Ahed Tamimi, en jongeren in verzet in Palestina

Foto: Haim Schwarczenberg


17 april 2018 was de Internationale dag van solidariteit met Palestijnse politieke gevangenen. Sinds 1967 zijn al meer dan 800.000 Palestijnen gevangen genomen omwille van hun verzet tegen de militaire bezetting en kolonisatie. Jaarlijks worden ook honderden minderjarigen vastgehouden in Israëlische gevangenissen. Vaak zonder proces, recht op verdediging, na foltering, en allen veroordeeld door militaire rechtbanken.


Ahed Tamimi, een verhaal van verzet

Op 19 december 2017 arresteerden soldaten van de Israëlische strijdkrachten Ahed Tamimi tijdens een nachtelijke raid op haar huis in het dorpje Nabi Saleh op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dezelfde dag werd ook haar moeder, Nariman Tamimi, aangehouden tijdens een bezoek aan het politiekantoor waar ze informatie over haar dochter kwam vragen. De arrestaties volgden op het viraal gaan van een video waarin Ahed de confrontatie aangaat met twee zwaar uitgeruste Israëlische soldaten die aan de oprit van het huis van de Tamimi's stonden. Ahed was nog razend omdat haar 15-jarig neefje, Muhammad Fadel Tamimi, de week ervoor van dichtbij in het hoofd werd geraakt met een rubberen kogel, afgevuurd door een Israëlische soldaat. Hierdoor moest een deel van zijn schedel worden weggenomen.

De publicatie van de video ontlokte een waaier aan reacties in Israël die erg veelzeggend zijn over hoe de publieke opinie in het land aankijkt tegen de bezetting en de Palestijnse bevolking. Yoav Mordechai, de generaal die de administratieve arm van de militaire bezetting COGAT bestuurt, beweerde dat Muhammad niet met een rubberen kogel door het hoofd was geschoten, maar dat hij van zijn fiets was gevallen. Israëlisch Minister van Onderwijs Naftali Bennet verkondigde op de radio dat de vrouwen uit de video hun leven best zouden eindigen in de gevangenis. De Tamimi's zouden geen echte familie zijn maar ze zouden kinderen betalen om soldaten te provoceren. Ten slotte ontstond een discussie over de acties en de houding van de twee soldaten die door Ahed van haar erf werden gedreven. Enerzijds werden ze geprezen omwille van hun behoedzame aanpak, een zoveelste bewijs volgens sommigen dat het IDF (Israeli Defense Forces) het ‘meest morele en ethische leger ter wereld’ is. Anderen interpreteerden hun passieve houding dan weer als een teken van zwakte en riepen op om Ahed een zware straf te geven. Op 1 januari – het kostte de Israëlische bezetter twee weken om uit te zoeken welke beschuldigingen ze konden voorstellen – werd Ahed beschuldigd van geweldpleging tegen soldaten, het belemmeren van soldaten in het uitvoeren van hun taken en nog 10 andere aanklachten waaronder het oproepen tot protest op sociale media.

In de weken die volgden brak een wereldwijde solidariteitscampagne los voor de vrijlating van Ahed. In schril contrast met het protest van verontwaardigde burgers en instanties uit de hele wereld staat de oorverdovende stilte en passiviteit van volksvertegenwoordigers, parlementen en regeringen. Enkel de regering van Chili engageerde zich openlijk voor Aheds zaak.

Mede door de internationale druk merkte Israël dat ze haar versie van de feiten steeds moeilijker kreeg verkocht en besloot de rechtszittingen achter gesloten deur te houden. Officieel om de rechten van Ahed te garanderen, volgens Aheds advocaat Gaby Lasky om te behoeden dat heel de wereld meekeek. Op 21 maart 2018 besliste de rechtbank om Ahed in het kader van een overeenkomst – door een ‘bekentenis’ af te leggen voor 4 van de 12 aanklachten – in juli al vrij te laten. Wellicht om het internationale gezichtsverlies enigszins te beperken en het beeld uit te dragen als zouden de bezettingsrechtbanken voldoen aan internationale normen. Ahed Tamimi’s case is geen uniek geval, maar is wel een symbool geworden voor de onrechtvaardigheid waar de Palestijnse bevolking dagelijks mee te maken krijgt. Haar zaak kan dus ook alleen maar worden begrepen in een breder verhaal waarin het opsluiten van Palestijnse kinderen een inherent onderdeel is van het Israëlisch bezettingsregime.

