Het akkoord van Kopenhagen: 'Een hol, onrechtvaardig en mogelijk rampzalig akkoord'

De Peoples' Movement on Climate Change over het Kopenhagen-Akkoord

Miljoenen mensen van over de planeet hadden gehoopt dat regeringen van de klimaatconferentie in Kopenhagen naar huis zouden gaan met een sterke, rechtvaardige en tijdige klimaatovereenkomst. Zoals voorspeld werd, slaagde de top er echter niet in om resultaat te boeken.

Al voor de top was het duidelijk wat de planeet nodig heeft en wat diegenen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering eisen.

De wetenschap stelt dat de opwarming zo ver mogelijk onder 1,5°C gehouden moet worden. Om dit te bereiken moeten emissies niet later dan in 2015 pieken en tot nul gereduceerd worden tegen 2050.

Gelijkheid en rechtvaardigheid vereist dat het Noorden het Zuiden compenseert door ten eerste sterke dalingen van de emissies te bewerkstelligen – 45% tot 50% tegen 2020 en 95% tot 100% tegen 2050 tegenover de niveaus van 1990. Ten tweede moet het Noorden ervoor zorgen dat het Zuiden zich kan aanpassen en zich kan ontwikkelen aan een laag CO2-gehalte, door een voldoende en verplichte technologietransfer op lange termijn, steun voor capaciteitsopbouw en het voorzien in een financiering van 500 miljard tot 1000 miljard US dollar als compensatie voor de klimaatschuld.

Deze verplichtingingen moeten internationaal afdwingbaar zijn en er het Noorden bij wet toe verbinden om toezeggingen uit te voeren. Er moeten tevens geavanceerde mechanismes ingesteld worden om financiële en technologische steun en capaciteitsversterking te mobiliseren en te leveren aan het Zuiden.

De VN-top ging op geen enkele van deze eisen in. Het Kopenhagen-akkoord, een document dat op de conferentie werd geparachuteerd in haar laatste uren, is een hol, onrechtvaardig en mogelijk rampzalig akkoord.

De gevaarlijk conservatieve 2°C-grens van de opwarming die het Akkoord vooropstelt, negeert de groeiende wetenschappelijke consensus en de gangbare eis voor de veiligere opwarmingsgrens van 1°C en daaronder, en bedreigt het voortbestaan van vele kwetsbare landen.

Het Akkoord stelt geen internationaal wettelijk bindende doelstelling voorop voor de reductie van emissies voor ontwikkelde landen. In plaats daarvan roept het de rijke landen op om niet-bindende individuele beloften voor te stellen die tot nu toe zo laag liggen dat als deze geïmplementeerd worden, kunnen leiden tot een catastrofale opwarming van 4°C tegen 2100.

Het Akkoord holt de engagementen van het Noorden voor hun emissies nog verder uit door de introductie van het REDD-mechanisme (Reducing Emission from Deforestation and Forest Degradation) dat wouden in het Zuiden tot private CO2 opslagplaatsen maakt en ze linkt aan de markt voor CO2-compensaties. Dit mechanisme zet aan tot landroof en de conversie van wouden naar monocultuurplantages. Gemeenschappen die afhankelijk zijn van het woud dreigen verjaagd te worden en hun bestaansmiddelen te verliezen.

Terwijl rijke landen hun emissieverplichtingen zien verminderen, verhoogt het Akkoord de plichten van de arme landen, die voortaan hun acties om emissies te reduceren moeten registreren en internationaal laten monitoren. Dit legt de basis voor grotere emissieverplichtingen voor arme landen in de toekomst.

De fondsen die in het Akkoord overeengekomen zijn – 30 miljard dollar voor reductiebeleid en aanpassing voor 2010-2012 en 100 miljard dollar per jaar tegen 2020 voor emissiereductie – zijn slechts een fractie van het bedrag dat ontwikkelingslanden nodig hebben. Ook al zijn deze bedragen al klein, zullen ze niet komen van verplichte betalingen, maar een mix zijn van publieke en private middelen, waaronder de CO2-compensaties en vrijwillige hulp van ontwikkelingsorganisaties in het Noorden.

