Kennismaking met de school van S.O.I.D.

 11 Juli

 

Vandaag is de grote dag. Vandaag gaan we eindelijk zien waarvoor we gekomen zijn. Vandaag gaan we kennis maken met het schooltje, het levenswerk van Mr. Vanna. Eerst dienen we echter te verhuizen van slaapplaats. We verlaten de grote luxe, op naar een echt backpacker hotel. Geen zwembad, geen air-co, enkel een grote ventilator boven ons bed. Voor wat hoort wat, dus de luxe ruilen we in voor heel wat meer sfeer en gezelligheid. En het moet gezegd, niemand klaagt over de ruil. De komende twee weken zijn we hier zeker op de goede plaats.

Rond twintig na tien vertrekken we met de tuk tuks en komen we tien minuten later aan op het schooltje. De poort, gemaakt uit grijze golfplaten schuift open en voor ons staat een hele bende kleine en minder kleine kinderen met een brede, uitbundige glimlach. In het midden van die bende acht kinderen met een groot wit bord waarop geschreven staat “Welcome scouts from Belgium. We are very happy to meet all of you. Thank you for coming to help us.” De verbazing is groot bij ieder van ons. Van een onverwacht ontvangst gesproken.

De acht kinderen die het bord vasthouden zijn de wezen waar Mr. Vanna verantwoordelijk voor is. Al de andere kinderen zijn de gewone schoolgangers die na de klas terug naar hun arme buurt gaan. We kijken rond naar al die lachende gezichtjes en weten even niet meer wat zeggen. Ik haal mijn fototoestel boven in een poging de verbazing vast te leggen, maar merk dat mijn aandacht meer gaat naar die kleine wezentjes. Een kinderlach vult gauw een een fototoestel. Al snel beginnen de kinderen een welkomstlied te zingen. “If you're happy and you know it, clap your hands. If you're happy and you know it clap your hands. If you're happy and you know it and you really want to show it, if you're happy and you know it clap your hands...” Iedereen zingt mee, de ene in een iets vlekkelozer Engels dan de andere, maar allen met dezelfde luide stem.

Even later begeven we ons in kleine groepjes naar de klassen, waar we een praatje slaan met de kinderen en de leerkracht. Die klassen zijn op z'n zachts uitgedrukt vrij indrukwekkend. Een naaiklas met vier Singer naaimachines. Een computerklas met vier PC's waar op dat moment mee gephotosphopt wordt en vier andere klaslokalen voor de drie levels en de kleuters. Buiten kunnen de kinderen genieten van vier schomels op de kleine, maar gezellige speelplaats. Was dit niet een school voor de armsten van de streek? Deze kinderen hebben geluk in de handen te zijn van Mr. Vanna en zijn lerarenkorps. Om de verbazing nog wat groter te maken meldt Mr. Vanna mij even later dat heel dit complex in een nacht gebouwd is geweest met veertig man. Dat komt omdat het terrein waarop ze gevestigd zijn eigenlijk niet bebouwd mag worden, waardoor ze het illegaal 's nachts moeten doen. “En wat als ze het daarna merken?” vraag ik. “Then they don't really care.” antwoordt Mr. Vanna met een lach op zijn gezicht.

Heel dit complex is enkel mogelijk gemaakt met hulp van donors. In het kantoortje van Mr. Vanna, waar ook de naaimachines gevestigd zijn, merken we meteen aan we ze dit allemaal het meest te danken hebben. Twee portretten, één van Martine en één van Jaak hangen trots op de muur, als ware zij het koninklijk paar van Cambodja. “They are the mother and father or S.O.I.D.” zegt Vanna trots. Hij draagt hen duidelijk een warm hart toe, net zoals de rest van de leraren, die meermaals melden hoe blij ze zijn hen binnen twee weken te mogen ontmoeten.

Om elf uur lopen de voormiddaglessen ten einde. We gaan samen met Mr. Vanna en Olivier (een meegereisde ouder van een jinner) iets drinken in een lokaal restaurantje, waar we ook kennismaken met Olivier's gids. Een oude, verrimpelde man, geboren in de jaren veertig die zichzelf Chea Chheng noemt. Het blijkt een zeer intrigerend persoon te zijn, een wandelende encyclopedie over Cambodja en Franse poëzie. Grote fan van André Malraux en Charles Baudelaire, laat hij het niet na deze mannen geregeld te citeren en passages uit hun leven te vertellen. Over zijn tweede grote passie, de tempels van Angkor Wat, kan hij vlekkeloos de ganse geschiedenis vertellen, met exacte data erbij, zij het in een moeilijk verstaanbaar Frans, waardoor onze oren heel de tijd op scherp moeten staan. Zelfs ook poëet, deelt hij wat eigen gedichten uit. Deze blijken vol verwijzingen naar zijn vaderlandse geschiedenis, met een donkere blik op de moeilijke periodes die het land heeft meegemaakt. Hoe kan het ook anders? Binnen de groep pleit ik voor het aannemen van deze man om ons te gidsen naar Angkor Wat het komende weekend, maar zijn gebroken Frans spreekt in zijn nadeel. Het zal nog een moeilijke beslissing worden.