Palestijnse jeugd in verzet: een doorn in het oog van Israël

Sinds 2000 werden ongeveer 12.000 Palestijnse kinderen gearresteerd en berecht in Israëlische
militaire rechtbanken. Vandaag zitten ongeveer 350 Palestijnse kinderen gevangen. De meesten van hen worden aangeklaagd voor zogenaamde veiligheidsmisdrijven zoals het gooien van stenen of het deelnemen aan demonstraties. Dit kan hen een potentiële celstraf van 20 jaar opleveren. In veel gevallen worden de rechten van deze kinderen geschonden. Er zijn ook geen voorschriften die de aanwezigheid van een ouder of advocaat afdwingen tijdens het verhoor van een minderjarige. Dit leidt regelmatig tot gedwongen bekentenissen na verbaal misbruik of zelfs fysiek geweld. Het Comité Tegen Foltering van de VN riep Israël in mei 2009 op tot het gebruik van camera’s tijdens ondervragingen, maar er gebeurde niets in die richting. Gedwongen bekentenissen worden door de militaire rechters aangegrepen als bewijsmateriaal, ook al zijn ze in het Hebreeuws, een taal die veel Palestijnse kinderen niet begrijpen. Het bekennen van schuld blijkt de snelste weg uit een systeem met een ontstellende veroordelingsgraad van meer dan 95%. Palestijnse minderjarigen komen voor de keuze te staan: ofwel vechten ze de beschuldigingen aan en blijven ze in de gevangenis zolang het proces loopt (kinderen worden soms maanden aangehouden zonder aanklacht of juridisch proces), ofwel leggen ze een (valse) bekentenis af om een verminderde straf te krijgen.

Na het uitspreken van het vonnis worden ongeveer 60% van de Palestijnse kindgevangenen overgebracht van de Bezette Gebieden naar gevangenissen binnen Israël. Dit is niet alleen een flagrante schending van de vierde Conventie van Genève, maar zorgt ervoor dat de kinderen amper bezoek krijgen van hun familie omdat ze slopende vergunningsprocedures moeten doorlopen om toegang te krijgen tot de gevangenis en om de Green Line over te steken. De impact op de kinderen valt dus nauwelijks te onderkennen.

Leven in een apartheidsstaat

Volgens Catherine Cook, Adam Hanieh en Adah Kay, die onderzoek deden naar hoe Israël omgaat met Palestijnse gevangenen, is hun harde behandeling noch een nieuw fenomeen, noch het resultaat van toegenomen spanningen, noch een sporadische afdwaling. Het is een gevolg van het militaire bezettingsregime op de Westelijke Jordaanoever. In de Westelijke Jordaanoever bestaan 2 legale kaders. Het leven van de Palestijnen wordt bepaald door een militair rechtssysteem, gaande van beperkingen op de vrijheid van meningsuiting, over de confiscatie van land, tot controle over de Palestijnse economie. Dat van de Israëlische kolonisten wordt bepaald door gewone burgerlijke rechtbanken. Hoewel beide bevolkingsgroepen in hetzelfde gebied wonen gelden er volledig andere regels, zelfs wanneer ze hetzelfde misdrijf plegen. Regels die voor de Israëli’s veel meer rechten en bescherming bieden dan voor de Palestijnen. Dit systeem dat het juridisch fundament vormt van de bezetting, institutionaliseert dus een schaamteloze discriminatie tegen Palestijnen en vormt daarmee een centrale factor in de controle van Israël over het Palestijnse volk. Voormalig VN rapporteur voor de Bezette Gebieden, Richard Falk, noemt het apartheid.

