De Nakba: nachtmerrie en verzet van de Palestijnen

Foto: UNWRA, Creative Commons

15 mei wordt de 70ste verjaardag van de Nakba (“ramp”) herdacht. De term duidt op de gevolgen voor de Palestijnen van de nederlaag van de Arabische legers t.o.v. de zionistische troepen in 1948. Het belangrijkste gevolg is de verdrijving van zowat 750.000 mensen uit de door Israël veroverde gebieden.


De Nakba tragedie wordt elk jaar door de Palestijnen herdacht. De herinnering wordt levend gehouden aan de meer dan 400 dorpen die door de zionisten verwoest werden en men zet het recht op terugkeer van de vluchtelingen in de kijker, zoals vastgelegd in december 1948 in het besluit nummer 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De jaren gaan sindsdien voorbij, maar de vastberadenheid van de Palestijnse bevolking blijft. Sinds 30 maart betogen de inwoners van Gaza iedere vrijdag voor hun recht op terugkeer. De Israëlische snipers kunnen hen met hun kogels niet tegenhouden.

De oorsprong van de tragedie

De oorsprong van de tragedie gaat terug tot november 1917, midden in de Eerste Wereldoorlog. In die maand veroverden de Britten Palestina en met de Balfour-verklaring verbonden zij zich ertoe de oprichting van een Joods Nationaal Tehuis toe te laten. De zionistische beweging had een twintigtal jaar ervoor reeds het besluit genomen dat gebied te koloniseren. Nu kon dat met steun van de regering in Londen gebeuren.

De Joodse aanwezigheid in Palestina bedraagt in 1922 11% van de totale bevolking en in 1936 28%. De Arabische bewoners zijn steeds meer verontrust omdat ze stelselmatig worden onteigend van hun bebouwbare gronden. In 1920 wordt een Arabisch Congres van Palestina gevormd, dat de Balfour-verklaring veroordeelt. Van 1936 tot 1939 vindt de Grote Palestijnse Opstand plaats. De Britten reageren met niets ontziende repressie tegen de militante politieke partijen en organisaties: meer dan 5000 Palestijnen vinden de dood.

Londen beseft dat het ook de Arabische landen zoet moet houden omdat ze hun steun nodig heeft nu de Tweede Wereldoorlog uitgebroken is. Er komen beperkingen op de Joodse immigratie. De zionisten zijn ontgoocheld en keren zich van het Verenigd Koninkrijk af. In 1945 barst het conflict openlijk los. De zionisten begaan tal van terreuracties tegen de Britse overheden. De spectaculairste is de aanslag op het Koning-David-hotel in Jeruzalem in juni 1946. Vermeldenswaardig is dat de reacties van Londen op dit geweld veel gematigder zijn dan tegen de Grote Palestijnse Opstand in de dertiger jaren.

De Britten besluiten zich in 1948 terug te trekken uit Palestina en hun mandaat aan de VN over te dragen. Na heel wat manoeuvres achter de schermen beslissen ze Palestina in twee staten op te delen, een Joodse en een Arabische. Die opdeling wordt officieel met besluit nummer 181 aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 29 november 1947. De zionisten aanvaarden het. Zo hebben ze nu een uitvalsbasis om héél Palestina te veroveren. De Arabische landen zijn tegen. ‘s Anderendaags barsten gevechten uit.

Met de oorlog verscherpt ook het mechanisme van uitdrijving en etnische zuivering van het zionistisch project. Eén van de sleutelmomenten is het bloedbad van Deir Yassin, waar op 9 en 10 april 1948 120 Palestijnse dorpsbewoners koelbloedig worden afgeslacht. Die logica, gekoppeld aan langdurige en zware gevechten, drijft zo’n 750.000 mensen massaal op de vlucht naar de buurlanden zoals Libanon, Transjordanië, Irak en Syrië, broze samenlevingen die zelf amper het koloniale juk afgeworpen hebben ...