Dat wil zeggen dat, onder het Akkoord, de fondsen voor arme landen overgelaten worden aan de grillen van de CO2-markten en de donoren van het Noorden, dat arme landen nog altijd leningen zullen worden opgedrongen die tot nieuwe schulden leiden en dat ontwikkelde landen hun al zeer ondergefinancieerde hulpstromen zullen blijven misbruiken om hun beloften voor klimaatfinanciering na te komen.

Ten slotte schetst het Akkoord een zwak en chaotisch plan voor een globale klimaatactie die zelfs haar magere doelstellingen onvervuld zou laten.

Het emissiereductiesysteem dat in het Akkoord wordt vastgelegd, hangt volledig af van vrijwillige en individuele beloften door rijke landen, en niet van een tijdschema en doelstellingen die multilateraal onderhandeld worden, wetenschappelijk gebaseerd en internationaal bindend zijn.

Bovendien zijn de financiële beloften van het Noorden in het Akkoord niet wettelijk bindend en kunnen ze dus gewoon genegeerd worden.

Het Akkoord houdt ook het bestaande systeem van klimaatfinanciering in stand, dat gedomineerd wordt door de markt van CO2-compensaties, hulporganisaties uit het Noorden en de Wereldbank langswaar het meeste geld vloeit. Dat wil zeggen dat het Klimaatverdrag (UNFCCC) weinig controle blijft hebben over de klimaatfinanciering en ontwikkelingslanden zullen nog steeds moeten bedelen voor de fondsen waarop ze recht hebben. 

De verantwoordelijkheid voor deze onrechtvaardige en rampzalige uitkomst ligt volledig bij de regeringen in het Noorden.

Na twee jaar van onderhandelingen is er geen enkel ontwikkeld land dat cijfers van emissiereductie kan voorleggen of de nodige financiering heeft vrijgemaakt om een doeltreffende overeenkomst te bereiken. Ze weigerden eenstemmig hun historische verplichtingen na te komen en drongen er onrechtvaardig op aan om hun verantwoordelijkheden door te schuiven naar het Zuiden.
Tijdens de top gebruikte het Noorden slinkse tactieken om delegaties van ontwikkelingslanden te dwingen hun zwakke aanbod te aanvaarden. Toen de conferentie op zijn einde liep zonder overeenkomst in zicht, trokken de VS, met medewerking van de Deense regering, zich in de coulissen van de klimaatconferentie terug. Daar staken ze samen met een handvol regeringen van ontwikkelingslanden die de status quo genegen zijn (Brazilië, Zuid-Afrika, India en China) het Kopenhagen-Akkoord ineen. In de vroege ochtend van 19 december dropte de Deense eerste minister het Akkoord bij de delegaties die niets afwisten over het bestaan van deze overeenkomst.

Wij delen de verontwaardiging van de ontwikkelingslanden over deze regelrechte show van macht en minachting voor transparantie, multilateralisme en de gelijkheid van naties, en prijzen hen voor hun strijd om het aannemen van dit Akkoord als officiële uitkomst van de top te blokkeren.

Terwijl we verder blijven vechten aan de kant van de regeringen van de ontwikkelingslanden voor grotere engagementen van het Noorden binnen het VN-proces, geloven we dat het Klimaatverdrag fataal mislukt is en dat de klimaattop van 2009 dit slechts nog meer naar buiten heeft gebracht.

De oorzaak van dit falen ligt erin dat het verdrag geen oog heeft voor het zeer ongelijke en onduurzame, op groei en winst gerichte kapitalistische systeem dat aan de basis ligt van de door de mens gemaakte klimaatverandering.
Het VN-proces is een bijeenkomst geworden voor concurrerende elitebelangen om de voorwaarden te onderhandelen over hoe ze onderling de toekomstige groei kunnen verdelen in een door het klimaat beperkte wereld. Dat komt tot uiting in de strijd tussen staten met de grootste aandelen in de globale groeieconomie – de G7 enerzijds en de opkomende machten anderzijds – die ook in Kopenhagen over de globale klimaatpolitiek heeft beslist.

