” zei De Gucht, “maar de ngo's zijn onjuist. We vragen helemaal geen gevensexclusiviteit aan India.” Tja, het is enkel dankzij die campagnes en het verzet van India dat de EU nu deze eis heeft ingetrokken. Bovendien zijn de onderhandelingen gehuld in een sluier van geheimhouding en zijn we nooit helemaal zeker over wat er nu al dan niet op tafel ligt. Reden genoeg me dunkt om de druk op de ketel te blijven houden met die campagnes.

Toen begon hij over een andere zaak die ik niet vermeld had: “In het verleden zijn er in Frankrijk en Nederland medicijnen onderschept die in transit waren op basis van een Europese verordening.” Hij legde uit dat de Europese regelgeving nu aangepast wordt zodat het belemmeren van doorvoer van medicijnen niet meer mogelijk zal zijn. Opmerkelijk: daarbij gaf hij toe dat er eigenlijk geen wettelijk kader was voor de inbeslagnames. Geen wonder dus dat Europa nu de regelgeving moet aanpassen.

In de marge van deze uitleg waagde hij zich toch aan een definitie van 'counterfeit' of namaakgeneesmiddelen: “In het beste geval gaat het om placebo, en in het slechtste geval om toxische stoffen.” Daarmee werd ook duidelijk waarom hij niet inging op de vragen die ik had gesteld. Mijn punt was net dat de Europese Commissie een amalgaam maakt van dit soort gevaarlijke nepgeneesmiddelen met perfect veilige en werkzame medicijnen waarrond om een of andere reden controverse is omwille van het gebruik van een merknaam of een mogelijke inbreuk op een octrooi.

Het laat me met de vraag achter of De Gucht echt niet begrijpt dat er een probleem is of hij gewoon een  tactisch politiek spel speelt. In beide gevallen ziet het er niet zo best uit voor het recht op gezondheid in de ontwikkelingslanden. Daarom lanceerden we ook een campagne tegen het Vrijhandelsakkoord dat wordt afgesloten tussen Europa en Colombia en Peru.

BijlageSize
Nota_gezondheid_ontmoeting_KDG_feb_2012.pdf108.43 KB