Die uitdrijving ligt aan de oorsprong van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk, dat tot vandaag nog altijd erg actueel is. De VN zet op dat moment een bijzonder hulpfonds op voor de Palestijnse vluchtelingen, dat met bijdragen van de lidstaten gevoed wordt. Op 11 december 1948 neemt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties besluit nummer 194 aan, dat het recht op terugkeer en op vergoedingen vastlegt voor de vluchtelingen. Op 8 december van het daaropvolgende jaar richt de Algemene Vergadering de UNRWA op (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East). In het begin werd gedacht dat dit een tijdelijk agentschap zou zijn, maar met 5,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen de dag van vandaag, is het agentschap relevanter dan ooit.

Nachtmerrie en verzet

Sedertdien gaat de nachtmerrie voor het Palestijnse volk door. In juni 1967  vindt de Naksa plaats (letterlijk “hervalling”). 300.000 Palestijnen slaan op de vlucht na de nederlaag van Egypte, Jordanië en Syrië t.o.v. Israël in de Zesdaagse Oorlog. Vandaag gaat de Palestijnse bevolking gebukt onder een onmenselijke blokkade van Gaza, een apartheidsbeleid dat gekoppeld gaat met de militaire bezetting en de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem die uitbreidt.

Dat alles gebeurt met de medeplichtigheid van onze regeringen. De Verenigde Staten spelen zeker een belangrijke rol. Sinds eind jaren 60 besloot Washington om stelselmatig de belangen en plannen van Tel-Aviv te steunen. Israël is één van de steunpijlers van de VS in het Midden-Oosten. Die steun werd nog versterkt door het besluit van Trump om zijn ambassade naar Jeruzalem te verhuizen en zijn financiële steun aan de UNRWA te verminderen. Maar we hoeven niet zo ver te kijken. België onderhoudt handelsbetrekkingen met Israël alsof het de normaalste zaak is.

Zo zijn er verschillende dochterbedrijven van Israëlische firma’s die in ons land bloeien die banden hebben met de wapensector. De medeplichtigheid blijkt tevens uit de betwistbare uitval van premier Charles Michel tegen de Britse filmmaker Ken Loach.

Maar de Nakba's en Naksa's zijn er niet in geslaagd het Palestijns verzet te breken. Ondanks de aanhoudende bezetting, blijft het verzet leven. Een sleuteljaar voor het Palestijns verzet is 1987. Op 9 december komen na jaren onderdrukking en wanhoop de Palestijnen van Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem in opstand, met de Intifada. In elk Palestijns dorp ontstaan volkscomités. Die zetten de arbeiders ertoe aan werk in Israël te weigeren, roepen stakingen uit en organiseren hulp aan gezinnen van slachtoffers van de repressie. De beweging zal tot 1993 voortduren en aan 1200 mensen het leven kosten.

Perspectieven

Maken we vandaag de opkomst van een nieuwe verzetsgolf mee? Op 30 maart van dit jaar lanceerden de Palestijnen van Gaza een brede mobilisatie voor de “Grote Terugkeermars”. Doelstelling was op zo’n 700 à 1000 meter van de Israëlische scheidingslijn tenten neer te zetten en die van 30 maart – Dag van het Land – tot 15 mei – 70ste verjaardag van de Nakba – bezet te houden. Het ging erom het recht van de Palestijnen op hun grond te herbevestigen en het einde te eisen van de blokkade die Gaza nu reeds zo’n elf jaar treft. 40.000 Palestijnen gingen in op de oproep. De reactie van het Israëlische leger was met zwaar geschut. De eerste protestdag stierven 16 betogers en vielen 1200 gewonden. Op 6 april, de tweede vrijdag van de mobilisatie, die dicht samenviel bij de 70ste herdenking van het bloedbad bij Deir Yassin, sloeg de repressie opnieuw toe: negen Palestijnen kwamen om het leven en er vielen minstens 250 gewonden. Op 13, 20 en 27 april hielden de betogingen aan. Zo ook de repressie: in totaal zijn sinds eind maart 42 Palestijnen omgekomen en vielen 5.500 gewonden.

In deze context is een stevig optreden tegen Israël nodig. Het is belangrijk dat de Belgische overheden elke samenwerking met Israël stopzetten zolang deze het internationaal recht met de voeten treedt en de VN-verdragen m.b.t. zijn koloniaal beleid niet toepast. De bezetting moet stoppen. De kolonies moeten ontmanteld. De blokkade van Gaza opgeheven.

70 jaar bezetting is genoeg! Free Palestine

Traduit par: 
Yvan