Bedrijven hebben de officiële klimaatpolitiek gegijzeld, zowel op nationaal als internationaal niveau. Bijna alle oplossingen die op tafel liggen, gaan over het beheren van klimaatverandering via schijnoplossingen zoals CO2-handel en CO2-compensaties, zogenaamde “biobrandstoffen”, kernenergie, “propere steenkool”, en genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), om er maar enkele te noemen.

Deze schijnoplossingen laten het onduurzame, op winst gebaseerde systeem bestaan door het creëren van nieuwe winstmogelijkheden en het vergroten van de controle van de ondernemingen en de elite over de middelen (de privatisering van de atmosfeer, het transformeren van wouden en gronden tot private CO2-opslagplaatsen of plantages van biobrandstoffen, enz.).

Bovendien sponsoren instellingen die machtiger zijn dan de VN, zoals het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank (WB) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) de vrije hand van ondernemingen en de expansie van hun ecologisch schadelijke maar ook hoogst ongelijke praktijken zoals in de industriële landbouw, de extractie van fossiele brandstoffen, mijnbouw, bosbouw en oneerlijke handel.

De macht van ondernemingen en elites over het VN-proces toont aan dat het stoppen van de klimaatverandering niet minder dan een fundamentele sociale transformatie vereist. Onze maatschappijen moeten afstappen van de drang naar onbeperkte rijkdom en winst. Dit vereist dat mensen en gemeenschappen opnieuw de controle krijgen over onze gedeelde natuurlijke hulpbronnen.

Het falen van het Klimaatverdrag staat in schril contrast met de dynamiek en de vitaliteit van bewegingen die in Kopenhagen en over heel de wereld duizenden mensen mobiliseerden om een rechtvaardige overeenkomst, echte oplossingen en een systeemverandering te eisen.

Zij bewijzen dat oplossingen liggen in de handen van de mensen – in de bewegingen van arbeiders, boeren en gemeenschappen om de macht terug te krijgen over hun levensonderhoud, grondstoffen, rechten en cultuur die ze aan het Noorden, de ondernemingen en de elites hebben verloren, zowel in het proces dat de klimaatverandering veroorzaakt heeft als in de schijnoplossingen die naar voor geschoven worden.

People's Protocol on Climate Change

Wij roepen de volkeren, de gemeenschappen en de sociale bewegingen op om onze strijd verder te zetten, in hun lokale context en internationaal en mobiliseren via het actieplatform zoals opgesteld in het Protocol van de volkeren:

  1. Verregaande, snelle en volgehouden emissiereducties gebaseerd op bindende binnenlandse reducties door het Noorden (95%-100% tegen het midden van de eeuw), het einde van het gebruik van fossiele brandstoffen, CO2-intensieve activiteiten (productie, extractie en oorlogen) en alle investeringen daarin.
  2. De volledige compensatie van de klimaatschuld van het Noorden en de elites aan het Zuiden en de armen door onvoorwaardelijke en verplichte technologietransfer en de financiering ervan zonder de inmenging van internationale financiële instellingen, hulporganisaties, CO2-markten en grote private financiële instellingen.
  3. De afwijzing van schijnoplossingen die het Noorden en de ondernemingen toelaten om verder te gaan met sociale en ecologische schade toe te brengen, nieuwe en grotere mogelijkheden te voorzien voor winst en de controle van ondernemingen over natuurlijke hulpbronnen en technologieën uit te breiden.
  4. Een systeemverandering gebaseerd op een op mensen gerichte, democratische, coöperatieve, en op de gemeenschap gerichte controle van de productie, natuurlijke hulpbronnen en instellingen.
  5. Het bouwen aan een beweging over de sectoren heen (boeren, arbeiders, vrouwen, vissers, jongeren, inheemse volkeren, enz.) rond de agenda van de volkeren voor klimaatrechtvaardigheid en sociale verandering.

 

Vertaald door: 
Nathalie Brouwers