In politieke middens blijft het geloof bestaan in het zogenaamde tijdelijke karakter van de bezetting hoewel die al meer dan 50 jaar duurt, en in het belang van het ‘vredesproces’ op weg naar de tweestatenoplossing. De feiten tonen echter een andere realiteit. Ten eerste blijft er van het Palestijnse grondgebied niet veel meer over dan een eilandenarchipel in een zee van Israëlische checkpoints, militaire basissen, nederzettingen en zogenaamde by-pass wegen, aparte wegen die niet door Palestijnen gebruikt mogen worden. Palestijnse landbouwgrond en waterbronnen worden ingenomen door het gebied te bestempelen als nationaal park, industrieel ontwikkelingsgebied of militaire zone en de Oslo-akkoorden verankerden Israël’s controle over de buitengrenzen en meer dan 60% van de Westelijke Jordaanoever, ook wel genoemd 'Zone C'. Deze territoriale verdeeldheid gaat hand in hand met een fragmentatie van het Palestijnse volk, dat verspreid is over Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Israël, Israël’s buurlanden en een diaspora over de hele wereld.Tenslotte is er de voortschrijdende kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever, gesymboliseerd in Netanyahu’s plannen voor de bouw van duizenden nieuwe woningen in de illegale nederzettingen en Trumps erkenning van Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad van Israël, die olie op het vuur gooit en territoriale en nationale fragmentatie in de hand werkt.

En wat doet onze regering?

Veel meer dan de occasionele tik op de vingers of het uiten van wat bezorgdheid wanneer de zoveelste Palestijnse school gebouwd met Belgisch ontwikkelingsgeld door Israël wordt vernield, kan onze regering niet opbrengen. Echte actie om een einde te maken aan de wurgende economische blokkade van Gaza, de voortschrijdende kolonisatie op de Westelijke Jordaanoever en de apartheidspolitiek die Israël in eigen land tegen haar Palestijnse burgers voert, wordt niet ondernomen. Ondertussen gaan de handelsrelaties ongestoord voort en kunnen verschillende dochterondernemingen van bedrijven uit de Israëlische wapenindustrie hun activiteiten blijven ontplooien in ons land. Zo komt de onderdrukking van de Palestijnen plots akelig dichtbij en zo ook de medeplichtigheid van onze regering die op die manier de bezetting mee in stand houdt.

Het wordt dringend tijd om hier iets aan te veranderen. Zoals Yonathan Shapira, een Israëlische activist onlangs in een interview zei : de kloof te dichten tussen idee en actie, tussen sympathie voor de Palestijnen en het opleggen van een wapenembargo of sancties.

Over heel de wereld wint de BDS-campagne aan populariteit en wordt de druk op Israël groter. Meer en meer academici sluiten zich aan bij de academische boycott van Israël, grote artiesten als Lauryn Hill en Roger Waters weigeren op te treden in het land en bedrijven als Veolia en Orange trokken zich al terug uit de Israëlische markt na grootscheepse campagnes over hun betrokkenheid bij de bezetting.

Als onze regering de internationale rechtsregels serieus neemt en niet langer wil wegkijken moet ze stoppen met alleen maar wat geroep van aan de zijlijn en daden bij haar woorden voegen. Ze kan beginnen door haar relaties met Israël stop te zetten zolang deze het internationaal recht schendt.

Bronnen:

https://www.aljazeera.com/news/2017/12/palestinian-ahed-tamimi-arrested-...
https://www.amnesty.org/en/latest/news/2018/01/israel-release-teenage-pa...
http://mondoweiss.net/2017/12/palestinian-activists-american/
https://electronicintifada.net/blogs/ali-abunimah/israel-lies-boy-shot-h...
http://santiagotimes.cl/2018/02/18/ahed-al-tamimi-chile-concerned-over-i...
https://972mag.com/ahed-tamimi-to-spend-8-months-in-prison-in-plea-deal/...
http://www.dci-palestine.org/issues_military_detention
http://www.addameer.org/the_prisoners/children
https://www.btselem.org/publications/summaries/201803_minors_in_jeopardy
https://www.btselem.org/statistics/minors_in_custody
https://electronicintifada.net/blogs/charlotte-silver/number-palestinian...
https://www.jacobinmag.com/2013/04/the-oslo-illusion/
https://www.demorgen.be/politiek/belgisch-parlement-tikt-israel-op-de-vi...
https://diplomatie.belgium.be/nl/newsroom/nieuws/2017/didier_reynders_ve...
http://www.militair-embargo-israel.be/wp-content/uploads/2012/06/dossier...
https://www.mo.be/interview/yonatan-shapira-israels-apartheid-heeft-niet...
https://bdsmovement.net/