In de namiddag starten we eerst met het uitdelen van kleurpotloden, kleren en knuffels. De blijdschap druipt er bij sommige kinderen af, net zoals de liters zweet bij ons. Het is misschien een cliché, maar wie weinig heeft stelt zich met weinig tevreden. De vreugdegolf die over het schooltje walst zou bij vele van ons die hoogtes enkel bereiken bij het krijgen van een dure wagen of een groot huis, en dan nog...

Meteen daarna beginnen we aan het werk. Vier mannen werpen zich op de klusjes, terwijl acht van ons zich, verdeeld in groepjes van twee, aan de observaties van de lessen wagen. Het valt snel op dat sommige leraren leven voor hun vak. Mr. Pach, die lesgeeft in level drie is zo iemand. De manier waarop hij staat te stralen voor zijn dunbevolkt klasje is ongezien en de leerlingen zelf zijn bijzonder aandachtig en geanimeerd tegelijk.

Ondertussen praat ik buiten met Mr. Vanna over zijn leven, zijn project, zijn verwachtingen, over zijn land en zijn stad en over zijn familie. Hij vertelt me dat hij getrouwd is, twee kleine kindjes heeft en buiten de school actief is als verkoper van shampoo en bakolie in heel Siem Reap. Ik vraag hem hoe hij de tijd vindt om dit alles te combineren. “In the week I'm concentrating on the school and in the weekend I drive around the whole of Siem Reap to make new costumers to buy my product. I'm always busy and sometimes have difficulties to combine everything, so excuse me if sometimes I replied late to your emails.” antwoordt hij. Alsof dat iets is waar excuses aangeboden voor moeten worden. Mr. Vanna toont zich als een realistische positivo. “I get the energy for doing all this by doing meditation. I realised then that I really had to do something for my community if I want to make this a better place for my children and the poor people.” Ik vraag wat door over de toestand van zijn land. Hij schijnt maar al te goed te beseffen dat het er niet goed mee gesteld is. Cambodja is het armste land van Azië, weet hij mij te vertellen, en Siem Reap is één van de armste streken van het land. Je zou dit niet zeggen als je kijkt naar al die grote hotels, merkt hij op, maar dat is slechts toeristische schijn. “All the money from the toerists goes to the rich people of town, not to the poor. Just few people come here to see the poverty, to see our project and help us.”

Siem Reap presenteert zich inderdaad meer een meer als een stad van twee snelheden op alle vlak. De armen tegenover de rijken, de talrijke brommers die chaotisch snel over de wegen razen tegenover de kleine trage voetgangers die hun kar met fruit of ander voedsel voortduwen, de voorbij vliegende tijd (Wat gaat dit kamp snel...) tegenover die innerlijke zen van de vele Cambodjanen.

Eén ding is zeker, Mr. Vanna is vol van moed en hoop. Als ik hem vraag hoe hij de toekomst ziet van de kinderen die naar zijn school komen, antwoordt hij mij “I hope someday some of them will go to university, but you have to know the strenghts and weaknesses of all children. Some are good in technical stuff, so we let them knit or do things on the computer. But some are very intelligent in the mind. Maybe they 'll make it to university.”

Later op de avond gaan we, zoals de dag voordien afgesproken met de man eten in de Temple Bar. Het eten is er verbazend lekker en de sfeer, gebracht door traditionele Cambodjaanse dansers en danseressen, is er traag en gezapig, net zoals hun dansstijl. Ik besluit Mr. Vanna te vragen naar zijn mening over het tempelconflict met Thailand. Zijn antwoord is vastberaden en snel. “Those temples are really ours. They have been recognized by UNICEF (ik denk dat hij hier UNESCO bedoelt) as belonging to Cambodia. They are really important for us, because they represent our country and our national identity, so we have to fight for them.” De advocaat van de duivel in mij kan het niet laten te vragen of dit wel en goede zaak is, strevende mensen voor een hoop stenen... Zonder te twijfelen antwoordt hij “I'm sure every Cambodian would be prepared to give his life for the temples.” Dat militante nationalisme is blijkbaar iets dat er bij elke Cambodjaan met de paplepel ingegeven is. Of dit goed of slecht is laat ik in het midden. Ik herinner mij enkel die laatste vers van het gedicht van oorlogspoëet Wilfred Owen: 'Dulce et decorum est, pro partia mori'. Die oude leugen...

Average: 5 (1 vote)